sensor PEUGEOT 2008 2013 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2013, Model line: 2008, Model: PEUGEOT 2008 2013Pages: 324, PDF Size: 8.96 MB
Page 121 of 324

119
5
Zicht
Dek de regensensor, die zich gecombineerd met de lichtsensor in het midden van de voorruit achter debinnenspiegel bevindt, niet af. Schakel de automatische werking vande ruitenwissers uit als de auto wordtgewassen in een wasstraat.
Wacht 's winters met het inschakelen van de automatische ruitenwissers totde voorruit ontdooid is.
Storing
In het geval van een storing in de automatische
wer
king van de ruitenwissers werken deze in de intervalstand.
Laat het systeem controleren door het
PEU
GEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Speciale stand van de
ruitenwissers voor
Deze stand maakt het mogelijk de ruitenwisserslos te zetten van de voorruit.
In deze stand kunnen de ruitenwisserbladenworden gereinigd of de ruitenwissers worden
ver vangen. In de winter kan deze stand tevensworden gebruikt om de ruitenwissers los te zetten van de voorruit.
Om een goede werking van de flat-blade ruitenwissers te behouden, adviseren wij u:
- voorzichtig met de ruitenwissers omte gaan,
- de ruitenwissers regelmatig te reinigen met zeepsop,
- de ruitenwissers niet te gebruiken om een stuk karton tegen devoorruit te houden,
- de ruitenwissers te ver vangen zodraze tekenen van slijtage ver tonen.
)
Als de ruitenwisserschakelaar binnen een
minuut nadat het contact is afgezet wordtbediend, worden de ruitenwissers in de
ver ticale stand gezet. ) Zet het contact aan en bedien deruitenwisserschakelaar om deruitenwissers na de werkzaamheden weer in de ruststand te zetten.
Page 134 of 324

132
Veiligheid
Airbags
De airbags zijn speciaal ontworpen om de
veiligheid van de inzittenden (uitgezonderd
de middelste passagier achter) bij ernstige aanrijdingen te verbeteren. De airbags
vormen een aanvulling op de werking van
de veiligheidsgordels met spanbegrenzers (behalve bij de middelste passagier achter).
De elektronische schoksensoren registreren
de frontale en zijdelingse aanrijdingen waaraan
de registratiezones voor een aanrijding worden
blootgesteld:
- bij een ernstige aanrijding gaan de airbags
onmiddellijk af om de inzittenden van de auto (uitgezonderd de middelste passagier achter) te helpen beschermen. Direct na de aanrijding ontsnapt het gas snel uit de airbags, zodat het zicht niet wordtbelemmerd en de inzittenden de autoeventueel kunnen verlaten,
- bij een minder ernstige aanrijding of eenaanrijding van achteren en in bepaalde gevallen waarbij de auto over de kop
slaat, treden de airbags niet in werking. De veiligheidsgordels helpen u in dezesituaties voldoende te beschermen.
De airbags werken alleen als hetcontact aan is. De airbags werken slechts eenmaal.
Als er een tweede aanrijding plaatsvindt(tijdens hetzelfde of een volgendongeval), worden de airbags niet meer opgeblazen.
Het activeren van de airbags gaatgepaard met wat rook en een knal,als gevolg van de activering van de pyrotechnische lading die in hetsysteem is geïntegreerd.De rook is niet schadelijk, maar kanvoor personen die hier gevoelig voor zijn, irriterend zijn. De knal die bij het afgaan wordt geproduceerd, kan het gehoor gedurende een korte periode enigszinsverminderen.
Registratiezones voor een
aanrijding
A. Impactzone vóór. B.
Impactzone opzij.
Airbags vóór
Activering
De airbags worden opgeblazen, behalve de
airbag aan passagierszijde wanneer deze is
uitgeschakeld, bij een ernstige frontale aanrijding
binnen (een gedeelte van) de impactzone vóór (A), in de lengterichting van de auto en vanaf
de voorzijde richting de achterzijde van de auto,
die zich op een horizontale ondergrond moetbevinden.
De airbag vóór wordt opgeblazen tussen de
bestuurder en het stuur of tussen de passagier
voorin en het dashboard om te verhinderen dat
deze naar voren wordt geslingerd. De airbags v
óór beschermen de bestuurder en voorpassagier bij een ernstige frontale
aanrijding, om de kans op hoofd- en borstletsel
te verkleinen.
De bestuurdersairbag is geïntegreerd in het stuur wiel en de passagiersairbag in hetdashboard boven het dashboardkastje.
Page 232 of 324

05
ORIËNTERING VAN DE KAART
Selecteer " Kaart
".
Selecteer " Kaartoriëntatie".
Selecteer:
-
"Kaart als plat vlak " om de kaart in 2D te zien,
-
" Kaart in perspectief" om de kaart in fperspectief te zien.
M
et " Kaart als plat vlak
":
- " Oriëntatie op het noorden
"
om de kaart
altijd naar het noorden te richten,
-"Oriëntatie auto
" om de kaart op de
r
ijrichting van de auto te richten,
De straatnamen worden op de kaart weer
gegeven bij een schaal
van 100 m of kleiner.
KLEUR VAN DE KAART
Selecteer " Kleur kaart ".
Selecteer:
-"Dag-/nachtkleuren automatisch" om de
weergave van de kaart automatisch aan te passen aan de hoeveelheid buitenlicht, met
behulp van de lichtsensor van de auto,
-
"Kaart in dagkleuren" om de kaart altijd in
de dagstand weer te geven, -"Kaart in nachtkleuren"om de kaart altijdin de nachtstand weer te geven.
Druk vervolgens op " Bevestigen
" om dewijzigingen op te slaan. Druk op MEN
U
om het " ALGEMENE MENU"
weer te geven en selecteer " Navigatie".
Selecteer "Kaart".
Druk op
MENUom " HOOFDMENU" weer tegeven en selecteer " Navigatie
".
KAART
Druk vervolgens op " Bevestigen" om de
wijzigingen op te slaan.
2
30