alarm Peugeot 308 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2018Pages: 324, PDF Size: 10.83 MB
Page 86 of 324

84
Algemene aanbevelingen
met betrekking tot de
veiligheid
Op verschillende plaatsen in uw auto
zijn labels aangebracht. Ze bevatten
veiligheidswaarschuwingen en informatie
over de identificatie van uw auto.
Ver wijder ze niet: ze horen namelijk bij de
auto.
Neem voor alle werkzaamheden aan uw
auto contact op met een gekwalificeerde
werkplaats die beschikt over de juiste
technische informatie, vakkennis en
apparatuur. Het PEUGEOT-netwerk is in
staat u dit te bieden.
Afhankelijk van de landelijke wetgeving
kan de aanwezigheid van bepaalde
veiligheidsuitrusting verplicht zijn:
veiligheidsvesten, gevarendriehoeken,
alcoholtests, een set reservelampen,
reservezekeringen, een brandblusser,
een verbandtrommel, spatlappen aan de
achterzijde van de auto, enz.Belangrijke informatie:
-
H
et monteren van elektrische
uitrustingen of accessoires die
niet onder een artikelnummer in
het assortiment van PEUGEOT
voorkomen, kan tot een hoger verbruik
leiden en storingen in het elektronische
systeem van uw auto veroorzaken.
Ga naar het PEUGEOT-netwerk voor
meer informatie over het aanbod aan
accessoires met een artikelnummer.
-
U
it veiligheidsoverwegingen is toegang
tot de diagnose-aansluiting, die is
gekoppeld aan de elektronische
systemen in de auto, uitsluitend
voorbehouden aan het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats waar de beschikking is
over geschikt gereedschap (kans op
storingen in de elektronische systemen
die kunnen leiden tot pech of ernstige
ongevallen). De fabrikant kan niet
aansprakelijk worden gesteld als deze
aanwijzing niet wordt opgevolgd.
-
W
ijzigingen of aanpassingen die
niet door PEUGEOT zijn voorzien
of toegestaan, of die niet volgens
de technische voorschriften van de
fabrikant zijn uitgevoerd, leiden tot
het ver vallen van de wettelijke en
contractuele garanties. Monteren van als accessoire geleverde
radiocommunicatiezenders
Voordat u een radiocommunicatiezender
monteert, moet u bij het PEUGEOT-
netwerk de technische gegevens
van compatibele zenders opvragen
(frequentieband, maximaal
uitgangsvermogen, positie antenne,
specifieke installatievoorschriften),
conform de Richtlijn Elektromagnetische
Compatibiliteit (2004/104/EG).
Alarmknipperlichten
F Wanneer u deze rode knop indrukt,
knipperen alle vier de richtingaanwijzers
tegelijkertijd.
De alarmknipperlichten werken ook als het
contact is afgezet.
Veiligheid
Page 87 of 324

85
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Bij een noodstop, afhankelijk van de mate
van remvertraging, als het ABS ingrijpt, maar
ook als er een aanrijding wordt gedetecteerd,
worden de alarmknipperlichten automatisch
ingeschakeld.
Zodra er weer gas wordt gegeven gaan de
alarmknipperlichten uit.
F
U k
unt de alarmknipperlichten echter ook
uitschakelen door de knop in te drukken.
Noodoproep of
pechhulpoproep
Peugeot Connect SOS** Afhankelijk van de geografische dekking van "Peugeot Connect SOS" en "Peugeot
Connect Assistance", en van de officiële
landstaal die door de eigenaar van de auto is
gekozen.
De lijst van de landen waar het systeem
werkzaam is en de lijst van beschikbare
diensten PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw
verkooppunt opvragen of op de internetsite
voor uw land bekijken.
Druk in geval van nood langer
dan 2
seconden op deze toets.
Het knipperen van het LED-
lampje en het gesproken bericht
bevestigen dat de oproep is
verstuurd naar de alarmcentrale
"Peugeot Connect SOS"* Door nogmaals op deze toets te drukken wordt
de oproep geannuleerd en gaat de LED uit.
De LED blijft branden (zonder te knipperen)
wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
Aan het einde van het gesprek gaat het lampje
uit.
De alarmcentrale "Peugeot Connect SOS"
lokaliseert onmiddellijk uw auto, spreekt u
toe in uw landstaal** en roept indien nodig
de hulp in van de bevoegde hulpdiensten. In
landen waar de alarmcentrale niet operationeel
is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk
is geweigerd, wordt de oproep meteen
doorgestuurd naar de hulpdiensten (112),
zonder lokalisatie.
Als onafhankelijk van de activering van
de airbags een aanrijding is gedetecteerd
door de airbagregeleenheid, wordt
automatisch een noodoproep verzonden.
Werking van het systeem
Bij het aanzetten van het contact gaat het
lampje 3 seconden branden. Dit duidt op een
goede werking van het systeem.
Het lampje knippert permanent rood: er is een
storing in het systeem.
Het lampje knippert rood: de noodbatterij moet
worden vervangen.
In beide gevallen is het mogelijk dat de
noodoproep of pechhulpoproep niet meer
werkt.
Neem zo snel mogelijk contact op met een
gekwalificeerde werkplaats.
*
I
n overeenstemming met de algemene
gebruiksvoor waarden, die u bij uw
verkooppunt kunt opvragen, en de
technische beperkingen van het systeem. Bij een storing in het systeem kan er wel
met de auto worden gereden.
Pechhulpoproep met
lokalisering
Druk langer dan 2 seconden op
d eze toets voor het aanvragen
van hulp bij het stranden van de
auto.
5
Veiligheid
Page 157 of 324

155
Er wordt geen waarschuwingssignaal
afgegeven in de volgende situaties:
-
n
abij stilstaande objecten (geparkeerde
auto's, vangrails, lantaarnpalen, borden
e n z .),
-
b
ij tegemoetkomend verkeer,
-
b
ij rijden over bochtige wegen of in zeer
scherpe bochten, -
b
ij het inhalen van of ingehaald worden
door een zeer lang voertuig (vrachtwagen,
autobus enz.) die én in de dode hoek
achter wordt gedetecteerd én zich in het
gezichtsveld van de bestuurder bevindt,
-
b
ij erg druk verkeer: de voertuigen die voor
en achter worden gedetecteerd worden
aangezien voor een vrachtwagen of een
stilstaand object,
- b ij snelle inhaalmanoeuvres.
Storing
Bij een storing in het systeem gaat dit
lampje branden.
Deze waarschuwing wordt gecombineerd
met een melding en een geluidssignaal.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij slechte weersomstandigheden (zware
regenval, hagel enz.) kan het systeem
tijdelijk minder nauwkeurig werken.
Vooral het rijden op een nat wegdek of
de overgang van een droog wegdek naar
een nat wegdek kan tot een vals alarm
leiden (zo kan een wolk waterdruppels in
de dode hoek worden aangezien voor een
vo e r tui g).
Let er bij slecht weer en in de winter altijd
op dat de sensoren niet met modder,
sneeuw of ijs bedekt zijn.
Plak geen stickers of andere zaken op
het gedeelte van de buitenspiegels waar
de lampjes zitten of op de detectiezones
op de voor- en achterbumper, omdat de
dodehoekbewaking dan mogelijk niet
goed werkt.
- d
e inhaalmanoeuvre duurt langer dan
normaal, doordat het ingehaalde voertuig
zich blijft ophouden in de dode hoek,
-
u r
ijdt in een rechte lijn of in een flauwe
bocht,
-
u
w auto trekt geen aanhanger of ander
voertuig.
Wassen met hogedrukspuit
Houd tijdens het wassen van de auto
het uiteinde van de hogedrukspuit op
minimaal 30
cm van de sensoren.
6
Rijden
Page 196 of 324

194
Met reservewiel
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het reser vewiel.
Bandenreparatieset
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
De bandenreparatieset bestaat uit een
compressor en een flacon met afdichtmiddel.
Hiermee kunt u de band tijdelijk repareren ,
zodat u de dichtstbijzijnde garage kunt
bereiken.
Met deze reparatieset kunnen de meeste lekke
banden worden gerepareerd, als het lek zich in
het loopvlak of de hiel van de band bevindt.
De elektrische installatie van de auto biedt de
mogelijkheid een compressor aan te sluiten en
te gebruiken voor de duur die nodig is om een
gerepareerde lekke band op spanning te brengen.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset .
Samenstelling van de set
1.12V-compressor, met geïntegreerde
manometer.
2. Flacon met afdichtmiddel, met
geïntegreerde slang.
3. Sticker met snelheidslimiet.
Reparatiemethode
F Parkeer het voertuig zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af.
F
R
ol de slang uit die onder de compressor is
opgeborgen.
5.
Wielsleutel.
Hiermee kan de wieldop worden ver wijderd
en kunnen de wielbouten worden
losgedraaid.
6. Krik met geïntegreerde slinger.
Hiermee kan de auto worden opgekrikt.
7. Gereedschap voor het ver wijderen van
sierdoppen van wielbouten (afhankelijk van
de uitvoering).
Hiermee kunnen bij lichtmetalen velgen
de sierdoppen van de wielbouten worden
verwijderd.
In geval van pech
Page 200 of 324

198
E.Opbergvak met een kabel + adapter voor
een 12V-aansluiting.
F. Flacon met afdichtmiddel.
G. Witte slang met dop voor de reparatie en
het op spanning brengen.
H. Sticker met snelheidslimiet.
Reparatiemethode
1. Dichten van het lek
F Zet de auto stil zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af. F
D
raai de schakelaar A in de
stand "Reparatie".
F
C
ontroleer of de schakelaar B in
de stand " O" staat. Ver wijder niet het voor werp dat de
lekkage heeft veroorzaakt uit de band.
F
S
luit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting in de auto.
Alleen de 12V-aansluiting voorin de auto
mag worden gebruikt.
F
Be
vestig de sticker met
snelheidslimiet. De sticker met snelheidslimiet moet in
het interieur, in het gezichtsveld van de
bestuurder, worden geplakt om hem/haar
te herinneren aan het feit dat de band
tijdelijk is gerepareerd.
F
S
tart de motor en laat de motor draaien.
Schakel de compressor niet in voordat de
witte slang is aangesloten op het ventiel
van de band: het afdichtmiddel wordt
anders buiten de band gespoten.
F
S
chakel de compressor in door de
schakelaar B in de stand I te zetten, tot
de bandenspanning 2,0
bar bedraagt. Het
afdichtmiddel wordt onder druk in de band
gespoten; neem gedurende deze handeling
de slang niet los van het ventiel (kans op
wegspuiten van het middel).
F
R
ol de witte slang G volledig uit.
F
D
raai de dop van de witte slang los.
F
S
luit de witte slang aan op het ventiel van
de lekke band. Op deze sticker staat de bandenspanning
aangegeven.
In geval van pech
Page 203 of 324

201
F Breng de band met behulp van de compressor op de voorgeschreven
spanning (spanning verhogen: schakelaar B
in stand " I"; spanning verlagen: schakelaar
B in stand " O" en knop C indrukken), zoals
vermeld op de bandenspanningssticker.
Als na ongeveer 7
minuten de gewenste
bandenspanning niet is bereikt, is
de band niet te repareren met de
bandenreparatieset; neem contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om u verder
te helpen.
F
V
er wijder de set en berg deze op.
Rijd met een gerepareerde band niet
meer dan 200
km; neem contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om de band te
vervangen.
Als de spanning van één of meer
banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden
gereset.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem .Reservewiel
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
In het geval van een lekke band kunt u het wiel
met het bij de auto geleverde gereedschap
verwisselen volgens de onderstaande
procedure. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset .
De krik mag uitsluitend worden gebruikt
voor het ver wisselen van een wiel met een
beschadigde band.
De krik is onderhoudsvrij.
De krik voldoet aan de Europese
regelgeving zoals deze is vastgelegd in de
Richtlijn 2006/42/EG over machines.
Wiel met wieldop
Monteren : haal de wielbouten aan en
breng daarna de wieldop aan; plaats
daartoe de opening in lijn met het ventiel
en druk de wieldop vervolgens rondom
vast met de palm van uw hand. F
P
arkeer het voertuig zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af.
Toegang tot het reservewiel
Het reser vewiel bevindt zich onder de vloer van
de bagageruimte.
Afhankelijk van het land van bestemming, is
er een stalen reservewiel, een lichtmetalen
reservewiel of noodreservewiel aanwezig.
Raadpleeg voordat u het reser vewiel gebruikt
de rubriek Boordgereedschap.
8
In geval van pech
Page 215 of 324

213
Overzicht zekeringen
ZekeringN r.Stroomsterkte (A)Functies
F9 5Alarmsysteem, noodoproep en pechhulpoproep.
F13 5Achteruitrijcamera en parkeerhulp.
F15 1512V-aansluiting.
F16 15A a n s t e ke r.
F17 15Audiosysteem.
F18 20Touchscreen, CD-speler, audio-/navigatiesysteem.
F19 5Regen- en lichtsensor.
F20 5Airbags.
F21 5Instrumentenpaneel.
F22/F24 30Interne/externe sloten, voor en achter.
F23 5Verlichting dashboardkastje, make-upspiegel, plafonniers voor
en achter.
F25/F27 15Ruitensproeierpomp voor en achter.
F26 15Claxon.
F30 15Ruitenwisser achter.
8
In geval van pech
Page 221 of 324

219
Slepen van uw auto
Zet de versnellingsbak in de
neutraalstand.
Als u dit niet doet, is het mogelijk
dat bepaalde onderdelen van het
remsysteem beschadigd raken en dat de
rembekrachtiger na het starten niet meer
werkt.
Slepen van een andere autoAlgemene aanwijzingen
Houd u aan de ter plaatse geldende
regelgeving.
Controleer of het gewicht van de
trekkende auto hoger is dan van de auto
die wordt gesleept.
Er moet iemand achter het stuur van
de gesleepte auto blijven zitten. Deze
persoon moet beschikken over een geldig
rijbewijs.
Gebruik bij het slepen met 4 wielen op de
grond altijd een goedgekeurde sleepstang;
touwen en riemen zijn verboden.
De bestuurder van de slepende auto moet
voorzichtig wegrijden.
Als de auto wordt gesleept met
uitgeschakelde motor, werken ook de rem-
en stuurbekrachtiging niet.
Schakel in de volgende gevallen een
professioneel bergingsbedrijf in:
-
a
ls de auto is gestrand op de
autosnelweg of autoweg,
-
b
ij auto's met vier wielaandrijving,
-
a
ls het niet mogelijk is de
versnellingsbak in de neutraalstand te
zetten, het stuurslot te ontgrendelen of
de parkeerrem vrij te zetten,
-
a
ls het niet mogelijk is de auto met een
automatische transmissie te slepen
met draaiende motor,
-
b
ij takelen met slechts twee wielen op
de grond,
-
b
ij het ontbreken van een
goedgekeurde sleepstang.
F
D
ruk met uw vinger op het bovenste deel
van het klepje in de voorbumper (zoals
hierboven aangegeven) om het los te
maken.
F
D
raai het sleepoog volledig vast.
F
Be
vestig de sleepstang.
F
S
chakel de alarmknipperlichten van de te
slepen auto in.
F
R
ijd voorzichtig weg en houd zowel de
snelheid als de af te leggen afstand
beperkt. F
D
raai het sleepoog volledig vast.
F
Be
vestig de sleepstang.
F
S
chakel de alarmknipperlichten van de te
slepen auto in.
F
R
ijd voorzichtig weg en houd zowel de
snelheid als de af te leggen afstand
beperkt.
8
In geval van pech
Page 313 of 324

235
AAanhanger................................ 89, 109 -110, 174
Aanhangergewichten .................................... 221
Aansluiten MirrorLink
...........................11 -12 , 17
Aansluiting 12 V
...............................
..58, 60, 62
Aansluiting 220 V
............................................ 60
Aansluiting 230 V
............................................ 58
ABS
........
......................................................... 87
Accessoires ....................................... 47, 84, 113
Accu
............................... 181, 18 6, 215, 217-218
Accu laden
............................................. 216 -217
Achterbank
...............................
.................56-58
Achterklep sluiten
..................................... 40, 47
Achterruitverwarming
.........................5 5, 70 -71
Achteruitrijcamera
......................................... 15 8
Achteruitrijlicht
...................................... 209 -210
Actief dodehoekbewakingssysteem
............. 15
6
Actieradius AdBlue
................................... 25 -26
Actieradius AdBlue
® ........................................ 25
A
ctive Safety Brake......................... 16, 14 6, 148
Adaptieve cruise control met stopfunctie
.................... 132-13 3, 13 8 -141, 14 4
Adaptieve snelheidsregelaar
........................ 13
9
AdBlue
® ..................................... 1 6, 25, 188 -189
Afmetingen ............................................. 231-232
Afstandsbediening
.................................... 39
-44
Afstellen van de koplamphoogte
....................80
AFU
................................................................. 87
Afzetten van de motor
............................ 11 0 -111
Afzonderlijk massapunt
................................ 183
Airbags
...............................
..........18, 92, 94, 99
Airbags vóór
........................................ 93 -94, 99
Airconditioning
...................................... 6, 65 - 66
Airconditioning (handbediend)
......66-67, 69-70
Airconditioning met gescheiden regeling
.......70
Alarmknipperlichten
............................ 6
2, 84- 85
Alarmsysteem
........................................... 4
8-49
Algemeen menu
................................................ 4
Allesdragers
...............................
...................182
Antidiefstalsysteem/Startblokkering
............... 44
A
ntispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling
...... 18
Apple CarPlay-verbinding .........................12, 16
Apple®-speler ........................................ 9, 10, 24
Armsteun ......................................................... 58
Armsteun achter .............................................. 61
Armsteun vóór
........................................... 59
-60
ASR
........
......................................................... 87
Audio-aansluitingen
........................................ 60
Audiokabel
.................................................. 9, 23
Automatische airconditioning ~ Airconditioning, automatische
................67- 6 9
Automatische ruitenwissers
......................81, 8 3
Automatische transmissie ~ Versnellingsbak,
automatische
..................... 6, 22, 118 -129, 187
Automatisch inschakelen alarmknipperlichten
...................................... 85
Automatisch inschakelen verlichting
..74, 76, 78
Automatisch noodremsysteem
.......16, 14 6, 148
AUX-aansluiting
...................................... 8, 9, 23
BBagageafdekking ...................................... 61- 63
Bagagenet voor hoge belading .......................64
Bagageruimte
............................................ 40, 47
Banden
................
...................................... 6, 188
Banden oppompen
...................................... 188
Bandenreparatieset
.......................193, 197-20 0
Bandenspanning
...................188, 197, 205, 233
Bandenspanningscontrole (met set)
...............................
...............19 4, 19 6 -20 0
Batterij afstandsbediening vervangen ~ Afstandsbediening,
batterij vervangen
................................... 45-46
Batterij afstandsbediening ~ Afstandsbediening, batterij
....................44-46
Bediening autoradio aan
stuurkolom ~ Autoradio,
bedieningen aan stuurkolom
.............. 2
-3, 3, 3
Bedrijfsauto
................................................... 23
3
Bekerhouder
..............................
.....................58
Beladen
..................................................... 6, 182
Benzinemotor
........................ 172, 183, 222-226
Beveiliging tegen beknellen ~ Klembeveiliging
...................................... 5 0, 71
Bijvullen AdBlue
® ................................... 19 0 -191
Binnenspiegel
................................................. 56
BlueHDi
.......................................... 25, 188, 220
Bluetooth (handsfree set)
.....9 -10, 13 -14, 25 -2 6
Bluetooth (telefoon)
........................ 13 -15, 25 -27
Bluetooth-telefoon met spraakherkenning
.....13
Bluetooth-verbinding
.......... 10, 13 -15, 19, 25 -27
Boordcomputer
......................................... 28-30
Boordgereedschap
................................ 193 -19 4
Bovenste riem
............................................... 102
Brandstof
................................................... 6 , 172
Brandstofadditief
........................ 1
4 -15, 18 6 -187
Brandstofniveaumeter
............................ 170 -171
Brandstoftank
......................................... 170 -171
Brandstof tanken
.................................... 170 -172
Brandstoftank leeg (diesel)
........................... 220
Brandstofverbruik
............................................. 6
Brandstofvuldop ~ Brandstoftankdop
.... 17
0 -171
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep ...17 0 -171Buitenlandse reizen ........................................ 75
Buitenspiegels ................................. 5 5, 15 4 -15 5
CCD ......................................................... 9, 23 -24
CD MP3 ................................................. 9, 23 -24
CD-/MP3-speler
...............................
...............23
Centrale vergrendeling
.......................40, 42- 43
Claxon
............................................................. 86
.
Trefwoordenregister