ESP OPEL VIVARO B 2018 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018, Model line: VIVARO B, Model: OPEL VIVARO B 2018Pages: 247, PDF Size: 5.53 MB
Page 157 of 247

Rijden en bediening155Druk op Ø op het instrumentenpa‐
neel.
Controlelamp Ø brandt op de instru‐
mentengroep en er verschijnt een
bijbehorend bericht op het Driver
Information Center 3 104.
Wanneer de snelheid 50 km/u
bereikt, schakelt het systeem auto‐
matisch van Meer tractie naar TC.
Controlelamp Ø dooft op de instru‐
mentengroep.
U kunt TC weer activeren door
nogmaals op Ø te drukken. Contro‐
lelampje Ø dooft.
De TC wordt ook opnieuw geacti‐
veerd wanneer u het contact de
volgende keer weer inschakelt.
Storing
Als het systeem een storing detec‐
teert, gaat de controlelamp b 3 101
samen met F 3 100 op de instrumen‐
tengroep branden en verschijnt er
een bijbehorend bericht op het Driver Information Center 3 104.
TC werkt niet. Oorzaak van de storing
onmiddellijk door een werkplaats
laten verhelpen.
Boordinformatie 3 105.
Elektronisch
stabiliteitsprogramma (ESP)
Het elektronische stabiliteitspro‐
gramma (ESP® Plus
) verbetert zo
nodig de rijstabiliteit ongeacht de
staat van het wegdek of de grip van
de banden. Het voorkomt ook dat de
aangedreven wielen doorslaan.Zodra de auto dreigt uit te breken (onderstuur/overstuur) wordt het
motorvermogen verminderd en
worden de wielen afzonderlijk afge‐
remd. Daardoor wordt de rijstabiliteit
van de auto op een glad wegdek
aanmerkelijk verbeterd.
ESP® Plus
is bedrijfsklaar zodra het
contact wordt ingeschakeld en de
controlelamp b op de instrumenten‐
groep dooft. Een bijbehorend bericht
verschijnt ook op het Driver Informa‐
tion Center 3 104.
Wanneer ESP® Plus
ingrijpt, gaat b
knipperen.9 Waarschuwing
Laat u door dit speciale veilig‐
heidssysteem niet verleiden tot
een roekeloze rijstijl.
Snelheid aan de staat van het
wegdek aanpassen.
Controlelamp b 3 101.
Aanhangerstabilisatie (TSA) 3 169.
Page 158 of 247

156Rijden en bedieningDe functie Meer tractie
Indien nodig kan ESP®Plus
worden
uitgeschakeld voor meer grip op
zachte grond of modderige of
besneeuwde wegen:
Druk op Ø op het instrumentenpa‐
neel.
Controlelamp Ø brandt op de instru‐
mentengroep en er verschijnt een
bijbehorend bericht op het Driver
Information Center 3 104.
Wanneer de snelheid 50 km/u
bereikt, schakelt het systeem auto‐
matisch van Meer tractie naar
ESP® Plus
. Controlelamp Ø dooft op
de instrumentengroep.
U kunt ESP® Plus
weer activeren door
nogmaals op Ø te drukken. Contro‐
lelampje Ø dooft.
ESP® Plus
wordt ook opnieuw geacti‐
veerd wanneer u het contact de
volgende keer weer inschakelt.
Motorremmomentregeling
De motorremmomentregeling is een
integrale functie van ESP ®Plus
. Bij het
terugschakelen op een glad wegdek
nemen het motortoerental en -koppel
toe om blokkeren van de aandrijfwie‐
len tijdens plotseling vertragen te
voorkomen.
Storing
Als het systeem een storing detec‐
teert, gaat de controlelamp b 3 101
samen met F 3 100 op de instrumen‐
tengroep branden en verschijnt er
een bijbehorend bericht op het Driver
Information Center 3 104.
Het elektronisch stabiliteitspro‐
gramma (ESP® Plus
) werkt niet.
Oorzaak van de storing onmiddellijk
door een werkplaats laten verhelpen.
Boordinformatie 3 105.
Page 171 of 247

Rijden en bediening169Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht geldt tot aan het aangegeven
hellingspercentage en tot een hoogte
van 1000 meter boven de zeespiegel.
Omdat het motorvermogen bij toene‐
mende hoogte door de lagere lucht‐
dichtheid daalt en het klimvermogen
daardoor afneemt, moet het maxi‐
maal toelaatbare treingewicht voor
iedere 1000 meter aan hoogtetoe‐
name met 10% worden verminderd.
Bij het rijden op wegen met een
gering hellingspercentage (kleiner
dan 8%, bijv. snelwegen) hoeft het
maximaal toelaatbare treingewicht
niet te worden verminderd.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht mag niet worden overschreden. Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht staat op het typeplaatje 3 218
vermeld.
Kogeldruk De kogeldruk is de kracht waarmee
de aanhanger op de koppelingskogel
drukt. De gewichtsverdeling bij het
laden van de aanhanger is van
invloed op de kogeldruk.De maximaal toelaatbare kogeldruk
staat op het typeplaatje van de trek‐
haak en in de autopapieren vermeld.
Altijd de maximale kogeldruk nastre‐
ven, vooral bij zware aanhangers. Nooit rijden met een kogeldruk lager
dan 25 kg.
Wanneer de aanhanger met meer
dan 1200 kg beladen is, een minimale kogeldruk van 50 kg aanhouden.
Achterasbelasting Bij een aangekoppelde aanhanger en
een maximale belading van de auto
(inclusief alle inzittenden), mag de
toelaatbare achterasbelasting (zie
typeplaatje of autopapieren) niet
worden overschreden.
Aanhangerstabilisatie
Als het systeem een sterke slinger‐
beweging registreert, dan wordt het
motorvermogen verlaagd en de auto/
aanhangercombinatie afgeremd
totdat de slingerbeweging stopt.
Wanneer het systeem actief is, moet u het stuurwiel zo stil mogelijk
houden.Aanhangerstabilisatie (TSA) maakt
deel uit van het elektronische stabili‐
teitsprogramma (ESP® Plus
) 3 155.
Page 210 of 247

208Verzorging van de autoVoorzichtig
Langzaam wegrijden. Schok‐
kende bewegingen vermijden.
Buitensporige trekkrachten
kunnen de auto beschadigen.
Trekhaak 3 168.
Verzorging van uiterlijk
Verzorging exterieur
Sloten
De sloten zijn af fabriek gesmeerd
met een hoogwaardig slotcilindervet.
Ontdooimiddelen alleen in dringende gevallen gebruiken, omdat ze ontvet‐
tend werken en de werking van de
sloten belemmeren. Na gebruik van
ontdooimiddelen, de sloten door een
werkplaats opnieuw laten smeren.
Wassen Het lakwerk van uw auto staat blootaan invloeden van buitenaf. Was uw auto daarom regelmatig.
Ga hiervoor bij voorkeur naar een
wasstraat met stoffen borstels met
een programma zonder aanbrengen
van was. Beperkingen voor carrosse‐
rieonderdelen met hoogglans- of
matte lak of sierstrippen, zie "Polijs‐
ten en in de was zetten".
Gebruik nooit een stoomreiniger of
een hogedrukreiniger voor de motor‐
ruimte.Breng regelmatig was op het lakwerk van de auto aan.
Vogeluitwerpselen, dode insecten,
boomhars en stuifmeel e.d. onmid‐ dellijk verwijderen. Hierin zitten
agressieve bestanddelen bevatten
die lakschade kunnen veroorzaken.
Bij een bezoek aan een wasstraat, de aanwijzingen van de exploitant opvol‐
gen. De voorruitwissers en de achter‐ ruitwisser moeten uitgeschakeld zijn
en de buitenspiegels moeten inge‐
klapt zijn. Antenne en accessoires op de buitenkant van de auto zoals een
dakdragersysteem verwijderen.
Bij handmatig wassen erop letten dat
ook de binnenkant van de wielkasten grondig schoongespoten wordt.
Randen en naden van geopende
portieren, achterklep en motorkap en
de gebieden die erdoor bedekt
worden reinigen.
Reinig de glanzende metalen sierlijs‐
ten met een voor aluminium
geschikte reinigingsoplossing, om
schade te voorkomen.
Page 241 of 247

239Auto reinigen.............................. 208
Auto slepen ................................ 206
Auto stallen ......................... 171, 177
Autostop ............................. 138, 140
Auto wassen ............................... 208
B
Bagageruimte ........................ 36, 80
Bagageruimte-afdekking .............81
Bagageruimteverlichting .............117
Bak op instrumentenbord .............75
Banden ...................................... 193
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 197
Bandenreparatieset ...................198
Bandenspanning .......................194
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 102, 195
Bandenspanningswaarden ........230
Banden verwisselen ...................201
Bedieningselementen telefoon .....87
Bedieningsorganen ......................87
Bekerhouders .............................. 77
Bekleding .................................... 210
Beladingsinformatie .....................84
Beslagen lampglazen ................115
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 157
Beveiliging van de auto ................38
Binnenspiegels ............................. 43Binnenverlichting ...............115, 186
BlueInjection ............................... 145
Bochtlicht .................................... 113
Bolle vorm .................................... 41
Boordgereedschap .............192, 206
Boordinformatie .........................105
Brandstofbesparingsmodus ........103
Brandstofblokkeersysteem .........139
Brandstofmeter ............................ 94
Brandstoftank ............................. 229
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 167
Brandstofverbruikcijfer ........105, 107
Brandstofverbruikmeter ................95
Brandstof voor dieselmotoren ...165
Buitenspiegels .............................. 41
Buitentemperatuur .......................89
Buitenverlichting .........................111
Bijrijdersbank ................................ 78
C
Car Pass ...................................... 22
Centrale vergrendeling ................26
Claxon ................................... 15, 87
Compact reservewiel ..................203
Conformiteitsverklaring ...............231
Contactslotstanden ....................136
Controlelampen ......................93, 96
Controle over de auto ................135
Controles .................................... 172
Cruise control ....................104, 157D
Dagrijlicht ............................ 112, 113
Dagteller ...................................... 93
Dakbelasting ................................. 84
Dakdrager .................................... 84
Dashboard .................................... 11
De belangrijkste informatie voor uw eerste rit................................. 6
DEF ............................................ 145
De functie Meer tractie .......154, 155
Derde remlicht ........................... 184
Diefstalalarmsysteem ..................39
Diefstalvergrendeling ....................26
Dieselbrandstof........................... 165
Dieselbrandstoffilter ...................179
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 179
Dieseluitlaatvloeistof ...................145
Dimlicht of grootlicht ...........111, 112
Documentenbak ........................... 77
DPF (Diesel Particle Filter, roetfilter) .................................. 144
Draairichtingsgebonden banden ............................ 193, 203
Driepuntsgordel ........................... 57
Driver Information Center ...........104
Dubbele cabine ............................ 78
Page 242 of 247

240EEconomisch rijden ......................134
ecoScoring.................................. 107
Elektrisch bediende ruiten ...........44
Elektrische aansluitingen .............90
Elektrische accessoires ................90
Elektrische verstelling ..................42
Elektrisch systeem...................... 187
Elektronische gegevensregistratie 44
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............121
Elektronisch sleutelsysteem .........24
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma (ESP) .......101, 155, 169
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma uit ............................. 101
Event Data Recorders (EDR) .....235
F
Fleshouders .................................. 78
Frontaal airbagsysteem ...............64
G Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..235
Geluidssignalen .........................106
Gereedschap ............................. 192
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................84
Gloeilamp vervangen ................181Gordels......................................... 56
Gordelverklikker ........................... 99
Gordijnairbagsysteem .................. 65
Groothoekspiegel .........................43
Grootlicht ........................... 103, 112
H Handgeschakelde versnellingsbak ......................151
Handgrepen .................................. 80
Handmatige dimfunctie ................43
Handmatig verstellen ...................41
Handrem ............................. 152, 153
Handschoenenkastje ...................76
Handzender ................................. 22
Hellingrem ................................. 153
Hoedenplank achter .....................81
Hoofdsteunen .............................. 47
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 125
I Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 70
Indicator luchtstroom motor ........174
Info-Display................................. 105 Info-Displays ............................... 104
Infotainment-systeem .................105
Inhouden ................................... 229
Inklapbare spiegels .....................42
Inleiding ......................................... 3Instapverlichting ......................... 117
Instrumentengroep ......................93
Instrumentenverlichting .............187
Interieurverlichting ......................115
Interieurverlichting voor ..............115
ISOFIX .......................................... 67
K Katalysator ................................. 145
Kentekenverlichting ...................185
Kilometerteller .............................. 93
Kindersloten ................................. 33 Kinderveiligheidssystemen ..........67
Kledinghaken ................................ 77
Klimaatregeling ............................ 16
Klimaatregelsystemen ................119
Klok .............................................. 90
Knoppen op stuurkolom ...............87
Knoppen op stuurwiel ...................87
Koeling (A/C) .............................. 120
Koeling handschoenenkastje ....132
Koelvloeistof .............................. 175
Koelvloeistof en antivries ............214
Koelvloeistoftemperatuur ...........102
Koelvloeistofverwarming............. 125
Koplampen ................................ 181
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 113
Koplampverstelling ....................112
Krik ............................................. 192