display OPEL VIVARO 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: VIVARO, Model: OPEL VIVARO 2014Pages: 179, PDF Size: 4.26 MB
Page 102 of 179

100Rijden en bedieningHandgeschakelde
versnellingsbak
Om de achteruitversnelling in te scha‐ kelen, vanuit stilstand het koppelings‐
pedaal bedienen, de ring op de keu‐
zehendel omhoogtrekken en de ver‐
snelling tegen de weerstand in in‐
schakelen.
Kan de versnelling niet worden inge‐
schakeld, dan koppeling in de neu‐
trale stand laten opkomen, koppeling
weer intrappen en nogmaals schake‐
len.
De koppeling niet onnodig laten slip‐
pen.
Bij bediening het koppelingspedaal
helemaal intrappen. Uw voet niet op
het pedaal laten rusten.Voorzichtig
Het wordt afgeraden uw hand tij‐
dens het rijden op de schakelpook
te laten rusten.
Geautomatiseerde
versnellingsbak
Met deze versnellingsbak is zowel
handmatig schakelen (handgescha‐
kelde modus) als automatisch scha‐
kelen (automatische modus) moge‐
lijk, beide met automatische bedie‐
ning van de koppeling.
Versnellingsbakdisplay
Weergave van modus en actuele ver‐snelling.
Page 103 of 179

Rijden en bediening101Motor starten
Bij het starten van de motor het rem‐ pedaal bedienen. Wordt het rempe‐
daal niet bediend, dan brandt T op
het versnellingsbakdisplay en kan de
motor niet worden gestart.
Bij het bedienen van het rempedaal
schakelt de versnellingsbak automa‐
tisch naar N (neutrale stand); op het
versnellingsbakdisplay verschijnt "N"
en de motor kan worden gestart. Dit
gebeurt mogelijk met enige vertra‐
ging.
KeuzehendelDe keuzehendel altijd zover mogelijk
in de gewenste richting bewegen. Als
de hendel wordt losgelaten, keert hij
altijd vanzelf terug naar de middelste stand.N=Neutrale stand.A/
M=Wisselen tussen automatische en handgeschakelde modus.
In de automatische modus
staat er "A" op het versnel‐
lingsbakdisplay.R=Achteruitversnelling.
Uitsluitend inschakelen als de
auto stilstaat. Bij inschakeling
van de achteruitversnelling
staat er "R" op het versnel‐
lingsbakdisplay.+=Opschakelen naar een hogere
versnelling.–=Terugschakelen naar een la‐ gere versnelling.
Wegrijden
Bij het starten van de motor staat deversnellingsbak in de automatische
modus. Rempedaal intrappen en de
keuzehendel naar + bewegen om de
eerste versnelling in te schakelen. Bij
het selecteren van R wordt de
achteruitversnelling ingeschakeld. Na het loslaten van het rempedaal rijdt de auto langzaam weg. Om snel
weg te rijden het rempedaal loslaten
en meteen na het inschakelen van
een versnelling gas geven.
In de automatische modus schakelt
de versnellingsbak automatisch an‐
dere versnellingen in, afhankelijk van
de rijomstandigheden.
Om de handgeschakelde modus in te
schakelen de keuzehendel naar A/M
halen. De actuele versnelling ver‐
schijnt op het versnellingsbakdisplay. Om de eerste versnelling in te scha‐
kelen, het rempedaal bedienen en de
keuzehendel naar de + of - bewegen.
Naar een hogere of lagere versnelling schakelen door de keuzehendel naar de + of - te bewegen. Het is mogelijk
versnellingen over te slaan door de
schakelhendel meerdere malen met
korte tussenpozen te bewegen.
Page 104 of 179

102Rijden en bediening
Auto stoppenWanneer in de automatische of hand‐geschakelde modus wordt gestopt,
wordt de eerste versnelling ingescha‐
keld, waarna wordt ontkoppeld. In
stand R blijft de achteruitversnelling
ingeschakeld.
Bij het stoppen op een helling de
handrem aantrekken of het rempe‐
daal bedienen. Om oververhitting van de koppeling te voorkomen klinkt een
onderbroken akoestisch waarschu‐
wingssignaal om aan te geven dat u
het rempedaal moet bedienen of de
handrem moet aantrekken.
Motor afzetten tijdens langere perio‐
den van stilstand, zoals bij files.
Als de auto wordt geparkeerd en de
bestuurdersdeur wordt geopend,
klinkt een waarschuwingssignaal als
de neutrale stand niet is ingeschakeld
of het rempedaal niet is ingetrapt.Afremmen op de motor
Automatische modus
Bergafwaarts schakelt de geautoma‐
tiseerde versnellingsbak pas bij ho‐
gere toeren op. Bij het remmen wordt tijdig teruggeschakeld.
Handgeschakelde modus
Om bij het afdalen van een helling op
de motor af te remmen, tijdig een la‐
gere versnelling selecteren.
Auto heen en weer schommelen
Het is alleen toegestaan de auto heen
en weer te schommelen als de auto
vastzit in zand, modder, sneeuw of
een kuil. Keuzehendel herhaaldelijk tussen R en A/M (of tussen + of -) be‐
wegen terwijl u lichte druk op het gas‐
pedaal uitoefent. Motor niet te hoge
toeren laten maken en snel optrekken voorkomen.Parkeren
Trek de handrem aan. De laatst ge‐
selecteerde versnelling (zie versnel‐
lingsbakdisplay) blijft ingeschakeld.
In stand N is geen versnelling inge‐
schakeld.
Na het uitschakelen van het contact
reageert de versnellingbak niet meer
op bewegingen van de keuzehendel.
Handgeschakelde modus
Wordt bij te lage toeren een hogere
versnelling geselecteerd of een la‐
gere versnelling bij te hoge toeren,
dan schakelt de auto niet. Dit om te
voorkomen dat de motor te lage of te
hoge toeren maakt.
Bij een te laag motortoerental scha‐
kelt de versnellingsbak automatisch
terug.
Bij een te hoog motortoerental scha‐
kelt de versnellingsbak alleen tijdens
een kickdown automatisch op.
Page 105 of 179

Rijden en bediening103Elektronische
rijprogramma's
Winterprogramma V
Winterprogramma inschakelen wan‐
neer de auto op een glad wegdek
moeilijk wegrijdt.
Activering
Op de toets V drukken. V verschijnt
op het versnellingsbakdisplay. De
versnellingsbak schakelt over op de
automatische modus en de auto rijdt
weg in een geschikte versnelling.
Deactivering
Het winterprogramma wordt uitge‐
schakeld door:
■ het opnieuw indrukken van toets V,
■ het uitschakelen van de ontsteking,
■ het overschakelen naar de hand‐ geschakelde modus.
Om de versnellingsbak te bescher‐
men bij extreem hoge koppelingstem‐
peraturen klinkt mogelijk een onder‐
broken akoestisch waarschuwings‐
signaal. In dit geval de koppeling la‐
ten afkoelen door het rempedaal te
bedienen, "N" te selecteren en de
handrem aan te trekken.Beladingsmodus kg
De beladingsmodus is zowel in de
handgeschakelde als de automati‐
sche modus te gebruiken. In beide gevallen worden de schakelpatronendusdanig aangepast dat er meer nut‐ tige lading kan worden vervoerd.
Activering
Op de toets kg drukken. Op het ver‐
snellingsbakdisplay verschijnt kg. De
versnellingsbak kiest vervolgens ge‐
optimaliseerde schakelpatronen.
Page 106 of 179

104Rijden en bediening
Deactivering
De beladingsmodus wordt uitgescha‐ keld door:
■ het opnieuw indrukken van toets kg,
■ het uitschakelen van het contact.
Kickdown Wanneer het gaspedaal tot voorbij
het weerstandspunt wordt bediend, wordt afhankelijk van het motortoe‐
rental een lagere versnelling inge‐
schakeld. Het volledige motorvermo‐
gen is beschikbaar voor acceleratie.
Als het motortoerental te hoog op‐
loopt, schakelt de versnellingsbak –
ook in de handgeschakelde modus –
automatisch naar een hogere ver‐
snelling. Zonder kickdown wordt deze automatische schakeling niet uitge‐
voerd in handmatige modus.
Storing Bij een storing verschijnt W op het
versnellingsbakdisplay. Verder rijden
is mogelijk, zij het voorzichtig en an‐
ticiperend.Oorzaak van de storing onmiddellijk
door een werkplaats laten verhelpen.
Stroomonderbreking
Bij een stroomonderbreking en een
ingeschakelde versnelling kan de koppeling niet worden gelost. Er kan
niet meer met de auto worden gere‐
den.
Bij een lege accu hulpstartkabels ge‐
bruiken 3 144.
Is een lege accu hiervan niet de oor‐
zaak, dan de hulp van een werkplaats
inroepen.
Als Neutraal niet kan worden gese‐
lecteerd, de auto alleen trekken met
de aandrijfwielen van de grond.
Auto slepen 3 146.Remmen
Het remsysteem omvat twee onaf‐
hankelijke remcircuits.
Wanneer een remcircuit uitvalt, kan
de auto nog met het andere circuit
worden afgeremd. De remmen wer‐
ken dan achter pas goed als het rem‐
pedaal zeer diep wordt ingetrapt.
Daarvoor is een aanzienlijk grotere
krachtsinspanning nodig. De remweg wordt langer. Alvorens de reis te ver‐
volgen, de hulp van een werkplaats
inroepen.
Bij uitgeschakelde motor verdwijnt de
rembekrachtiging na het een- tot
tweemaal intrappen van het rempe‐
daal. De remwerking wordt hierdoor
niet verminderd, maar er is aanzienlijk meer kracht nodig om het rempedaal
te bedienen. Vooral bij het slepen
hiermee rekening houden.
Als controlelampje R onderweg op
de instrumentengroep oplicht en de melding DEFECT REMSYSTEEM op
het bestuurdersinformatiecentrum
Page 151 of 179

Verzorging van de auto149
Velgen zijn gelakt en kunnen met de‐
zelfde middelen worden behandeld
als de carrosserie.
Lakschade
Geringe lakschade voordat er roest‐
vorming optreedt met een lakstift her‐
stellen. Grotere lakschade of roest‐
vorming door een werkplaats laten
herstellen.
Onderstel Sommige delen van de bodemplaat
zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende was‐
laag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten
controleren en zo nodig een nieuwe
waslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze/rubber materialen kun‐
nen de pvc-laag aantasten. Werk‐
zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de be‐
schermende waslaag laten controle‐
ren.Motorruimte
Motorruimte bij voorkeur vóór en ná
de winter schoonspuiten en met was
conserveren. Vóór het schoonspuiten
van de motor de dynamo en het rem‐ vloeistofreservoir met kunststof folie
afdekken.
Bij het schoonspuiten van de motor
met een stoomreiniger, de stoom‐
straal niet op de onderdelen van het
antiblokkeersysteem, het airconditi‐
oningssysteem en de riemaandrijving
met de daarbij behorende richten.
Na het schoonspuiten van de motor
alle onderdelen in de motorruimte
grondig door een werkplaats laten
conserveren met beschermende
was.
Niet schoonmaken met hogedrukrei‐
nigers.
Trekhaak
Kogelstang niet met een stoom- of
hogedrukreiniger reinigen.Verzorging interieur
Interieur en bekleding
Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Instrumentengroep en de displays al‐
leen met een zachte, vochtige doek
reinigen. Gebruik zo nodig water en
milde zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met
een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name op lichtgekleurde bekleding. Reinig ver‐
wijderbare vlekken en verkleuringen
zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.
Page 153 of 179

Service en onderhoud151Service en onderhoudAlgemene informatie..................151
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐ middelen en onderdelen ............153Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐
veiligheid en voor het behoud van de waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar
in de werkplaats.
Service-display 3 70.
Motoraanduiding 3 156.
Europese
onderhoudsintervallen - alleen motoren M9R 630 en M9R 692 Onderhoud van uw auto is nodig om
de 40.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.Europese
onderhoudsintervallen -
behalve motoren M9R 630 en
M9R 692 Onderhoud van uw auto is nodig om
de 30.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
De Europese service-intervallen gel‐
den voor de volgende landen:
Andorra, België, Denemarken,
Duitsland, Engeland, Estland,
Finland, Frankrijk, Griekenland,
Hongarije, Ierland, IJsland, Israël, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein,Litouwen, Luxemburg, Nederland,
Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
Portugal, Slovenië, Slowakije,
Spanje, Tsjechische Republiek,
Zweden, Zwitserland.
Internationale service-
intervallen
Roemenië, Bulgarije - behalve F9Q-
motoren:
Page 154 of 179

152Service en onderhoud
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 30.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Roemenië, Bulgarije - F9Q-motoren,
Marokko - F4R-motoren, Turkije:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 20.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Internationale benzinemotoren,
Marokko - behalve F4R, Rusland,
Oekraïne:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 15.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Internationale dieselmotoren,
internationale+ benzinemotoren,
Algerije, Tunesië, V.A.E:Onderhoud van uw auto is nodig om
de 10.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Internationale+ dieselmotoren:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 8.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Internationale++ dieselmotoren:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 5.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Internationale++ benzinemotoren:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 5.000 km of na 6 maanden, afhan‐
kelijk van wat zich het eerst voordoet,
tenzij anders aangegeven op het ser‐ vice-display.
De internationale onderhoudsinter‐
vallen gelden voor: Albanië, Australië,
Bosnië-Herzegovina, Cyprus,Kosovo, Macedonië, Malta,
Montenegro, Nieuw-Zeeland, Servië,
Singapore, Zuid-Afrika.
De internationale+ onderhoudsinter‐
vallen gelden voor: Wit-Rusland, Mol‐
davië.
De internationale++ onderhoudsin‐
tervallen gelden voor: Hong Kong, Kazachstan.
Registraties
Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Serviceboekje. De da‐
tum en afgelezen kilometerstand wor‐ den bevestigd met stempel en hand‐
tekening van de uitvoerende werk‐
plaats.
Zorg ervoor dat het Serviceboekje
correct wordt ingevuld, omdat een
sluitend bewijs van service essentieel
is bij aanspraken op garantie of good‐ will en tevens een pluspunt is bij ver‐
koop van de auto.
Page 155 of 179

Service en onderhoud153
ServicedisplayHet onderhoudsinterval is gebaseerd
op diverse parameters afhankelijk van het gebruik.
De Service-display, in het Driver In‐
formation Center, geeft de volgende
onderhoudsbeurt aan. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Service-display 3 70.
Peilsensor motorolie 3 70.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen
en smeermiddelen Gebruik alleen producten die voldoenaan de aanbevolen specificaties.Schade als gevolg van het gebruik
van producten die niet voldoen aan
deze specificaties, wordt niet gedekt
door de garantie.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig han‐ teren. Informatie op de verpakking in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis
van kwaliteit en viscositeit. Bij de
keuze van motorolie is kwaliteit be‐
langrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De vis‐
cositeit geeft informatie over de dikte
van de olie bij diverse temperaturen.
Dexos is de nieuwste kwaliteit motor‐ olie, en biedt optimale bescherming
voor benzine- en dieselmotoren. Als deze niet verkrijgbaar is, gebruikt u
motoroliën van een van de andere
vermelde kwaliteiten.
Kies de juiste motorolie op basis van
zijn kwaliteit en de minimale omge‐
vingstemperatuur 3 158.
Motorolie bijvullen
Motoroliesoorten van verschillende
fabrikanten en merken kunnen wor‐ den gemengd zolang ze voldoen aan de vereiste motoroliecriteria kwaliteit
en viscositeit.
Het gebruik van motorolie van alleen de kwaliteit ACEA A1/B1 of alleen
A5/B5 is verboden, omdat deze onder
bepaalde omstandigheden langdu‐
rige motorschade kan veroorzaken.
Page 176 of 179

174
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 52
Indicator luchtstroom motor ........123
Info-Displays ................................. 77
Inhouden ................................... 168
Inklapbare spiegels .....................30
Inleiding ......................................... 3
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........57
K Katalysator ................................... 99
Kentekenplaatverlichting ...........131
Keuzehendel ............................. 101
Kilometerteller .............................. 68
Kindersloten ................................. 24
Kinderveiligheidssystemen ..........50
Klimaatregeling ............................ 15
Klok .............................................. 66
Knoppen op stuurkolom ..............64
Knoppen op stuurwiel ...................63
Koelvloeistof .............................. 123
Koelvloeistof en antivries ............153
Koelvloeistoftemperatuur .............75
Koelvloeistofverwarming............... 90
Kogelstang.................................. 117
Koplampen ................................ 129Koplampinstelling in het
buitenland ................................ 84
Koplampreikwijdte instellen .........83
L
Laadsysteem ............................... 74
Lampenkappen, beslagen ............85
Leeslampen ................................. 86
Lekke band ................................. 141
Lichtschakelaar ............................ 82
Lichtsignaal .................................. 83
Luchtinlaat ................................... 95
M
Meldingen ..................................... 78
Meters........................................... 68
Mistachterlicht ................ 76, 85, 131 Mistlampen .................... 76, 84, 129
Mistlampen voor .......................... 84
Motoraanduiding .........................156
Motorgegevens .......................... 160
Motor-ID...................................... 156
Motorkap .................................... 120
Motorluchtfilter ........................... 123
Motorolie .................... 121, 153, 158
Motoroliedruk ............................... 76
Motoroliepeil ................................ 79
Motor starten ....................... 97, 101N
Nieuwe auto inrijden ....................97
O Obstakeldetectiesystemen .........111
Octaangetal ................................ 160
Olie ............................................. 121
Oliedruk ........................................ 76
Olie, motor .......................... 153, 158
Oliepeil.......................................... 70
Omgevingsverlichting ..................86
Opbergen voorin ..........................59
Opbergruimte................................ 58
Opbergruimte plafond ..................59
Opbergvakken .............................. 58
Opbergvakken instrumentenpaneel ..................58
Opschakelen................................. 75 Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Panne ......................................... 146
Parkeerhulp ............................... 111
Parkeerrem - zie Handrem .........105
Parkeren ................................ 18, 98
Park Pilot met ultrasoonsensoren 111
Partikelfilter ................................... 99
Peilsensor motorolie .....................70
Pollenfilter .................................... 95