airbag Peugeot 301 2012 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2012, Model line: 301, Model: Peugeot 301 2012Pages: 236, PDF Size: 6.9 MB
Page 108 of 236

106
Veiligheid
Airbags
De airbags zijn speciaal ontworpen om de
veiligheid van de inzittenden bij ernstige aanrijdingen te verbeteren. Ze vormeneen aanvulling op de werking van de
veiligheidsgordels met spanbegrenzers.
De elektronische schoksensoren registreren
de frontale en zi
jdelingse aanrijdingen waaraan
de registratiezones voor een aanrijding worden blootgesteld:
- bij een ernstige aanrijding gaan de airbags
onmiddellijk af en zorgen ervoor dat deinzittenden van de auto beter wordenbeschermd. Direct na de aanrijding
ontsnapt het gas snel uit de airbags,zodat het zicht niet wordt belemmerd en de inzittenden de auto eventueel kunnen
verlaten,
- bi
j een minder ernstige aanrijding of eenaanrijding van achteren en in bepaalde gevallen waarbij de auto over de kop slaat,
treden de airbags niet in werking. In deze
situaties zorgen de veiligheidsgordels voor uw bescherming.
De airbags werken alleen als hetcontact aan is. De airbags werken slechts eenmaal.
Als er een tweede aanrijding plaatsvindt(tijdens hetzelfde of een volgendongeval), worden de airbags niet meer opgeblazen.
Het activeren van de airbags gaatgepaard met wat rook en geluid,als gevolg van de activering van de pyrotechnische lading die in hetsysteem is geïntegreerd.De rook is niet schadelijk, maar kanvoor personen die hier gevoelig voor zijn, irriterend zijn. De knal die bij het afgaan wordt geproduceerd, kan het gehoor gedurende een kor te periode enigszinsverminderen.
Registratiezones voor een
aanrijding
A. Impactzone vóór.
B. Impactzone opzij.
Airbags vóór
Activering
De airbags worden gelijktijdig opgeblazen,
behalve als de airbag aan passagierszijde
is uitgeschakeld, bij een ernstige frontale
aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone vóór (A), in de lengterichting
van de auto en vanaf de voorzijde richting
de achterzijde van de auto, die zich op eenhorizontale ondergrond moet bevinden.
De airbag vóór wordt opgeblazen tussen de
bestuurder en het stuur of tussen de passagier
voorin en het dashboard om te verhinderen dat
deze naar voren wordt geslingerd. De airbags v
óór beschermen de bestuurder en voorpassagier bij een ernstige frontale
aanrijding, om de kans op hoofd- en borstletsel
te verkleinen.
De bestuurdersairbag is geïntegreerd in het stuur wiel en de passagiersairbag in hetdashboard boven het dashboardkastje.
Page 109 of 236

107
7
Veiligheid
Uitschakelen
Dit waarschuwingslampje brandt ophet instrumentenpaneel bij aangezet contact en zolang de airbag isuitgeschakeld.
Schakel voor de veiligheid van uw kindde airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in derijrichting op de voorstoel plaatst.
Anders kan een kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Plaats geen kinderzitje op devoorstoel als minimaal één van beide waarschuwingslampjes van de airbagspermanent blijft branden. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT- netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Opnieuw inschakelen
Storing
Als dit lampje op het instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op hetdisplay, laat het systeem dan controleren
door het PEUGEOT- net wer k of een gekwalificeerde
werkplaats. De kans bestaat dat de airbags bij een
ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.
Als dit lampje knippert, raadpleeg dan het PEUGEOT- netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. De
kans bestaat dat de airbag aanpassagierszijde bij een ernstigeaanrijding niet wordt geactiveerd.
Alleen de airbag aan passagierszijde kan
worden uitgeschakeld: )steek de sleutel in de schakelaar
voor uitschakelen van de airbag aanpassagierszijde, )draai deze in de stand "OFF"
, )ver wijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
Als u het kinderzit
je hebt ver wijderd, zet dan met afgezet contactde schakelaar weer op
"ON"
om de airbag opnieuw in te schakelen
en zo de veiligheid van uw passagier te garanderen.
Page 110 of 236

108
Veiligheid
Zijairbags
Activering
De zijairbags worden aan de desbetreffende
zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone opzij (B ), loodrecht op de lengteas
van de auto en vanaf de buitenzijde richting de
binnenzijde van de auto.
De zijairbag zorgt er voor dat het bovenlichaamen het hoofd van de inzittenden voorin wordenbeschermd.
De zijairbags beschermen de bestuurder en
de voorpassagier bij een ernstige zijdelingseaanrijding om de kans op letsel te verkleinen.
De zijairbags zijn aangebracht in het frame van
de rugleuning, aan de por tierzijde.
Detectiezones voor een aanrijding
A.
Impactzone vóór.
B. Impactzone opzij.
Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met eengeluidssignaal en een melding op het
multifunctionele display, raadpleegdan het PEUGEOT- netwerk of eengekwalificeerde werkplaats om het systeem te laten controleren. De kans bestaat dat de airbags bijeen ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.
Storing
Bij een lichte zijdelingse aanrijding of bij over de kop slaan, kan het zijn dat deairbag niet wordt geactiveerd.
Bij een aanrijding van achteren of een frontale aanrijding wordt de airbag niet geactiveerd.
Page 111 of 236

109
7
Veiligheid
Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten. Draag altijd een correct afgesteldeautogordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussende airbag en de inzittenden (kinderen, huisdieren, objecten...). Dit kan de goedewerking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden.
Laat na een aanrijding of diefstal van uwauto de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemenmogen uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerdewerkplaats worden uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriftenworden nageleefd, blijft de kans bestaanop letsel of lichte brandwonden aan hethoofd, de borst of de armen als de airbag wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk zeer snel opgeblazen (binnen enkele milliseconden) en loopt ver volgens even snel leeg, waarbij de warme gassen via de daarvoor bestemde openingen naar buiten stromen.
Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor goedgekeurde stoelhoezen, die in combinatie met actieve zijairbags gebruikt kunnen worden. Voor informatie over destoelhoezen die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich wenden tot het PEUGEOT-netwerk. Raadpleeg de rubriek "Accessoires".Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot ver wondingen aan armen of borstkas.Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn voeten niet op hetdashboard laten rusten. Het is raadzaam niet te roken in de auto. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijpbrandwonden of ander letsel veroorzaken.
Ver wijder het stuur wiel nooit, maak geengaten in de stuurwielbekleding en sla er nietop.
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:
Page 113 of 236

111
8
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Kinderzitje op de passagiersstoel voor
"Met de rug in de rijrichting"
Wanneer een kinderzitje voor het
ver voeren met de rug in de rijrichting opde passagiersstoel voor wordt geplaatst, rmoet de airbag aan passagierszijde zijn
uitgeschakeld. Gebeurt dit niet, dan kan
het kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
"Met het gezicht in de rijrichting"
Wanneer een kinderzitje met het gezicht in
de rijrichting op de passagiersstoel voorwordt geplaatst, moet de stoel in de middelste
stand van de voor-/achter waartse verstellingworden gezet met de rugleuning rechtop en
mag de airbag aan passagierszijde niet wordenuitgeschakeld.
Middelste stand
Page 114 of 236

112
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Raadpleeg de voorschriften op de sticker diezich aan beide zijden van de zonneklep aan
passagierszijde bevindt:
Schakel voor de veiligheid van uw kind de airbag aan passagierszijde altijd uit als u eenkinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel plaatst. Anders kan een kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Page 117 of 236

115
8
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
De onjuiste bevestiging van een kinderzitje brengt de veiligheid van het kind in gevaar bijeen aanrijding.
Zorg er voor dat de veiligheidsgordels of hettuigje van het kinderzitje, zelfs bij kor te ritten, worden vastgemaakt waarbij de speling ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveelmogelijk moet worden beperkt.
Zorg er bij het bevestigen van hetkinderzitje met de veiligheidsgordel voor dat de veiligheidsgordel correct tegen hetkinderzitje is gespannen en dat de gordel hetkinderzitje stevig op zijn plaats houdt. Schuif de passagiersstoel, wanneer deze versteld kan worden, indien nodig naar voren.
Zorg er voor een optimale bevestigingvan het kinderzitje "met het gezicht in de rijrichting" voor dat de rugleuning van hetzitje tegen de rugleuning van de stoel van de auto aandrukt en dat de hoofdsteun geenbelemmering vormt. Als de hoofdsteun verwijderd moetworden, berg deze dan zorgvuldig op om te voorkomen dat de hoofdsteun door de autovliegt bij krachtig afremmen.
Adviezen voor kinderzitjes
Laat uit veiligheidsoverwegingen:- geen kinderen zonder toezicht achter in een auto,- nooit een kind of een dier in een autoachter wanneer alle ruiten gesloten zijn en de auto in de zon staat,
- de sleutels nooit binnen bereik van de kinderen achter in de auto.Gebruik de kindersloten om te voorkomendat de portieren en de portierruiten achter per ongeluk geopend worden. Zorg er voor dat de por tierruiten achter niet verder dan voor 1/3 deel geopend worden. Plaats zonneschermen om uw jonge kinderen tegen de zon te beschermen.
Kinderen jonger dan 10 jaar mogen nietmet het gezicht in de rijrichting op depassagiersstoel voor worden vervoerd,behalve als de achterzitplaatsen al bezet zijndoor andere kinderen of als de achterbank niet bruikbaar, neergeklapt of ver wijderd is.
Schakel de airbag aan passagierszijde uit zodra een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel wordt geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van deairbag levensgevaarlijk gewond raken.
Plaatsen van een stoelverhoger
Het bovenste gedeelte van deveiligheidsgordel moet over de schouder vanhet kind liggen zonder de hals te raken. Controleer of de heupgordel goed over debovenbenen van het kind ligt.
PEUGEOT beveelt aan een stoelverhoger met rugleuning te gebruiken voorzienvan een gordelgeleider ter hoogte van deschouder.
Page 225 of 236

.
223
Visuele index
Interieur
Indeling bagageruimte 73-74- verlichting - opbergbak
Voor stoelen 55-56
Kinderzitjes 110-115ISOFIX-kinderzitjes 116-118Mechanisch kinderslot 11 9
Airbags 10 6 -109
Indeling interieur 70 -72 - zonneklep - dashboardkastje - armsteun vóór - USB-aansluiting / Jack-aansluiting - 12V- ac c essoireaansluiting / aansteker
Uitschakeling passagiersairbag 107 Veiligheidsgordels 103-105
Achterzitplaatsen 57
Page 229 of 236

.
227
Index
Aanhanger.....................................................r151Aanhangergewichten............................ 169, 171Aansluiting 12V ...............................................72Aansteker........................................................r72ABS met elektronische remdrukregelaar.....r101Accessoires...................................................154Accu..............................................144-146, 166Accu laden ............................................ 145, 146Achterruitverwarming .....................................69Achteruitrijlicht..............................................137Afmetingen .................................................... 172Afstandsbediening ..............................42,43,45Airbags....................................................31, 106Airbags vóór..........................................r106, 109Airconditioning ................................................20Airconditioning (handbediend)........................14Alarmknipperlichten ...................................... 100Alarmsysteem .................................................46Algemeen menu............................................178Allesdragers .................................................. 157Antiblokkeersysteem (ABS) ..........................101Antispinregeling (ASR).................................102Armleuning......................................................70Armleuning vóór..............................................r72Asbak..............................................................70Audio-aansluitingen ................72,185, 187,215Automatische airconditioning (met display)...........................................62,65Automatische transmissie ...............82,146, 167Automatisch inschakelenalarmknipperlichten....................................100Autoradio ............................................... 175, 205AUX-aansluiting............................................187Aux-aansluitingen.........................................215
A
BBagageruimte..................................................49Bagageruimte (openen) ..................................42
Banden ............................................................20Bandenreparatieset ......................................120Bandenspanning.....................................20,173Bandenspanningscontrole (met set) ............. 120Batterij afstandsbediening........................44, 45Batterij afstandsbediening ver vangen............44Bediening autoradio aan stuurkolom ............ 177Bekerhouder....................................................70Beladen...................................................20,157Benzinemotor..................................r54,160,168Binnenspiegel.................................................59Bluetooth (handsfree set).............................189Boordcomputer.........................................r36-38Brandstof...................................................f20, 54Brandstofniveaumeter.....................................r52Brandstoftank ............................................52,53Brandstof tanken .......................................52-54Brandstoftank leeg (diesel)...........................162Brandstofverbruik............................................20Brandstofvuldop ..............................................52Brandstofvulklep.......................................52,53Buitenspiegels.................................................58
C
CD.................................................................182CD MP3.................................................183,184Centrale
vergrendeling................................................43Claxon ........................................................... 100Contact............................................................75Controle motorolieniveau..............................163Controles............................... 160,161, 166,167
D
Dagteller..........................................................r34
Dashboardkastje.............................................71Datum instellen...............................................35Derde remlicht ...............................................138Dieselmotor.....................r54,161,162, 170, 171Dimlicht...................................................91,135Display instrumentenpaneel...........................22
EEco-mode ......................................................147Eco-rijden (adviezen)......................................20Elektronisch gestuurde
versnellingsbak ............................. 78, 146, 167
Elektronische remdrukre
gelaar (REF).........101Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)....102ESP/ASR .......................................................102Extra ingang..........................................187,215
F
Follow me home verlichting............................95Functie snelweg (richtingaanwijzers)............100
G
Gereedschap ........................................ 126,127Gewichten .............................................169, 171Grootlicht.................................................91, 134
Page 231 of 236

.
229
Index
Ontwasemen achter........................................r68Ontwasemen voor...........................................r68Opbergvak.......................................................74Opbergvakken...........................................70-72Opbergvakken portieren.................................70Openen bagageruimte..............................42, 49Openen motorkap ......................................... 159Openen portieren......................................42,48Overzicht gewichten.............................169, 171Overzicht motoren........................ 168, 170, 171Overzicht zekeringen....................................139
PParkeerhulp achter..........................................r89Parkeerlichten .................................91, 135,137Plafonniers......................................................99Portieren.........................................................48Portieren sluiten ........................................43,48
R
Radio.............................................................179Regelmatige controles ..........................166, 167Regelmatig onderhoud ...................................20Regeneratie roetfilter....................................r166Reinigen (adviezen) ......................................154Rembekrachtigingsysteem ...........................101Remblokken..................................................167Remlichten ....................................................137Remmen........................................................167Remschijven..................................................167Reservewiel ..........................................126,127Reservoir ruitensproeiers.............................165
Richtingaanwijzers ........................100,134, 137Roetfilter................................................r164-166Ruitbediening..................................................51Ruitensproeiers vóór.......................................r97Ruitenwisserbladen vervangen ..............98, 148Ruitenwissers..................................................97Ruitenwisserschakelaar..................................r97
SSelectiehendel automatische
transmissie...................................................82Selectiehendel gestuurde
handgeschakelde versnellingsbak.......78,167Selectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak .............................................77Serienummer auto ........................................173Set voor tijdelijke bandenreparatie...............120Slepen van een auto ..................................... 149Sleutel met afstandsbediening...........42, 43, 45Sneeuwscherm (en)......................................153Snelheidsbegrenzer........................................r85Snelheidsregelaar...........................................r87Spaarfase......................................................146Star tblokkering, elektronische ...................43,45Starten...........................................................145Starten van de auto.............................75, 78, 82Stilzetten van de auto .........................75, 78, 82Stoelen achter.................................................r57Stoelen verstellen...........................................55Streaming audio Bluetooth ...................188,190Stuurslot ..........................................................43Stuurwiel (verstellen)......................................60Synchroniseren afstandsbediening................44
T
Ta n k b e v e i l iging...............................................53Technische gegevens............................168-171Te l a ag brandstofniveau..................................52Telefoon.........................................................191Te l l e r................................................................r22Tijdelijke bandenspanning (met set).............120Tijd instellen....................................................35Toerenteller.....................................................r22Trekhaak........................................................151
U
Uitschakelen airbag passagier.....................r106USB-aansluiting......................................72,185
V
Veiligheidsgordels.........................103,105,113Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen ................106, 110,114, 116-118Ventilatie..................................14,20,61-63,65Ventilatieroosters............................................61Verkeersinformatie (TA) ................................180Verklikkerlampjes................................23,26,27Verlichting .......................................................91Verlichting overdag.................................95,135Versnellingshendel..........................................20Verwarming...................................14,20,63,65Verwarming onderzijde voorruit.....................69Voorstoelen.....................................................55