ESP Peugeot 308 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2018Pages: 324, PDF Size: 10.83 MB
Page 183 of 324

181
F Druk op de pal helemaal in en ver wijder de trekhaakkogel door deze naar u toe te
trekken.
F
D
uw op de kogel de pal naar links en
houd deze in die positie.
F
D
uw gelijktijdig de hendel naar voren
om het mechanisme te ontgrendelen
(positie B ).
F
B
reng de beschermdop aan op de
bevestigingssteun onder de achterbumper
en zet deze vast.
F
B
erg de kogel op in de tas.
Eco-mode
De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, interieurverlichting, enz.
gecombineerd maximaal veertig minuten
gebruiken.
Inschakelen van deze modus
Een melding op het display van het
instrumentenpaneel geeft aan dat de eco-mode
is ingeschakeld en de actieve functies worden
in de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10 minuten
worden voortgezet via het Bluetooth-systeem
van het audiosysteem in uw auto.
Eco-mode afsluiten
De door de eco-mode uitgeschakelde functies
worden automatisch weer ingeschakeld als de
motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
-
m
inder dan tien minuten om de functies
ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken, Als de accu ontladen is, kan de motor niet
gestart worden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de 12V-accu
.
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van
de auto aan om het ontladen van de accu te
voorkomen.
Tijdens het rijden kunnen in verband met de
laadtoestand van de accu enkele functies
(airconditioning, achterruitverwarming,
...)
tijdelijk worden uitgeschakeld.
Deze functies worden automatisch
ingeschakeld zodra de laadtoestand van de
accu dit toelaat. -
m
eer dan tien minuten om de functies
ongeveer dertig minuten te kunnen
gebruiken.
Neem de tijd die nodig is voor het starten van
de motor in acht om een juiste lading van de
accu te garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
7
Praktische informatie
Page 186 of 324

184
1.Reservoir ruitensproeiervloeistof.
2. Reservoir motorkoelvloeistof.
3. Reservoir remvloeistof.
4. Accu/zekeringen.
5. Zekeringkast.
6. Luchtfilter.
7. Oliepeilstok.
8. Vuldop motorolie.
9. Afzonderlijk massapunt.
10. Handopvoerpomp*
Het dieselcircuit staat onder zeer hoge
druk.
Laat werkzaamheden aan dit circuit
alleen door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats uitvoeren.
*
A
fhankelijk van de motoruitvoering.
Niveaus controleren
Controleer deze niveaus regelmatig en
respecteer de voor waarden zoals vermeld in
het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul
indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.
Laat in het geval van een sterk gedaald niveau
het desbetreffende circuit controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats. De vloeistof moet voldoen aan de
aanbevelingen van de fabrikant en
geschikt zijn voor de motor van de auto.
Let bij werkzaamheden onder de
motorkap goed op, want bepaalde delen
van de motor kunnen zeer heet zijn (kans
op brandwonden) en de koelventilator kan
ieder moment aanslaan (zelfs bij afgezet
contact).
Afgewerkte producten
Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloeistoffen.
De meeste van deze vloeistoffen zijn
bijtend en schadelijk voor de gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het water
of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de daar voor
bestemde containers bij het PEUGEOT-
dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.
Motorolieniveau
Het motorolieniveau kan bij aangezet
contact worden gecontroleerd via
de motorolieniveaumeter op het
instrumentenpaneel (bij auto's met een
elektrische olieniveaumeter), of met de
oliepeilstok.
De controle van het motorolieniveau is
alleen betrouwbaar als de auto op een
horizontale ondergrond staat en de motor
ten minste 30
minuten niet heeft gedraaid.
Het is normaal dat u tussen twee
onderhoudsbeurten door olie moet bijvullen.
PEUGEOT adviseert u om elke 5000
km het
olieniveau te controleren en, indien nodig, olie
bij te vullen.
Controle met de peilstok
De plaats van de oliepeilstok is aangegeven
op de desbetreffende afbeelding van de
motorruimte.
F
T
rek de oliepeilstok aan het gekleurde
uiteinde helemaal naar buiten.
F
V
eeg de peilstok af met een schone, niet
pluizende doek.
F
S
teek de oliepeilstok weer volledig in de
schacht en trek deze er weer uit om het
oliepeil te controleren: het oliepeil is correct
als het tussen de merktekens A en B ligt.
Praktische informatie
Page 190 of 324

188
Slijtage van remschijven/
remtrommels
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats
voor informatie over het controleren
van de slijtage van de remschijven
en -trommels.
Elektrische parkeerrem
Dit systeem hoeft niet apart
gecontroleerd te worden. Als er
zich toch een probleem voordoet,
laat het systeem dan controleren
door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de elektrische
parkeerrem .
Velgen en banden
De bandenspanning moet
minstens eens per maand en
voorafgaand aan een lange rit bij
alle banden (wanneer ze koud zijn)
gecontroleerd worden. De op de sticker aangegeven
bandenspanningen gelden voor koude
banden. Als u meer langer dan 10
minuten of
meer dan 10 kilometer hebt gereden met een
snelheid van meer dan 50 km/u, moet u de
bandenspanning 0,3 bar (30 kPa) verhogen
ten opzichte van de op de sticker aangegeven
waarden.
Een te lage bandenspanning leidt ook tot
een hoger brandstofverbruik. Een onjuiste
bandenspanning kan veroorzaakt vroegtijdige
slijtage van banden en heeft een negatieve
invloed op het weggedrag van de auto. Kans op
een ongeval!
Het rijden met versleten of beschadigde
banden vermindert de remwerking en heeft
een negatieve invloed op het weggedrag. Het
wordt aanbevolen om de staat van de banden
(profiel en bandwangen) en velgen regelmatig
te controleren en om te controleren dat de
banden over een ventiel beschikken.
Het gebruik van andere dan de gespecificeerde
velg- en bandmaten kan effect hebben op
de levensduur van de banden, het draaien
van de wielen, de bodemvrijheid en de
snelheidsmeteraanduiding, en kan tevens een
negatieve invloed hebben op het rijgedrag van
de auto.
De montage van verschillende banden op
de voor- en op de achteras kan leiden tot
een onjuiste timing van het elektronisch
stabiliteitsprogramma (ESP). Gebruik uitsluitend door PEUGEOT
aanbevolen producten of gelijkwaardige
kwaliteitsproducten.
Om de werking van belangrijke
onderdelen als het remsysteem te
optimaliseren, selecteert en biedt
PEUGEOT specifieke producten aan.
Na het wassen kan er zich een laagje
vocht of onder winterse omstandigheden
ijs vormen op de remschijven en
remblokken: de remwerking kan daardoor
afnemen. Rem een paar keer lichtjes om
de remmen vocht- en ijsvrij te maken.
AdBlue® (BlueHDi-
motoren)
Om het milieu zo min mogelijk te belasten en
om aan de nieuwe Euro 6 -norm te voldoen,
heeft PEUGEOT er voor gekozen zijn auto's
met dieselmotor te voorzien van een systeem
waarbij het roetfilter (FAP) wordt gecombineerd
met een SCR-systeem (Selective Catalytic
Reduction) voor de nabehandeling van
de uitlaatgassen zonder dat de prestaties
veranderen of het brandstofverbruik toeneemt.
SCR-systeem
Met behulp van een vloeistof die AdBlue® wordt
genoemd en ureum bevat, kan een katalysator
tot 85% stikstofoxide (NOx) omzetten in stikstof
en water (deze zijn niet schadelijk voor de
gezondheid en het milieu).
Praktische informatie
Page 197 of 324

195
Ver wijder niet het voor werp dat de
lekkage heeft veroorzaakt uit de band.
F
S
luit de slang van de compressor aan op de
flacon met afdichtmiddel. F
H
aal het dopje van het ventiel van de lekke
band en bewaar het op een schone plaats.
F
C
ontroleer of de schakelaar van de
compressor in de stand " O" staat.
F
R
ol de elektrische kabel, die onder de
compressor is opgeborgen, volledig uit.
F
S
luit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting van de auto.
F
K
eer de flacon met afdichtmiddel om en
bevestig deze aan de desbetreffende
uitsparing van de compressor. F
S luit de slang van de flacon met
afdichtmiddel aan op het ventiel van de
lekke band en zet hem stevig vast.
Alleen de 12V-aansluiting voorin de auto
mag worden gebruikt. F
Be
vestig de sticker met
snelheidslimiet. De sticker met snelheidslimiet moet in
het interieur, in het gezichtsveld van de
bestuurder, worden geplakt om hem/haar
te herinneren aan het feit dat de band
tijdelijk is gerepareerd.
Op deze sticker staat de bandenspanning
aangegeven.
F Z et het contact aan.
F
A
ctiveer de compressor door de
schakelaar in de stand " l" te zetten tot
de bandenspanning 2
bar bedraagt. Het
afdichtmiddel wordt onder druk in de band
gespoten; maak de slang niet los van het
ventiel tijdens deze handeling (kans op
wegspuiten van het middel).
8
In geval van pech
Page 200 of 324

198
E.Opbergvak met een kabel + adapter voor
een 12V-aansluiting.
F. Flacon met afdichtmiddel.
G. Witte slang met dop voor de reparatie en
het op spanning brengen.
H. Sticker met snelheidslimiet.
Reparatiemethode
1. Dichten van het lek
F Zet de auto stil zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af. F
D
raai de schakelaar A in de
stand "Reparatie".
F
C
ontroleer of de schakelaar B in
de stand " O" staat. Ver wijder niet het voor werp dat de
lekkage heeft veroorzaakt uit de band.
F
S
luit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting in de auto.
Alleen de 12V-aansluiting voorin de auto
mag worden gebruikt.
F
Be
vestig de sticker met
snelheidslimiet. De sticker met snelheidslimiet moet in
het interieur, in het gezichtsveld van de
bestuurder, worden geplakt om hem/haar
te herinneren aan het feit dat de band
tijdelijk is gerepareerd.
F
S
tart de motor en laat de motor draaien.
Schakel de compressor niet in voordat de
witte slang is aangesloten op het ventiel
van de band: het afdichtmiddel wordt
anders buiten de band gespoten.
F
S
chakel de compressor in door de
schakelaar B in de stand I te zetten, tot
de bandenspanning 2,0
bar bedraagt. Het
afdichtmiddel wordt onder druk in de band
gespoten; neem gedurende deze handeling
de slang niet los van het ventiel (kans op
wegspuiten van het middel).
F
R
ol de witte slang G volledig uit.
F
D
raai de dop van de witte slang los.
F
S
luit de witte slang aan op het ventiel van
de lekke band. Op deze sticker staat de bandenspanning
aangegeven.
In geval van pech
Page 239 of 324

3
Radio:
Kort indrukken: zenderlijst
weergeven.
Lang indrukken: zenderlijst
bewerken.
Media:
Kort indrukken: bestandsoverzicht
weergeven.
Lang indrukken:
sorteermogelijkheden weergeven.
Bij ander gebruik dan telefoon:
Kort indrukken: veranderen van
geluidsbron (radio; USB; AUX (als
een apparaat is aangesloten);
streaming, bevestiging als het menu
"Telefoon " is geopend.
Lang indrukken: openen van het
menu " Telefoon ".
Bij een binnenkomend gesprek:
Kort indrukken: gesprek aannemen.
Lang indrukken: gesprek weigeren.
Tijdens het gebruik van de
telefoon:
Kort indrukken: openen van het
menu "Telefoon".
Lang indrukken: gesprek beëindigen
Een selectie bevestigen.
Verhogen van het geluidsvolume. Verlagen van het geluidsvolume.
Geluid onderbreken/weer
inschakelen door het gelijktijdig
indrukken van de volumetoetsen.
Bedieningsfuncties op het
stuurwiel – Type 2
Toegang tot het hoofdmenu.
Verhogen van het geluidsvolume.
Geluid onderbreken/herstellen.
Verlagen van het geluidsvolume.
Bij ander gebruik dan telefoon:
Kort indrukken: veranderen van
geluidsbron (radio; USB; AUX (als
een apparaat is aangesloten);
streaming, bevestiging als het menu
"
Telefoon " is geopend.
Lang indrukken: openen van het
menu " Telefoon ".
Bij een binnenkomend gesprek:
Kort indrukken: gesprek aannemen.
Lang indrukken: gesprek weigeren.
Tijdens het gebruik van de
telefoon:
Kort indrukken: openen van het
menu "Telefoon".
Lang indrukken: gesprek beëindigen
Starten van de spraakherkenning
van uw smartphone via het systeem.
Radio:
Kort indrukken: zenderlijst
weergeven.
Lang indrukken: zenderlijst
bewerken.
Media:
Kort indrukken: bestandsoverzicht
weergeven.
Lang indrukken:
sorteermogelijkheden weergeven.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 240 of 324

4
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Indrukken van de draaiknop:
bevestigen.
Menu's
Afhankelijk van de uitvoering."Multimedia ": Parameters media,
Radio-instellingen.
" Telefoon ": Bellen, Beheer
index, Instelling telefoon, Gespr.
beëindigen.
" Boordcomputer ".
" Onderhoud ": Diagnose, Logboek
waarschuw., .... "
Verbindingen ": Beheer van de
verbindingen, apparaten zoeken.
" Persoonlijke instelling –
configuratie ": Parameters van
de auto definiëren, Taalkeuze,
Configuratie beeldscherm, Keuze
van eenheden, Datum en tijd
instellen.
Druk op de toets " MENU".
Scrollen tussen de menu's.
Toegang tot een menu.
Radio
Een radiozender selecteren
Druk herhaaldelijk op de toets
SOURCE om de radiofunctie te
selecteren.
Druk op deze toets om het golfbereik
te selecteren (FM/AM/DAB).
Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender. Druk op een van de toetsen om
handmatig naar hogere/lagere
frequenties te zoeken.
Druk op deze toets voor een lijst
van de beschikbare zenders in het
gebied waar u zich bevindt.
Druk langer dan 2
seconden
op de toets om deze lijst bij te
werken. Tijdens het bijwerken is de
geluidsweergave uitgeschakeld.
RDS
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Als de RDS-functie niet beschikbaar is,
worden de letters RDS doorgestreept
weergegeven op het display.
Bluetooth®-autoradio
Page 243 of 324

7
Volgsysteem DAB/FM
"DAB" dekt niet het hele land.
Als het digitale signaal niet goed is, kunt
u met " Volgsysteem digitale zender/ FM"
dezelfde zender blijven beluisteren
doordat het systeem automatisch
overschakelt op de desbetreffende
analoge "FM"-zender (indien
beschikbaar).
Als het " Volgsysteem digitale zender/
FM"
is ingeschakeld, wordt automatisch de
DAB-zender geselecteerd.
Druk op de toets MENU .
Selecteer " Multimedia " en bevestig
uw keuze.
Selecteer " Volgsysteem digitale
zender/
FM" en bevestig uw keuze.
Als " Volgsysteem digitale zender/
FM"
is geactiveerd, kan er sprake zijn van
een vertraging van enkele seconden
als het systeem overschakelt op de
analoge "FM"-radiozender en kan het
geluidsvolume soms veranderen. Als de "DAB"-zender waarnaar u luistert
niet beschikbaar is als "FM"-zender
(optie "
DAB/FM " doorgestreept) of als
" Volgsysteem digitale zender/ FM" niet is
geactiveerd, wordt het geluid onderbroken
als het digitale signaal te zwak wordt.
Media
USB-aansluiting
Gebruik geen USB-verdeelstekker
om beschadiging van het systeem te
voorkomen.
Steek de USB-stick in de USB-aansluiting
of sluit het USB-apparaat via een kabel (niet
meegeleverd) op de USB-aansluiting aan.
Het systeem schakelt automatisch over op de
"USB"-bron. Elk apparaat dat op het audiosysteem
wordt aangesloten, moet compatibel zijn
met het audiosysteem of voldoen aan
norm IEC 60.950 -1.
Het systeem maakt gebruik van afspeellijsten
(in het tijdelijke geheugen). Het aanmaken van
deze lijsten kan enkele seconden of soms enkele
minuten duren nadat het apparaat voor de eerste
keer is aangesloten.
Het beperken van het aantal niet-
muziekbestanden en het aantal mappen zal het
aanmaken van deze afspeellijsten versnellen.
Elke keer dat een nieuwe USB-stick wordt
aangesloten, worden de afspeellijsten bijgewerkt.
Draagbare apparatuur die op de
USB-aansluiting is aangesloten, wordt
automatisch opgeladen.
Afspeelmethode
Er zijn verschillende afspeelmethodes:
-
N ormaal : de nummers worden in de
normale volgorde volgens de afspeellijst
afgespeeld.
-
S
huffle : de nummers van een album of een
map worden in een willekeurige volgorde
afgespeeld.
-
W
illekeurig voor alle media : alle nummers
van alle mediaspelers worden in een
willekeurige volgorde afgespeeld.
-
H
erhaling : alleen de nummers van dit
album of deze map worden afgespeeld.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 245 of 324

9
Bluetooth® streaming audio
Streaming audio biedt de mogelijkheid om
muziekbestanden op de telefoon via de audio-
installatie in de auto af te spelen.
Koppel de telefoon.
(Zie de rubriek "Koppelen van een telefoon ").
Activeer de bron Streaming door op
de toets SOURCE te drukken.
In sommige gevallen moet het
afspelen van audiobestanden via het
toetsenbord worden geactiveerd.
U kunt audiobestanden selecteren via de
toetsen op het bedieningspaneel van het
audiosysteem en de stuurwieltoetsen.
De informatie over de audiobestanden kan
op het scherm worden weergegeven, als
de telefoon deze functie ondersteunt. De
weergavekwaliteit hangt af van de kwaliteit van
het signaal van de telefoon.
Apple®-speler aansluiten
Sluit de Apple®-speler met een geschikte kabel
(niet bijgeleverd) aan op de USB-aansluiting.
Het afspelen begint automatisch.
De bediening gebeurt via de audio-installatie
in de auto.
De beschikbare indeling is die van het
aangesloten apparaat (artiesten/albums/
genres/afspeellijsten). De softwareversie van het audiosysteem kan
incompatibel zijn met de softwareversie van uw
Apple
®-speler.
Informatie en tips
Via de USB-aansluiting speelt het systeem
audiobestanden af met de extensie ".mp3,
.wma, .wav, .cbr, .vbr" met een bitrate van 32
tot 320
kbps.
Andere typen audiobestanden (.mp4, enz...)
kunnen niet worden afgespeeld.
Bestanden met de extensie.wma moeten van
het type WMA 9 Standaard zijn.
De bemonsteringsfrequenties (sampling rates)
zijn 11, 22, 44 en 48
kHz.
Geadviseerd wordt om voor bestandsnamen
maximaal 20 karakters te gebruiken; vermijd
daarbij speciale tekens (bijv.
: « ? ; ù) om
problemen met het afspelen of de weergave te
voorkomen.
Gebruik geen USB-verdeelstekker om
beschadiging van het systeem te voorkomen.
Gebruik uitsluitend USB-sticks met de
bestandsindeling FAT32 (File Allocation
Table).
Gebruik voor een correcte werking de
originele USB-kabels van Apple
®.
Telefoon
Koppelen van een
Bluetooth®-telefoon
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder
handelingen die de volle aandacht vragen,
zoals het koppelen van een Bluetooth-
telefoon aan het Bluetooth-handsfree
systeem van het audiosysteem, uitsluitend
uitvoeren bij stilstaande auto en
ingeschakeld contact.
Activeer de Bluetooth-functie van
uw telefoon en zorg er voor dat deze
"zichtbaar is voor iedereen" (configuratie
van de telefoon).
Welke diensten beschikbaar zijn, is
afhankelijk van het netwerk, de simkaart
en de compatibiliteit van het gebruikte
Bluetooth-toestel.
Controleer de handleiding van uw telefoon
en de informatie van uw provider om te
kijken tot welke diensten u toegang hebt.
Procedure via de telefoon
Selecteer de naam van het systeem
in de lijst van gedetecteerde
apparaten.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 247 of 324

11
Vervolgens selecteert en bevestigt u:
- "Aansluiten telefoon "/ "Telefoon
afsluiten ":
om alleen de telefoon of de
handsfree set te verbinden/de
verbinding ervan te verbreken.
-
"Aansluiten mediaspeler "/
" Mediaspeler afsluiten ":
om alleen de streaming-
verbinding te realiseren/te
verbreken.
-
"Aansluiten telefoon en
mediaspeler "/ "Telefoon +
mediaspeler afsluiten ":
om de telefoon (handsfree set
en streaming) te verbinden/de
verbinding ervan te verbreken.
-
"Verbinding verwijderen ":
om de koppeling ongedaan te
maken.
Als u in het systeem een koppeling hebt
ongedaan gemaakt, vergeet dan niet deze
koppeling ook in uw telefoon ongedaan te
maken.
Bevestig met OK.
Een gesprek aannemen
Als u gebeld wordt, klinkt een beltoon en
verschijnt een pop-upvenster op het scherm. Selecteer met de toetsen het
tabblad "
JA" op het scherm.
Bevestig met OK.
Druk op deze stuur wieltoets om het
gesprek aan te nemen.
Bellen
Via het menu " Telefoon".
Selecteer " Bellen".
Selecteer " Nummer kiezen ".
Of
Selecteer " Telefoonboek ".
Of
Selecteer " Logboek".
Bevestig met OK.
Houd deze toets langer dan
twee seconden ingedrukt om het
telefoonboek te openen. Vervolgens
kunt u met de rolknop door het
telefoonboek scrollen.
Een gesprek beëindigen
Via het menu " Telefoon".
Selecteer " Ophangen ".
Bevestig met OK om het gesprek te beëindigen.
Druk tijdens een telefoongesprek
langer dan twee seconden op een
van deze toetsen.
Afhankelijk van de compatibiliteit van de
telefoon heeft het systeem toegang tot het
telefoonboek van de telefoon gedurende de
tijd dat de Bluetooth-verbinding actief is.
Vanaf bepaalde typen gekoppelde
Bluetooth-telefoons kunt u contacten
vanuit de telefoon opslaan in het
geheugen van het audiosysteem.
De op deze manier geïmporteerde
contacten worden opgeslagen in een
telefoonboek dat, ongeacht welke telefoon
is gekoppeld, vrij toegankelijk is.
Het menu van het telefoonboek is niet
beschikbaar als het telefoonboek leeg is.
.
Bluetooth®-autoradio