ESP Peugeot 308 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2015, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2015Pages: 416, PDF Size: 10.64 MB
Page 401 of 416

399
Uitschakelen airbag passagier .....................20 8
Uitschakelen ESP ......................................... 203
Updaten risicozones
..................................... 333
UREA
.................................................... 279, 280
USB
............................................................... 318
USB-aansluiting
.......................88, 91, 382, 384
USB-poort
..................................................... 318
Veiligheidsgordels
.........................204-206, 218
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
.....208,
212-214, 219, 221, 223 -225, 227
Ventilatie
...............
.............10, 99 -101, 103, 109
Ventilatieroosters
............................................ 99
Verkeersinformatie (TA)
........................ 339
, 378
Verkeersinformatie (TMC)
................... 33
8, 339
Verklikkerlampje remsysteem
......................... 21
V
erklikkerlampjes
..................... 1
3 -15, 17, 18, 20
Verklikkerlampje SCR-systeem
......................27
Verklikkerlampjes (status)
.........................15, 20
Verklikkerlampje voorgloeien (diesel)
............15
Verlichting
..................................................... 19 4
Verlichting overdag
..............243, 244, 246, 247
Versnellingshendel
......................................... 10
Vervoer van lange voorwerpen
...................... 93
V
erwarming
...............................
......10, 101, 103
Voor stoelen
............................................... 80-82
V
U
Z
Waarschuwing bij kans op aanrijding ...........15 8
Waarschuwingssignaal sleutel in contact ....115
Waarschuwing vergeten verlichting
............. 18
4
Weergave van de afstand in tijd tot de voorligger
............................................... 15 4
Wiel demonteren
...............................
............238
Wiel monteren
............................................... 238
Wiel verwisselen
.................................. 235, 236
Window-airbags
.................................... 210, 211
WIP Sound
.................................................... 373
W
Zekeringen ................................... 253, 255, 257
Zekeringen vervangen .................253, 255, 257
Zekeringkast motorruimte
............................. 2
57
Zij-airbags
............................................. 210, 211
Zijknipperlicht
................................................ 247
Zijspots
.................................................. 187, 247
Zijverlichting
...............................
...................187
Zonnescherm (panoramadak)
........................ 75
Zu
inig rijden
.................................................... 10
.
Index
Page 409 of 416

242
Praktische informatie
Sneeuwkettingen
Onder winterse omstandigheden verbeteren sneeuwkettingen de tractie en het remgedrag van de
auto.
Uitsluitend de voor wielen mogen van
sneeuwkettingen worden voorzien.
Een noodreser vewiel mag niet worden
voorzien van een sneeuwketting.
Houd u altijd aan de ter plekke
geldende regelgeving over het gebruik
van sneeuwkettingen en de maximaal
toegestane snelheid.
Rijd niet met sneeuwkettingen op een
sneeuwvrij gemaakte weg om schade
aan de banden en het wegdek te
voorkomen. Als uw auto is voorzien van
lichtmetalen velgen, controleer dan of
de ketting en de bevestigingen de velg
niet raken.
Gebruik uitsluitend kettingen die geschikt zijn
voor het type velg van uw auto.
Het gebruik van sneeuwsokken is eveneens
mogelijk.
Neem voor meer informatie contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Montagetips
)
Als u onder weg sneeuwkettingen moet
monteren, zet de auto dan langs de kant
van de weg stil op een vlakke ondergrond.
)
Trek de handrem aan en plaats eventueel
wielblokken voor of achter de wielen om te
voorkomen dat de auto wegglijdt.
)
Monteer de sneeuwkettingen, volg daarbij
de aanwijzingen van de fabrikant.
)
Rijd langzaam weg en rijd een klein stukje
met een snelheid van maximaal 50 km/h.
)
Zet de auto stil en controleer of de
kettingen correct gespannen zijn.
Maat van de af
fabriek gemonteerde
banden
Type sneeuwketting
195/65 R15
schakel 9 mm
205/55 R16
225/45 R17
225/40 R18 K-Summit K23
225/40 R18
(GT- uit voering)
kan niet worden voorzien
van sneeuwkettingen
Het is bijzonder raadzaam voor vertrek
het monteren van de sneeuwkettingen
te oefenen; doe dit op een vlakke en
droge ondergrond.
Page 410 of 416

5
7
Praktische informatie
Sneeuwkettingen
Onder winterse omstandigheden verbeteren sneeuwkettingen de tractie en het remgedrag van de auto.
Uitsluitend de voor wielen mogen van
sneeuwkettingen worden voorzien.
Een noodreser vewiel mag niet worden
voorzien van een sneeuwketting.
Houd u altijd aan de ter plekke
geldende regelgeving over het gebruik
van sneeuwkettingen en de maximaal
toegestane snelheid.
Rijd niet met sneeuwkettingen op een
sneeuwvrij gemaakte weg om schade
aan de banden en het wegdek te
voorkomen. Als uw auto is voorzien van
lichtmetalen velgen, controleer dan of
de ketting en de bevestigingen de velg
niet raken.
Gebruik uitsluitend kettingen die geschikt zijn
voor het type velg van uw auto.
Het gebruik van sneeuwsokken is eveneens
mogelijk.
Neem voor meer informatie contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Montagetips
)
Als u onder weg sneeuwkettingen moet
monteren, zet de auto dan langs de kant
van de weg stil op een vlakke ondergrond.
)
Trek de handrem aan en plaats eventueel
wielblokken voor of achter de wielen om te
voorkomen dat de auto wegglijdt.
)
Monteer de sneeuwkettingen, volg daarbij
de aanwijzingen van de fabrikant.
)
Rijd langzaam weg en rijd een klein stukje
met een snelheid van maximaal 50 km/h.
)
Zet de auto stil en controleer of de
kettingen correct gespannen zijn.
Maat van de af
fabriek gemonteerde
banden
Type sneeuwketting
195/65 R15
schakel 9 mm
205/55 R16
225/45 R17
225/40 R18 K-Summit K23
235/35 R19 Michelin Easygrip
L1 2 *
Het is bijzonder raadzaam voor vertrek
het monteren van de sneeuwkettingen
te oefenen; doe dit op een vlakke en
droge ondergrond.
*
Behalve Italië en Oostenrijk.
Page 412 of 416

2
Veiligheid
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP:
Electronic Stability Control) dat de volgende
systemen omvat:
- het antiblokkeersysteem (ABS) en de
elektronische remdrukregelaar (REF),
- de noodremassistentie (AFU),
- de antispinregeling (ASR),
- de dynamische stabiliteitscontrole (CDS).
Elektronische stabiliteitscontrole (ESP)
Begrippen
Antiblokkeersysteem (ABS) en
elektronische remdrukregelaar
(REF)
Deze systemen zorgen tijdens het remmen
voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid
van uw auto en dragen bij tot een betere
controle in bochten, vooral op een slecht of
glad wegdek.
Het ABS voorkomt het blokkeren van de wielen
in het geval van een noodstop.
De elektronische remdrukregelaar verdeelt de
remdruk over de wielen.
Noodremassistentie (AFU)
Dit systeem zorgt er voor dat in noodgevallen
de optimale remdruk sneller wordt bereikt,
zodat de remafstand kleiner wordt.
Het systeem wordt ingeschakeld als het
rempedaal snel wordt ingetrapt en zorgt er voor
dat de benodigde bedieningskracht wordt
verminderd en de effectiviteit van het remmen
wordt vergroot.
Antispinregeling (ASR)
De ASR past de aandrijfkracht aan om het
doorspinnen van de wielen te beperken via
de remmen van de aangedreven wielen
en de motor. De ASR zorgt ook voor meer
koersstabiliteit bij het accelereren.
Dynamische stabiliteitscontrole
(CDS)
Het CDS houdt de vier wielen in de gaten en
grijpt, als de koers van de auto afwijkt van
de door de bestuurder gewenste richting,
automatisch in via de remmen van een of
meerdere wielen en het motorkoppel om de
auto voor zover mogelijk weer in de juiste koers
te brengen.
Page 414 of 416

4
Veiligheid
Dynamische stabiliteitscontrole
(ESP) en antispinregeling (ASR)
Inschakelen
Deze systemen worden automatisch
ingeschakeld zodra de motor wordt gestart.
Zodra deze systemen signaleren dat de wielen
te weinig grip hebben of de koers van de auto
afwijkt van de door de bestuurder gewenste
richting, grijpen ze in op de werking van de
motor en het remsysteem.
In dat geval gaat dit verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel
knipperen.
Het ESP-systeem zorgt voor meer
veiligheid tijdens het rijden. De
bestuurder mag zich echter nooit laten
verleiden tot het nemen van meer
risico's of te hard rijden. De goede werking van het systeem
wordt verzekerd door de naleving van de
voorschriften van de constructeur met
betrekking tot de wielen (banden en velgen),
onderdelen van het remsysteem, elektronische
onderdelen alsmede de montageprocedure en
het uitvoeren van werkzaamheden door het
PEUGEOT-netwerk.
Laat het systeem na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats.
Uitschakelen
In bijzondere omstandigheden (als de auto
vastzit in de modder, sneeuw, in mulle grond,...)
kan het nuttig zijn het ESP-systeem uit te
schakelen, zodat de wielen kunnen spinnen en
weer grip kunnen krijgen.
Storing
Het is echter aanbevolen het systeem zo snel
mogelijk weer in te schakelen.
)
Druk op de knop.
Als dit verklikkerlampje en het
lampje op de knop gaan branden,
grijpt het ESP-systeem niet meer in
op de werking van de motor.
Opnieuw inschakelen
Het systeem wordt automatisch weer
ingeschakeld als het contact opnieuw wordt
aangezet of vanaf snelheden boven 50 km/h
(behalve bij de GT en GTi).
)
Druk nogmaals op de knop om
het systeem handmatig weer in
te schakelen.
Als dit verklikkerlampje gaat
branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding,
duidt dit op een storing in het
systeem.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om het systeem te
laten controleren.