sat nav OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 156 of 373

154InfotainmentsysteemDraai aan de draaiknop om RDS
SETUP te selecteren.
RDS in-/uitschakelen
Druk op Opties op het displayscherm.
U kunt de volgende instellingen wijzi‐
gen:
Schakel RDS-AF in/uit door op OK te
drukken. AF verschijnt op het display‐
scherm wanneer RDS actief is.
Tekstinformatie (radiotekst)
Bepaalde FM-zenders versturen
tekstinformatie die betrekking heeft
op het uitgezonden programma (bijv. naam van een nummer).
Druk op SETUP en draai aan OK om
het menu Radiotekst te openen.
Draai aan de draaiknop om Radio te
selecteren en druk op de knop om
deze informatie te bekijken.NAVI 50 IntelliLink
RDS configureren
Selecteer Opties. U kunt de volgende
instellingen wijzigen:
● RDS (Aan/Uit)
Schakel de ionisator uit als deze
niet nodig is.
● TA (Aan/Uit)
Zie hieronder.
● Regio /AF (Aan/Uit)
Zie hieronder.
● Nieuws (Aan/Uit)
Zie hieronder.
● AM (Aan/Uit)
Schakel de ionisator uit als deze
niet nodig is.
● Lijst bijwerken (start)
Zie (NAVI 50 IntelliLink) "Auto‐
store-lijsten" 3 152.TA (verkeersberichten)
Indien TA is ingeschakeld:
● Verkeersberichten van bepaalde FM-radiozenders (en DAB-
zenders, indien beschikbaar)
worden automatisch uitgezon‐
den.
● Tijdens het verkeersbericht wordt
het afspelen van radio en andere audiobronnen onderbroken.
Let op
Automatisch uitzenden van
verkeersberichten wordt uitgescha‐
keld als het frequentiebereik is inge‐
steld op AM.Regio/AF
Als de RDS-functie wordt geactiveerd en Regio /AF wordt ingeschakeld:
Afhankelijk van het geografische
gebied kan de frequentie van
bepaalde FM-zenders wijzigen.
Page 173 of 373

Infotainmentsysteem171Om de meest actuele realtime
verkeersinformatie te ontvangen,
neemt u een abonnement op de Live
diensten.
Let op
Alleen beschikbaar bij
NAVI 80 IntelliLink.
Werking van het
navigatiesysteem
Het navigatiesysteem gebruikt
sensoren om de positie en beweging
van de auto te bepalen.
De afgelegde afstand wordt bepaald
door het signaal van de snelheidsme‐ ter van de auto en richtingveranderin‐
gen bij bochten worden door een
gyrosensor bepaald. De positie wordt
bepaald door GPS-satellieten (Global Positioning System).
Door deze sensorsignalen te vergelij‐ ken met de digitale kaarten van het
navigatiesysteem, is het mogelijk om
nauwkeurig de positie van de auto te
bepalen.
Wanneer de auto voor het eerst wordt
gebruikt of na een tocht op een veer‐
boot enz., zal het systeem zichzelf
kalibreren. Het is daarom normaal dathet niet de exacte locatie aangeeft tot
de auto een bepaalde afstand heeft
afgelegd.
Nadat u de bestemming of nuttige plaats (eerstvolgend tankstation,
hotel enz.) hebt ingevoerd, wordt de
route vanaf uw huidige positie naar de gekozen bestemming berekend.
Routebegeleiding wordt geleverd via
stembegeleiding en het display‐
scherm.9 Waarschuwing
Gebieden zoals eenrichtingsstra‐
ten en voetgangerszones zijn niet
op de kaart van het navigatiesys‐
teem aangegeven. In dergelijke
gebieden kan het systeem een
waarschuwing geven die geac‐
cepteerd moet worden. Let
daarom in het bijzonder op
eenrichtingsstraten en andere
wegen en inritten waar u niet mag inrijden.
Let op
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem kan de radio-ontvangst tijdens
stembegeleiding en vóór elke rich‐
tingsverandering worden onderbro‐
ken.
USB-geheugenstick
(NAVI 50 IntelliLink)
Het navigatiesysteem heeft een USB- geheugenstick nodig die, onder meer,
een digitale kaart van de steden en
wegen in uw land bevat.
Let op
Gebruik een USB-geheugenstick,
geformatteerd in FAT32-formaat,
met minimaal 4 GB en maximaal
32 GB opslagcapaciteit.
Na het afleggen van de eerste 100 km kunt u binnen een periode van 90
dagen op gratis digitale kaartupdates
controleren.
Let op
Gebruik alleen een compatibele
USB-geheugenstick om het naviga‐
tiesysteem te gebruiken en te upda‐ ten, dit om eventuele technische
problemen te voorkomen. Plaats de
Page 185 of 373

Infotainmentsysteem183●Weergave snelweg (Aan/Uit)
● POI-markeringen
Daarnaast kunt u, wanneer de kaart
wordt getoond (geen routebegelei‐
ding actief), naar het menu
Kaartinstellingen gaan door Opties
aan te tikken.
Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
"Displayweergave", "Kaartscherm"
hierboven voor meer informatie.
Weergavemodus : Selecteer
Weergavemodus om de standaard‐
kaartmodus te wisselen tussen een
2D-weergave van boven naar bene‐
den, een 3D-perspectiefweergave en
een 2D-weergave waarbij noord altijd
naar boven is gericht.
Daarnaast kunt u het kompas op de
kaart aantikken om te wisselen
tussen de kaartweergavemodi.
Gezichtspunt : Selecteer
Gezichtspunt om het gezichtspunt
van de kaart te verhogen of te verla‐ gen.
Daarnaast kunt u, wanneer de kaart
wordt weergegeven (de routebegelei‐
ding is niet actief), ⇧ of ⇩ aantikken
om het gezichtspunt van de kaart teverhogen of te verlagen. Ze worden
grijs weergegeven wanneer de maxi‐
mumstand wordt bereikt.
Weergave snelweg : Selecteer
Weergave snelweg om de weergave
van verkeersknooppunten in of uit te
schakelen voor routebegeleiding.
Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
"Displayweergave", "Kaartscherm"
hierboven voor meer informatie.
POI-markeringen : Selecteer l naast
POI-markeringen om een lijst van de
typen nuttige plaatsen (POI) weer te geven.
Gebruik dit scherm om markeringen
voor bepaalde POI-typen op de kaart in of uit te schakelen (tonen of verber‐
gen op de kaart), zoals verblijf, lucht‐
haven, café of bar.
Selecteer een POI-type om een lijst
met subcategorieën ervan te openen
en afzonderlijke subcategorieën in of uit te schakelen.
Let op
Afhankelijk van het zoomniveau
zullen de nuttige plaatsen op de
kaart zichtbaar zijn.Steminstellingen
Selecteer Steminstellingen om de
taal van de stembegeleiding te wijzi‐
gen.
Blader door de lijst met talen door R/
S aan te tikken, selecteer vervolgens
een taal en tik OK aan om de selectie
te bevestigen.Notatie coördinaten
Selecteer Notatie coördinaten om de
notatie van coördinateninvoer te wijzi‐ gen in een van de volgende opties:
● DD.DDDDD
● DD MM.MMM
● DD MM SS.SGPS
Selecteer GPS om de GPS-informa‐
tie te bekijken, bijv. beschikbare
satellieten, hun locatie en signaal‐
sterkte.Kaartupdate
Selecteer Kaartupdate om de
volgende digitale kaartinhoud en de
nieuwste update-informatie weer te
geven:
● Aandachtspunten
● Weergave kruispunten
Page 199 of 373

Infotainmentsysteem197Tik een willekeurig punt op de kaart
aan. De cursor geeft de huidige gese‐ lecteerde positie aan. Om de kaart te
verschuiven, sleept u de cursor in de
gewenste richting.
Als het kaartscherm wordt weergege‐
ven, raakt u < aan om een pop-
upmenu met de volgende opties te
openen:
● Gebruik deze locatie om...
● Zoeken
● Kaartgegevens wijzigen
● Toevoegen aan opgeslagen
locatiesGebruik deze locatie om...
Selecteer deze optie om een van de
volgende acties uit te voeren:
● de kaart op de locatie van de auto
centreren
● naar een punt op de kaart te navi‐
geren
● naar een punt op de kaart te zoeken
● een punt op de kaart toe te voegen aan de favorieten● een punt op de kaart toevoegenaan de NP-lijst
● de locatie van uw auto corrigerenZoeken
Selecteer deze optie om de kaart te
centreren op:
● het opgeslagen thuisadres
● een opgeslagen adres
● een adres
● een recente bestemming
● een lokale zoekactie
● een nuttige plaats
● huidige positie van auto
● een coördinaat (lengte-/breedte‐ graad)Kaartgegevens wijzigen
Selecteer deze optie om de volgende
kaartinstellingen in en uit te schake‐
len:
● verkeer
● namen
● nuttige plaatsen (NP)
● satellietbeeld als achtergrond van de kaart
● GPS-coördinatenToevoegen aan opgeslagen locaties
Selecteer deze optie om de huidige
positie als een opgeslagen bestem‐
ming toe te voegen aan de kaart.
Gebruik het toetsenbord om een
naam in te voeren of bevestig de
voorgestelde naam.
Ga voor bediening van het toet‐
senbord naar (NAVI 80 IntelliLink)
" Toetsenborden op het display
bedienen " in het hoofdstuk " Gebruik"
3 173.
Help! NAVI 50 IntelliLink
Als het kaartscherm wordt weergege‐ ven, raakt u Opties aan, gevolgd door
Waar ben ik? om nuttige informatie
over de huidige locatie te raadplegen of om naar nuttige plaatsen (NP) in de
buurt te zoeken.
Om te allen tijde naar het kaart‐
scherm gaan, raakt u 7 aan, gevolgd
door sKAART .
Page 204 of 373

202InfotainmentsysteemDruk op 5 op de kolom om het hoofd‐
menu Stembediening te openen. Zeg
na de toon de naam van het menu dat
u wilt openen.
Als de stemherkenning is geacti‐
veerd, verschijnt het hoofdmenu
Stembediening en geeft de stemher‐
kenningsindicator in de rechter
bovenhoek de systeemstatus en opti‐ malisatieniveaus aan:Groen:optimale stemherkenningOranje:goede stemherkenningRood:middelmatige stemherken‐
ningMicrofoon é:Het systeem is
gereed voor een
gesproken opdrachtLuidspreker
l:Het systeem geeft op
dit moment gespro‐
ken aanwijzingenLaadpicto‐
gram:Bezig met laden van
gegevensBediening navigatie
NAVI 50 IntelliLink
Stemherkenning inschakelen
De stemherkenningsfunctie activeren
tijdens navigatie:
Druk op 5 op de knoppen op de
kolom; 5 verschijnt in rechterbene‐
denhoek van het display samen met
informatie over het audiosysteem.
Let op
Tijdens het gebruik van de stemher‐ kenningsfunctie wordt het afspelen
van de audiobron onderbroken.
Voor een leidraad voor het gebruik
van gesproken opdrachten kunt u (NAVI 50 IntelliLink) "Hulp" in het
hoofdstuk "Algemene informatie"
raadplegen 3 200.
NAVI 80 IntelliLink
Stemherkenning inschakelen
De stemherkenningsfunctie active‐
ren:
Druk op 5 op de kolom om het hoofd‐
menu Stembediening te openen.Geef na het geluidssignaal het
commando " Bestemming" om een
nieuw adres in te voeren. Geef het
commando " Adres" en geef vervol‐
gens alle gegevens van het nieuwe
adres (huisnummer, straatnaam,
plaats/stad).
Het door het systeem herkende adres
wordt weergegeven. Bevestig de
bestemming wanneer daar om wordt
gevraagd om de begeleiding te star‐
ten.
Daarnaast kunt u na het geluidssig‐
naal het commando " Recente
bestemmingen " geven om naar een
lijst met de meest recente bestem‐
mingen te gaan, waar u de gewenste bestemming kunt selecteren.
Let op
Voor de stemherkenning van het
navigatiesysteem moet u een
compatibele SD Card plaatsen.
Ga voor meer informatie naar
(NAVI 80 IntelliLink) "Invoer van de
bestemming" in het hoofdstuk "Navi‐
gatie" 3 185.
Page 208 of 373

206InfotainmentsysteemDruk op / om niet meer met het toet‐
senbord te werken en terug naar het
vorige scherm te gaan.
NAVI 50 IntelliLink,
NAVI 80 IntelliLink
Gebruik de aanraaktoetsen op het
displayscherm om tekens in te voeren en tussen tekens te bewegen met het
numerieke toetsenbord.
Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken k.
Afhankelijk van de versie raakt u r
aan om niet meer met het toet‐
senbord te werken en terug naar het
vorige scherm te gaan.
Ga voor meer informatie naar "Bedie‐ ning met touchscreen" 3 139.
Verbinding Een mobiele telefoon moet op het
handsfree-telefoonsysteem zijn
aangesloten om de functies ervan te
regelen via het Infotainmentsysteem.
Er kan geen telefoon op het systeem
zijn aangesloten tenzij deze eerst
gekoppeld is. Raadpleeg hetgedeelte Bluetooth-verbinding
( 3 208) voor het koppelen van een
mobiele telefoon aan het handsfree-
telefoonsysteem via Bluetooth.
Bij ingeschakeld contact zoekt het
handsfree-telefoonsysteem naar
gekoppelde telefoons in de omge‐
ving. Bluetooth moet geactiveerd zijn
op de mobiele telefoon; anders
herkent het handsfree-telefoonsys‐
teem de telefoon niet. Het zoeken
gaat door tot een gekoppelde tele‐
foon is gevonden. Een displaybericht
geeft aan dat de telefoon is aange‐
sloten.
Let op
Wanneer een Bluetooth-verbinding
actief is, wordt bij gebruik van het
handsfree-telefoonsysteem de
batterij van de mobiele telefoon
sneller ontladen.
Automatische verbinding
Uw telefoon wordt wellicht alleen
automatisch verbonden terwijl het
systeem ingeschakeld is, als de auto‐ matische Bluetooth-verbindingsfunc‐tie op uw mobiele telefoon geacti‐
veerd is; raadpleeg de bedieningsin‐
structies van de mobiele telefoon.
Let op
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem wordt, wanneer een gekop‐
pelde telefoon opnieuw wordt
verbonden of wanneer twee gekop‐
pelde telefoons zich binnen het
bereik van het handsfree-telefoon‐
systeem bevinden, ofwel de telefoon met voorrang (indien gedefinieerd)
ofwel de laatst verbonden telefoon
automatisch verbonden, zelfs als
deze telefoon zich buiten de auto
maar nog binnen het bereik van het
handsfree-telefoonsysteem bevindt.
Tijdens een automatisch verbinding
schakelt de conversatie automatisch
naar de microfoon en luidsprekers
van de auto als een gesprek reeds
aan de gang is.
Page 209 of 373

Infotainmentsysteem207Als de verbinding mislukt:● controleer of de telefoon inge‐ schakeld is
● controleer of de batterij van de telefoon niet leeg is
● controleer of de telefoon reeds gekoppeld is
De Bluetooth-functie van de mobiele
telefoon en van het handsfree-tele‐
foonsysteem moet ingeschakeld zijn
en de mobiele telefoon moet geconfi‐
gureerd zijn om het verbindingsver‐
zoek van het systeem te accepteren.
Handmatige verbinding
Radio 15 USB
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten drukt u op
TEL en selecteert u het menu
Selecteer apparaat . De apparatenlijst
toont de telefoons die al gekoppeld
zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door op OK te druk‐
ken. Een displaybericht bevestigt de telefoonaansluiting.NAVI 50 IntelliLink
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten, raakt u 7 aan,
gevolgd door ÿInstellingen en dan
Connectiviteit (of selecteer Telefoon
op de startpagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . De appara‐
tenlijst toont de telefoons die al
gekoppeld zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door OK aan te
tikken. Afhankelijk van de versie verschijnt J naast de geselecteerde
telefoon om de verbinding aan te geven.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina de telefoon te wijzigen die met het handsfree-
telefoonsysteem is verbonden, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . De apparatenlijst toont de
telefoons die al gekoppeld zijn. Kies
de gewenste telefoon uit de lijst.Telefoonkoppeling verbreken
Wanneer de mobiele telefoon uitge‐
schakeld wordt, wordt de koppeling
tussen de telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbroken.
Als tijdens het verbreken van de
koppeling een gesprek reeds aan de
gang is, wordt de conversatie auto‐
matisch naar de mobiele telefoon
geschakeld.
Radio 15 USB
Voor het verbreken van de koppeling
van een telefoon van het Infotain‐
mentsysteem drukt u op TEL (of
SETUP ) en selecteert u Bluetooth-
verbinding . Selecteer het gewenste
apparaat uit de apparatenlijst en selecteer vervolgens Apparaat
loskoppelen door aan OK te draaien
en deze in te drukken. Een display‐
bericht bevestigt het verbreken van
de koppeling van de telefoon.
NAVI 50 IntelliLink
Om de koppeling tussen een telefoon en het Infotainmentsysteem te
verbreken, raakt u, afhankelijk van de
versie, 7 aan, gevolgd door
Page 365 of 373

363Elektronisch sleutelsysteem.........22
Enhanced Traction Mode ...261, 262
Event Data Recorders (EDR) .....339
Extern apparaat goedkeuren ......208
F
Fabrieksinstellingen terugzetten. 143
Fader .......................................... 140
Favoriete bestemmingen ............185
Favoriete bestemming opslaan ..185
Favoriete bestemming toevoegen ............................... 185
Favoriete bestemming verwijderen .............................. 185
Favorieten................................... 131 Media ...................................... 131
Navigatie ................................. 131
Services .................................. 131
Telefoon .................................. 131
Films afspelen ............................ 168
Fleshouders .................................. 77
FlexOrganizer .............................. 80
Flitscamera's .............................. 173
FM-lijst bijwerken ........................152
Foto's .......................................... 168
Frequentiebereik selecteren .......148
Frontaal airbagsysteem ...............65
Functies tijdens een telefoongesprek ......................212G
Geautomatiseerde versnellingsbak .................16, 255
Gebruik ............... 131, 148, 157, 173
Gebruik AUX-ingang................... 157
Gebruik van deze handleiding 3, 121
Gedeponeerde handelsmerken ..339
Geluidsinstellingen .....................140
Geluidsoptimalisatie ...................140
Geluidssignalen .........................108
Gereedschap ............................. 305
Gereedschapskist .......................351
Gesprek in wachtstand ...............212
Gesprekken ontvangen ..............212
Gesprekslijsten ........................... 212
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................83
Geveerde stoel ............................. 50
Gloeilamp vervangen ................292
Gordels ......................................... 58
Gordelverklikker ......................... 100
GPS (Global Positioning System) 170
Grille schutbord cabine .................82
Groothoekspiegel ...................42, 45
Grootlicht ........................... 105, 113
Grootlichtassistentie ...........105, 113H
Handbediende ruiten ...................43
Handgeschakelde modus ..........257
Handgeschakelde versnellingsbak .................16, 254
Handgrepen .................................. 78
Handmatige dimfunctie ................42
Handmatig een nummer invoeren .................................. 212
Handmatige telefoonverbinding ..206
Handmatige zenderopslag .........152
Handmatig verstellen ...................40
Handmatig zender zoeken .........150
Handrem ............................. 102, 259
Handschoenenkastje ...................76
Handsfree-telefoonsysteem .......212
Handzender ................................. 21
HD Traffic ................................... 173
Hellingrem ................................. 260
Help! ................................... 192, 200
Het weer ..................................... 173
Hoofdsteunen .............................. 47
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hoogte van veringssysteem .......244
Hulpverwarming.......................... 228
Hydrauliekoliepeil .......................350
I
i-Announcement ......................... 153
In-/uitschakelen .......................... 131