display OPEL MOVANO_B 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2014Pages: 205, PDF Size: 4.8 MB
Page 121 of 205

Rijden en bediening119
Om de handgeschakelde modus in te
schakelen de keuzehendel naar A/M
halen. De actuele versnelling ver‐
schijnt op het versnellingsbakdisplay.
Om de eerste versnelling in te scha‐
kelen, het rempedaal bedienen en de
keuzehendel naar de + of - bewegen.
Naar een hogere of lagere versnelling schakelen door de keuzehendel naar de + of - te bewegen. Het is mogelijk
versnellingen over te slaan door de
schakelhendel meerdere malen met
korte tussenpozen te bewegen.
Auto stoppen
Wanneer in de automatische of hand‐ geschakelde modus wordt gestopt,
wordt de eerste versnelling ingescha‐ keld, waarna wordt ontkoppeld. In
stand R blijft de achteruitversnelling
ingeschakeld.
Bij het stoppen op een helling de
handrem aantrekken of het rempe‐
daal bedienen. Om oververhitting van
de koppeling te voorkomen klinkt een
onderbroken akoestisch waarschu‐
wingssignaal om aan te geven dat u
het rempedaal moet bedienen of de
handrem moet aantrekken.Motor afzetten tijdens langere perio‐
den van stilstand, zoals bij files.
Als de auto wordt geparkeerd en de
bestuurdersdeur wordt geopend,
klinkt een waarschuwingssignaal als
de neutrale stand niet is ingeschakeld of het rempedaal niet is ingetrapt.
Afremmen op de motor Automatische modus
Bergafwaarts schakelt de geautoma‐
tiseerde versnellingsbak pas bij ho‐
gere toeren op. Bij het remmen wordt
tijdig teruggeschakeld.
Handgeschakelde modus
Om bij het afdalen van een helling op
de motor af te remmen, tijdig een la‐
gere versnelling selecteren.Auto heen en weer schommelen
Het is alleen toegestaan de auto heen
en weer te schommelen als de auto
vastzit in zand, modder, sneeuw of
een kuil. Keuzehendel herhaaldelijk tussen R en A/M (of tussen + of -) be‐
wegen terwijl u lichte druk op het gas‐
pedaal uitoefent. Motor niet te hoge
toeren laten maken en snel optrekken voorkomen.
Parkeren Handrem aantrekken. De laatst gese‐ lecteerde versnelling (zie versnel‐
lingsbakdisplay) blijft ingeschakeld.
In stand N is geen versnelling inge‐
schakeld.
Na het uitschakelen van het contact
reageert de versnellingsbak niet meer op bewegingen van de keuzehendel.
Bij het niet uitschakelen van het con‐
tact of het niet aantrekken van de
handrem klinkt er bij het openen van
het bestuurdersportier een waarschu‐
wingssignaal.
Page 123 of 205

Rijden en bediening121
Beladingsmodus kg
De beladingsmodus is zowel in de
handgeschakelde als de automati‐
sche modus te gebruiken. In beide gevallen worden de schakelpatronenzodanig aangepast dat er meer nut‐
tige lading kan worden vervoerd.
Inschakelen
Toets kg indrukken. Controlelamp kg
licht op op het versnellingsbakdis‐
play. De versnellingsbak kiest vervol‐
gens geoptimaliseerde schakelpatro‐
nen.
Uitschakelen
De beladingsmodus wordt uitgescha‐ keld door:
■ het opnieuw indrukken van toets kg,
■ het uitschakelen van het contact.
Kickdown
Wanneer het gaspedaal tot voorbij het weerstandspunt wordt bediend,
wordt afhankelijk van het motortoe‐
rental een lagere versnelling inge‐
schakeld. Het volledige motorvermo‐
gen is beschikbaar voor acceleratie.
Als het motortoerental te hoog op‐
loopt, schakelt de versnellingsbak –
ook in de handgeschakelde modus –
automatisch naar een hogere ver‐
snelling. Zonder kickdown wordt deze automatisch schakeling niet uitge‐
voerd in de handgeschakelde modus.
Storing
Bij een storing gaat controlelamp W
op het versnellingsbakdisplay bran‐ den. Verder rijden is mogelijk, zij het
voorzichtig en anticiperend.Oorzaak van de storing onmiddellijk
door een werkplaats laten verhelpen.
Stroomonderbreking Bij een stroomonderbreking en een
ingeschakelde versnelling kan de
koppeling niet worden gelost. Er kan
niet meer met de auto worden gere‐
den.
Bij een lege accu hulpstartkabels ge‐
bruiken 3 166.
Is een lege accu hiervan niet de oor‐
zaak, dan de hulp van een werkplaats
inroepen.
Als Neutraal geen optie is, kan de
auto alleen met de aandrijfwielen van de grond worden gesleept 3 168.
Auto slepen 3 168.
Page 132 of 205

130Rijden en bediening
Tijdelijk uitschakelen
Systeem tijdelijk uitschakelen door
toets r op het instrumentenpaneel
in te drukken met het contact en de
achteruitversnelling ingeschakeld.
Controlelamp in de knop brandt.
Wanneer de achteruitversnelling
wordt ingeschakeld, klinkt er geen ge‐
luidssignaal; dit is uitgeschakeld.
Het systeem wordt bij het indrukken
van toets r of de volgende keer dat
het contact wordt ingeschakeld, op‐
nieuw geactiveerd.
Permanent uitschakelen
Systeem permanent uitschakelen
door toets r op het instrumenten‐
paneel in te drukken en ca.
3 seconden lang ingedrukt te houden
met het contact en de
achteruitversnelling ingeschakeld.
Controlelamp in de knop brandt on‐
onderbroken.
Het systeem is daarmee uitgescha‐
keld en werkt niet. Wanneer de
achteruitversnelling wordt ingescha‐
keld, klinkt er geen geluidssignaal; dit is uitgeschakeld.Het systeem wordt opnieuw geacti‐
veerd door toets r in te drukken en
ca. 3 seconden lang ingedrukt te hou‐ den.
Storing
Als het systeem een storing regis‐
treert, klinkt er ca. 5 seconden lang
een ononderbroken geluidssignaal bij het inschakelen van de
achteruitversnelling. Contact opne‐ men met een werkplaats om de oor‐
zaak van de storing te laten verhel‐
pen.Voorzichtig
Bij het achteruitrijden moet het ge‐ bied vrij zijn van obstakels die de
onderkant van de auto zouden
kunnen raken.
Botsen tegen de achteras, dat
wellicht niet zichtbaar is, zou on‐
karakteristieke veranderingen in
het rijgedrag tot gevolg kunnen
hebben. Raadpleeg bij een derge‐
lijke botsing een werkplaats.
Achteruitkijkcamera
De camera is gewoonlijk onder de lijst van de nummerplaat gemonteerd meteen displaymonitor op de zonneklepvan de bestuurder.
Werking Door het achteruitkijkcamerasysteem
kan de bestuurder de achterkant van
het voertuig in de displaymonitor zien terwijl hij achteruit rijdt.
Het systeem kan worden in- of uitge‐
schakeld met de Start/Stop-knop die
zich rechts van de displaymonitor be‐ vindt.
Page 133 of 205

Rijden en bediening131
Met de overige toetsen op de monitorkan de gebruiker bron AV1 of AV2 se‐
lecteren en de helderheid en het con‐
trast van de displaymonitor aanpas‐
sen.
Voor een optimale zichtbaarheid mag de achteruitkijkcamera niet met vuil,sneeuw of ijs zijn bedekt.9 Waarschuwing
Het systeem is bedoeld als een
achteruitrijhulp en vervangt het
zicht van de bestuurder niet.
Zorg ervoor dat u door deze func‐
tie geen risico's neemt bij het ach‐ teruit rijden.
Niet voorzichtig zijn bij het achter‐
uit rijden kan leiden tot schade aan
de auto, letsel of de dood. Contro‐
leer steeds de buitenspiegels en
kijk over uw schouder voordat u
achteruit rijdt.
De hulpsystemen voor de bestuur‐
der ontheffen de bestuurder niet
van zijn volledige verantwoorde‐
lijkheid van de bediening van het
voertuig.Brandstof
Brandstof voor
dieselmotoren Gebruik uitsluitend dieselbrandstof‐
fen die voldoen aan EN 590. De
brandstof moet een laag zwavelge‐
halte hebben (max. 10 ppm). Het is
toegestaan gelijkwaardige genorma‐
liseerde brandstoffen te gebruiken
met een gehalte aan biodiesel
(= FAME conform EN14214) van max. 7 volumeprocent (zoals
DIN 51628 of gelijkwaardige nor‐
men).
Landen buiten de Europese Unie ge‐
bruiken Euro-Diesel met een zwavel‐ concentratie onder 50 ppm.Voorzichtig
Gebruik van brandstof die niet vol‐ doet aan EN 590 of soortgelijk,kan leiden tot een verminderd mo‐
torvermogen, meer slijtage of mo‐
torschade en kan van invloed zijn
op de garantie.
Page 173 of 205

Verzorging van de auto171
TrekhaakKogelstang niet met een stoom- ofhogedrukreiniger reinigen.
Verzorging interieur
Interieur en bekleding Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig lederen bekleding met zuiver
water en een zachte doek. Gebruik
een reinigingsmiddel voor leder als
de bekleding erg vuil is.
De instrumentengroep en de displays
alleen met een vochtige doek reini‐
gen. Gebruik zo nodig water en milde
zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name oplichtgekleurde bekleding. Reinig ver‐
wijderbare vlekken en verkleuringen
zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.Voorzichtig
Klittenbandsluitingen sluiten om‐
dat geopende klittenbandsluitin‐
gen schade aan de stoelbekleding kunnen toebrengen.
Hetzelfde geldt voor kledingstuk‐
ken met scherpe voorwerpen
zoals ritssluitingen, riemen of spij‐ kerbroeken met metalen accen‐
ten.
Kunststof en rubber onderdelen
Kunststof en rubberen onderdelen
mogen met dezelfde middelen wor‐
den gereinigd als de carrosserie. Zo nodig een interieurreiniger gebruiken.
Geen andere middelen gebruiken.
Vooral geen oplosmiddelen of brand‐ stof. Niet schoonmaken met hoge‐
drukreinigers.
Page 174 of 205

172Service en onderhoudService en onderhoudAlgemene informatie..................172
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐
middelen en onderdelen ............173Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐
veiligheid en voor het behoud van de waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar
in de werkplaats.
Servicedisplay 3 77.
Motoraanduiding 3 176.
Europese service-intervallen - uitgezonderd Bus
Onderhoud van uw auto is nodig om de 40.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.Europese service-intervallen -
alleen Bus Onderhoud van uw auto is nodig om
de 30.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
De Europese service-intervallen gel‐
den voor de volgende landen:
Andorra, België, Denemarken, Duits‐
land, Engeland, Estland, Finland,
Frankrijk, Griekenland, Hongarije,
Ierland, IJsland, Israël, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen,
Luxemburg, Nederland, Noorwegen,
Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië,
Slowakije, Spanje, Tsjechische Re‐
publiek, Zweden, Zwitserland.
Service-intervallen Roemeniëen Bulgarije
Onderhoud van uw auto is nodig om de 30.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij anders aangegeven op het service-
display.
Page 175 of 205

Service en onderhoud173
Service-intervallen Rusland,
Oekraïne en Turkije Onderhoud van uw auto is nodig om
de 20.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij anders aangegeven op het service-
display.
Internationale service-
intervallen
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 15.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
De internationale service-intervallen
gelden voor de volgende landen:
Albanië, Bosnië-Herzegovina, Cy‐
prus, Kosovo, Macedonië, Malta,
Montenegro, Servië, Zuid-Afrika.
Registraties Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de uit‐
voerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en ga‐
rantieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van ser‐
vice essentieel is bij aanspraken op
garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.
Servicedisplay De service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
De Service-display, in het Driver In‐
formation Center, geeft de volgende
onderhoudsbeurt aan. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Servicedisplay 3 77.
Peilsensor motorolie 3 77.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen
en smeermiddelen
Gebruik alleen producten die voldoen aan de aanbevolen specificaties.Schade als gevolg van het gebruikvan producten die niet voldoen aan
deze specificaties, wordt niet gedekt
door de garantie.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig han‐ teren. Informatie op de verpakking in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis
van kwaliteit en viscositeit. Bij de
keuze van motorolie is kwaliteit be‐
langrijker dan viscositeit. Door de
Page 202 of 205

200
Handmatige dimfunctie ................32
Handmatig verstellen ...................30
Handrem .................................... 123
Handschoenenkastje ...................62
Handzender .................................. 18
Hoofdsteunen .............................. 36
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 102
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 54
Info-Displays ................................. 85
Inhouden ................................... 193
Inklapbare spiegels .....................31
Inleiding ......................................... 3
Instrumentengroep ......................75
Instrumentenverlichting .............152
Interieurverlichting ........................92
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........60
K Katalysator ................................. 116
Kentekenverlichting ...................150
Keuzehendel ............................. 118
Kilometerteller .............................. 75
Kindersloten ................................. 23 Kinderveiligheids-systemen ..........52
Klimaatregeling ............................ 14Klimaatregelsystemen ..................96
Klok .............................................. 73
Knoppen op stuurkolom ...............71
Koeling handschoenenkastje ....107
Koelvloeistof .............................. 139
Koelvloeistof en antivries ............173
Koelvloeistoftemperatuur .............82
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...76
Koelvloeistofverwarming............. 102
Kogelstang.................................. 134
Koplampinstelling in het buitenland ................................ 90
Koplampverstelling ......................90
Krachtafnemer ........................... 135
Krik ............................................. 155
L
Laadsysteem ............................... 81
Lampenkappen, beslagen ............92
Leeslampen ................................. 93
Lekke band ......................... 159, 162
Lichtschakelaar ............................ 89
Lichtsignaal .................................. 90
Luchtinlaat ................................. 107
Luchtvering ................................ 114
M
Meldingen ..................................... 85
Meters........................................... 75
Mistachterlicht .............................. 84Mistachterlichten .......................... 92
Mistlamp ...................................... 84
Mistlampen ........................... 91, 147
Mistlampen voor .......................... 91
Motoraanduiding .........................176
Motorgegevens .......................... 179
Motor-ID...................................... 177
Motorkap .................................... 137
Motorolie .................... 138, 173, 178
Motoroliedruk ............................... 83
Motor starten ..................... 110, 118
N Nieuwe auto inrijden ..................109
Nooduitgang ................................. 35
O
Obstakeldetectiesystemen .........128
Octaangetal ................................ 179
Olie ............................................. 138
Oliedruk ........................................ 83
Olie, motor .......................... 173, 178
Oliepeil.......................................... 77
Opbergruimte................................ 61
Opbergruimte plafond ..................64
Opbergruimte voor ....................... 62
Opbergvakken .............................. 61
Opbergvakken instrumentenpaneel .................61
Opbergvak onder passagiersstoel 63
Page 203 of 205

201
Opschakelen................................. 82Overzicht instrumentenpaneel .....10
P
Panne ......................................... 168
Panoramadak .............................. 35
Parkeerhulp ............................... 128
Parkeerrem - zie Handrem .........123
Parkeren .............................. 17, 114
Park pilot met ultrasoonsensoren 128
Partikelfilter ................................. 116
Peilsensor motorolie .....................77
Plafondconsole ............................ 63
Pollenfilter .................................. 107
Portieren ....................................... 24
Portier open ................................. 84
Profieldiepte ............................... 157
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 196
Regeling stationair toerental ......111
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 195
Remassistentie .......................... 123
Remmen ............................ 122, 141
Remsysteem ................................ 81
Remvloeistof ...................... 141, 173
Reservewiel ............................... 164
Richtingaanwijzer ........................80Richtingaanwijzers ....................... 91
Richtingaanwijzers vooraan ......147
Roetfilter ............................... 83, 116
Ruiten ........................................... 32
Rijgedrag en aanhangertips ......133
Rijregelsystemen ........................123
Rijverlichting .......................... 12, 84
S Schakel motor uit ..........................81
Schuifdeur ................................... 24
Service ............................... 108, 172
Service-display ............................ 77
Service-indicatie .......................... 81
Service-informatie ...................... 172
Sjorogen ...................................... 64
Sleepoog .................................... 168
Sleutels ........................................ 18
Sleutels, sloten ............................. 18
Slijtage van remblokken ...............82
Sneeuwkettingen .......................158
Snelheidsmeter ............................ 75
Snelheidsregelaar ........................75
Spiegels .................................. 30, 32
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................140
Startbeveiliging ............................ 30
Starten en bedienen ...................109
Starthulp gebruiken ...................166
Stoelpositie .................................. 37Stoelverstelling ........................7, 38
Stoelverwarming ........................... 41
Stop/Start-systeem .....................111
Stop-startsysteem......................... 83
Storing ....................................... 121
Storingsindicatielamp ..................81
Stroomonderbreking ..................121
Stuurbedieningsknoppen .............70
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......140
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 70
Symbolen ....................................... 4
T
Tachograaf ............................. 84, 88
Tanken ....................................... 132
Technische gegevens ................179
Te laag brandstofpeil ...................83
Toerenteller ................................. 75
Top-Tether-bevestigingsogen ......60
Traction Control .........................123
Trekhaak .................................... 134
Trekken....................................... 133
Trekken van een aanhanger ......134
Trekstang.................................... 133
Tripcomputer ............................... 87
Triple-Info-Display .......................85
Typeplaatje ................................ 176
Page 204 of 205

202
UUitlaatgassen .............................. 116
Uitrol-brandstofafsluiter .............111
Uitstapverlichting .........................94
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 158
Vaste luchtroosters ....................107
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................44
Veiligheidsnet .............................. 66
Velgen en banden .....................156
Ventilatie ....................................... 96
Ventilatieopeningen ....................106
Verbanddoos ............................... 67
Vergrendelingssysteem ...............28
Verlichting ..................................... 89
Versnellingsbak ........................... 15
Versnellingsbakdisplay ........78, 117
Verstelbare luchtroosters ........... 106
Verwarmde spiegels ....................31
Verwarming ................................. 41
Verwarming achterin .................. 100
Verwarmings- en ventilatiesysteem ...................... 96
Verwerking van sloopauto .........137
Verzorging .................................. 169Verzorging exterieur ..................169
Verzorging interieur ...................171
Voertuiggewicht .........................180
Voertuigidentificatienummer ......175
Voordat u wegrijdt ........................ 16
Voorstoelen .................................. 37
Voorverwarming .......................... 83
W
Waarschuwingslampen ................75
Werkzaamheden uitvoeren .......137
Wieldoppen ................................ 158
Wiel verwisselen ........................162
Winterbanden ............................ 156
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........71
Wisserblad vervangen ...............144
Z
Zekeringen ................................. 152 Zekeringenkast ...................153, 154
Zekeringenkast in motorruimte ..153
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............154
Zitplaatsen achterin .....................42
Zitrijen achterin ............................. 42
Zonnebrilhouder .......................... 63
Zonnekleppen .............................. 35
Zijdelings airbagsysteem .............51Zijknipperlichten ......................... 149
Zijmarkeringslichten...................... 89