alarm Peugeot 208 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: 208, Model: Peugeot 208 2020Pages: 260, PDF Size: 6.53 MB
Page 70 of 260

68
Veiligheid
Algemene aanbevelingen met betrekking tot de
veiligheid
Verwijder de stickers niet die op de
verschillende plaatsen van uw auto zijn
aangebracht. Ze bevatten
veiligheidswaarschuwingen en informatie over
de identificatie van de auto.
Neem voor alle werkzaamheden aan uw
auto contact op met een gekwalificeerde
werkplaats die beschikt over de juiste
technische informatie, vakkennis en
apparatuur. Het PEUGEOT-netwerk is in staat
u dit te bieden.
Afhankelijk van de landelijke wetgeving kan de aanwezigheid van bepaalde
veiligheidsuitrusting verplicht zijn:
veiligheidsvesten, gevarendriehoeken,
alcoholtests, een set reservelampen,
reservezekeringen, een brandblusser, een
verbandtrommel, spatlappen aan de
achterzijde van de auto enz.
Monteren van elektrische accessoires:– Het monteren van elektrische uitrustingselementen of accessoires die niet
onder een artikelnummer in het assortiment
van PEUGEOT voorkomen, kan tot een
hoger stroomverbruik leiden en kan storingen
in het elektrische systeem van uw auto
veroorzaken. Ga naar het PEUGEOT-netwerk
voor meer informatie over het aanbod aan
accessoires met een artikelnummer.
– Uit veiligheidsoverwegingen is toegang tot de diagnose-aansluiting, die is gekoppeld
aan de elektronische systemen in de
auto, uitsluitend voorbehouden aan het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats waar de beschikking is over
geschikt gereedschap (kans op storingen in
de elektronische systemen die kunnen leiden
tot pech of ernstige ongevallen). De fabrikant
kan niet aansprakelijk worden gesteld als dit
voorschrift niet wordt opgevolgd.
– Wijzigingen of aanpassingen die niet door PEUGEOT zijn voorzien of toegestaan, of
die niet volgens de technische voorschriften
van de fabrikant zijn uitgevoerd, leiden tot het
vervallen van de commerciële garantie.
Monteren van als accessoire
geleverde radiocommunicatiezenders
Voordat u een radiocommunicatiezender
met buitenantenne monteert, moet u bij
het PEUGEOT-netwerk de technische
gegevens (frequentieband, maximaal
uitgangsvermogen, positie antenne,
specifieke installatievoorschriften) van de
voor montage geschikte zenders opvragen,
conform de Richtlijn Elektromagnetische
Compatibiliteit (2004/104/EG).
Conformiteitsverklaring voor
radioapparatuur
De relevante certificaten zijn beschikbaar op
de website http://public.servicebox.peugeot.
com/APddb/.
Alarmknipperlichten
► Wanneer u op de rode toets drukt, gaan alle richtingaanwijzers knipperen.
De alarmknipperlichten werken ook als het
contact is afgezet.
Automatisch inschakelen van de alarmknipperlichten
Bij een noodstop worden afhankelijk van de
mate van remvertraging de alarmknipperlichten
automatisch ingeschakeld. Zodra u weer gas
geeft, gaan de alarmknipperlichten uit.
U kunt de alarmknipperlichten echter ook
uitschakelen door de toets in te drukken.
Page 132 of 260

130
Rijden
– Bij stilstaande voorwerpen (geparkeerde auto's, vangrails, lantaarnpalen, borden enz.).– Bij tegemoetkomend verkeer.– Op bochtige wegen of in zeer scherpe bochten.– Bij het inhalen van of ingehaald worden door een zeer lang voertuig (vrachtwagen, autobus
enz.) die én in de dode hoek achter wordt
gedetecteerd én zich in het gezichtsveld van de
bestuurder bevindt.
– Bij snelle inhaalmanoeuvres.– Bij erg druk verkeer: de voertuigen die voor en achter worden gedetecteerd, worden aangezien
voor een vrachtwagen of een stilstaand object.
– Als de functie Park Assist of Full Park Assist is geactiveerd.
Storing
Bij een storing gaat dit waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel gaat branden en wordt er
een melding weergegeven.
Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of
een gekwalificeerde werkplaats om het systeem
te laten controleren.
Bij slechte weersomstandigheden (zware
regenval, hagel enz.) kan het systeem
tijdelijk minder nauwkeurig werken.
Vooral het rijden op een nat wegdek of het
van een droog wegdek op een nat wegdek
terechtkomen kan tot een vals alarm leiden
(zo kan een wolk waterdruppels in de dode
hoek worden aangezien voor een voertuig).
Let er bij slecht weer en in de winter altijd op
dat de sensoren niet met modder, sneeuw of
ijs bedekt zijn.
Plak geen stickers of andere voorwerpen op
het gedeelte van de buitenspiegels waar het
waarschuwingsgebied zich bevindt of op de
detectiezones op de voor- en achterbumper,
omdat de dodehoekbewaking dan mogelijk
niet goed werkt.
actieve
dodehoekbewaking
Als aanvulling op het permanent branden
van het lampje in de buitenspiegel aan de
desbetreffende zijde, geeft het systeem bij het
overschrijden van een rijstrookmarkering met
ingeschakelde richtingaanwijzers een rukje aan
het stuurwiel voor een koerscorrectie om u te
helpen een aanrijding met het voertuig in de
dode hoek te voorkomen.
Dit systeem is een combinatie van de Lane
Keeping Assist en de dodehoekbewaking.
Deze twee functies moeten ingeschakeld en
storingsvrij zijn.
De snelheid van de auto moet liggen tussen 65
en 140 km/h.Deze functies zijn met name geschikt voor het
rijden op autowegen en snelwegen.
Raadpleeg de desbetreffende rubrieken voor
meer informatie over de Lane Keeping Assist
en de dodehoekbewaking .
Active Safety Brake
met Distance Alert
en intelligente
noodremassistentie
Lees de algemene adviezen over het gebruik
van de rij- en parkeerhulpsystemen.
Dit systeem:– waarschuwt de bestuurder wanneer er een risico bestaat op een aanrijding met een
voorligger, een voetganger of, afhankelijk van de
uitvoering, een fietser.
– vermindert de snelheid van de auto om een aanrijding te voorkomen of de zwaarte van de
aanrijding te beperken.
Het systeem houdt tevens rekening met
motorfietsen en dieren, maar dieren
kleiner dan 0,5 m en voorwerpen op de rijbaan worden niet altijd gedetecteerd.
Dit systeem heeft drie functies:
– Distance Alert.– Intelligente noodremassistentie.
Page 173 of 260

171
In geval van pech
8Gevarendriehoek
Voordat u uit de auto stapt om de
gevarendriehoek uit te vouwen en te
plaatsen moet u om veiligheidsredenen
de alarmknipperlichten inschakelen en uw
reflecterende veiligheidsvest aantrekken.
Uitvouwen en plaatsen van
de gevarendriehoek
Zie de bovenstaande afbeelding voor
uitvoeringen met een originele gevarendriehoek.
Raadpleeg bij andere gevarendriehoeken
de instructies voor het uitvouwen in de
gebruiksaanwijzing van de gevarendriehoek.
► Plaats de gevarendriehoek achter de auto, houd u daarbij aan de ter plaatse geldende
regels.
Brandstoftank leeg
(diesel)
Bij een auto met een dieselmotor moet
in geval van een lege brandstoftank het
brandstofsysteem worden ontlucht.
Voordat u begint met het ontluchten van het
systeem, is het van groot belang om minimaal 5
liter diesel in de brandstoftank te gieten.
Raadpleeg het betreffende gedeelte voor
meer informatie over tanken en de
tankbeveiliging (diesel) .
Bij niet-BlueHDi-uitvoeringen bevinden de
onderdelen van het brandstofsysteem zich in de
motorruimte, mogelijk onder de verwijderbare
afdekking.
Raadpleeg het betreffende gedeelte voor
meer informatie over de motorruimte,
en met name de plaats van deze onderdelen
onder de motorkap.
1.5 BlueHDi-motoren
► Zet het contact aan (zonder de motor te starten).► Wacht ongeveer 1 minuut en zet het contact af.► Start de motor .Als de motor niet direct aanslaat, beëindig dan
uw startpoging en herhaal de procedure.
1.6 HDi-motoren
► Open de motorkap en maak indien nodig de sierkap los om de handopvoerpomp te kunnen
bereiken.
► Bedien de handopvoerpomp totdat u weerstand voelt (de eerste keer indrukken
kan zwaar zijn).
► Bedien de startmotor om de motor te starten (als de motor niet gelijk aanslaat, wacht dan
ongeveer 15 seconden voordat u het opnieuw
probeert).
► Als de motor na meerdere pogingen niet aanslaat, bedien dan de handopvoerpomp en
vervolgens de startmotor opnieuw.
► Breng de sierkap aan, klem deze vast en sluit de motorkap.
Boordgereedschap
Gereedschapsset die bij de auto wordt geleverd.
De samenstelling ervan is afhankelijk van de
uitrusting van uw auto:
– Bandenreparatieset.
– Reservewiel.
Toegang tot het
gereedschap
Afhankelijk van de uitvoering is het
boordgereedschap opgeborgen in een tas op de
mat van de bagageruimte of in een opbergvak
onder de mat van de bagageruimte.
Page 175 of 260

173
In geval van pech
8Met bandenreparatieset
4.Een 12V-compressor, een flacon
afdichtmiddel en een sticker met de
snelheidslimiet
Voor het tijdelijk repareren en het op
spanning brengen van een band.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over de bandenreparatieset .
Uitvoeringen met reservewiel
5.Wielsleutel
Hiermee kunt u de wieldop verwijderen en de
wielbouten losdraaien.
6. Krik met geïntegreerde slinger
Hiermee kan de auto worden opgekrikt.
7. Gereedschap voor het verwijderen van
sierdoppen van wielbouten (afhankelijk van
de uitvoering)
Hiermee kunnen bij lichtmetalen velgen
de sierdoppen van de wielbouten worden
verwijderd.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over het reservewiel.
Bandenreparatieset
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
U kunt de band tijdelijk repareren met een
compressor en een flacon met afdichtmiddel
zodat u naar de dichtstbijzijnde garage kunt
rijden.
Ontworpen om algemene lekkages op het
loopvlak van een band te repareren.
De compressor kan via de 2
V-aansluiting lang genoeg op het
elektrische systeem van de auto worden
aangesloten om een lekke band weer op te
pompen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de
gereedschapsset .
Reparatiemethode
Verwijder het voorwerp (zoals een spijker
of schroef) dat de lekkage heeft
veroorzaakt niet uit de band.
► Parkeer de auto zonder het verkeer te belemmeren en schakel de parkeerrem in.► Volg de veiligeidsinstructies (alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
verkeersveiligheidsvest enz.) volgens de
geldende wetgeving in het land waar u rijdt.
► Zet het contact af.► Rol de slang uit die onder de compressor is opgeborgen.
► Sluit de slang van de compressor aan op de flacon met afdichtmiddel.
Page 186 of 260

184
In geval van pech
Zekeringkast in de
motorruimte
De zekeringkast bevindt zich onder de motorkap,
naast de accu.
Toegang tot de zekeringen
► Maak de twee vergrendelingen A los.► Verwijder het deksel.► Vervang de zekering.
Zekeringnr. Stroomsterkte
(A) Functies
F1 10 AElektrochromatische binnenspiegel
F3 5 ADraadloze smartphonelader.
F4 15 AClaxon.
F5 20 ARuitensproeierpomp.
F6 20 ARuitensproeierpomp.
F7 5 AUSB-aansluitingen achter.
F8 20 ARuitenwisser achter.
F10 30 AVergrendelen/ontgrendelen.
F 11 30 AVergrendelen/ontgrendelen.
F14 5 ANoodoproep en pechhulpoproep - alarm.
F24 5 A7 inch touchscreen.
F27 5 AAlarm (montage in de werkplaats).
F29 20 A10 inch touchscreen.
F31 of F32 15 AAansteker / 12V-aansluiting.
Bovenste zekeringkast
Page 193 of 260

191
In geval van pech
8Toegang tot het
gereedschap
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de toegang tot de
gereedschapsset.
Slepen van de auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de
voorzijde:
► Maak het afdekplaatje los door op de hoek linksboven te drukken.
Voor het slepen van uw auto:
► Draai het sleepoog vast tot de aanslag.► Bevestig de sleepstang.► Zet de versnellingsbak in de neutraalstand.
Wanneer deze instructie niet wordt
nageleefd, kunnen bepaalde onderdelen
(rem, transmissie, enz.) beschadigd raken en
kan het zijn dat de rembekrachtiging niet
werkt wanneer de motor een volgende keer
wordt gestart.
Automatische transmissie: sleep de auto nooit met de aangedreven wielen op de
grond terwijl de motor is afgezet.
► Ontgrendel het stuurwiel en zet de parkeerrem vrij.► Schakel de alarmknipperlichten van beide auto's in.► Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid als de af te leggen afstand beperkt.
Slepen van een andere auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de
achterzijde:
► Maak het afdekplaatje los door op het linker
gedeelte te drukken.► Beweeg het afdekplaatje omlaag.Voor het slepen van een andere auto:
► Draai het sleepoog vast tot de aanslag.► Bevestig de sleepstang.► Schakel de alarmknipperlichten van beide auto's in.► Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid als de af te leggen afstand beperkt.
Page 253 of 260

251
Trefwoordenregister
3D digitaal instrumentenpaneel 1012V-accu 164, 186–187, 186–189
A
Aanhanger 73, 155Aanhangergewichten 192–193, 196Aansluiten MirrorLink 216–217, 237Aansluiting 12 V 55ABS 71Accessoires 68Accu 160Accu laden 148, 153, 188Achterbank 47Achterlichten 181Achterruitverwarming 53Achteruitrijcamera 109, 136–137Achteruitrijlicht 181Actief dodehoekbewakingssysteem 130Actieradius AdBlue 21, 164Actieradius AdBlue® 21Active Safety Brake 130–132Adaptieve cruise control met Stop-functie 11 3Adaptieve snelheidsregelaar 11 8AdBlue® 21, 166AdBlue® bijvullen 167AdBlue®-reservoir 167Afmetingen 198Afstandsbediening 31–36Afstellen van de koplamphoogte 62Afzetten van de motor 90, 92Airbags 75–79Airbags vóór 76–77, 80Airconditioning 49, 51–52Airconditioning (handbediend) 49
Alarmknipperlichten 68, 171Alarmsysteem 39–40Algemeen menu 28Allesdragers 159Android Auto verbinding 237Antiblokkeersysteem (ABS) 71–72Antidiefstalsysteem/Startblokkering 33Antispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling 72Apple®-speler 204, 215, 242Apple CarPlay verbinding 217, 236Apps 237Audiokabel 241Automatische airconditioning ~ Airconditioning, automatische 50, 52Automatische ruitenwissers 67Automatische transmissie ~ Versnellingsbak, automatische 97, 99–102, 105–107, 165, 188Automatisch inschakelen verlichting 62Automatisch noodremsysteem 130–132AUX-aansluiting 203, 215, 241
B
Bagageafdekking 58Bagageruimte 39, 58Banden 165, 198Banden oppompen 165, 198Bandenreparatieset 172–173Bandenspanning 165, 175, 198Bandenspanningscontrole (met set) 173, 175Bandenspanning te laag (detectie) 107Batterij afstandsbediening ~ Afstandsbediening, batterij 37Batterij afstandsbediening vervangen ~ Afstandsbediening, batterij vervangen 37
Bediening autoradio aan stuurkolom ~
Autoradio, bedieningen
aan stuurkolom 199–200, 210, 225Beladen 159Benzinemotor 162, 193Bijvullen AdBlue® 164, 167Binnenspiegel 46BlueHDi 21, 164, 171Bluetooth (handsfree set) 204–205, 218–219, 242–243Bluetooth (telefoon) 204–205, 218–219, 242–244Bluetooth- verbinding 204–205, 218–219, 238, 242–244Boordcomputer 25–26Boordgereedschap 58, 171–173Brandstof 7, 147Brandstofadditief 165Brandstofniveaumeter 147Brandstoftank 147–148Brandstof tanken 147–148Brandstoftank leeg (diesel) 171Brandstofverbruik 7Brandstofvuldop ~ Brandstoftankdop 147Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep 147–148Buitenspiegels 46, 53, 128
C
Carrosserie 170Carrosserie-onderhoud 170CD 203, 215CD MP3 203, 215Centrale vergrendeling 35CHECK 24