display Peugeot 308 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2015, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2015Pages: 416, PDF Size: 10.64 MB
Page 391 of 416

07
389
MENUSTRUCTUUR/MENUSTRUCTUREN DISPLAY(S)
Nummer kiezen2
Parameters media
Afspeelmodus kiezenNormaal
1
2
3
Shuffle3
Shuffle uitgebreid3
Herhaling3
Indeling afspeellijst kiezenPer map2
3
Per artiest3
Per genre3
Per playlist3
Bellen1
Telefoonboek2
Logboek2
Voicemail2
Beheer index
Een bestand raadplegen
1
2
Een bestand verwijderen2
Alle bestanden verwijderen2
Beheer telefoon
Telefoonstatus
1
2
Gesprek beëindigen1
Beheer aansluitingen1
Extern apparaat zoeken1
MEDIA TELEFOONBLUETOOTH-VERBINDING
Display C
Radio-instellingen1
Page 392 of 416

07
390
MENUSTRUCTUUR/MENUSTRUCTUREN DISPLAY(S)
PERSOONLIJKE INSTELLING -
CONFIGURATIE
Parameters van de auto
definiëren*
1
Taalkeuze1
Configuratie display
Keuze van eenheden
1
2
Datum en tijd instellen2
Instellingen display2
Geluidkeuze1
Lichtsterkte2
* Volgens uitvoering auto.
Page 393 of 416

391
VEELGESTELDE VRAGEN
VRAAGANTWOORD OPLOSSING
Er is een verschil in
geluidskwaliteit tussen
de verschillende
geluidsbronnen (radio,
CD...). Voor een optimaal luistergenot kunt u de audio-instellingen (volume,
bassen, hoge tonen, geluidssfeer, loudness) voor elke geluidsbron
afzonderlijk instellen. Hierdoor kunnen bij het selecteren van een ander\
e
geluidsbron (radio, CD...) verschillen in de geluidskwaliteit hoorbaar\
zijn.
Controleer of de audio-instellingen (volume,
bassen, hoge tonen, geluidssfeer, loudness) zijn
afgestemd op de verschillende geluidsbronnen.
Het is raadzaam de AUDIO-functies (bassen,
hoge tonen, balans V-A, balans L-R) in de
middelste stand te zetten, de geluidssfeer "Geen"
te selecteren en de functie Loudness in de stand
"Actief" te zetten als de CD-speler is geselecteerd
en in de stand "Inactief" te zetten als de radio is
geselecteerd.
De CD wordt steeds
uitgeworpen of kan niet
worden afgespeeld door
de CD-speler. De CD is ondersteboven in de speler geplaatst, kan niet worden gelezen, \
bevat geen audiobestanden of bevat audiobestanden die niet door de
autoradio gelezen kunnen worden.
De CD is voorzien van een beveiligingssysteem dat niet door de
autoradio wordt herkend. -
Controleer of de CD met de juiste zijde boven
in de speler is geplaatst.
-
Controleer de staat van de CD: de CD kan
niet worden gelezen als deze te veel is
beschadigd.
-
Controleer de inhoud van de CD als deze zelf
is gebrand: raadpleeg de tips in de rubriek
"Audio".
-
De CD-speler van de autoradio kan geen
DVD's afspelen.
-
De kwaliteit van sommige zelfgebrande CD's
is onvoldoende om deze door de autoradio te
laten afspelen.
Op het display wordt
de melding "Storing
USB-randapparatuur"
weergegeven.
De Bluetooth-verbinding
wordt onderbroken. De batterijspanning van de randapparatuur is misschien te laag.
Laad de batterij van de randapparatuur op.
De USB-stick wordt niet herkend.
De stick is misschien defect. Formateer de stick opnieuw
.
Page 395 of 416

393
VEELGESTELDE VRAGEN
VRAAGANTWOORD OPLOSSING
Het geluid van de radio
valt 1
tot 2 seconden
weg. Het RDS zoekt tijdens deze korte onderbreking van het geluid naar een
andere, sterkere zender voor een betere ontvangst van het radiostation.
Schakel de RDS-functie uit als dit verschijnsel zich
te vaak en steeds op hetzelfde traject voordoet.
Na het afzetten van
de motor wordt de
radio na enkele
minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft de radio nog werken zolang de laadtoesta\
nd
van de accu dat toestaat.
Het automatisch uitschakelen duidt erop dat de eco-modus van de
autoradio is geactiveerd om te voorkomen dat de accu van de auto
ontladen raakt. Start de motor om de accu op te laden.
De melding "het
audiosysteem is
oververhit" verschijnt op
het display. Om het audiosysteem te beschermen tegen een te hoge
omgevingstemperatuur, activeert de autoradio automatisch een
thermische beveiliging die het geluidsvolume verlaagt of de CD-speler
uitschakelt. Schakel het audiosysteem enkele minuten uit om
het systeem te laten afkoelen.
Page 398 of 416

396
Geheugen instellingen bestuurder .................82
Gekoeld dashboardkastje ...............................88
Gereedschap
............................... 2
29, 235, 236
Gevarendriehoek
............................................ 98
Gewichten
..................................................... 293
Grootlicht
............................... 181, 243, 245, 247
Halogeenlampen
................................... 243, 245
Handgeschakelde versnellingsbak
....10, 12, 15,
128, 129, 136, 292
Handrem
......................................... 15, 120, 292
Handsfree set
............................... 360, 361, 385
Het opslaan van de snelheid
........................13 9
Hill-Holder
..................................................... 12
8
Hoofdsteunen achter
................................ 8
6, 87
Hoofdsteunen verstellen
.................................83
Hoofdsteunen vóór .......................................... 83
Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel
...........79
Hulpoproep
................................... 1
96, 297, 298
Identificatie auto ............................................ 296
Identificatiegegevens
.................................... 296
Identificatieplaatjes constructeur
.................296
Identificatie (stickers)
.................................... 29
6
Indeling bagageruimte
.............................. 9
4, 95
Indeling interieur
............................................. 88
Inhoud brandstoftank
...................................... 76
Instapverlichting
............................................ 18
7
Instellen van de uitrustingen
...........................43
F
J
K
Eco-mode ...................................................... 263
Eco-rijden (adviezen) ...................................... 10
Electronic Stability Program (ESC)
.....17, 21, 203
Electronic Stability Program (ESP)
..............201
Elektrisch bediende handrem
.........20, 121, 126
Elektrisch verstelbare stoelen
........................81
Elektronische sleutel
..................... 5
0, 57- 60, 65
Elektronische startblokkering
...........54, 67, 119
Elektronisch gestuurde versnellingsbak .........10
ESP/ASR
....................................................... 201
Extra ingang
...............................
..........382, 384
Dimlicht
.........................................
1
81, 243, 245
Dimmer dashboardverlichting
.........................
34
Display instrumentenpaneel
...................
3 5, 13 0
Dodehoekdetectie
................................... 16
, 163
Dynamische noodrem
...........................
121, 126
E
G
H
I
Instellingen bestuurder (opslaan) ...................82
Instellingen van het systeem ........................3
52
Instrumentenpaneel
........................................ 12
I
ntelligente tractiecontrole
............................202
Interactieve hulp
.............................................. 43
Interieurfilter
.................................................. 291
Interieurfilter (vervangen)
.............................291
Interieurverlichting
................................ 193, 19 4
ISOFIX
.......................................................... 222
ISOFIX bevestigingen
...........................221, 222
ISOFIX kinderzitjes
.......................221, 223-225
Jack
........
....................................................... 322
JACK-aansluiting
............. 8
8, 91, 322, 382, 384
Jack-kabel
..................................................... 322
Jukebox (beluisteren)
.................................... 323
Kaartleeslampjes
.......................................... 193
Kentekenplaatverlichting
.............................. 2
52
Keyless entrée and start
......59 - 61, 67, 116, 119
Kilometerteller
................................................. 33
K
inderbeveiliging
.......................................... 228
Kinderen
........................................ 219, 223-225
Kinderen (veiligheid)
..................................... 228
Kinderzitjes
.................... 21
2-214, 218, 219, 227
Kinderzitjes (conventioneel)
.........................218
Kleurcode lak
................................................ 296
Kleurendisplay
..................................... 302, 303
Fietsendrager
................................................ 271
Flacon AdBlue
............................................... 287
Follow me home verlichting
............ 5
4, 185, 18 6
Follow-me-home verlichting
......................... 18
6
Frequentie (radio)
.................................. 313, 315
Functie snelweg (richtingaanwijzers)
........... 19
5
Index
Page 399 of 416

397
Klimaatregeling ............................................. 108
Klokje (instellen) ............................... ...46, 47, 49
Koelvloeistoftemperatuur
................................28
Koelvloeistoftemperatuurmeter
......................28
Kofferdeksel sluiten
.................................. 61, 62
Koplampsproeiers
......................................... 19 0
Koplampverstelling
....................................... 18
8
Krik
....................................................... 235, 236
Laden accu .................................................... 262
Lampen vervangen
...................... 2
43, 248, 250
LED's
............................................ 243, 248, 250
LED-verlichting
............................ 243, 248, 250
Lekke band
.................................................... 229
Lendensteun
............................................. 80, 84
Lendensteun, verstelling
................................. 80
L
ichtschakelaar
............................................. 18
1
Lokaliseren van de auto
............................54, 58
Luchtfilter
...................................................... 291
Luchtfilter (vervangen)
..................................291
Luchtrecirculatie .................................... 105, 109
Massagefunctie
............................................... 84
Matten
............................................................. 89
Mat verwijderen
.............................................. 89
M
enu
........... 306, 308, 310, 324, 326, 328, 344,
356, 358Navigatiesysteem
.......................................... 337
Neerklappen stoelen achter
...........................86
Niveau brandstofadditief diesel
....................290
Niveau koelvloeistof
................................28, 289
Niveau koplampsproeiervloeistof
.........191, 29 0
Niveau remvloeistof
...................................... 28
9
Niveau ruitensproeiervloeistof
..............191, 29 0
Niveaus controleren
..............................288-290
Niveaus en controles
............276, 277, 288 -290
Noodbediening achterklep
..............................64
L
M
N
Menu's (audio) .....306, 308, 310, 324, 326, 328,
344, 356, 358
Menu's (Touchscreen)
.................................. 3
02
Menustructuren display
.......306, 308, 310, 324,
326, 328, 344, 356, 358, 388 -390
Menustructuur
..... 3
06, 308, 310, 324, 326, 328, 344, 356, 358
Milieu
................................................... 10, 56, 66
Milieubewust rijden
......................................... 10
M
istachterlicht
.............................. 183, 248, 250
Mistlampen
...............................
.....................243
Mistlampen vóór
............................ 183, 243, 247
Monochroom display
..................................... 38
8
Monteren allesdragers
..........................270, 271
Motorkap
....................................................... 275
Motorkapsteun
...............................
...............275
Motorolie
...............
........................................ 288
Motorolieniveaumeter
.............................32, 288
M P3 (CD)
...................................................... 379
Multifunctioneel display (met autoradio)
.........48
Multifunctioneel display (zonder autoradio)
..... 49 N
oodbediening portieren ................................
65
N oodoproep ..................................196, 297, 298
Noodprocedure starten
.................................261
Nulstelling dagteller
........................................ 33
N
ulstelling onderhoudsindicator
.....................31
Oliefilter
.........................................................291
Oliefilter (vervangen)
....................................291
Olieniveau
...............................................32, 288
Oliepeilstok
..............................
...............32, 288
Onder de motorkap
...............................2
76, 277
Onderhoudscontroles
.....................................10
Onderhoudsindicator
...................................... 29
O
ntdooien....................................... 1 0 1, 11 0 , 111
Ontgrendelen
................................50, 51, 57, 59
Ontluchten brandstofsysteem
....................... 2
78
Ontwasemen
.........................................101, 110
Opbergvakken
...............................88, 90, 93 -95
Openen bagageruimte
............50, 57, 59, 61, 62
Openen motorkap
.........................................275
Openen portieren
..........................50, 51, 57, 59
Opschakelindicator
.......................................13 0
Overzicht gewichten
.....................................293
Overzicht zekeringen
................... 25
3, 255, 257
O
.
Index
Page 413 of 416

3
6
Veiligheid
Antiblokkeersysteem
(ABS) en elektronische
remdrukregelaar (REF)
Werking
Trap het rempedaal bij een noodstop
krachtig en volledig in en laat het
niet los.
Zorg er bij ver vanging van de wielen
(banden en velgen) voor dat wielen
worden gemonteerd die voor uw auto
zijn gehomologeerd.
De normale werking van het
antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn
door het trillen van het rempedaal. Als dit lampje blijft branden, duidt dit
op een storing in het ABS-systeem.
De normale remwerking van uw auto
blijft behouden. Rijd wel voorzichtig
en matig uw snelheid.
Als dit lampje gaat branden in
combinatie met de verklikkerlampjes
STOP
en ABS, een geluidssignaal
en een melding op het display, duidt
dit op een storing in de elektronische
remdrukregelaar.
Intelligente Tractiecontrole
Onder gladde omstandigheden is het raadzaam
te rijden op winterbanden.
Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige
plaats stil.
Laat in beide gevallen zo snel mogelijk uw auto
controleren door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Afhankelijk van de uitvoering is uw auto
uitgerust met een systeem dat zorgt voor extra
tractie op besneeuwde wegen: intelligente
tractiecontrole
.
Deze functie signaleert situaties met weinig
grip, zoals wegrijden en voortbewegen van
de auto in verse en diepe sneeuw of over
platgereden sneeuw.
In dergelijke omstandigheden regelt de
intelligente tractiecontrole
het doorslippen
van de voor wielen om voor een optimale
grip te zorgen. Zo wordt de aandrijving en de
bestuurbaarheid verbeterd.