radio OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 23 of 373

Sleutels, portieren en ruiten21Car Pass
Op de Car Pass staan veiligheids‐
technische autogegevens. Daarom
moet deze goed worden bewaard.
Een eventueel ingeschakelde werk‐
plaats heeft voor het verrichten van
bepaalde werkzaamheden deze
autogegevens nodig.
Handzender
Wordt gebruikt voor: ● centrale vergrendeling
● vergrendelingssysteem
● diefstalalarmsysteem
Afhankelijk van het model is de auto voorzien van een handzender met 2
of 3 toetsen.
De afstandsbediening heeft een
bereik van ca. 5 m. Dit kan worden
beïnvloed door externe factoren.
Brandende alarmknipperlichten
dienen als bevestiging.
Handzender met zorg behandelen,
vochtvrij houden, beschermen tegen
hoge temperaturen en onnodig
gebruik vermijden.
Storing
Als de centrale vergrendeling niet met
de handzender kan worden vergren‐
deld of ontgrendeld, kan dit het
gevolg zijn van het volgende:
● Het bereik wordt overschreden.
● De accuspanning is te laag.
● Herhaald, opeenvolgend gebruik van de handzender buiten hetbereik, waardoor het systeem
opnieuw moet worden gepro‐
grammeerd in een werkplaats.
● Overbelasting van de centrale vergrendeling door herhaalde,
snel opeenvolgende activeringvan de afstandsbediening, waar‐
door de stroomvoorziening voor korte tijd wordt onderbroken.
● Storing door radiogolven afkom‐ stig van externe zenders met eenhoog vermogen.
Ontgrendelen 3 24.
Batterij van de handzender
vervangen
Zodra de reikwijdte afneemt, de
batterij meteen vervangen.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Page 25 of 373

Sleutels, portieren en ruiten23Accu elektronische sleutel
vervangen
Batterij meteen vervangen zodra hetsysteem niet meer goed werkt of het
bereik ervan afneemt.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Batterijvak openen door een munt‐
stuk in de sleuf te steken en dit te verdraaien.
Batterij vervangen (batterijtype
CR2016), hierbij op de juiste plaat‐
sing letten.
Let op
Raak bij het vervangen van de batte‐ rij niet het elektronische circuit in de
klep ervan aan.
De twee helften van de behuizing op
elkaar plaatsen en erop letten dat ze
goed ingrijpen.
Storing
Als de centrale vergrendeling niet kan
worden bediend of als de motor niet
kan worden gestart, kan dit de
volgende oorzaken hebben:
● storing in elektronische sleutel
● elektronische sleutel buiten het ontvangstbereik
● batterijspanning te laag
● overbelasting van de centrale vergrendeling door herhaalde,
snel opeenvolgende activeringvan de handzender, waardoor de
stroomvoorziening voor korte tijd
wordt onderbroken
● storing door radiogolven afkom‐ stig van externe zenders met eenhoog vermogen
Portiersloten
Diefstalvergrendeling
Open het portier en schakel de dief‐
stalvergrendeling in om te voorkomen
dat de voorportieren van buiten af
wordt geopend.
Page 42 of 373

40Sleutels, portieren en ruitenwaarschuwingsknipperlichten knip‐
peren. Voor het aantal en de duur van
de alarm signalen verwijzen we naar
de toepasselijke wetgeving.
Indien de accu van de auto wordt
losgekoppeld of de stroomvoorzie‐
ning wordt onderbroken, zal de
alarmsirene afgaan. Daarom vóór het
loskoppelen van de voertuigaccu het
diefstalalarmsysteem uitschakelen.
Om een alarmsirene uit te zetten
(indien geactiveerd) en hiertoe het
diefstalalarmsysteem uit te schake‐
len, de voertuigaccu opnieuw aanslui‐ ten en de auto ontgrendelen met toets
c op de handzender (of het contact
inschakelen).
Startbeveiliging
Het systeem is onderdeel van de
contactschakelaar en controleert of
de auto met de sleutel mag worden
gestart.
De startbeveiliging wordt automatisch
geactiveerd na het verwijderen van
de sleutel uit het contactslot, ofwanneer de motor wordt afgezet
zonder de sleutel uit het contactslot te
verwijderen.
Als de motor niet kan worden gestart,
contact uitschakelen en sleutel eruit
trekken, ongeveer 2 seconden wach‐
ten en opnieuw proberen te starten.
Als dat niet lukt, kunt u proberen om
de motor met de reservesleutel te
starten en daarna de hulp van een
werkplaats inroepen.
Let op
RFiD-tags (Radio Frequency Identi‐
fication) kunnen de werking van de
sleutel storen. Houd de tag bij het
starten uit de buurt van de sleutel.
Let op
De startbeveiliging vergrendelt de
portieren niet. Vergrendel de auto na het verlaten altijd 3 24 en schakel
het diefstalalarmsysteem in 3 38.Buitenspiegels
Bolle vorm
De bolle buitenspiegel bevat een
asferisch gebied en verkleint de dode hoek. Door de vorm van de spiegellijken voorwerpen kleiner dan ze zijn,
waardoor afstanden moeilijker zijn in
te schatten.
Handmatig verstellen
Spiegels instellen door deze in de
gewenste richting te draaien.
De onderste spiegels zijn niet te
verstellen.
Page 122 of 373

120InfotainmentsysteemInfotainmentsystee
mInleiding ..................................... 121
Algemene aanwijzingen ..........121
Antidiefstalfunctie ....................122
Overzicht bedieningselementen .............124
Gebruik .................................... 131
Overzicht bediening aanraakschermen ..................139
Geluidsinstellingen ..................140
Volume-instellingen .................142
Systeeminstellingen ................143
Radio ......................................... 148
Gebruik .................................... 148
Zender zoeken ........................ 150
Autostore-lijsten .......................152
Radio Data System (RDS) ......153
Digital Audio Broadcasting ......156
AUX-ingang ............................... 157
Algemene aanwijzingen ..........157
Gebruik .................................... 157USB-poort.................................. 158
Algemene aanwijzingen ..........158
Opgeslagen audiobestanden afspelen .................................. 159
Streaming audio via Bluetooth ...162
Algemene informatie ...............162
Bediening ................................ 162
Externe apparaten .....................168
Afbeeldingen weergeven .........168
Films afspelen ......................... 168
Smartphone-applicaties gebruiken ................................ 169
Navigatie .................................... 170
Algemene aanwijzingen ..........170
Gebruik .................................... 173
Invoer van de bestemming ......185
Begeleiding .............................. 192
Symbolenoverzicht ..................200
Stemherkenning ........................200
Algemene aanwijzingen ..........200
Bediening navigatie .................202
Telefoonregeling ......................203
Telefoon ..................................... 203
Algemene aanwijzingen ..........203
Verbinding ............................... 206
Bluetooth-verbinding ...............208
Noodoproep ............................. 211Bediening................................ 212
Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur ...............219
Page 123 of 373

Infotainmentsysteem121Inleiding
Algemene aanwijzingen
Het Infotainmentsysteem levert state-
of-the-art informatie en vermaak in de auto.
De radio is uitgerust met kanaalvoor‐
keuren die kunnen worden toegewe‐
zen voor het FM-, AM- en ook DAB-
frequentiebereik (afhankelijk van
versie).
Externe gegevensopslagapparaten,
bijv. iPod, mp3-speler of USB-stick of een draagbare speler kunnen op het
Infotainmentsysteem worden aange‐
sloten. Externe geluidsbronnen
kunnen ook via Bluetooth worden
aangesloten.
De digitale soundprocessor biedt
diverse vooraf ingestelde klankinstel‐
lingen, waarmee u het geluid kunt
optimaliseren.
De dynamische routeplanning van
het navigatiesysteem begeleidt op
betrouwbare wijze naar de gekozen
bestemming en kan helpen files en
andere knelpunten te vermijden.Als optie kan het Infotainmentsys‐
teem worden gebruikt met de bedie‐
ningselementen op de stuurkolom, of
via het stemherkenningssysteem.
Het Infotainmentsysteem kan ook
worden uitgerust met een handsfree-
telefoonsysteem.
Door het goeddoordachte design van de bedieningselementen en de duide‐
lijke displays is het systeem gemak‐
kelijk en intuïtief te bedienen.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen
beschikbare opties en functies.
Bepaalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties,
gelden vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Rijd altijd veilig wanneer u het info‐
tainment-systeem gebruikt.
Stop bij twijfel de auto voordat u
het infotainment-systeem bedient.
Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kan gesis,
geruis, signaalvervorming of signaal‐
uitval optreden door:
● wijzigingen in de afstand tot de zender
● ontvangst van meerdere signa‐ len tegelijk door reflecties
● obstakels
Bij een slechte radio-ontvangst daalt
het volume automatisch voor een
minimaal storend effect.
Page 125 of 373

Infotainmentsysteem123Beveiligingscode invoerenWanneer het Infotainmentsysteem
voor heet eerst wordt ingeschakeld,
verschijnt een bericht op het display‐
scherm om een beveiligingscode in te
voeren, bijv. Radiocode, gevolgd
door 0000. Afhankelijk van het Info‐
tainmentsysteem is het mogelijk dat
het bericht alleen na een korte vertra‐ ging verschijnt.
Om het eerste cijfer van de beveili‐
gingscode in te voeren, drukt u
herhaalde malen op de cijfertoets 1
op de eenheid totdat het gewenste
nummer wordt weergegeven. Voer op
dezelfde manier het tweede, derde en
vierde cijfer in met de toetsen 2,
3 en 4.
Wanneer de volledige code wordt
weergegeven, houdt u de toets 6
ingedrukt tot er een akoestisch
signaal klinkt. Het systeem is ontgren‐
deld wanneer de correcte code is
ingevoerd.
NAVI 50 IntelliLink,
NAVI 80 IntelliLink : Voer de beveili‐
gingscode in met behulp van de
genummerde toetsen 0 tot 9 op hetaanraakscherm. Het systeem is
ontgrendeld wanneer de correcte
code is ingevoerd.
Verkeerde code ingevoerd
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem wordt, nadat de beveiligings‐
code verkeerd is ingevoerd, een
bericht voor verkeerde code, bijv.
Codefout , gevolgd door een aftel‐
waarde, bijv. Wacht 100 , weergege‐
ven.
Wacht totdat het aftellen is afgelopen en voer dan de juiste code in. Elkekeer dat de code verkeerd wordt inge‐
voerd, kan de afteltijd worden verdub‐
beld, afhankelijk van het Infotain‐
mentsysteem.
Geografisch gebied veranderen
Wanneer de beveiligingscode is inge‐ voerd, kunt u, afhankelijk van het Info‐
tainmentsysteem, moet u een
geografisch gebied kiezen, bijvoor‐
beeld:
● Europa
● Azië● Arabië
● Amerika
Schakel het Infotainmentsysteem uit
en druk tegelijk op de toets 1 en 5 en
m . Druk vervolgens op _ of 6 totdat
het gewenste gebied op het display‐
scherm wordt gemarkeerd en stel het in met toets 6.
Page 126 of 373

124InfotainmentsysteemOverzicht bedieningselementenRadio 15 USB
Page 127 of 373

Infotainmentsysteem1251m = Indrukken: In-/
uitschakelen ........................ 131
Draaien: Volume
aanpassen .......................... 131
2 Zendertoetsen 1...6 .............150
Kort indrukken: Zender
selecteren ........................... 150
Lang indrukken: Zender
opslaan ............................... 150
3 RADIO - Audiobron,
frequentiebereik wijzigen ....148
4 MEDIA - Audiobron
wijzigen ............................... 158
5 Draaiknop ............................ 131
Kort indrukken: Een
handeling bevestigen ..........131
Draaien: Menuopties van
display openen ....................131
6 / - Terug naar vorige
menu, een handeling
annuleren ............................ 13173 - Radio, kort indrukken:
Naar volgende
radiofrequentie zoeken .......150
Lang indrukken:
Automatisch zender
zoeken ................................ 150
8 M USB-poort ........................ 158
9 SETUP - Kort indrukken:
Instellingenmenu .................131
10 TEL - Telefoonmenu ...........203
11 2 - Radio, kort indrukken:
Naar vorige
radiofrequentie zoeken .......150
Lang indrukken:
Automatisch zender
zoeken ................................ 150
12 TEXT - Radiotekstin‐
formatie weergeven ............153
13 AUX-ingang ......................... 157
Page 129 of 373

Infotainmentsysteem1271æ: Verduister het scherm
(alleen de klok en
informatie over het
audiosysteem worden
weergegeven) .....................131
2 ñRadio : Audiobron
overschakelen op radio .......148
3 üMedia : Audiobron
wijzigen - USB, iPod ...........158
BT (Bluetooth) .....................162
AUX ..................................... 157
4 Buitentemperatuur
(afhankelijk van de versie) ..131
5 yTelefoon : Telefoonmenu ..203
6 Klok ..................................... 131
7 X: In-/uitschakelen .............131
Volume hoger/lager zetten ..131
8 M USB-poort ........................ 158
9 AUX-ingang ......................... 157
10 ÿInstellingen : Audio-
instellingen, bijv. Geluids‐
instellingen .......................... 140
Volume-instellingen ............142
Connectiviteitsinstellingen ..131Display-instellingen .............131
Systeeminstellingen ............143
11 ýNav : Navigatiemenu .........170
12 _Kaart : Kaart weergeven . 170
Page 131 of 373

Infotainmentsysteem1291Audio-informatie, bijv.
Radio ................................... 148
Randapparatuur ..................157
M USB-apparaten ................158
Bluetooth-muziek ................162
2 H: Systeemmeldingen
(mits aanwezig) ...................131
3 y: Telefoonstatus ...............203
Gesprekkenlijst ...................212
4 Buitentemperatuur ..............131
5 Klok ..................................... 131
6 Verkeersberichten (indien
van toepassing) ..................192
7 R: Lijsten weergeven:
omhoog bladeren ................131
Kaart: Schaal aanpassen ....192
8 Menukeuze, acties
bevestigen .......................... 131
9 S: Lijsten weergeven:
omlaag bladeren .................131
Kaart: Schaal aanpassen ....192
10 ;: Startpagina ....................13111m = Indrukken: In-/
uitschakelen ........................ 131
Draaien: Volume
aanpassen .......................... 131
12 Navigatie: Richting en
afstand tot volgende rich‐
tingsverandering .................170
13 <: Pop-upmenu ..................131
14 Navigatiedisplay ..................170
Kaart ................................... 192
15 f: Favorieten, bijv. voor
Navigatie ⇑ ......................... 170
Media t (bijv. Radio) ..........148
Telefoon g.......................... 203
Services N......................... 173
16 Zuinig rijden (Eco Driving) ... 131
17 Menu : Hoofdmenu openen . 131Bedieningselementen op
stuurkolom - Type A