ESP OPEL VIVARO B 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016, Model line: VIVARO B, Model: OPEL VIVARO B 2016Pages: 217, PDF Size: 4.74 MB
Page 137 of 217

Rijden en bediening135De functie Meer tractie
Indien nodig kan ESP®Plus
worden
uitgeschakeld voor meer grip op
zachte grond of modderige of be‐
sneeuwde wegen.
Druk op Ø op het instrumentenpa‐
neel.
Controlelamp Ø brandt op de instru‐
mentengroep en er verschijnt een bij‐
behorend bericht op het DIC 3 92.
Wanneer de snelheid 50 km/u be‐
reikt, schakelt het systeem automa‐
tisch van Meer tractie naar ESP ®Plus
.
Controlelamp Ø dooft op de instru‐
mentengroep.
U kunt ESP® Plus
weer activeren door
nogmaals op Ø te drukken. Contro‐
lelampje Ø dooft.
ESP® Plus
wordt ook opnieuw geacti‐
veerd wanneer u het contact de vol‐
gende keer weer inschakelt.
Storing
Als het systeem een storing detec‐
teert, gaat de controlelamp b 3 89
samen met F 3 88 op de instrumen‐
tengroep branden en verschijnt er
een bijbehorend bericht op het DIC 3 92.
Het elektronisch stabiliteitspro‐
gramma (ESP® Plus
) werkt niet. Oor‐
zaak van de storing onmiddellijk door een werkplaats laten verhelpen.
Boordinformatie 3 93.
Page 148 of 217

146Rijden en bedieningAls de aanhanger begint te slingeren,
langzamer gaan rijden, niet tegenstu‐ ren en zo nodig krachtig remmen.
Bergafwaarts dezelfde versnelling in‐
schakelen als bergopwaarts en onge‐ veer dezelfde snelheid aanhouden.
Bandenspanning instellen op de
waarde voor maximale belading
3 202.
Aanhanger trekken Trekgewicht
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht hangt af van de auto en de mo‐
tor en mag niet worden overschre‐
den. Het werkelijke trekgewicht is het
verschilt tussen het werkelijke totaal‐
gewicht van de aanhanger en het
werkelijke kogelgewicht in aangekop‐ pelde toestand.
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht staat in de autopapieren ver‐
meld. Het geldt normaal bij hellings‐
percentages tot maximaal 12%.
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht geldt tot aan het aangegeven
hellingspercentage en tot een hoogtevan 1000 meter boven de zeespiegel. Omdat het motorvermogen bij toene‐
mende hoogte door de lagere lucht‐
dichtheid daalt en het klimvermogen
daardoor afneemt, moet het maxi‐
maal toelaatbare treingewicht voor ie‐
dere 1000 meter aan hoogtetoename
met 10% worden verminderd. Bij het
rijden op wegen met een gering hel‐
lingspercentage (kleiner dan 8%, bijv.
snelwegen) hoeft het maximaal toe‐
laatbare treingewicht niet te worden
verminderd.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht mag niet worden overschreden.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht staat op het typeplaatje 3 191
vermeld.
Kogeldruk
De kogeldruk is de kracht waarmee
de aanhanger op de koppelingskogel drukt. De gewichtsverdeling bij het la‐
den van de aanhanger is van invloed
op de kogeldruk.
De maximaal toelaatbare kogeldruk
staat op het typeplaatje van de trek‐
haak en in de autopapieren vermeld.
Altijd de maximale kogeldruk nastre‐ven, vooral bij zware aanhangers.
Nooit rijden met een kogeldruk lager
dan 25 kg.
Wanneer de aanhanger met meer
dan 1200 kg beladen is, een minimale kogeldruk van 50 kg aanhouden.
Achterasbelasting Bij een aangekoppelde aanhanger en
een maximale belading van de auto
(inclusief alle inzittenden), mag de
toelaatbare achterasbelasting (zie ty‐
peplaatje of autopapieren) niet wor‐
den overschreden.
Aanhangerstabilisatie
Als het systeem een sterke slinger‐
beweging registreert, dan wordt het
motorvermogen verlaagd en de auto/
aanhangercombinatie afgeremd tot‐
dat de slingerbeweging stopt. Wan‐
neer het systeem actief is, moet u het
stuurwiel zo stil mogelijk houden.
Aanhangerstabilisatie (TSA) maakt
deel uit van het elektronische stabili‐
teitsprogramma (ESP® Plus
) 3 134.
Page 185 of 217

Verzorging van de auto183Vogeluitwerpselen, dode insecten,boomhars en stuifmeel e.d. onmid‐
dellijk verwijderen. Hierin zitten
agressieve bestanddelen bevatten
die lakschade kunnen veroorzaken.
Bij een bezoek aan een wasstraat, de
aanwijzingen van de exploitant opvol‐ gen. De voorruitwissers en de achter‐
ruitwisser moeten uitgeschakeld zijn
en de buitenspiegels moeten inge‐
klapt zijn. Antenne en accessoires op de buitenkant van de auto zoals een
dakdragersysteem verwijderen.
Bij handmatig wassen erop letten dat
ook de binnenkant van de wielkasten grondig schoongespoten wordt.
Randen en naden van geopende por‐
tieren, achterklep en motorkap en de gebieden die erdoor bedekt worden
reinigen.Voorzichtig
Gebruik altijd een reinigingsmid‐
del met een pH-waarde van 4 tot 9.
Gebruik reinigingsmiddelen niet
op warme oppervlakken.
Laat alle portierscharnieren door een
werkplaats smeren.
Reinig de motorruimte niet met een
stoomcleaner of hogedrukreiniger.
Daarna de auto grondig afspoelen en afzemen. Zeemlap vaak uitspoelen.
Voor de carrosserie en de ruiten ver‐
schillende zeemlappen gebruiken:
wasresten op de ruiten belemmeren
het zicht.
Teervlekken niet met harde voorwer‐
pen verwijderen. Op gelakte opper‐
vlakken een spray voor het verwijde‐
ren van teervlekken gebruiken.
Rijverlichting De glazen van de koplampen en de
andere lampen zijn gemaakt van
kunststof. Geen schurende, bijtende
of agressieve middelen of ijskrabbers
gebruiken en ze niet droog reinigen.
Polijsten en in de was zetten Zet de auto regelmatig in de was (ui‐
terlijk wanneer het water geen drup‐
peltjes meer vormt). Anders zal het
lakwerk uitdrogen.Polijsten is alleen nodig als de laklaag
mat geworden is of aanslag vertoont.
Autopolish met siliconen vormt een
vuilwerende laag, waardoor in de was
zetten overbodig is.
Ongelakte kunststof carrosseriedelen mogen niet met autowas of polijstmid‐ delen worden behandeld.
Matgelakte carrosserieonderdelen of
sierstrippen mogen niet worden ge‐ polijst, om glanzen te voorkomen.
Gebruik als de auto is uitgerust met deze onderdelen in wasstraten geen
programma's met hete was.
Matgelakte carrosserieonderdelen,
bijv. kap spiegelbehuizing, mogen
niet worden gepolijst. Anders zouden
deze onderdelen gaan glanzen of zou de kleur vervangen.
Ruiten en ruitenwisserbladen Een zachte, pluisvrije doek of een
zeemleer en een ruitenreiniger en in‐
sectenverwijderaar gebruiken.
Wrijf bij het reinigen van de achterruit
van de binnenkant altijd parallel aan
het verwarmingselement om schade
te voorkomen.
Page 211 of 217

209Autostop............................... 91, 120
Auto wassen ............................... 182
B Bagageruimte .............................. 32
Bagageruimte-afdekking .............71
Bagageruimteverlichting .............102
Bak op instrumentenbord .............68
Banden ...................................... 168
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 173
Bandenreparatieset ...................174
Bandenspanning .......................168
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 90, 169
Bandenspanningswaarden ........202
Banden verwisselen ...................176
Bedieningselementen telefoon .....77
Bedieningsorganen ......................77
Bekerhouders .............................. 69
Bekleding .................................... 184
Beladingsinformatie .....................74
Beslagen lampglazen ................101
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 136
Beveiliging van de auto ................34
Binnenspiegels ............................. 39
Binnenverlichting ...............102, 161
BlueInjection ............................... 126
Bochtlicht .................................... 100Bolle vorm .................................... 38
Boordgereedschap .............167, 181
Boordinformatie ........................... 93
Brandstofbesparingsmodus ..........91
Brandstofblokkeersysteem .........121
Brandstofmeter ............................ 83
Brandstoftank ............................. 201
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 144
Brandstofverbruikcijfer ............93, 94
Brandstofverbruikmeter ................83
Brandstof voor dieselmotoren ...143
Buitenspiegels .............................. 38
Buitentemperatuur .......................79
Buitenverlichting ........................... 98
Bijrijdersbank ................................ 70
C Car Pass ...................................... 20
Centrale vergrendeling ................25
Claxon ................................... 14, 77
Compact reservewiel ..................178
Conformiteitsverklaring ...............203
Contactslotstanden ....................118
Controlelampen ......................82, 84
Controle over de auto ................117
Controles .................................... 149
Cruise control ...................... 91, 136
D Dagrijlicht .............................. 98, 100
Dagteller ...................................... 82Dakbelasting................................. 74
Dakdrager .................................... 74
Dashboard .................................... 10
De belangrijkste informatie voor uw eerste rit................................. 6
DEF ............................................ 126
De functie Meer tractie .......133, 134
Derde remlicht ........................... 159
Diefstalalarmsysteem ..................35
Diefstalvergrendeling ....................24
Dieselbrandstoffilter ...................155
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 156
Dieseluitlaatvloeistof ...................126
Dimlicht of grootlicht ...............98, 99
Documentenbak ........................... 69
DPF (Diesel Particle Filter, roetfilter) .................................. 125
Draairichtingsgebonden banden ............................ 168, 178
Driepuntsgordel ........................... 52
Driver Information Center .............92
Dubbele cabine ............................ 70
E Economisch rijden ......................116
ecoScoring.................................... 94
Elektrisch bediende ruiten ...........40
Elektrische aansluitingen .............80
Elektrische accessoires ................80
Page 212 of 217

210Elektrische verstelling ..................38
Elektrisch systeem...................... 162
Elektronische gegevensregistratie 40
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............106
Elektronisch sleutelsysteem .........23
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma (ESP) .........89, 134, 146
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma uit ............................... 89
Event Data Recorders (EDR) .....205
F
Fleshouders .................................. 69
Frontaal airbagsysteem ...............57
G Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen ........................... 93
Gereedschap ............................. 167
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................73
Gloeilamp vervangen ................157
Gordels ......................................... 50
Gordelverklikker ........................... 87
Gordijnairbagsysteem .................. 59
Groothoekspiegel .........................39
Grootlicht ............................... 91, 99H
Handgeschakelde versnellingsbak ......................130
Handmatige dimfunctie ................39
Handmatig verstellen ...................38
Handrem ............................. 131, 132
Handschoenenkastje ...................68
Handzender .................................. 21
Hellingrem ................................. 132
Hoedenplank achter .....................71
Hoofdsteunen .............................. 43
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 109
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 62
Indicator luchtstroom motor ........151
Infodisplay .................................... 92
Info-Displays ................................. 92
Inhouden ................................... 201
Inklapbare spiegels .....................38
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 103
Instrumentengroep ......................82
Instrumentenverlichting .............162
Interieurverlichting ......................101
Interieurverlichting voor ..............102
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........67K
Katalysator ................................. 125
Kentekenverlichting ...................160
Kilometerteller .............................. 82
Kindersloten ................................. 30 Kinderveiligheidssystemen ...........60
Kledinghaken ................................ 69
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................104
Klok .............................................. 79 Knoppen op stuurkolom ...............77
Knoppen op stuurwiel ...................77
Koeling (AC) ............................... 105
Koeling handschoenenkastje ....114
Koelvloeistof .............................. 152
Koelvloeistof en antivries ............188
Koelvloeistoftemperatuur .............89
Koelvloeistofverwarming............. 109
Koplampen ................................ 157
Koplampinstelling in het buitenland ................................ 99
Koplampverstelling ......................99
Krik ............................................. 167
L
Laadsysteem ............................... 88
Laadvloernet ................................. 72
Lampenkappen, beslagen ..........101
Leeslampjes met LED's ..............102
Lekke band ................................. 176