ESP OPEL VIVARO B 2016.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016.5, Model line: VIVARO B, Model: OPEL VIVARO B 2016.5Pages: 219, PDF Size: 4.88 MB
Page 139 of 219

Rijden en bediening137De functie Meer tractie
Indien nodig kan ESP®Plus
worden
uitgeschakeld voor meer grip op
zachte grond of modderige of be‐
sneeuwde wegen.
Druk op Ø op het instrumentenpa‐
neel.
Controlelamp Ø brandt op de instru‐
mentengroep en er verschijnt een bij‐
behorend bericht op het DIC 3 93.
Wanneer de snelheid 50 km/u be‐
reikt, schakelt het systeem automa‐
tisch van Meer tractie naar ESP ®Plus
.
Controlelamp Ø dooft op de instru‐
mentengroep.
U kunt ESP® Plus
weer activeren door
nogmaals op Ø te drukken. Contro‐
lelampje Ø dooft.
ESP® Plus
wordt ook opnieuw geacti‐
veerd wanneer u het contact de vol‐
gende keer weer inschakelt.
Storing
Als het systeem een storing detec‐
teert, gaat de controlelamp b 3 90
samen met F 3 89 op de instrumen‐
tengroep branden en verschijnt er
een bijbehorend bericht op het DIC 3 93.
Het elektronisch stabiliteitspro‐
gramma (ESP® Plus
) werkt niet. Oor‐
zaak van de storing onmiddellijk door een werkplaats laten verhelpen.
Boordinformatie 3 94.
Page 150 of 219

148Rijden en bedieningTrekhaak
Algemene informatie Het achteraf monteren van een trek‐
haak door een werkplaats laten uit‐
voeren. Zo nodig wijzigingen in de
auto aanbrengen, zoals in het koel‐
systeem, de hitteschilden of andere
uitrusting. Alleen trekhaken gebrui‐
ken die voor uw auto zijn goedge‐
keurd.
Rijgedrag en aanhangertips Bij beremde aanhangers/caravans delosbreekkabel bevestigen.
Alvorens een aanhangwagen aan te
koppelen, de kogel van de trekhaak
smeren. Bij gebruik van een trillings‐ demper die slingerbewegingen
dempt en op de koppelingskogel in‐ werkt, mag de kogel niet worden ge‐
smeerd. Voor aanhangers met een
geringe rijstabiliteit wordt het gebruik
van een trillingsdemper aanbevolen.
Niet sneller rijden dan 80 km/u, ook al
zijn hogere snelheden toegestaan in
het land waar u rijdt.Als de aanhanger begint te slingeren,
langzamer gaan rijden, niet tegenstu‐
ren en zo nodig krachtig remmen.
Bergafwaarts dezelfde versnelling in‐ schakelen als bergopwaarts en onge‐veer dezelfde snelheid aanhouden.
Bandenspanning instellen op de
waarde voor maximale belading
3 204.
Aanhanger trekken
Trekgewicht
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht hangt af van de auto en de mo‐
tor en mag niet worden overschre‐
den. Het werkelijke trekgewicht is het verschilt tussen het werkelijke totaal‐
gewicht van de aanhanger en het
werkelijke kogelgewicht in aangekop‐ pelde toestand.
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht staat in de autopapieren ver‐
meld. Het geldt normaal bij hellings‐ percentages tot maximaal 12%.
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht geldt tot aan het aangegeven
hellingspercentage en tot een hoogtevan 1000 meter boven de zeespiegel.
Omdat het motorvermogen bij toene‐
mende hoogte door de lagere lucht‐
dichtheid daalt en het klimvermogen
daardoor afneemt, moet het maxi‐
maal toelaatbare treingewicht voor ie‐ dere 1000 meter aan hoogtetoename
met 10% worden verminderd. Bij het
rijden op wegen met een gering hel‐
lingspercentage (kleiner dan 8%, bijv.
snelwegen) hoeft het maximaal toe‐
laatbare treingewicht niet te worden
verminderd.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht mag niet worden overschreden.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht staat op het typeplaatje 3 192
vermeld.
Kogeldruk De kogeldruk is de kracht waarmeede aanhanger op de koppelingskogel
drukt. De gewichtsverdeling bij het la‐ den van de aanhanger is van invloedop de kogeldruk.
De maximaal toelaatbare kogeldruk
staat op het typeplaatje van de trek‐
haak en in de autopapieren vermeld.
Altijd de maximale kogeldruk
Page 151 of 219

Rijden en bediening149nastreven, vooral bij zware aanhan‐
gers. Nooit rijden met een kogeldruk
lager dan 25 kg.
Wanneer de aanhanger met meer
dan 1200 kg beladen is, een minimale
kogeldruk van 50 kg aanhouden.
Achterasbelasting Bij een aangekoppelde aanhanger en een maximale belading van de auto(inclusief alle inzittenden), mag de
toelaatbare achterasbelasting (zie ty‐
peplaatje of autopapieren) niet wor‐
den overschreden.
Aanhangerstabilisatie Als het systeem een sterke slinger‐
beweging registreert, dan wordt het
motorvermogen verlaagd en de auto/
aanhangercombinatie afgeremd tot‐
dat de slingerbeweging stopt. Wan‐
neer het systeem actief is, moet u het
stuurwiel zo stil mogelijk houden.
Aanhangerstabilisatie (TSA) maakt
deel uit van het elektronische stabili‐
teitsprogramma (ESP® Plus
) 3 136.
Page 186 of 219

184Verzorging van de autoSleepkabel – beter is een sleepstang
– aan het achterste sleepoog beves‐
tigen, nooit aan de achteras of ach‐
terwielophanging.
Achterste sleepoog alleen gebruiken
om de auto weg te slepen en niet om deze te bergen.Voorzichtig
Langzaam wegrijden. Schok‐
kende bewegingen vermijden.
Buitensporige trekkrachten kun‐ nen de auto beschadigen.
Trekhaak 3 148.
Verzorging van uiterlijk
Verzorging exterieur
Sloten
De sloten zijn af fabriek gesmeerd
met een hoogwaardig slotcilindervet.
Ontdooimiddelen alleen in dringende gevallen gebruiken, omdat ze ontvet‐
tend werken en de werking van de
sloten belemmeren. Na gebruik van
ontdooimiddelen, de sloten door een
werkplaats opnieuw laten smeren.
Wassen Het lakwerk van de auto staat bloot
aan invloeden van buitenaf. De auto
daarom regelmatig wassen en met
was conserveren. Bij het bezoek aan
wasstraten, een programma met een
wasbehandeling selecteren. Beper‐
kingen voor carrosserieonderdelen
met hoogglans- of matte lak of siers‐
trippen, zie "Polijsten en in de was zetten".Vogeluitwerpselen, dode insecten,
boomhars en stuifmeel e.d. onmid‐
dellijk verwijderen. Hierin zitten
agressieve bestanddelen bevatten
die lakschade kunnen veroorzaken.
Bij een bezoek aan een wasstraat, de
aanwijzingen van de exploitant opvol‐ gen. De voorruitwissers en de achter‐
ruitwisser moeten uitgeschakeld zijn
en de buitenspiegels moeten inge‐
klapt zijn. Antenne en accessoires op de buitenkant van de auto zoals een
dakdragersysteem verwijderen.
Bij handmatig wassen erop letten dat
ook de binnenkant van de wielkasten grondig schoongespoten wordt.
Randen en naden van geopende por‐
tieren, achterklep en motorkap en de gebieden die erdoor bedekt worden
reinigen.Voorzichtig
Gebruik altijd een reinigingsmid‐
del met een pH-waarde van 4 tot 9.
Gebruik reinigingsmiddelen niet
op warme oppervlakken.
Page 213 of 219

211Auto stallen......................... 151, 156
Autostop ....................... 92, 122, 124
Auto wassen ............................... 184
B Bagageruimte ........................ 32, 73
Bagageruimte-afdekking .............73
Bagageruimteverlichting .............104
Bak op instrumentenbord .............69
Banden ...................................... 170
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 174
Bandenreparatieset ...................175
Bandenspanning .......................171
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 91, 172
Bandenspanningswaarden ........204
Banden verwisselen ...................178
Bedieningselementen telefoon .....78
Bedieningsorganen ......................78
Bekerhouders .............................. 70
Bekleding .................................... 186
Beladingsinformatie .....................76
Beslagen lampglazen ................103
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 138
Beveiliging van de auto ................34
Binnenspiegels ............................. 39
Binnenverlichting ...............103, 164
BlueInjection ............................... 128Bochtlicht.................................... 101
Bolle vorm .................................... 38
Boordgereedschap .............169, 183
Boordinformatie ........................... 94
Brandstofbesparingsmodus ..........92
Brandstofblokkeersysteem .........123
Brandstofmeter ............................ 84
Brandstoftank ............................. 203
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 147
Brandstofverbruikcijfer ............94, 96
Brandstofverbruikmeter ................84
Brandstof voor dieselmotoren ...145
Buitenspiegels .............................. 38
Buitentemperatuur .......................80
Buitenverlichting ........................... 99
Bijrijdersbank ................................ 71
C Car Pass ...................................... 19
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 14, 78
Compact reservewiel ..................180
Conformiteitsverklaring ...............205
Contactslotstanden ....................120
Controlelampen ......................83, 85
Controle over de auto ................119
Controles .................................... 152
Cruise control ...................... 93, 138D
Dagrijlicht ............................ 100, 101
Dagteller ...................................... 83
Dakbelasting ................................. 76
Dakdrager .................................... 75
Dashboard .................................... 10
De belangrijkste informatie voor uw eerste rit................................. 6
DEF ............................................ 128
De functie Meer tractie .......135, 136
Derde remlicht ........................... 162
Diefstalalarmsysteem ..................35
Diefstalvergrendeling ....................23
Dieselbrandstoffilter ...................158
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 158
Dieseluitlaatvloeistof ...................128
Dimlicht of grootlicht .............99, 100
Documentenbak ........................... 70
DPF (Diesel Particle Filter, roetfilter) .................................. 127
Draairichtingsgebonden banden ............................ 170, 180
Driepuntsgordel ........................... 52
Driver Information Center .............93
Dubbele cabine ............................ 71
E Economisch rijden ......................118
ecoScoring.................................... 96
Page 214 of 219

212Elektrisch bediende ruiten ...........40
Elektrische aansluitingen .............81
Elektrische accessoires ................81
Elektrische verstelling ..................38
Elektrisch systeem...................... 165
Elektronische gegevensregistratie 40
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............108
Elektronisch sleutelsysteem .........22
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma (ESP) .........90, 136, 149
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma uit ............................... 90
Event Data Recorders (EDR) .....207
F
Fleshouders .................................. 71
Frontaal airbagsysteem ...............58
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen ........................... 95
Gereedschap ............................. 169
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................75
Gloeilamp vervangen ................160
Gordels ......................................... 51
Gordelverklikker ........................... 88
Gordijnairbagsysteem .................. 59Groothoekspiegel .........................39
Grootlicht ............................. 92, 100
H Handgeschakelde versnellingsbak ......................132
Handmatige dimfunctie ................39
Handmatig verstellen ...................38
Handrem ............................. 133, 134
Handschoenenkastje ...................69
Handzender .................................. 20
Hellingrem ................................. 134
Hoedenplank achter .....................73
Hoofdsteunen .............................. 43
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 111
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 63
Indicator luchtstroom motor ........154
Infodisplay .................................... 93
Info-Displays ................................. 93
Inhouden ................................... 203
Inklapbare spiegels .....................38
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 105 Instrumentengroep ......................83
Instrumentenverlichting .............164
Interieurverlichting ......................103Interieurverlichting voor ..............103
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........68
K Katalysator ................................. 127
Kentekenverlichting ...................163
Kilometerteller .............................. 83
Kindersloten ................................. 29
Kinderveiligheidssystemen ...........61
Kledinghaken ................................ 70
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................106
Klok .............................................. 80
Knoppen op stuurkolom ...............78
Knoppen op stuurwiel ...................78
Koeling (A/C) .............................. 107
Koeling handschoenenkastje ....116
Koelvloeistof .............................. 154
Koelvloeistof en antivries ............189
Koelvloeistoftemperatuur .............91
Koelvloeistofverwarming............. 111
Koplampen ................................ 160
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 101
Koplampverstelling ....................100
Krik ............................................. 169
L
Laadsysteem ............................... 89
Laadvloernet ................................. 74