bluetooth OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 208 of 373

206InfotainmentsysteemDruk op / om niet meer met het toet‐
senbord te werken en terug naar het
vorige scherm te gaan.
NAVI 50 IntelliLink,
NAVI 80 IntelliLink
Gebruik de aanraaktoetsen op het
displayscherm om tekens in te voeren en tussen tekens te bewegen met het
numerieke toetsenbord.
Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken k.
Afhankelijk van de versie raakt u r
aan om niet meer met het toet‐
senbord te werken en terug naar het
vorige scherm te gaan.
Ga voor meer informatie naar "Bedie‐ ning met touchscreen" 3 139.
Verbinding Een mobiele telefoon moet op het
handsfree-telefoonsysteem zijn
aangesloten om de functies ervan te
regelen via het Infotainmentsysteem.
Er kan geen telefoon op het systeem
zijn aangesloten tenzij deze eerst
gekoppeld is. Raadpleeg hetgedeelte Bluetooth-verbinding
( 3 208) voor het koppelen van een
mobiele telefoon aan het handsfree-
telefoonsysteem via Bluetooth.
Bij ingeschakeld contact zoekt het
handsfree-telefoonsysteem naar
gekoppelde telefoons in de omge‐
ving. Bluetooth moet geactiveerd zijn
op de mobiele telefoon; anders
herkent het handsfree-telefoonsys‐
teem de telefoon niet. Het zoeken
gaat door tot een gekoppelde tele‐
foon is gevonden. Een displaybericht
geeft aan dat de telefoon is aange‐
sloten.
Let op
Wanneer een Bluetooth-verbinding
actief is, wordt bij gebruik van het
handsfree-telefoonsysteem de
batterij van de mobiele telefoon
sneller ontladen.
Automatische verbinding
Uw telefoon wordt wellicht alleen
automatisch verbonden terwijl het
systeem ingeschakeld is, als de auto‐ matische Bluetooth-verbindingsfunc‐tie op uw mobiele telefoon geacti‐
veerd is; raadpleeg de bedieningsin‐
structies van de mobiele telefoon.
Let op
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem wordt, wanneer een gekop‐
pelde telefoon opnieuw wordt
verbonden of wanneer twee gekop‐
pelde telefoons zich binnen het
bereik van het handsfree-telefoon‐
systeem bevinden, ofwel de telefoon met voorrang (indien gedefinieerd)
ofwel de laatst verbonden telefoon
automatisch verbonden, zelfs als
deze telefoon zich buiten de auto
maar nog binnen het bereik van het
handsfree-telefoonsysteem bevindt.
Tijdens een automatisch verbinding
schakelt de conversatie automatisch
naar de microfoon en luidsprekers
van de auto als een gesprek reeds
aan de gang is.
Page 209 of 373

Infotainmentsysteem207Als de verbinding mislukt:● controleer of de telefoon inge‐ schakeld is
● controleer of de batterij van de telefoon niet leeg is
● controleer of de telefoon reeds gekoppeld is
De Bluetooth-functie van de mobiele
telefoon en van het handsfree-tele‐
foonsysteem moet ingeschakeld zijn
en de mobiele telefoon moet geconfi‐
gureerd zijn om het verbindingsver‐
zoek van het systeem te accepteren.
Handmatige verbinding
Radio 15 USB
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten drukt u op
TEL en selecteert u het menu
Selecteer apparaat . De apparatenlijst
toont de telefoons die al gekoppeld
zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door op OK te druk‐
ken. Een displaybericht bevestigt de telefoonaansluiting.NAVI 50 IntelliLink
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten, raakt u 7 aan,
gevolgd door ÿInstellingen en dan
Connectiviteit (of selecteer Telefoon
op de startpagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . De appara‐
tenlijst toont de telefoons die al
gekoppeld zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door OK aan te
tikken. Afhankelijk van de versie verschijnt J naast de geselecteerde
telefoon om de verbinding aan te geven.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina de telefoon te wijzigen die met het handsfree-
telefoonsysteem is verbonden, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . De apparatenlijst toont de
telefoons die al gekoppeld zijn. Kies
de gewenste telefoon uit de lijst.Telefoonkoppeling verbreken
Wanneer de mobiele telefoon uitge‐
schakeld wordt, wordt de koppeling
tussen de telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbroken.
Als tijdens het verbreken van de
koppeling een gesprek reeds aan de
gang is, wordt de conversatie auto‐
matisch naar de mobiele telefoon
geschakeld.
Radio 15 USB
Voor het verbreken van de koppeling
van een telefoon van het Infotain‐
mentsysteem drukt u op TEL (of
SETUP ) en selecteert u Bluetooth-
verbinding . Selecteer het gewenste
apparaat uit de apparatenlijst en selecteer vervolgens Apparaat
loskoppelen door aan OK te draaien
en deze in te drukken. Een display‐
bericht bevestigt het verbreken van
de koppeling van de telefoon.
NAVI 50 IntelliLink
Om de koppeling tussen een telefoon en het Infotainmentsysteem te
verbreken, raakt u, afhankelijk van de
versie, 7 aan, gevolgd door
Page 210 of 373

208InfotainmentsysteemÿInstellingen en dan Connectiviteit
(of selecteer yTelefoon op de start‐
pagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . Selecteer in
de weergegeven lijst de telefoon
waarvan u de koppeling wilt verbre‐
ken; I verschijnt naast de telefoon
ter indicatie dat de koppeling ervan
wordt verbroken.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina de koppe‐
ling van een telefoon met het Infotain‐
mentsysteem te verbreken, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . Selecteer in de getoonde
lijst de telefoon waarvan de koppeling verbroken moet worden.
Telefoon met voorrang definiëren
Radio 15 USB
De telefoon met voorrang is de laatst
verbonden telefoon.Na het inschakelen van het contact
zal het handsfree-telefoonsysteem
eerst naar de telefoon met voorrangs‐
koppeling gaan zoeken. Het zoeken
gaat door tot een gekoppelde tele‐
foon is gevonden.
Bluetooth-verbinding
Bluetooth is een radiografische norm
voor het draadloos verbinden van
bijv. een telefoon met andere appa‐
ratuur.
Informatie zoals een contactlijst voor
de mobiele telefoon en gesprekken‐
lijsten kunnen worden overgedragen. Welke functies er beschikbaar zijn,
hangt af van het model telefoon.
Voorwaarden Aan de volgende voorwaarden moetworden voldaan om een Bluetooth-compatibele mobiele telefoon via hetInfotainmentsysteem te regelen:
● De Bluetooth-functie van het Infotainmentsysteem moet geac‐tiveerd zijn.● De Bluetooth-functie van de Bluetooth-compatibele mobiele
telefoon moet worden geacti‐
veerd (zie gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon).
● Afhankelijk van de mobiele tele‐ foon kan het nodig zijn om het
apparaat op "zichtbaar" in te stel‐
len (zie de bedieningsinstructies
van de mobiele telefoon).
● De mobiele telefoon moet aan/op
het Infotainmentsysteem gekop‐
peld en aangesloten zijn.
Bluetooth-functie van het
Infotainmentsysteem activeren
Radio 15 USB
Om het Infotainmentsysteem een
Bluetooth-compatibele mobiele tele‐ foon te laten herkennen en bedienen
moet de Bluetooth-functie eerst geac‐
tiveerd zijn. Deactiveer de functie als
deze niet nodig is.
Druk op TEL en selecteer Bluetooth
door aan OK te draaien en deze in te
drukken.
Selecteer AAN of UIT en bevestig
door op de knop te drukken.
Page 211 of 373

Infotainmentsysteem209NAVI 50 IntelliLink
Raak 7 aan, gevolgd door
ÿ Instellingen .
Selecteer Connectiviteit voor de
volgende opties:
● Bluetooth-apparatenlijst bekijken
● Bluetooth-apparaat zoeken
● Extern apparaat goedkeuren
● Wachtwoord wijzigen
● Smartphone
Beschikbaar afhankelijk van de
versie. Voor hulp met activeren
en bedienen van stembediening
kunt u "Stemherkenning" raad‐
plegen 3 200.
Als het scherm voor Connectiviteit
wordt weergegeven, kunnen appara‐
ten met ingeschakelde Bluetooth aan
het Infotainmentsysteem worden
gekoppeld.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina naar het
menu Telefooninstellingen te gaan,
tikt u MENU aan, gevolgd door
g Telefoon en Instellingen .De volgende opties worden getoond:
● Apparaten beheren
● Geluidsniveaus
● Voicemail
● Bluetooth activeren
● Telefoongegevens automatisch
downloaden (aan/uit)
Selecteer Bluetooth inschakelen om
het vakje ☑ ernaast aan te vinken.
Apparaten met ingeschakelde Blue‐
tooth kunnen nu met het Infotain‐
mentsysteem worden gekoppeld.
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Telefooninstellingen" in het hoofd‐
stuk "Bediening" voor meer informatie 3 212.
Mobiele telefoon koppelen aan
het handsfree-telefoonsysteem
Om het handsfree-telefoonsysteem
te kunnen gebruiken, moet er een
verbinding tot stand worden gebracht tussen de mobiele telefoon en het
systeem via Bluetooth, d.w.z. de
mobiele telefoon moet vóór gebruik
aan de auto gekoppeld worden.
Daarom moet de mobiele telefoonBluetooth ondersteunen. Raadpleeg
de bedieningsinstructies van de
mobiele telefoon.
Om een Bluetooth-verbinding tot
stand te brengen, moet het hands‐
free-telefoonsysteem ingeschakeld en moet Bluetooth op de mobiele tele‐ foon geactiveerd zijn.
Let op
Als een andere telefoon tijdens een
nieuwe koppelingsprocedure auto‐
matisch wordt aangesloten, wordt
deze automatisch losgekoppeld om
de nieuwe koppelingsprocedure te laten plaatsvinden.
Door het koppelen kan het handsfree-
telefoonsysteem een mobiele tele‐
foon herkennen en in de apparaten‐ lijst opslaan. Er kunnen maximaalvijf mobiele telefoons worden gekop‐
peld en in de apparatenlijst worden
opgeslagen, maar er kan er maar één
tegelijkertijd verbonden zijn.
Let op
Afhankelijk van de versie van
NAVI 50 IntelliLink kunnen maxi‐ maal acht mobiele telefoons worden
gekoppeld.
Page 212 of 373

210InfotainmentsysteemWanneer het koppelen voltooid is,
wordt een bericht met de naam van
de gekoppelde telefoon op het
displayscherm van het Infotainment‐
systeem getoond en wordt de tele‐
foon automatisch met het handsfree-
telefoonsysteem verbonden. De
mobiele telefoon kan dan via de
bedieningselementen van het Info‐
tainmentsysteem worden bediend.
Let op
Wanneer een Bluetooth-verbinding
actief is, wordt bij gebruik van het
handsfree-telefoonsysteem de
batterij van de mobiele telefoon
sneller ontladen.
Radio 15 USB
Koppel een telefoon aan het hands‐
free-telefoonsysteem door op TEL te
drukken en selecteer Apparaat
koppelen door aan OK te draaien en
deze in te drukken. Het scherm
Gereed voor koppelen verschijnt.
Zoek op de mobiele telefoon naar Bluetooth-apparaten in de buurt van
het apparaat.
Selecteer My Radio (d.w.z. de naam
van het handsfree-telefoonsysteem)
uit de lijst op de mobiele telefoon envoer via het toetsenbord van de
mobiele telefoon de koppelingscode
in die op het displayscherm van het
Infotainmentsysteem staat weerge‐
geven.
Als het koppelen mislukt, gaat het
systeem terug naar het vorige menu
en verschijnt er een dienovereenkom‐
stig bericht. Herhaal de procedure zo
nodig.
NAVI 50 IntelliLink
Raak 7 aan, gevolgd door
ÿ Instellingen .
Selecteer Connectiviteit , gevolgd
door Bluetooth-apparaat zoeken of
Extern apparaat goedkeuren .
Eventueel kunt u op het menuscherm Telefoon de optie y aantikken.
Zoek op de mobiele telefoon naar
Bluetooth-apparaten in de buurt van
het apparaat.
Selecteer de naam van het hands‐
free-telefoonsysteem (bijv.
MEDIA-NAV ) uit de lijst op de mobiele
telefoon en voer dan (zo nodig) via
het toetsenbord van de mobiele tele‐foon de koppelingscode in die op het
displayscherm van het Infotainment‐
systeem staat weergegeven.
Let op
De koppelingscode wordt wellicht
alleen korte tijd op het display van
het Infotainmentsysteem weergege‐ ven.
De standaard koppelingscode is
0000 . Selecteer Wachtwoord
wijzigen om deze koppelingscode te
wijzigen voordat de koppelingsproce‐
dure wordt gestart.
Herhaal zo nodig de procedure als
het koppelen mislukt.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina naar het
menu Telefooninstellingen te gaan,
tikt u MENU aan, gevolgd door
g Telefoon en Instellingen .
Selecteer Apparaten beheren uit de
lijst met opties. Op het display
verschijnt een bericht waarin u wordt
gevraagd om een Bluetooth-verbin‐
ding tussen uw apparaat en het Info‐
tainmentsysteem tot stand te bren‐
gen. Selecteer Ja om door te gaan.
Het Infotainmentsysteem gaat
Page 213 of 373

Infotainmentsysteem211zoeken naar Bluetooth-apparatuur in
de buurt en toont vervolgens een lijst
met apparaten.
Selecteer uw apparaat uit de
getoonde lijst. Afhankelijk van het
telefoonmodel bevestigt u het koppe‐ lingsverzoek of voert u de koppelings‐
code in op het toetsenblok van de
mobiele telefoon om de koppeling
met het Infotainmentsysteem tot
stand te brengen.
Om andere apparaten te koppelen,
tikt u op het scherm Apparaten
beheren de optie < aan om een pop-
upmenu te openen. Hier selecteert u
Toevoegen om andere apparaten op
dezelfde wijze te koppelen.
Herhaal zo nodig de procedure als het koppelen mislukt.
Koppeling tussen mobiele
telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbreken
Wanneer de lijst met gekoppelde tele‐
foons vol is, kan een nieuwe telefoon
alleen gekoppeld worden wanneer de bestaande koppeling van een tele‐
foon wordt verbroken.Let op
Bij het ontkoppelen van een telefoon
worden alle gedownloade contacten en de belgeschiedenis in het tele‐
foonboek van het handsfree tele‐
foonsysteem gewist.
Radio 15 USB
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. een telefoon uit het geheugen
van het handsfree-telefoonsysteem
te verwijderen, drukt u op TEL en
selecteert u Apparaat verwijderen .
Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en druk op OK om het
verwijderen te bevestigen wanneer
daarom wordt gevraagd.
NAVI 50 IntelliLink
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. een telefoon uit het geheugen van het handsfree-telefoonsysteem
te verwijderen, raakt u 7 aan,
gevolgd door ÿInstellingen .
Selecteer Connectiviteit en
Bluetooth-apparatenlijst bekijken .
Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en tik ë aan om het
apparaat te verwijderen. Verwijder zo
nodig alle apparaten door Opties teselecteren, gevolgd door Alles
verwijderen . Bevestig de keuze door
OK aan te tikken.
NAVI 80 IntelliLink
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. dat een telefoon uit het geheu‐
gen van het handsfree-telefoonsys‐
teem wordt verwijderd, gaat u naar
het scherm Apparaten beheren .
Tik op de startpagina MENU daarna
g Telefoon aan, gevolgd door
Instellingen .
Selecteer Apparaten beheren en tik
< aan om een pop-upmenu te
openen. Selecteer vervolgens
Verwijderen en verwijder het geselec‐
teerde apparaat van de lijst.
Noodoproep9 Waarschuwing
Beëindig het gesprek pas als de
alarmcentrale u daarom vraagt.
Page 214 of 373

212InfotainmentsysteemNAVI 50 IntelliLinkHet alarmnummer voor de huidige
locatie zien: raak 7 aan, gevolgd
door sKAART (beschikbaar afhan‐
kelijk van de versie).
Selecteer Opties en Waar ben ik? .
Wanneer het scherm Waar ben ik?
verschijnt, raakt u Opties gevolgd
door Landinformatie aan: Het alarm‐
nummer (bijv. 112) verschijnt op het display.
Bediening Inleiding
Wanneer een Bluetooth-verbinding
tot stand is gebracht tussen een
mobiele telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem, kunnen bepaalde
functies van de mobiele telefoon via
de bedieningselementen van het info‐ tainmentsysteem of het display
worden bediend.
Het is dan bijv. mogelijk om de
contacten en telefoonnummers die op de mobiele telefoon zijn opgeslagen,
in het handsfree-telefoonsysteem te
importeren.Let op
Het geheugen van het Infotainment‐ systeem is beperkt en sommigecontacten worden mogelijk niet
gedownload van de mobiele tele‐
foon.
De contacten die op de simkaart in
de mobiele telefoon zijn opgeslagen, zijn niet zichtbaar. Alleen op de tele‐
foon opgeslagen contacten zijn
zichtbaar.
Nadat de verbinding tot stand is
gebracht, worden de gegevens van
de mobiele telefoon naar het hands‐
free-telefoonsysteem gezonden.
Afhankelijk van het model telefoon
kan dit enige tijd duren. Tijdens de
gegevensoverdracht is het bedienen van de mobiele telefoon via het Info‐
tainmentsysteem slechts beperkt
mogelijk.
Let op
Niet elke mobiele telefoon onder‐
steunt de functies van het hands‐
free-telefoonsysteem. Daarom kan
het bereik aan beschreven functies afwijken.Menu Telefoon
Het Telefoon -menu weergeven:
● druk op 6TEL
- of -
● druk op TEL
- of -
● raak 7 aan, gevolgd door
y Telefoon (NAVI 50 IntelliLink)
raak op de startpagina
MENU aan, gevolgd door
g Telefoon (NAVI 80 IntelliLink)
Volumeregeling Radio 15 USB
Draai tijdens een oproep aan m of
druk op ! of # (op de knoppen op de
stuurkolom) om het volume van de
oproep te wijzigen.
NAVI 50 IntelliLink
Druk tijdens een oproep op ! of #
met de knoppen op de stuurkolom om het volume van de oproep te wijzigen.
Page 220 of 373

218Infotainmentsysteem(om een pop-upmenu te openen)
en selecteer Handset.
In sommige gevallen wordt de
telefoon tijdens het doorschake‐
len van een oproep losgekoppeld van het Infotainmentsysteem.
● Oproep beëindigen: Raak Oproep beëindigen aan.
● Terug naar vorige menu: Druk op
r .
Telefooninstellingen NAVI 50 IntelliLinkStandaard telefooninstellingen
herstellen
Om te allen tijde naar het instellingen‐ menu te gaan, raakt u 7 aan, gevolgd
door ÿINSTELLING(EN) .
Selecteer Systeem, gevolgd door
Fabrieksinstellingen en Telefoon om
de standaardwaarden van de tele‐
fooninstellingen terug te zetten.
Bevestig de keuze door OK aan te
tikken.Softwareversie weergeven
Om te allen tijde naar het instellingen‐ menu te gaan, raakt u 7 aan, gevolgd
door ÿINSTELLING(EN) .Selecteer Systeem, gevolgd door
Systeemversie om de softwareversie
weer te geven.
NAVI 80 IntelliLink
Tik op de startpagina MENU daarna
g Telefoon aan, gevolgd door
Instellingen .
Maak een keuze uit de volgende
opties:
● Apparaten beheren :
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Een mobiele telefoon koppelen"
in het hoofdstuk "Bluetooth-
verbinding" 3 208.
● Geluidsniveaus :
Het gespreksvolume en de
beltoon van het handsfree-tele‐
foonsysteem instellen.
● Voicemail :
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Voicemailbox" hierboven.
● Bluetooth activeren :
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Bluetooth activeren" in hethoofdstuk "Bluetooth-verbinding" 3 208.
● Telefoongegevens automatisch
downloaden :
Selecteer deze optie door het
vakje ☑ ernaast aan te vinken.
Zodra de mobiele telefoon met
het Infotainmentsysteem is
gekoppeld en/of verbonden,
kunnen de contactlijst en de
gesprekkenlijsten van de
mobiele telefoon naar het hands‐ free-telefoonsysteem worden
gedownload.
Het delen van gegevens moet
eveneens worden toegestaan op
de telefoon. Raadpleeg de bedie‐
ningsinstructies voor de mobiele
telefoon of de netwerkprovider.
Page 341 of 373

Klantinformatie339REACH
Registration, Evaluation, Authorisa‐
tion and Restriction of Chemicals (REACH) is een bepaling van de
Europese Unie die is aangenomen
om de menselijke gezondheid en het
milieu beter te beschermen tegen de
gevaren die door de chemicaliën
kunnen worden veroorzaakt. Ga naar www.opel.com/reach voor meer infor‐ matie en voor toegang tot Artikel 33.
Gedeponeerde handelsmerkenApple Inc.
Apple CarPlay™ is een handelsmerk
van Apple Inc.
App Store ®
en iTunes Store ®
zijn
gedeponeerde handelsmerken van
Apple Inc.
iPhone ®
, iPod ®
, iPod touch ®
, iPod
nano ®
, iPad ®
en Siri ®
zijn gedepo‐
neerde handelsmerken van Apple
Inc.Bluetooth SIG, Inc.
Bluetooth ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc.DivX, LLC
DivX ®
en DivX Certified ®
zijn gedepo‐
neerde handelsmerken van DivX,
LLC.EnGIS Technologies, Inc.
BringGo ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van EnGIS Technolo‐
gies, Inc.Google Inc.
Android™ en Google Play™ Store
zijn handelsmerken van Google Inc.Stitcher Inc.
Stitcher™ is een handelsmerk van
Stitcher, Inc.Verband der Automobilindustrie e.V.
AdBlue ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van de VDA.Registratie van
voertuigdata en privacy
Event Data Recorders(EDR)
Er zijn elektronische regeleenheden
in uw auto gemonteerd. Regeleenhe‐ den verwerken gegeven die, bijvoor‐
beeld, afkomstig zijn van autosenso‐
ren of die de regeleenheden zelf
aanmaken of onderling uitwisselen.
Sommige regeleenheden zijn vereist
voor een veilige werking van uw auto,
andere bieden ondersteuning tijdens
het rijden (bestuurdersondersteu‐
ningssystemen) of verzorgen
comfort- of infotainmentfuncties.
Hieronder volgt algemene informatie
over gegevensverwerking in de auto.
U vindt extra informatie over welke
specifieke gegevens worden
geüpload, opgeslagen en doorgege‐
ven aan derden en voor welke doel‐
einden in uw auto onder het trefwoord
Gegevensbescherming gekoppeld
aan de verwijzingen voor de desbe‐
treffende functionele eigenschappen
in de desbetreffende
Page 363 of 373

361Antivries...................................... 287
Apparaat van Bluetooth- apparatenlijst verwijderen .......208
Armsteun ..................................... 54
Asbakken ..................................... 93
AST (Autostore-lijst) ...................152
Audio-apparaat aansluiten .........162
Audio-apparaat koppelen ...........162
Audio-instellingen .......................140
Audiospelers ............................... 131
Autogegevens ............................ 333
Automatische telefoonverbinding 206
Automatische verlichting ............ 112
Automatische zenderopslag .......152
Automatische zoom ....................173
Automatisch gesprek in de wacht 212
Automatisch uitschakelen ...........131
Automatisch vergrendelen ......24, 30
Automatisch zender zoeken .......150
Auto ontgrendelen .........................6
Auto reinigen .............................. 324
Auto slepen ................................ 322
Auto stallen ......................... 284, 289
Autostop ....................... 17, 240, 241
Autostore-lijsten .......................... 152
Auto wassen ............................... 324
AUX-ingang ................................ 157B
Bagageruimte ......................... 24, 78
Bagageruimteverlichting .............117
Balance....................................... 140
Banden ...................................... 306
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 310
Bandenreparatieset ...................311
Bandenspanning .......................306
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 104, 308
Bandenspanningswaarden ........334
Banden verwisselen ...................315
Bass............................................ 140
Batterij vervangen....................... 173
Bediening ........................... 162, 212
Bediening kiepbak ......................348
Bediening navigatie ....................202
Bedieningselementen instrumentenpaneel ................124
Bedieningselementen stuurkolom............................... 124
Bedieningselementen van infotainment............................. 131
Bedieningsorganen ......................87
Bedieningsrichtlijnen voor telefoon ................................... 219
Bedieningsstanden .....................131
Bediening van displayscherm.... ........................................ 131, 203Beeldinstellingen........................131
Beeldscherm............................... 131
Begeleiding ................................ 192
Begeleiding uitschakelen ............192
Bekerhouders ......................... 76, 77
Bekleding .................................... 326
Bekijk kaart ................................. 192
Beladingsinformatie .............84, 344
Beperkte snelheid .......................106
Bereid de route vooraf voor ........185
Beslagen lampglazen ................116
Bestemming................................ 173
Bestemming selecteren ..............185
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 263
Beveiligingscode ........................122
Beveiliging van de auto ................37
Binnenspiegels ............................. 42
Binnenverlichting ...............117, 298
Blindehoeksysteem ....................271
Bluetooth .................................... 203
Bluetooth-apparaat zoeken ........208
Bluetooth-apparatenlijst ..............208
Bluetooth-functie activeren .........208
Bluetooth-functie deactiveren .....208
Bluetooth-muziek ........................162
Bluetooth-verbinding ..........162, 208
Bodemvrijheid ............................. 244
Bolle vorm .................................... 40
Boordcomputer ........................... 131