display OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 109 of 373

Instrumenten en bedieningsorganen107
Afhankelijk van de voertuigconfigura‐tie verschijnen de volgende opties
door steeds op een van de knoppen
aan het einde van de ruitenwisser‐
hendel te drukken:
● buitentemperatuur 3 89
● klok 3 90
● kilometerteller, dagteller 3 94
● brandstofmeter 3 95
● AdBlue-meter 3 95
● motorkoelvloeistoftemperatuur‐ meter 3 95
● service-display 3 96
● boordinformatie 3 108
● tripcomputer 3 109
● actief noodstopsysteem 3 267
Sommige weergegeven functies
verschillen onderweg ten opzichte
van stilstand van de auto. Sommige
functies zijn alleen onderweg
beschikbaar.
Info-Display
Het centrale display op het Infotain‐
mentsysteem toont de tijd (en / of de
buitentemperatuur, afhankelijk van
de versie) en gegevens van het Info‐
tainmentsysteem.
Schakel het Infotainmentsysteem
met X in. Het schakelt eventueel
automatisch in wanneer het contact
wordt ingeschakeld.
Afhankelijk van het systeem werkt het
Infotainmentsysteem via knoppen en
draaiknoppen op de console van het
Infotainmentsysteem, de knoppen op de stuurkolom, het stemherkennings‐
systeem (mits beschikbaar) of via het aanraakschermdisplay.Bediening met aanraakscherm
Gewenste optie uit de beschikbare
menu's en opties selecteren door het displayscherm met de vinger aan te
raken.
Raadpleeg voor meer informatie de
handleiding van het infotainmentsys‐ teem.
Ritverslag
Wanneer de motor uitgeschakeld is, verschijnt er mogelijk een verslag van
de laatste rit op het Info-Display.
De volgende informatie verschijnt: ● gemiddeld brandstofverbruik● dagteller
● bespaarde brandstof in km
Indien aanwezig, verschijnt er een
cijfer van 0 tot 100 op het Info-Display ter beoordeling van het brandstofver‐
bruik op basis van rijstijl. Hoe hoger
het cijfer, hoe beter het brandstofver‐
bruik.
Op het display verschijnen ook tips
voor een beter brandstofverbruik.
Ritten kunnen worden opgeslagen in
het systeemgeheugen, om prestaties
Page 112 of 373

110Instrumenten en bedieningsorganen● instellingen
● storings- en informatieberichten 3 108
● Actieradius AdBlue
Gemiddeld brandstofverbruik De waarde verschijnt na het afleggen
van een afstand van 400 m.
Het gemiddelde brandstofverbruik
wordt aangegeven op basis van de
afgelegde afstand en de verbruikte
brandstof sinds de laatste reset.
Actueel brandstofverbruik De waarde verschijnt na het bereiken
van een snelheid van 20 km/u.
Actieradius brandstof
De waarde verschijnt na het afleggen
van een afstand van 400 m.
De actieradius brandstof wordt bere‐ kend op basis van de huidige inhoud
van de brandstoftank en het gemid‐
delde brandstofverbruik sinds de laat‐ ste reset.
De actieradius brandstof verschijnt
niet als controlelamp Y brandt 3 104.Afgelegde afstand
Geeft de afgelegde afstand sinds de
laatste reset aan.
Gemiddelde snelheid
De waarde verschijnt na het afleggen van een afstand van 400 m.
Geeft de gemiddelde snelheid sinds
de laatste reset aan.
Ritonderbrekingen waarbij het
contact wordt uitgeschakeld niet
meegerekend.
Informatie boordcomputer
resetten
Boordcomputer terugzetten door eenvan de functies ervan te selecteren en
een van de knoppen aan het uiteinde van de wisserhendel ingedrukt te
houden.
De volgende informatie op de boord‐
computer kan worden gereset:
● gemiddeld brandstofverbruik
● afgelegde afstand
● gemiddelde snelheidBij het overschrijden van de maxi‐
mumwaarde van een van de parame‐
ters wordt de boordcomputer automa‐
tisch teruggezet.
Digitale snelheidDigitale weergave van de huidigesnelheid.
Instellingen
Een van de knoppen aan het uiteinde van de wisserhendel indrukken en
gedurende ongeveer 5 seconden
vasthouden om de displaytaal te
selecteren.
Actieradius AdBlue
De actieradius AdBlue wordt bere‐
kend op basis van de huidige inhoud
van het AdBlue-reservoir en het
gemiddelde AdBlue-verbruik 3 248.
Onderbreking van de voeding Als de voeding werd onderbroken of
de accuspanning te laag is gezakt,
zullen de waarden opgeslagen in de
boordcomputer verloren gaan.
Page 123 of 373

Infotainmentsysteem121Inleiding
Algemene aanwijzingen
Het Infotainmentsysteem levert state-
of-the-art informatie en vermaak in de auto.
De radio is uitgerust met kanaalvoor‐
keuren die kunnen worden toegewe‐
zen voor het FM-, AM- en ook DAB-
frequentiebereik (afhankelijk van
versie).
Externe gegevensopslagapparaten,
bijv. iPod, mp3-speler of USB-stick of een draagbare speler kunnen op het
Infotainmentsysteem worden aange‐
sloten. Externe geluidsbronnen
kunnen ook via Bluetooth worden
aangesloten.
De digitale soundprocessor biedt
diverse vooraf ingestelde klankinstel‐
lingen, waarmee u het geluid kunt
optimaliseren.
De dynamische routeplanning van
het navigatiesysteem begeleidt op
betrouwbare wijze naar de gekozen
bestemming en kan helpen files en
andere knelpunten te vermijden.Als optie kan het Infotainmentsys‐
teem worden gebruikt met de bedie‐
ningselementen op de stuurkolom, of
via het stemherkenningssysteem.
Het Infotainmentsysteem kan ook
worden uitgerust met een handsfree-
telefoonsysteem.
Door het goeddoordachte design van de bedieningselementen en de duide‐
lijke displays is het systeem gemak‐
kelijk en intuïtief te bedienen.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen
beschikbare opties en functies.
Bepaalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties,
gelden vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Rijd altijd veilig wanneer u het info‐
tainment-systeem gebruikt.
Stop bij twijfel de auto voordat u
het infotainment-systeem bedient.
Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kan gesis,
geruis, signaalvervorming of signaal‐
uitval optreden door:
● wijzigingen in de afstand tot de zender
● ontvangst van meerdere signa‐ len tegelijk door reflecties
● obstakels
Bij een slechte radio-ontvangst daalt
het volume automatisch voor een
minimaal storend effect.
Page 124 of 373

122InfotainmentsysteemGebruik van deze handleiding● Deze handleiding beschrijft func‐
ties waarover uw auto al dan niet beschikt aangezien deze optio‐
neel zijn of vanwege wijzigingen
na het ter perse gaan van deze
handleiding. Raadpleeg de
aankoopdocumentatie om na te
gaan of alle functies op de auto
aanwezig zijn.
● Mogelijk zijn bepaalde bedie‐ ningselementen en omschrij‐
vingen, waaronder symbolen, displays en menufuncties, niet op
uw auto van toepassing wanneer er sprake is van een modelvari‐
ant, afwijkende landenspecifica‐
ties of speciale uitrusting of
accessoires.
● De inhoudsopgave aan het begin
van de handleiding en in de
afzonderlijke paragrafen geeft
aan waar u de informatie die u
zoekt kunt vinden.
● Met behulp van het trefwoorden‐ register is het mogelijk om naar
specifieke informatie te zoeken.● De displays van het voertuig ondersteunen mogelijkerwijs uw
taal niet.
● Displayteksten en opschriften in het interieur zijn vet gedrukt.
● De bediening die in deze hand‐ leiding wordt gegeven, verwijst
naar de bedieningselementen van het Infotainmentsysteem.
Voor gelijke bedieningselemen‐
ten op de stuurkolom kunt u het
overzicht van de bedieningsele‐
menten raadplegen 3 124.
Waarschuwing en voorzichtig9 Waarschuwing
Teksten met de vermelding
9 Waarschuwing wijzen op een
mogelijk gevaar voor ongelukken
of verwondingen. Het niet naleven
van deze richtlijnen kan tot
verwondingen leiden.
Voorzichtig
Teksten met de vermelding
Voorzichtig wijzen erop dat de
auto mogelijk beschadigd kan
raken. Het niet naleven van deze
richtlijnen kan tot beschadiging
van de auto leiden.
Symbolen
Verwijzingen naar andere pagina's worden aangeduid met 3. 3 betekent
"zie pagina".
Antidiefstalfunctie
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem is een elektronisch beveiligings‐ systeem inbegrepen om diefstal te
ontmoedigen. Het Infotainmentsys‐ teem werkt alleen in uw auto en is
daarom voor een dief waardeloos.
De beveiligingscode (apart geleverd)
moet worden ingevoerd bij het eerste
gebruik van het systeem en na lange
onderbrekingen van de voeding.
Page 125 of 373

Infotainmentsysteem123Beveiligingscode invoerenWanneer het Infotainmentsysteem
voor heet eerst wordt ingeschakeld,
verschijnt een bericht op het display‐
scherm om een beveiligingscode in te
voeren, bijv. Radiocode, gevolgd
door 0000. Afhankelijk van het Info‐
tainmentsysteem is het mogelijk dat
het bericht alleen na een korte vertra‐ ging verschijnt.
Om het eerste cijfer van de beveili‐
gingscode in te voeren, drukt u
herhaalde malen op de cijfertoets 1
op de eenheid totdat het gewenste
nummer wordt weergegeven. Voer op
dezelfde manier het tweede, derde en
vierde cijfer in met de toetsen 2,
3 en 4.
Wanneer de volledige code wordt
weergegeven, houdt u de toets 6
ingedrukt tot er een akoestisch
signaal klinkt. Het systeem is ontgren‐
deld wanneer de correcte code is
ingevoerd.
NAVI 50 IntelliLink,
NAVI 80 IntelliLink : Voer de beveili‐
gingscode in met behulp van de
genummerde toetsen 0 tot 9 op hetaanraakscherm. Het systeem is
ontgrendeld wanneer de correcte
code is ingevoerd.
Verkeerde code ingevoerd
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem wordt, nadat de beveiligings‐
code verkeerd is ingevoerd, een
bericht voor verkeerde code, bijv.
Codefout , gevolgd door een aftel‐
waarde, bijv. Wacht 100 , weergege‐
ven.
Wacht totdat het aftellen is afgelopen en voer dan de juiste code in. Elkekeer dat de code verkeerd wordt inge‐
voerd, kan de afteltijd worden verdub‐
beld, afhankelijk van het Infotain‐
mentsysteem.
Geografisch gebied veranderen
Wanneer de beveiligingscode is inge‐ voerd, kunt u, afhankelijk van het Info‐
tainmentsysteem, moet u een
geografisch gebied kiezen, bijvoor‐
beeld:
● Europa
● Azië● Arabië
● Amerika
Schakel het Infotainmentsysteem uit
en druk tegelijk op de toets 1 en 5 en
m . Druk vervolgens op _ of 6 totdat
het gewenste gebied op het display‐
scherm wordt gemarkeerd en stel het in met toets 6.
Page 127 of 373

Infotainmentsysteem1251m = Indrukken: In-/
uitschakelen ........................ 131
Draaien: Volume
aanpassen .......................... 131
2 Zendertoetsen 1...6 .............150
Kort indrukken: Zender
selecteren ........................... 150
Lang indrukken: Zender
opslaan ............................... 150
3 RADIO - Audiobron,
frequentiebereik wijzigen ....148
4 MEDIA - Audiobron
wijzigen ............................... 158
5 Draaiknop ............................ 131
Kort indrukken: Een
handeling bevestigen ..........131
Draaien: Menuopties van
display openen ....................131
6 / - Terug naar vorige
menu, een handeling
annuleren ............................ 13173 - Radio, kort indrukken:
Naar volgende
radiofrequentie zoeken .......150
Lang indrukken:
Automatisch zender
zoeken ................................ 150
8 M USB-poort ........................ 158
9 SETUP - Kort indrukken:
Instellingenmenu .................131
10 TEL - Telefoonmenu ...........203
11 2 - Radio, kort indrukken:
Naar vorige
radiofrequentie zoeken .......150
Lang indrukken:
Automatisch zender
zoeken ................................ 150
12 TEXT - Radiotekstin‐
formatie weergeven ............153
13 AUX-ingang ......................... 157
Page 129 of 373

Infotainmentsysteem1271æ: Verduister het scherm
(alleen de klok en
informatie over het
audiosysteem worden
weergegeven) .....................131
2 ñRadio : Audiobron
overschakelen op radio .......148
3 üMedia : Audiobron
wijzigen - USB, iPod ...........158
BT (Bluetooth) .....................162
AUX ..................................... 157
4 Buitentemperatuur
(afhankelijk van de versie) ..131
5 yTelefoon : Telefoonmenu ..203
6 Klok ..................................... 131
7 X: In-/uitschakelen .............131
Volume hoger/lager zetten ..131
8 M USB-poort ........................ 158
9 AUX-ingang ......................... 157
10 ÿInstellingen : Audio-
instellingen, bijv. Geluids‐
instellingen .......................... 140
Volume-instellingen ............142
Connectiviteitsinstellingen ..131Display-instellingen .............131
Systeeminstellingen ............143
11 ýNav : Navigatiemenu .........170
12 _Kaart : Kaart weergeven . 170
Page 131 of 373

Infotainmentsysteem1291Audio-informatie, bijv.
Radio ................................... 148
Randapparatuur ..................157
M USB-apparaten ................158
Bluetooth-muziek ................162
2 H: Systeemmeldingen
(mits aanwezig) ...................131
3 y: Telefoonstatus ...............203
Gesprekkenlijst ...................212
4 Buitentemperatuur ..............131
5 Klok ..................................... 131
6 Verkeersberichten (indien
van toepassing) ..................192
7 R: Lijsten weergeven:
omhoog bladeren ................131
Kaart: Schaal aanpassen ....192
8 Menukeuze, acties
bevestigen .......................... 131
9 S: Lijsten weergeven:
omlaag bladeren .................131
Kaart: Schaal aanpassen ....192
10 ;: Startpagina ....................13111m = Indrukken: In-/
uitschakelen ........................ 131
Draaien: Volume
aanpassen .......................... 131
12 Navigatie: Richting en
afstand tot volgende rich‐
tingsverandering .................170
13 <: Pop-upmenu ..................131
14 Navigatiedisplay ..................170
Kaart ................................... 192
15 f: Favorieten, bijv. voor
Navigatie ⇑ ......................... 170
Media t (bijv. Radio) ..........148
Telefoon g.......................... 203
Services N......................... 173
16 Zuinig rijden (Eco Driving) ... 131
17 Menu : Hoofdmenu openen . 131Bedieningselementen op
stuurkolom - Type A
Page 132 of 373

130Infotainmentsysteem1 MEDIA - Audiobron
wijzigen ............................... 131
2 RADIO - Radiofrequentie‐
bereik wijzigen ....................148
3 ! - Volume verhogen .......... 131
4 @ - Stilte/Stilte opheffen ......131
5 78 - Telefoongesprek
aannemen/beëindigen ........212
6 # - Volume verlagen ...........131
7 5 - Stemherkenning ............203
8 Draaien: Omhoog/omlaag
bewegen in
displaymenu's, volgende/
vorige radiovoorkeuren
selecteren /
radiofrequentie /
audionummer .....................150
Indrukken: Handelingen
bevestigen .......................... 148Bedieningselementen op
stuurkolom - Type B1 SOURCE/AUDIO -
Audiobron wijzigen ..............131
2 78 ...................................... 203
Telefoongesprek
aannemen/beëindigen ........212
@ - Stilte/Stilte opheffen ......131
3 ! - Volume verhogen,
stilte/stilte opheffen .............131
4 # - Volume verlagen,
stilte/stilte opheffen .............131
5 MODE/OK - Handelingen
bevestigen, audiomodus
wijzigen ............................... 148
Telefoongesprek
aannemen/beëindigen ........212
6 Draaien: Displaymenu-
opties oproepen,
volgende/vorige
radiovoorkeur /
radiofrequentie /
audionummer .....................148
Page 133 of 373

Infotainmentsysteem131Let op
Mits aanwezig, kan de stemherken‐
ningsknop 5 op de knoppen op de
stuurkolom zitten.
Gebruik
Bedieningselementen van
infotainment
Het Infotainmentsysteem wordt
bediend met toetsen, draaiknoppen
en/of displaymenu's.
Invoer kan plaatsvinden via: ● de centrale bedieningseenheid in
het instrumentenpaneel 3 124 of
● de bedieningselementen op de stuurkolom 3 124
● het stemherkenningssysteem (indien beschikbaar) 3 200
● het touchscreen (NAVI 50 IntelliLink,
NAVI 80 IntelliLink) 3 139
Let op
In de volgende hoofdstukken
worden alleen de meest recht‐
streekse manieren voor de menube‐diening beschreven. In sommige
gevallen kunnen er andere opties zijn.
Infotainmentsysteem in- of
uitschakelen
Schakel het Infotainmentsysteem
met X in.
De eerder gebruikte audiobron is
actief.
Druk op X (of houd deze ingedrukt,
afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem) om het Infotainmentsysteem
weer uit te schakelen.
Let op
Wanneer het Infotainmentsysteem
uitgeschakeld is (afhankelijk van de
versie), wordt/-en mogelijk de klok
en/of de buitentemperatuur weerge‐
geven.NAVI 50 IntelliLink:
Het Infotainmentsysteem schakelt
automatisch in/uit wanneer het
contact in/uit wordt geschakeld. Of
druk zo nodig op X.
Houd X 5 seconden ingedrukt om het
systeem opnieuw te starten.NAVI 80 IntelliLink:
Het Infotainmentsysteem schakelt
automatisch in wanneer het contact wordt ingeschakeld (afhankelijk van
de versie). Of druk zo nodig op X.
De volgende opties kunnen verschij‐
nen (afhankelijk van versie):
● Instellingen wijzigen (om het
delen van gegevens goed te
keuren of te weigeren)
Op het systeem verschijnt een
scherm ter bevestiging van de
goedkeuring van het delen van
gegevens na aantikken van
Instellingen wijzigen .
Let op
Als het delen van gegevens is uitge‐
schakeld, werken bepaalde functies
wellicht niet naar behoren.
● Taal (om de systeemtaal te wijzi‐
gen)
● Gereed (om door te gaan naar de
startpagina)
● Help (voor nadere informatie)