radio OPEL MOVANO_B 2018 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2018Pages: 269, PDF Size: 6.33 MB
Page 23 of 269

Sleutels, portieren en ruiten21Een eventueel ingeschakelde werk‐
plaats heeft voor het verrichten van
bepaalde werkzaamheden deze
autogegevens nodig.
Handzender
Wordt gebruikt voor: ● centrale vergrendeling
● vergrendelingssysteem
● diefstalalarmsysteem
Afhankelijk van het model is de auto voorzien van een handzender met 2
of 3 toetsen.
De afstandsbediening heeft een
bereik van ongeveer vijf meter.
Externe factoren kunnen dit nadelig
beïnvloeden. Brandende alarmknip‐
perlichten dienen als bevestiging.
Handzender met zorg behandelen,
vochtvrij houden, beschermen tegen
hoge temperaturen en onnodig
gebruik vermijden.
Storing
Als de centrale vergrendeling niet met
de handzender kan worden vergren‐
deld of ontgrendeld, kan dit het
gevolg zijn van het volgende:
● Het bereik wordt overschreden.
● De accuspanning is te laag.
● Herhaald, opeenvolgend gebruik van de handzender buiten hetbereik, waardoor het systeem
opnieuw moet worden gepro‐
grammeerd in een werkplaats.
● Overbelasting van de centrale vergrendeling door herhaalde,
snel opeenvolgende activeringvan de afstandsbediening, waar‐
door de stroomvoorziening voor korte tijd wordt onderbroken.
● Storing door radiogolven afkom‐ stig van externe zenders met eenhoog vermogen.
Ontgrendelen 3 23.
Batterij van de handzender
vervangen
Zodra de reikwijdte afneemt, de
batterij meteen vervangen.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Page 38 of 269

36Sleutels, portieren en ruitenStartbeveiliging
Het systeem is onderdeel van de
contactschakelaar en controleert of
de auto met de sleutel mag worden
gestart.
De startbeveiliging wordt automatisch geactiveerd na het verwijderen vande sleutel uit het contactslot, of
wanneer de motor wordt afgezet
zonder de sleutel uit het contactslot te
verwijderen.
Als de motor niet kan worden gestart,
contact uitschakelen en sleutel eruit
trekken, ongeveer twee seconden
wachten en opnieuw proberen te star‐
ten. Als dat niet lukt, kunt u proberen
om de motor met de reservesleutel te
starten en daarna de hulp van een
werkplaats inroepen.
Let op
RFiD-tags (Radio Frequency Identi‐
fication) kunnen de werking van de
sleutel storen. Houd de tag bij het
starten uit de buurt van de sleutel.Let op
De startbeveiliging vergrendelt de
portieren niet. Vergrendel daarom
steeds na het verlaten van de auto
de portieren en schakel het diefstal‐
alarmsysteem in 3 23, 3 34.Buitenspiegels
Bolle vorm
De bolle buitenspiegel bevat een asferisch gebied en verkleint de dode hoek. Door de vorm van de spiegel
lijken voorwerpen kleiner dan ze zijn,
waardoor afstanden moeilijker zijn in
te schatten.
Handmatig verstellen
Spiegels instellen door deze in de
gewenste richting te draaien.
De onderste spiegels zijn niet te
verstellen.
Page 208 of 269

206Verzorging van de autoDe bandenspanningswaardetabellen
vermelden alle mogelijke banden‐
combinaties 3 251.
Voor de voor uw auto goedgekeurde
banden kunt u de EEG-conformiteits‐ verklaring die bij uw auto is geleverd,
of andere landelijke registratiedocu‐
menten raadplegen.
De bestuurder is verantwoordelijk
voor het juist instellen van de banden‐ spanning.9 Waarschuwing
Een te lage bandenspanning kan
aanleiding geven tot oververhitting van de banden en interne bescha‐
digingen, wat bij hoge snelheden
loslatende loopvlakken en zelfs
klapbanden kan veroorzaken.
9 Waarschuwing
Bij specifieke banden mag de
aanbevolen bandenspanning
zoals vermeld in de bandenspan‐
ningstabel de op de band aange‐
geven maximale bandenspanning
overschrijden. Overschrijd nooit de op de band aangegeven maxi‐
male bandenspanning.
Afhankelijkheid van temperatuur
De bandenspanning hangt af van detemperatuur van de band. Onderweg
lopen de temperatuur en de spanning
van de band op.
Bandenspanningswaarden op het
etiket bandenspanningsinformatie en
het overzicht bandenspanningswaar‐
den gelden voor koude banden,
d.w.z. bij 20 °C. Bij elke 10 °C meer neemt de spanning met zo'n 10 kPa
(0,1 bar) toe. Houd hiermee rekening
wanneer u warme banden contro‐ leert.
Rijden met een aanhanger Bij het trekken van een aanhanger
met een volledig beladen auto moet
de bandenspanning worden
verhoogd met 20 kPa/0,2 bar
(3,0 psi) en de maximumsnelheid
worden beperkt tot 100 km/h.
Rijden met een aanhanger 3 176.
Achterwielaandrijving, met
dubbele achterbanden
Bij het opblazen van de buitenste
band moet de opblaasbuis tussen de
twee wielen door worden geleid.
Bandenspanningscontrole‐ systeem
Het bandenspanningscontrolesys‐
teem gebruikt radiografische en
sensortechnologie ter controle van de
bandenspanningswaarden.Voorzichtig
Het bandenspanningscontrole‐
systeem waarschuwt alleen bij
een te lage bandenspanning en
treedt niet in de plaats van regulier onderhoud van de banden door de bestuurder.
Alle wielen moeten zijn voorzien van
een spanningssensor en de banden
moeten de voorgeschreven banden‐
spanning hebben.
Page 255 of 269

Klantinformatie253KlantinformatieKlantinformatie........................... 253
Conformiteitsverklaring ............253
REACH .................................... 257
Reparatie ongevalschade ........257
Gedeponeerde handelsmerken .......................257
Registratie van voertuigdata en
privacy ....................................... 257
Event Data Recorders (EDR) ..257
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 258Klantinformatie
Conformiteitsverklaring Radio-uitzendsystemen
Deze auto heeft systemen die radio‐
golven versturen en/of ontvangen
volgens de Richtlijn 1999/5/EG of
2014/53/EU. De fabrikanten van de
onderstaande systemen verklaren
conformiteit volgens Richtlijn 1999/5/
EG of 2014/53/EU . De volledige tekst
van de EU-conformiteitsverklaring
voor elk systeem is beschikbaar
gesteld op het volgende interneta‐
dres: www.opel.com/conformity.
De importeur is
Opel / Vauxhall, Bahnhofsplatz,
65423 Ruesselsheim am Main,
Germany.
Ontvanger handzender
Visteon Electronics
04 Rue Nelson Mandela, Zone Indu‐
strielle Borj Cedria, 2055 Bir El Bey,
Tunisia
Bedrijfsfrequentie: 433 MHz
Maximaal vermogen: 10 mW ERPZender handzender
Visteon Electronics
04 Rue Nelson Mandela, Zone Indu‐
strielle Borj Cedria, 2055 Bir El Bey,
Tunisia
Bedrijfsfrequentie: 433 MHz
Maximaal vermogen: 10 mW ERP
Elektronische sleutelzender
ALPS ELECTRIC EUROPE GmbH
Ohmstrasse 4, 85716 Unterschleiss‐
heim, Germany
Bedrijfsfrequentie: 433 MHz
Maximaal vermogen: 10 mW ERP
Startbeveiliging
Visteon Electronics
04 Rue Nelson Mandela, Zone Indu‐
strielle Borj Cedria, 2055 Bir El Bey,
Tunisia
Bedrijfsfrequentie: 125 kHz
Maximaal vermogen:
42 dBμA/m @ 10 m
Startbeveiliging
ALPS ELECTRIC EUROPE GmbH
Page 260 of 269

258Klantinformatie● Reacties van de auto in speci‐fieke verkeerssituaties (bijv.
ontplooien van een airbag, acti‐
veren van de stabiliteitsregeling).
● Omgevingscondities (bijv. temperatuur).
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐ nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde
routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als er services worden gebruikt (bijv.
reparatiewerkzaamheden, onder‐
houdsprocessen, garantieclaims,
kwaliteitsborging), kunnen medewer‐
kers van het servicenetwerk (inclusief de fabrikant) deze technische infor‐
matie met speciale diagnoseappara‐
tuur uit de voorvaal- en foutgege‐
vensopslagmodules aflezen. Raad‐
pleeg desgewenst deze werkplaat‐
sen voor meer informatie. Na het
corrigeren van een fout worden de
gegevens gewist uit de foutopslag‐
module of worden ze constant over‐
schreven.Bij het gebruik van deze auto kunnen
er zich situaties voordoen waarin
deze technische gegevens in
verband met andere informatie (o.a.
ongevalmelding, schade aan de auto, getuigenverklaringen) met een
persoon kunnen worden geassoci‐
eerd - mogelijk met behulp van een
expert.
Bij extra contractueel met de klant
overeengekomen functies (bijv. loka‐
liseren van de auto in noodgevallen)
mogen er bepaalde gegevens m.b.t.
de auto vanuit de auto worden
verzonden.Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en beveiliging van het
ontstekingssysteem. Het wordt ook
samen gebruikt met apparaten zoals
handzenders voor het vergrendelen/
ontgrendelen van de deuren en star‐
ten en zenders in de auto voor het
openen van garagedeuren. RFID-
technologie in Opel-voertuigen
gebruikt geen persoonlijke informatie, houdt ze niet bij of koppelt deze niet
aan andere Opel-systemen die
persoonlijke informatie bevatten.
Page 265 of 269

263LLaadruimte.................................... 23
Laadsysteem ............................... 99
Laadvloernet ................................. 77
Lampenkappen, beslagen ..........115
Lane Departure Warning ....100, 171
Leeslamp achteraan ...................116
Leeslampen ............................... 116
Leeslamp vooraan ......................116
Lekke band ......................... 210, 213
Lichtschakelaar .......................... 110
Lichtsignaal ................................ 112
Luchtinlaat ................................. 133
Luchtvering ................................ 143
Luchtveringssysteem ..................221
M
Meldingen ................................... 105
Meters........................................... 92
Mistachterlicht .................... 103, 110
Mistachterlichten ........................ 114
Mistlamp .................................... 103
Mistlampen .................110, 114, 193
Mistlampen voor ........................114
Modus ECO ................................ 136
Motoraanduiding .........................232
Motorgegevens .......................... 234
Motor-ID...................................... 232
Motorkap .................................... 181
Motorolie ............182, 228, 233, 250Motorolieadditieven ....................228
Motoroliedruk ............................. 102
Motorolieviscositeitsindexen .......228
Motorremmomentregeling ..........162
Motor starten ................17, 138, 155
N
Nieuwe auto inrijden ..................137
Nooduitgang ........................... 40, 42
O
Obstakeldetectiesystemen .........167
Olie ............................................. 182
Oliedruk ...................................... 102
Olie, motor .......................... 228, 233
Oliepeil.......................................... 94
Ontlaadbeveiliging accu ............117
Ontwasemen en ontdooien ..........15
Opbergnet............................... 75, 76
Opbergruimte................................ 74
Opbergruimte achterin ..................77
Opbergruimte onder achterbank ..76
Opbergruimte plafond ..................77
Opbergruimte voor........................ 75
Opbergvakken .............................. 74
Opbergvakken instrumentenpaneel .................74
Opbergvak onder passagiersstoel 76
Opschakelen............................... 100
Opwarmen van de turbomotor ....138
Overzicht instrumentenpaneel .....10P
Panne ......................................... 221
Panoramadak .............................. 42
Parkeerhulp ............................... 167
Parkeerrem - zie Handrem .........159
Parkeertickethouder .....................41
Parkeren .............................. 18, 142
Park pilot met ultrasoonsensoren 167
Partikelfilter ................................. 145
Pedalen ...................................... 136
Peilsensor motorolie .....................94
Pollenfilter .................................. 133
Portieren ....................................... 28
Portier open ............................... 103
Portiersloten ................................. 22
Portiervergrendelknoppen ............22
Profieldiepte ............................... 208
PTO (krachtafnemer) ..................177
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 258
REACH ....................................... 257
Regeling stationair toerental .......139
Regensensor ................................ 87
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 257
Remassistentie .......................... 160
Remmen ............................ 158, 186
Remsysteem .............................. 100