ABS Peugeot 308 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2017, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2017Pages: 393, PDF Size: 9.55 MB
Page 23 of 393

21
308_nl_Chap01_instruments-de-bord_ed01-2016
ControlelampjeStatusOorzaak Acties / Opmerkingen
Antiblokkeersysteem
(ABS)permanent.Er is een storing in het
antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.
Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg
zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Dynamische
stabiliteitscontrole
(ESP/ASR)knippert. De ESP-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor
een betere koersstabiliteit als de wielen te weinig grip
hebben of de auto uit de koers dreigt te raken.
permanent. Storing in het ESP-/ASR-systeem. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Remsysteem
permanent. Het remvloeistofniveau is te laag. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een
artikelnummer van PEUGEOT.
Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem
dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door
een gekwalificeerde werkplaats.
+ permanent, in
combinatie met het
waarschuwingslampje
ABS.Er is een storing in de elektronische
remdrukregelaar (REF).
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
1
Instrumentenpaneel
Page 45 of 393

43
308_nl_Chap01_instruments-de-bord_ed01-2016
To e t sDesbetreffende functie Aanwijzingen
Configuratie auto Toegang tot de te configureren functies.
Selecteer of deselecteer de tabs onder aan het scherm om de gewenste functies weer te geven.
-
" Rijhulpsysteem "
-
"
[Automatisch inschakelen achterruitenwisser bij inschakelen achteruitversnelling]" (activeren
van de functie "automatisch inschakelen van de achterruitenwisser bij het inschakelen van de
achteruitversnelling")
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de ruitenwisserschakelaar .
-
"
[Waarschuwing kans op aanrijding]" (activeren van de "waarschuwing kans op aanrijding")
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de " waarschuwing kans op
aanrijding " en het automatische noodremsysteem .
-
"[ Verlichting ]"
-
"
[Follow me home-verlichting]" (automatische follow me home-verlichting),
-
"
[Instapverlichting]" (instapverlichting aan de buitenzijde),
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de lichtschakelaar .
-
"[Sfeerverlichting]".
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de sfeerverlichting .
-
" Toegang auto "
-
"
[Indrukken afstandsbediening bestuurder]" (selectieve ontgrendeling van het
bestuurdersportier).
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de sleutel met afstandsbediening
of het Keyless entr y and star t -systeem. -
"
[Ontgrendeling achterklep]" (selectieve ontgrendeling van de achterklep).
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de achterklep .
Diagnose Overzicht van de actieve waarschuwingen.
Parkeerhulp Inschakelen/uitschakelen van de functie.
Actieve snelheidsregelaar Selectie van de normale snelheidsregelaar of de actieve snelheidsregelaar.
De desbetreffende keuze wordt alleen doorgevoerd als de rolknop van de bediening aan de
stuurkolom in de stand "CRUISE" staat.
1
Instrumentenpaneel
Page 120 of 393

118
308_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Alarmknipperlichten
Bij een noodstop - afhankelijk van de mate
van remvertraging, als het ABS ingrijpt, maar
ook als er een aanrijding wordt gesignaleerd,
worden de alarmknipperlichten automatisch
ingeschakeld.
Zodra er weer gas wordt gegeven gaan de
alarmknipperlichten uit.
F
U k
unt de alarmknipperlichten echter ook
uitschakelen door de knop in te drukken.
Lichtsignaal van de richtingaanwijzers om het
overige verkeer te waarschuwen in het geval
van file, pech, slepen of een ongeval.
F
D
ruk deze knop in: de richtingaanwijzers
knipperen tegelijkertijd.
De alarmknipperlichten werken ook als het
contact is afgezet.
Veiligheid
Page 123 of 393

121
308_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP:
Electronic Stability Program) dat de volgende
systemen omvat:
-
h
et antiblokkeersysteem (ABS) en de
elektronische remdrukregelaar (REF),
-
d
e noodremassistentie (NRA),
-
d
e antispinregeling (ASR),
-
de
dynamische stabiliteitscontrole.
Elektronische stabiliteitscontrole (ESP)
Begrippen
Antiblokkeersysteem (ABS) en
elektronische remdrukregelaar
(REF)
Deze systemen zorgen tijdens het remmen
voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid
van uw auto en dragen bij tot een betere
controle in bochten, vooral op een slecht of
glad wegdek.
Het ABS voorkomt het blokkeren van de wielen
in het geval van een noodstop.
De elektronische remdrukregelaar verdeelt de
remdruk over de wielen.
Noodremassistentie (NRA)
Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen
de optimale remdruk sneller wordt bereikt,
zodat de remafstand kleiner wordt.
Het systeem wordt ingeschakeld als het
rempedaal snel wordt ingetrapt en zorgt ervoor
dat de benodigde bedieningskracht wordt
verminderd en de effectiviteit van het remmen
wordt vergroot.
Antispinregeling (ASR)
De ASR past de aandrijfkracht aan om het
doorspinnen van de wielen te beperken via
de remmen van de aangedreven wielen
en de motor. De ASR zorgt ook voor meer
koersstabiliteit bij het accelereren.
Dynamische stabiliteitscontrole
De dynamische stabiliteitscontrole houdt de
vier wielen in de gaten en grijpt, als de koers
van de auto afwijkt van de door de bestuurder
gewenste richting, automatisch in via de
remmen van een of meerdere wielen en het
motorkoppel om de auto voor zover mogelijk
weer in de juiste koers te brengen.
Claxon
F Druk op het middelste gedeelte van het stuurwiel.
5
Veiligheid
Page 124 of 393

122
308_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Antiblokkeersysteem
(ABS) en elektronische
remdrukregelaar (REF)
Als dit lampje blijft branden, duidt dit op een
storing in het ABS-systeem.Trap het rempedaal bij een noodstop
krachtig en volledig in en laat het
niet los. Zorg er bij vervanging van de wielen
(banden en velgen) voor dat wielen
worden gemonteerd die voor uw auto
zijn gehomologeerd.
De normale werking van het
antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn
door het trillen van het rempedaal.
De normale remwerking van uw auto
blijft behouden. Rijd wel voorzichtig
en matig uw snelheid.
Als dit lampje gaat branden in
combinatie met de verklikkerlampjes
STOP
en ABS, een geluidssignaal
en een melding op het display, duidt
dit op een storing in de elektronische
remdrukregelaar.
Intelligente Tractiecontrole
Onder gladde omstandigheden is het raadzaam
te rijden op winterbanden.
Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige
plaats stil.
Laat in beide gevallen zo snel mogelijk uw auto
controleren door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Afhankelijk van de uitvoering is uw auto
uitgerust met een systeem dat zorgt voor extra
tractie op besneeuwde wegen: intelligente
tractiecontrole
.
Deze functie signaleert situaties met weinig
grip, zoals wegrijden en voortbewegen van
de auto in verse en diepe sneeuw of over
platgereden sneeuw.
In dergelijke omstandigheden regelt de
intelligente tractiecontrole het doorslippen
van de voor wielen om voor een optimale
grip te zorgen. Zo wordt de aandrijving en de
bestuurbaarheid verbeterd.
Veiligheid
Page 161 of 393

159
308_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Herhaal deze procedure om de automatische
werking weer in te schakelen.
Het inschakelen van de automatische werking
wordt bevestigd door het doven van het
verklikkerlampje op het instrumentenpaneel.
Uitschakelen van de automatische werking
Onder bepaalde omstandigheden, zoals
bij zeer koud weer of het trekken van een
aanhangwagen (bijv. caravan) of het slepen van
een auto, kan het nodig zijn de automatische
werking van het systeem uit te schakelen.
F
S
tart de motor.
F
T
rek met de hendel de parkeerrem aan als
deze is vrijgezet.
F
L
aat het rempedaal volledig los.
F
H
oud de hendel 10 tot 15 seconden in de
stand voor het vrijzetten.
F
L
aat de hendel los.
F
T
rap het rempedaal in en houd dit
ingetrapt.
F
H
oud de hendel gedurende 2
seconden in
de stand voor het aantrekken.
Het uitschakelen van de automatische
werking wordt bevestigd door het
branden van dit verklikkerlampje op
het instrumentenpaneel.
F
L
aat de hendel en het rempedaal los. Vanaf dat moment kan de parkeerrem alleen
handmatig met behulp van de hendel worden
aangetrokken en vrijgezet.
Noodremfunctie
De noodremfunctie mag uitsluitend in
uitzonderlijke gevallen worden gebruikt.
Wanneer het rempedaal niet werkt of bij
uitzonderlijke situaties (bijv. wanneer de
bestuurder onwel wordt), kan de auto worden
afgeremd door aan de hendel te trekken en
deze vast te houden. De auto wordt afgeremd
zolang aan de hendel wordt getrokken en het
remmen stopt als de hendel wordt losgelaten.
De systemen ABS en ESP zorgen ervoor
dat de auto stabiel blijft wanneer de
noodremfunctie actief is.
In geval van een storing aan het systeem
van de noodremfunctie verschijnt de melding
"Parkeerrem defect".
Bij een storing aan de systemen ABS en
ESP, aangegeven door het branden van
een van de twee verklikkerlampjes op het
instrumentenpaneel, kan de stabiliteit van de
auto niet meer worden gegarandeerd.
In dat geval moet de bestuurder er zelf
voor zorgen dat de auto stabiel blijft door
afwisselend aan de hendel te trekken en deze
weer los te laten tot de auto stilstaat.
6
Rijden
Page 381 of 393

379
308_nl_Chap11_index-alpha_ed01-2016
Aanhanger............................................. 1 4 7, 2 1 8
Aanhangergewichten ............................ 2
78, 285
Aansluiting 12V
.................................. 8
2, 84, 88
Aansluiting 230V
...............................
........82, 85
ABS
........
....................................................... 121
Accessoires .................................. 152, 220, 222
Accu
....................................... 219, 231, 268 -271
Accu laden
.................................................... 270
Achterbank
................................................ 79, 80
Achterruitverwarming
...........................101, 105
Achteruitrijcamera
......................................... 200
Achteruitrijlicht
...................................... 257, 259
Actieradius AdBlue
......................................... 32
Actieradius AdBlue
® ........................................ 32
Ada
ptieve snelheidsregelaar ........................ 180
AdBlue
® ............................... ......26, 32, 233-235
Additief AdBlue ..................................... 235, 237
Afmetingen
.................................................... 28
9
Afstand in tijd tot de voorligger
.....................18
7
Afstandsbediening
............50, 51, 56, 58 - 60, 65
AFU
............................................................... 121
Afzetten van de motor
................................... 148
Airbags
............................................ 23, 127, 134
Airbags vóór
...............................
...........1 2 7, 1 3 0
Airconditioning
...............................
.....10, 93, 95
Airconditioning (handbediend)
.........92-94, 100
Airconditioning met gescheiden regeling
.....10 0
Alarmknipperlichten
.............................. 118, 238
Alarmsysteem
................................................. 67
Algemeen menu
...............................
.............362
Allesdragers
.................................................. 223
Antiblokkeersysteem (ABS)
.......................... 12
1
Antispinregeling (ASR)
......................17, 21, 121
Apple
®-speler ........................................ 314, 3 6 9
Armleuning ...................................................... 82
Armleuning achter
........................................... 86
A
rmleuning vóór
...............................
...............84
ASR
............................................................... 121
Audio-aansluitingen
........................................ 85Audiokabel
....................................................
312
Automatische airconditioning
................... 9
2, 95
Automatische ruitenwissers
..................
114 , 11 6
Automatische transmissie
..........
10, 12, 15, 151,
153, 162, 165, 169 -171, 177, 181, 232, 268
Automatisch inschakelen alarmknipperlichten
....................................
118
Automatisch inschakelen verlichting
....................................
1 0 8 , 111, 112
Automatisch noodremsysteem
............. 19
0, 193
Automatisch remmen bij kans op aanrijding
......................................
22, 19 0, 193
AUX-aansluiting
....................................
312, 3 67
Aux-ingang
...............................
.....................
312
CD
.........................................................
312, 3 67
CD MP3 .........................................
312, 367, 368
CD-/MP3
-speler
...........................
312, 367, 368
Centrale vergrendeling
.................
51, 56, 58, 59
Claxon ...........................................................
121
Configuratie van de auto ................................
44
Contact ............................................9 8, 150, 152
Contact aangezet
..........................................152
Controle motorolieniveau ................................31
Controles
...............................226, 227, 231, 232
A
B
C
Bagageafdekking ............................... .......88, 89
Bagagenet voor hoge belading .......................90
Bagageruimte
.................................................. 61
Banden
............................................................ 10
Bandencompressor
...................................... 239
Bandenreparatieset
...................................... 239
Bandenspanning
.............10, 239, 245, 251, 292
Bandenspanningscontrole (met set)
.............239
Bandenspanning te laag (detectie)
............... 20
9
Batterij afstandsbediening
........... 5
4, 55, 64, 65
Batterij afstandsbediening vervangen
......54, 64
Bediening autoradio aan stuurkolom
....299, 361
Bedrijfsauto
................................................... 291
Bekerhouder
................................................... 82
Beladen
................................................... 10, 223
Benzinemotor
................................ 215, 226, 275
Beveiliging tegen beknellen
....................70, 102Bijvullen AdBlue
............................................
237
Bijvullen additief AdBlue
® ............................. 23 5
Binnenspiegel ............................................... 10
6
BlueHDi
..................................... 28, 32, 233, 274
Bluetooth (handsfree set)
............. 3
46, 347, 370
Bluetooth (telefoon)
.............................. 346, 347
Bluetooth-verbinding
............................ 346, 347
Boordcomputer
.......................................... 37- 3 9
Bovenste riem
............................................... 140
Brandstof
................................................. 10, 215
Brandstofadditief
................................... 230, 231
Brandstofniveaumeter
................................... 2
13
Brandstoftank
.......................................... 2 2, 213
Brandstof tanken
................................... 213, 215
Brandstoftank leeg (diesel)
........................... 2 74
Brandstofverbruik
........................................... 10
Brandstofvuldop
............................................ 213
Brandstofvulklep
........................................... 2
13
Buitenlandse reizen
...................................... 107
Buitenspiegels ............................... 101, 105, 195
.
Index