ECU Peugeot 308 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2018Pages: 324, PDF Size: 10.83 MB
Page 34 of 324

32
Configuratie display
Als dit menu is geselecteerd, hebt u toegang tot
de volgende instellingen:
-
"
Keuze van eenheden",
-
"
Datum en tijd instellen",
-
"
Persoonlijke instellingen display",
-
" TA A L K EU Z E ".Om veiligheidsredenen mag de
configuratie van het multifunctionele
display door de bestuurder uitsluitend bij
stilstaande auto worden uitgevoerd.
Touchscreen
Dit systeem heeft de volgende functies:
- p ermanente weergave van de tijd en de
buitentemperatuur (er verschijnt een blauw
lampje bij kans op gladheid),
-
b
ediening van de ver warming/
airconditioning,
-
d
e configuratiemenu's van de functies en de
systemen van de auto,
-
d
e bediening van het audiosysteem, de
telefoon en weergave van de bijbehorende
informatie,
-
w
eergave van de waarschuwingen van de
parkeerhulpsystemen (grafische weergave
van de parkeerhulp, Park Assist enz.),
-
t
oegang tot de internetdiensten en
weergave van de bijbehorende informatie.
en, afhankelijk van de uitvoering: Om veiligheidsredenen mag de
bestuurder handelingen die zijn
volledige aandacht vragen uitsluitend
uitvoeren bij stilstaande auto.
Bepaalde functies zijn niet beschikbaar
als de auto rijdt.
Algemene werking
AanbevelingenHet touchscreen is een capacitief scherm.
Het kan bij alle temperaturen worden gebruikt.
Houd geen puntige voorwerpen tegen het
touchscreen.
Raak het touchscreen niet aan met vochtige
vingers.
Gebruik een schone en zachte doek om het
touchscreen te reinigen.
Werkingsprincipes
Gebruik de toetsen onder het touchscreen om
de menu's te openen en druk ver volgens op de
op het touchscreen weergegeven toetsen.
Bepaalde menu's kunnen op twee pagina's
worden weergegeven: druk op de toets
"
OPTIES " om de secundaire pagina te
bekijken. Als gedurende enkele seconden geen
handelingen op de secundaire pagina
worden uitgevoerd, wordt automatisch de
eerste pagina weer weergegeven.
Druk op " ON" of " OFF" om een functie in of uit
te schakelen.
Druk op deze toets om de instellingen
voor een functie aan te passen.
Druk op deze toets om aanvullende
informatie over de functie weer te
geven.
Gebruik deze toets om uw keuze te
bevestigen.
Gebruik deze toets om terug te keren
naar de vorige pagina.
Menu's
- bediening van het navigatiesysteem en weergave van de bijbehorende informatie.
Instrumentenpaneel
Page 40 of 324

38
Met PEUGEOT Connect
Radio
F Selecteer het menu "Instellingen".
F
Sel
ecteer "Datum en tijd ".
F
S
electeer het tabblad " Datum:" of "Tijd:".
F
S
electeer het formaat van de weergave.
F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met " OK".
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (afhankelijk
van het land van bestemming).
Met PEUGEOT Connect Nav
Het instellen van de datum en tijd is alleen
mogelijk als de GPS-synchronisatie is
uitgeschakeld.
F
D
ruk op de toets " OPTIES" om de
secundaire pagina te openen.
F
Sel
ecteer "Instellen tijd-
datum ". F
S
electeer het tabblad "
Datum:" of "Tijd:".
F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
Andere instellingen
U kunt:
- H et weergaveformaat voor de datum en de
tijd (12 H/24 H) wijzigen.
-
D
e tijdzone wijzigen.
-
D
e GPS-synchronisatie in- of uitschakelen.
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (afhankelijk
van het land).
Overschakelen naar zomer- of wintertijd is
mogelijk door de tijdzone te wijzigen.
Datum en tijd instellen
Met display C
F Druk op de toets " 5" of " 6" om het menu
Configuratie display , te selecteren en
bevestig uw keuze door op de knop OK te
drukken.
F
D
ruk op de toets MENU
om het hoofdmenu
weer te geven.
F
D
ruk op de toets "
7" of " 8" om het menu
" Persoonlijke instellingen – configuratie "
te selecteren en bevestig ver volgens uw
keuze door op de toets OK te drukken.
F
D
ruk op de toetsen " 5" of " 6" en " 7" of " 8"
om de gewenste waarden voor de datum en
de tijd in te stellen en druk op de toets OK
om uw keuze te bevestigen.
Instrumentenpaneel
Page 69 of 324

67
Regeling temperatuur
F Druk op een van de toetsen 1 om de waarde te verlagen of te verhogen.
Regeling luchtopbrengst
F Druk op een van de toetsen 2 om de aanjagersnelheid te verhogen of te
verlagen.
Het symbool van de luchtopbrengst (ventilator)
wordt geleidelijk opgevuld, afhankelijk van de
ingestelde aanjagersnelheid.
Door de luchtopbrengst tot het minimum te
verlagen, stopt u de ventilatie.
Rijd niet te lang met uitgeschakelde
aanjager om te voorkomen dat de ruiten
beslaan en de luchtkwaliteit vermindert.
Regeling luchtverdeling
Met deze toetsen regelt u de verdeling van de
luchtstroom naar het interieur.
Voorruit.
Middelste ventilatierooster en
zijventilatieroosters. Voetenruimte.
De luchtstroom kan met meerdere toetsen
worden aangepast: als het verklikkerlampje
brandt, stroomt er lucht in de aangegeven
richting; als het verklikkerlampje uit is, stroomt
er geen lucht in de aangegeven richting.
Voor een gelijkmatige verdeling van de lucht
over het interieur kunnen de drie toetsen
gelijktijdig zijn geactiveerd.
Airconditioning aan/uit
De airconditioning werkt doeltreffend in elk
jaargetijde, mits de ruiten zijn gesloten.
Het systeem stelt u in staat:
-
d
e temperatuur in het interieur 's zomers te
verlagen,
-
i
n de winter, bij temperaturen boven 3°C,
beslagen ruiten sneller te ontwasemen.
F
D
ruk op toets 4 om de airconditioning in of
uit te schakelen.
Als het lampje brandt, is de functie
ingeschakeld.
De airconditioning werkt niet als de
aanjager is uitgeschakeld.
Het uitschakelen van de airconditioning kan negatieve
effecten hebben (vocht, beslaan van de ruiten).
Om sneller koele lucht te verkrijgen kunt u gedurende
enige tijd de luchtrecirculatie inschakelen. Schakel
daarna de toevoer van buitenlucht weer in.
Automatische airconditioning
met gescheiden regeling
(touchscreen)
Het airconditioningssysteem werkt bij draaiende
motor, maar de aanjager en bedieningsfuncties
werken ook bij aangezet contact.
Het inschakelen van de airconditioning,
de temperatuur van de lucht die uit de
ventilatieroosters en uitstroomopeningen
stroomt, de luchtopbrengst en de luchtverdeling
in het interieur worden automatisch geregeld,
afhankelijk van de temperatuur in het interieur en
de ingestelde temperatuur.
1. Temperatuur.
2. Luchtopbrengst.
3. Luchtverdeling.
4. Airconditioning aan/uit.
5. Automatisch comfortprogramma.
6. Toegang tot de secundaire pagina.
3
Ergonomie en comfort
Page 70 of 324

68
Druk op de toets van het menu
"Airconditioning " om de pagina
met de bedieningsfuncties van de
airconditioning op het scherm weer
te geven.
Regeling temperatuur
De bestuurder en voorpassagier kunnen de
temperatuur afzonderlijk instellen.
F
D
ruk op een van de toetsen 1 om de waarde
te verhogen of te verlagen.
De weergegeven waarde heeft betrekking
op een comfortniveau en niet op een exacte
temperatuur.
Het is raadzaam het verschil tussen de
instellingen links en rechts niet meer dan 3 te
laten bedragen.
Automatisch
comfortprogramma
F Druk op toets 5 om het automatische programma van de airconditioning in of uit
te schakelen.
Als het lampje van de toets brandt, werkt
het airconditioningssysteem automatisch:
afhankelijk van het geselecteerde
comfortniveau zorgt het systeem voor een
optimale temperatuur, luchtopbrengst en
luchtverdeling in het interieur. De intensiteit van het automatische
comfortprogramma kan
worden ingesteld door op de
secundaire pagina van het menu
"
Airconditioning " een van de drie
instellingen te selecteren.
Druk om de door het groene lampje
aangegeven ingestelde intensiteit te wijzigen
op de toets van de gewenste intensiteit:
"Langzaam": voor een aangenaam
comfort en een zo laag mogelijk
geluidsniveau, aangezien de
aanjagersnelheid beperkt wordt.
"Normaal": voor het beste
compromis tussen thermisch
comfort en een laag geluidsniveau
(standaardinstelling).
"Snel": voor een stevige en
doeltreffende luchttoevoer. De intensiteit is uitsluitend gekoppeld aan
de stand AUTO. Als de stand AUTO echter
wordt uitgeschakeld, blijft het lampje van de
geselecteerde instelling branden.
Als de intensiteit wordt gewijzigd ter wijl de
stand AUTO is uitgeschakeld, wordt de stand
AUTO hierdoor niet ingeschakeld.
Om bij koud weer en koude motor de
toevoer van koude lucht in het interieur
te beperken, wordt de luchtopbrengst
geleidelijk vergroot tot de gewenste
comfortwaarde is bereikt.
Als de temperatuur in de auto bij het
instappen veel lager of hoger is dan de
ingestelde waarde, heeft het geen zin
de ingestelde waarde te wijzigen om
zodoende het gewenste comfortniveau
sneller te bereiken. Het systeem
compenseert automatisch en zo snel
mogelijk het temperatuurverschil.
Handmatig instellen
Het is mogelijk één of meer functies van de
airconditioning handmatig in te stellen, terwijl
de overige functies door het systeem geregeld
blijven:
-
luchtopbrengst,
-
luchtverdeling.
Zodra u een instelling wijzigt, gaat het lampje
van de toets " AUTO" uit.
Ergonomie en comfort
Page 71 of 324

69
F Druk nogmaals op de toets AUTO om het automatische
comfortprogramma weer in te
schakelen.
Regeling luchtopbrengst
F Druk op een van de toetsen 2 om de aanjagersnelheid te verhogen of te
verlagen.
Het symbool van de luchtopbrengst
(ventilator) wordt afhankelijk van de ingestelde
aanjagersnelheid geleidelijk opgevuld.
Door de aanjagersnelheid in de laagst
mogelijke stand te zetten wordt de aanjager
volledig uitgeschakeld.
Naast de ventilator wordt " OFF" weergegeven.
Rijd niet te lang met uitgeschakelde
aanjager om te voorkomen dat de ruiten
beslaan en de luchtkwaliteit vermindert.
Regeling luchtverdeling
U kunt de luchtverdeling in het interieur regelen
met behulp van deze drie toetsen. Voorruit.
Middelste ventilatierooster en
zijventilatieroosters.
Voetenruimte. Bij het indrukken van een toets wordt de
desbetreffende functie in- of uitgeschakeld. Het
lampje brandt als de functie is ingeschakeld.
Voor een gelijkmatige luchtverdeling in het
interieur kunnen de drie toetsen gelijktijdig
worden ingedrukt.
In de stand AUTO zijn de lampjes van deze drie
toetsen gedoofd.
Airconditioning aan/uit
De airconditioning werkt doeltreffend in elk
jaargetijde, mits de ruiten zijn gesloten.
Het systeem stelt u in staat:
-
d
e temperatuur in het interieur 's zomers te
verlagen,
-
i
n de winter bij temperaturen boven 3°C
beslagen ruiten sneller te ontwasemen.
F
D
ruk op toets 4 om de airconditioning in of
uit te schakelen.
Als het lampje onder de toets brandt, is de
airconditioning ingeschakeld.
De airconditioning werkt niet als de aanjager is
uitgeschakeld.
Ventilatiefunctie bij
ingeschakeld contact
Bij ingeschakeld contact kunt u het
ventilatiesysteem gebruiken om de
luchtopbrengst en de luchtverdeling in
het interieur te regelen afhankelijk van de
laadtoestand van de accu. Bij deze functie wordt de airconditioning niet
ingeschakeld.
Functie "Mono"
Het comfortniveau aan passagierszijde kan
worden aangepast aan het comfortniveau aan
bestuurderszijde (monozone).
Op de secundaire pagina van het menu
"
Airconditioning ":
F
D
ruk op deze toets om de
functie "Mono" in of uit te
schakelen.
Het lampje van de toets brandt
als de functie is ingeschakeld.
De functie wordt automatisch uitgeschakeld
als de passagier de toetsen voor de
temperatuurregeling aan passagierszijde
bedient.
Luchtrecirculatie in het interieur
De toevoer van buitenlucht voorkomt het
beslaan van de voorruit en zijruiten.
3
Ergonomie en comfort
Page 75 of 324

73
Verlichting voetenruimte
Inschakelen
De werking is gelijk aan die van de plafonniers.
De lampen gaan branden zodra één van de
portieren wordt geopend.
Sfeerverlichting interieur
De gedempte interieurverlichting verbetert het
zicht in de auto als deze zich in een donkere
omgeving bevindt.
Inschakelen
Als het buiten donker is, gaat de verlichting van
de binnenhandgrepen van de voorportieren
automatisch branden als de parkeerlichten
worden ingeschakeld.
De sfeer verlichting gaat automatisch uit als de
parkeerlichten worden uitgeschakeld.
De lichtsterkte van de sfeer verlichting kan
worden ingesteld via de secundaire pagina van
het menu Auto/Rijden.
F
S
electeer het menu Comfortverlichting .
F
V
ink de regel " Sfeerverlichting " aan.
Druk op het " vergrootglas " om de
lichtsterkte te regelen.
3
Ergonomie en comfort
Page 258 of 324

6
Berichten beheren
Druk op Applicaties om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op "SMS".
Selecteer het tabblad "SMS".
Druk op deze toets om de
scherminstellingen voor berichten te
selecteren.
Druk op deze toets om een contact
te zoeken.
Selecteer het tabblad "SMS-
berichten".
Druk op deze toets om de
scherminstellingen voor berichten te
selecteren.
Radio
Een radiozender selecteren
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven. Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Of Verplaats de cursor om handmatig
omhoog en omlaag te scrollen door
de frequenties.
Of Druk op de frequentie.
Voer de waarden van de FM- en
AM-golfband in met het virtuele
toetsenbord.
Druk op "OK" om te bevestigen.
De radio-ontvangst kan worden
verstoord door het gebruik van
elektrische apparatuur die niet door het
merk is goedgekeurd, zoals een op de
12V-aansluiting aangesloten lader met
USB-aansluiting.
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Veranderen van frequentieband
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Druk op "Band" om de
frequentieband te wijzigen.
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Een zender opslaan
Selecteer een zender of een frequentie.
Druk kort op de lege ster. Als de
ster is gevuld, is de radiozender al
opgeslagen.
Of
Selecteer een zender of een frequentie.
Druk op " Favorieten ".
Houd de toets waaronder u de
zender wilt opslaan lang ingedrukt.
PEUGEOT Connect Radio
Page 259 of 324

7
RDS inschakelen en uitschakelen
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Activeer/deactiveer " RDS".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Als de RDS-functie is ingeschakeld,
zoekt de radio steeds naar de sterkste
frequentie van een zender, zodat u ernaar
kunt blijven luisteren. Onder bepaalde
omstandigheden zijn sommige RDS-
zenders echter niet in het hele land te
ontvangen doordat de zenders niet het
hele land dekken. Dit verklaart dat de
zender tijdens het rijden kan wegvallen.
Tekstberichten weergeven
Met de functie "Radiotekst" worden
door de radiozender meegestuurde
tekstberichten weergegeven die
betrekking hebben op het radiostation of
de muziek waarnaar geluisterd wordt. Druk op Radio Media
om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Activeer/deactiveer " INFO".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
TA-berichten beluisteren
De TA-functie (Traffic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar
berichten met TA-verkeersinformatie. Voor
een correcte werking van deze functie is
een goede ontvangst van een radiozender
nodig die deze berichten uitzendt. Zodra
een verkeersinformatiebericht wordt
uitgezonden, wordt de geluidsbron die
op dat moment wordt weergegeven
automatisch onderbroken voor de weergave
van het TA-verkeersinformatiebericht. Zodra
dit bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen. Activeer/deactiveer "
TA".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Audio-instellingen
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Druk op "Audio-instellingen ".
Selecteer het tabblad " Klank",
" Verdeling ", "Geluid " of "Beltonen "
om de audio-instellingen te
configureren.
Druk op de pijl Terug om te
bevestigen.
.
PEUGEOT Connect Radio
Page 260 of 324

8
In het tabblad "Klank" zijn de audio-
instellingen (Equalizer ), en Bass,
Medium en Tr e b l e voor elke geluidsbron
verschillend en apart in te stellen.
In het tabblad " Verdeling" zijn de
instellingen Alle passagiers , Bestuurder
en Alleen vóór voor alle geluidsbronnen
gelijk.
Schakel in het tabblad " Geluid"
" Snelheidsafhankelijke
volumeregeling ", "Extra ingang " en
" Geluiden touchscreen " in of uit.
De verdeling van het geluid (of de
ruimtelijke verdeling dankzij het Arkamys
©-
systeem) in de auto is belangrijk voor de
kwaliteit van de weergave en biedt de
mogelijkheid de weergave af te stemmen
op het aantal inzittenden.
Het Sound Staging-systeem van
Arkamys
© zorgt voor een betere
geluidsverdeling in het interieur.
Digitale radio (DAB, Digital
Audio Broadcasting)
Digitale radio
Digitale radio zorgt voor een betere
geluidskwaliteit.
De verschillende "multiplex/bundels"
bieden keuze uit radiozenders die op
alfabetische volgorde zijn gerangschikt.
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Druk op "Frequentieband " en
selecteer " DAB-band ".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Automatisch volgen FM-DAB
"DAB" is niet overal beschikbaar.
Als het digitale signaal zwak is, kunt u met
“ Automatisch volgen FM-DAB" dezelfde
zender blijven beluisteren doordat het
systeem automatisch overschakelt op
de desbetreffende analoge "FM"-zender
(indien beschikbaar).
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Inschakelen/uitschakelen
"Automatisch volgen FM-DAB ".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Als "Automatisch volgen FM-DAB" is
geactiveerd, kan er sprake zijn van
een vertraging van enkele seconden
als het systeem overschakelt op de
analoge "FM"-radiozender en kan het
geluidsvolume soms veranderen.
Als de kwaliteit van het digitale signaal
weer goed is, schakelt het systeem
automatisch weer over op "DAB".
PEUGEOT Connect Radio
Page 263 of 324

11
Telefoon
MirrorLinkTM-verbinding
voor smartphones
Om veiligheidsredenen is het gebruik
van een smartphone tijdens het rijden
verboden. Het gebruik van de smartphone
vraagt namelijk veel aandacht van de
bestuurder.
De handelingen moeten dan ook bij
stilstaande auto worden uitgevoerd.
Door uw eigen smartphone te
synchroniseren kunt u de met MirrorLink
TM
compatibele apps van uw smartphone
weergeven op het scherm van uw auto.
Werkingsprincipes en normen zijn
permanent aan verandering onderhevig.
Voor een goede communicatie tussen de
smartphone en het systeem is het van
essentieel belang dat de smartphone
is ontgrendeld en is het raadzaam
om het besturingssysteem van uw
smar tphone en de datum en tijd op
zowel de smar tphone als het systeem
up-to-date te houden .
Ga naar de landelijke internetsite van
het merk van uw auto om te zien welke
smartphones compatibel zijn. Om veiligheidsredenen zijn bepaalde apps
alleen te gebruiken als de auto stilstaat.
Zodra de auto gaat rijden, wordt de
weergave ervan onderbroken.
De functie "MirrorLink
TM" werkt alleen
in combinatie met een compatibele
smartphone en compatibele apps.
Niet via Bluetooth® verbonden
telefoon
Sluit een USB-kabel aan. De
smartphone wordt opgeladen
als deze via een USB-kabel is
verbonden.
Druk op " Telefoon" op het scherm
van het systeem om de hoofdpagina
weer te geven.
Druk op " MirrorLink
TM" om de
applicatie in het systeem te
activeren.
Bij bepaalde smartphones is het noodzakelijk
om de functie " MirrorLink
TM" te activeren.
Tijdens de procedure verschijnen
verschillende schermen gerelateerd
aan bepaalde functies.
Accepteer deze om de verbinding tot
stand te brengen en te voltooien. Tijdens het aansluiten van de
smartphone op het systeem is het
raadzaam de Bluetooth
®-functie van
de smartphone te activeren
Via Bluetooth® verbonden
telefoon
Druk op " Telefoon" op het scherm
van het systeem om de hoofdpagina
weer te geven.
Druk op de toets " TEL" om de secundaire
pagina weer te geven.
Druk op "MirrorLink
TM" om de
applicatie in het systeem te
activeren.
Nadat de verbinding tot stand is gebracht,
wordt een scherm weergegeven met daarop
de eerder op uw smartphone gedownloade
apps die compatibel zijn met de MirrorLink
TM-
technologie.
Tijdens de MirrorLink
TM-weergave blijft het
selecteren van de audiobron mogelijk via de
schermtoetsen in de bovenste balk van het
scherm.
De menu's van het systeem kunnen op elk
moment worden geopend via de menutoetsen.
Afhankelijk van de kwaliteit van het
netwerk kan het even duren voordat de
apps beschikbaar zijn.
.
PEUGEOT Connect Radio