warning PEUGEOT 308 2023 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2023, Model line: 308, Model: PEUGEOT 308 2023Pages: 260, PDF Size: 7.87 MB
Page 5 of 260

3
Inhoud
Snelheidsregelaar - Specifieke adviezen 120
Snelheidsregelaar 120
Drive Assist Plus 122
Drive Assist 2.0 123
Adaptieve snelheidsregelaar 123
Lane Positioning Assist 128
Halfautomatisch veranderen van rijstrook 131
Active Safety Brake met Waarschuwing bij kans op
aanrijding en Intelligente noodremassistentie
135
Systeem voor detecteren van onoplettendheid 139
Active Lane Departure Warning 140
Dodehoekbewaking met groot bereik 143
Parkeerhulp 144
Visiopark 1 146
Visiopark 3 147
Verkeerswaarschuwing achter 150
7Praktische informatieCompatibiliteit van brandstoffen 153
Tanken 153
Tankbeveiliging (diesel) 154
Plug-in hybridesysteem 155
De tractiebatterij opladen (plug-in hybride) 162
Trekhaak 165
Trekhaak met afneembare kogel 166
Dakdragers 169
Sneeuwschermen 170
Sneeuwkettingen 171
Eco-stand 172
Motorkap 172
Onder de motorkap 173
Niveaus controleren 174
Controles 176
AdBlue® (BlueHDi) 178
Vrijloop 180
Onderhoudstips 180
8In geval van pechGevarendriehoek 183
Brandstoftank leeg (diesel) 183
Boordgereedschap 183
Bandenreparatieset 185
Reservewiel 188
Een lamp vervangen 191
Zekeringen 193
12V-accu 193
De auto slepen 199
9Technische gegevensTechnische gegevens motoren en
aanhangergewichten 201
Benzinemotoren 202
Dieselmotoren 204
Motoren van plug-in hybrides 205
Afmetingen 206
Identificatie 207
10 PEUGEOT i-Connect Advanced - PEUGEOTi-Connect
De eerste stappen 208
Aanpassen 2 11
Stuurkolomschakelaars 213
Applicaties 213
Gesproken commando's 213
Navigatie 215
Connectiviteit 216
Mirror Screen 217
Media 219
Telefoon 221
Instellingen 222
Help 223
11Registratie van autogegevens en privacy
■
Index
■
Bijlage
Page 17 of 260

15
Instrumentenpaneel
1– bij een auto met een handgeschakelde
versnellingsbak het koppelingspedaal ingetrapt
houdt.
–
bij een auto met een automatische transmissie het
rempedaal ingetrapt houdt.
Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de
knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt
houdt.
AirbagsBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en
een melding.
Een van de airbags of pyrotechnische
gordelspanners is defect.
Voer (3) uit.
Airbag vóór aan passagierszijde (ON)Brandt permanent. De passagiersairbag vóór is geactiveerd.
De schakelaar is in de stand "ON" gezet.
Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in
de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico
op zwaar letsel!
Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is
uitgeschakeld.
De schakelaar is in de stand "OFF" gezet.
Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting
worden geplaatst, tenzij er een probleem met de
airbags is (waarschuwingslampje airbags aan).
Laag brandstofniveauBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6
liter brandstof in de tank (reservevoorraad).
Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze
waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het
contact wordt aangezet, en met een toenemende
frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt
en de nul nadert.
Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege
brandstoftank te voorkomen.
Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is;
hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het
injectiesysteem beschadigd raken.
Waarschuwing bij kans op aanrijding / Active
Safety Brake
Brandt permanent, in combinatie met een melding.
Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld.
Knippert. Het systeem activeert en remt de auto kort af
om de snelheid te verlagen.
Zie het deel Rijden voor meer informatie.
Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem.
Zie (3).
Brandt permanent. Er is een storing in het systeem.
Als deze waarschuwingslampjes gaan branden
nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is
gestart, zie (3).
Brandt permanent. Het systeem wordt tijdelijk
uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of
voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering)
zijn gedetecteerd, maar de bijbehorende
veiligheidsgordel is niet vastgemaakt.
Active Lane Departure WarningBrandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of
in de wachtstand gezet.
Knippert. De auto dreigt een onderbroken
rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de
richtingaanwijzer is ingeschakeld.
Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan
de koers van de auto als het merkt dat de kans
bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt
overschreden (afhankelijk van de uitvoering).
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Stop & StartBrandt permanent, in combinatie met een melding.
Het Stop & Start-systeem is handmatig
uitgeschakeld.
De volgende keer dat de auto tot stilstand komt,
wordt de motor niet afgezet.
Activeer het systeem opnieuw via het touchscreen.
Page 116 of 260

11 4
Rijden
Snelkoppelingen voor
rijhulpsystemen
De volledige lijst met beschikbare rijhulpsystemen
staat op het tabblad Functies.
De rijhulpsystemen zijn rechtstreeks toegankelijk om
ze snel in te schakelen / uit te schakelen.
Standaard zijn er al rijhulpsystemen op het tabblad
Snelkoppelingen opgeslagen (zoals Stop & Start,
Active Lane Departure Warning).
Andere rijhulpsystemen kunnen op het tabblad
worden toegevoegd of van het tabblad worden
verwijderd.
Dit kan worden ingesteld in de app ADAS >
Functies van het touchscreen.
► Druk op de toets die hoort bij het
betreffende rijhulpsysteem:
•
Gevuld symbool: de functie is toegevoegd op
het tabblad Snelkoppelingen.
•
Leeg symbool: de functie is van het tabblad
Snelkoppelingen verwijderd.
►
Controleer de wijziging op het tabblad
Snelkoppelingen.
► Druk op deze toets om het tabblad
Snelkoppelingen meteen te openen.
Meervoudige uitschakeling
Het is mogelijk om tegelijkertijd meerdere
hulpfuncties voor de bestuurder uit te schakelen.
Dat wordt in twee stappen gedaan:
–
Eerst moet u alle functies selecteren die u wilt
uitschakelen.
–
Daarna moet u al deze functies tegelijkertijd
uitschakelen.
De functies selecteren
► Druk op deze toets op het dashboard om
de tabbladen ADAS weer te geven.
►
Selecteer het tabblad
Functies.
► Druk op deze toets om de lijst van
beschikbare functies weer te geven.
►
Selecteer de functies die u wilt uitschakelen
(bijvoorbeeld
Stop - start, Rijstrookassistent,
Automatisch remsysteem (Active Safety Brake)).
► Druk op deze toets om terug te keren
naar de vorige pagina.
Het systeem slaat op welke functies u wilt
uitschakelen.
Deze functies uitschakelen
► Houd deze toets op het
dashboard ingedrukt.
Alle eerder geselecteerde functies worden
uitgeschakeld totdat de auto weer wordt gestart (dit
wordt met een geluidssignaal bevestigd).
Verkeersbordherkenning
Raadpleeg voor meer informatie de algemene adviezen over het gebruik van
de rij- en parkeerhulpsystemen.
Dit systeem geeft de ter plaatse geldende
maximumsnelheid weer op het instrumentenpaneel
met behulp van:
–
Door de camera gedetecteerde verkeersborden
met een snelheidslimiet.
–
Informatie over snelheidslimieten uit de
kaartgegevens van het navigatiesysteem.
–
Door de camera gedetecteerde borden die een erf
aangeven.
Page 131 of 260

129
Rijden
6dan geeft het systeem een aantal
waarschuwingen die steeds dringender worden.
Als de bestuurder niet reageert, wordt het
systeem uitgeschakeld.
Als de werking wordt onderbroken omdat het stuurwiel langere tijd niet stevig genoeg
wordt vastgehouden, moet het systeem weer
worden ingeschakeld door opnieuw op de toets
ASSIST te drukken.
Automatisch onderbreken
Bij onderbreking van het systeem klinkt een
specifiek geluidssignaal.
–
Activering van het ESP-systeem.
–
Rijstrook onvoldoende gedetecteerd. In dit geval
kan de functie Active Lane Departure Warning
de controle overnemen totdat er weer aan de
werkingsvoorwaarden van het systeem wordt
voldaan.
Onderbreking door de bestuurder
– Overschrijden van de rijstrookmarkeringen.
– T e stevig vasthouden van het stuurwiel of
dynamische stuurmanoeuvre.
–
Intrappen van het rempedaal (met een pauze
tot gevolg totdat de snelheidsregelaar weer wordt
ingeschakeld) of het gaspedaal (onderbreking
zolang het pedaal wordt ingetrapt).
–
Onderbreken van het
Adaptieve
snelheidsregelaar-systeem.
–
Uitschakelen van het
ASR-systeem.
Rijomstandigheden en bijbehorende waarschuwingen
In de onderstaande tabellen worden de weergaven beschreven die behoren b\
ij de belangrijkste rijsituaties. De werkelijke volgorde van de weergave van deze
waarschuwingen kan afwijken.
Schakelaars op en rondom het stuurwiel Symbolen
Aanwijzingen
ASSIST of I I>
(grijs) / (grijs) Snelheidsregelaar gepauzeerd.
Drive Assist Plus uitgeschakeld.
ASSIST of OK
(groen) / (groen) Snelheidsregelaar actief.
Drive Assist Plus uitgeschakeld.
ASSIST
(groen) / (groen) Drive Assist Plus ingeschakeld.
Lane Positioning Assist werkt normaal (stuurwielcorrectie geactiveerd).
Page 142 of 260

140
Rijden
Rijomstandigheden en bijbehorende waarschuwingen
In de onderstaande tabel ziet u een beschrijving van de waarschuwingen e\
n meldingen die in verschillende rijomstandigheden worden weergegeven.
De werkelijke volgorde waarin de meldingen worden weergegeven kan afwijk\
en.Status functie DisplayAanwijzingen
OFF
Functie uitgeschakeld.
ON Geen.Systeem ingeschakeld, niet voldaan aan de werkingsvoorwaarden:
– Snelheid lager dan 65 km/h.
– Geen rijstrookmarkering gedetecteerd.
– ESP bezig met een ingreep.
– "Sportieve" rijstijl.
ON
Functie automatisch uitgeschakeld / in stand-by (zoals detectie van een\
aanhanger, gebruik van
het bij de auto geleverde noodreservewiel of storing).
ON Geen.Rijstrookmarkering gedetecteerd.
Snelheid hoger dan 65 km/h.
Als de bestuurder dit advies niet opvolgt, wordt de
waarschuwing elk uur herhaald tot de auto wordt
stilgezet.
Het systeem wordt gereset als aan een van de
volgende voorwaarden is voldaan:
–
De auto staat langer dan 15 minuten stil met
draaiende motor.
–
Het contact is enkele minuten afgezet geweest.
–
De veiligheidsgordel van de bestuurder is
losgemaakt en het portier is geopend.
Zodra de snelheid lager is dan 70 km/h,
gaat het systeem over in de wachtstand.
De rijtijd wordt weer geteld als de snelheid hoger
dan 70
km/h is.
Waarschuwing voor
bestuurder via camera
Het systeem beoordeelt de waakzaamheid, moeheid en mate van afleiding van de
bestuurder door afwijkingen in de koers van de auto
ten opzichte van de rijstrookmarkeringen te
detecteren.
Hiervoor gebruikt het systeem een camera die
boven aan de voorruit is geplaatst.
Dit systeem is vooral geschikt voor auto(snel)wegen
(snelheden hoger dan 70
km/h).
Bij een waarschuwing op het eerste niveau wordt
de bestuurder gewaarschuwd door de melding
" Voorzichtig!", samen met een geluidssignaal.
Na drie waarschuwingen van het eerste niveau
activeert het systeem een nieuwe waarschuwing
met de melding "Doorrijden risicovol: las een
rustpauze in", in combinatie met een harder
geluidssignaal.
Onder bepaalde omstandigheden (slecht wegdek of harde windstoten) kan het
systeem waarschuwingen geven zonder dat er
sprake is van vermoeidheid bij de bestuurder.
Het systeem werkt in de volgende situaties mogelijk minder goed of helemaal niet:
–
rijstrookmarkeringen afwezig, versleten, niet
zichtbaar (bijvoorbeeld door sneeuw of modder of
dode bladeren) of meerdere rijstrookmarkeringen
(weggedeelte met werkzaamheden).
–
geringe afstand tot de voorligger (geen
detectie van wegmarkeringen).
–
smalle, bochtige wegen.
Active Lane Departure Warning
Raadpleeg voor meer informatie de
algemene adviezen over het gebruik van
de rij- en parkeerhulpsystemen.
Het systeem corrigeert de koers van de auto door
de bestuurder te waarschuwen zodra het een risico
op het ongewenst verlaten van de rijstrook of het
rijden richting een berm of vluchtstrook detecteert
(afhankelijk van de uitvoering).
Hiervoor gebruikt het systeem een camera die
boven aan de voorruit is geplaatst en die de
rijstrookmarkeringen op de grond en de wegranden
herkent (afhankelijk van de uitvoering).
Dit systeem is met name nuttig op snelwegen en
autowegen.
Werkingsvoorwaarden
– Rijsnelheid tussen 70 en 180 km/u.
– W eg voorzien van een middenstreep.
–
Stuurwiel met beide handen vastgehouden.
–
Richtingaanwijzers uit bij activering van het
systeem.
–
ESP
ingeschakeld en in werking.
Page 232 of 260

230
Index
Interieurfilter (vervangen) 176
ISOFIX (bevestigingen)
90, 92, 94
ISOFIX bevestigingen
90, 92, 94
ISOFIX kinderzitjes
90–92, 94
K
Keyless entry and start 26, 28–29, 98
Kilometerteller
21
Kinderbeveiliging
95
Kinderen
84, 90–92
Kinderen (veiligheid)
95
Kinderzitjes
84, 87–90
Kinderzitjes (conventioneel)
90, 92, 94
Kinderzitjes i-Size
92, 94
Klep laadaansluiting
(plug-in hybride)
156, 162–164
Klep van de laadaansluiting
164
Kleurcode lak
207
Klokje (instellen)
223
Koelvloeistof
175
Koelvloeistoftemperatuur
19
Koelvloeistoftemperatuurmeter
19
Kofferdeksel sluiten
29, 33
Koplampverstelling
68
Krik
184–185, 188
L
Laadkabel 160
Laadkabel (plug-in hybride) 157–158, 163
Laadniveaumeter (plug-in hybride)
21
Laadstekker (plug-in hybride)
156, 162–164
Laadtoestand van de tractiebatterij
24
Laden accu ~ Accu laden
194–195, 197
Laden tractiebatterij
160
Laden via een normaal stopcontact
160
Lader voor versneld laden (wallbox)
157–158
Lak
181, 207
Lampen (vervangen)
191–192
Lampen vervangen
191–192
Lane Departure Warning System
140
Lane Keeping System
122–123, 128–129
Leder (onderhoud)
182
LED-verlichting
67, 192
Lekke band
185–186, 188
Lichtschakelaar
66–67
Logboek waarschuwingsmeldingen
21
Lokaliseren van de auto
27
Luchtfilter
176
Luchtfilter (vervangen)
176
M
Matten 11 3
Milieu
32
Mistachterlicht
66, 193
Mobiele app
24–25, 162, 164
Monteren allesdragers ~ Allesdragers
monteren
169–170
Motor
178
Motoren 201–202, 204
Motorkap
173
Motorkapsteun
173
Motorolie
174
Motorolieniveaumeter
18
N
Netaansluiting (standaardstekker) 157–158
Niveau AdBlue®
176
Niveau brandstofadditief diesel ~
Brandstofaddititiefniveau
175–176
Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau
19, 175
Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau
175
Niveau ruitensproeiervloeistof ~
Ruitensproeiervloeistofniveau
73, 175
Niveaus controleren
174–175
Niveaus en controles
174–176
Noodbediening achterklep
33
Noodbediening portieren
31
Noodoproep ~ Urgence-oproep
78–79
Noodprocedure afzetten van de motor
99–100
Noodprocedure starten
99, 194
Noodremassistentie ~ Brake Assist
System (BAS)
81, 137
Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist
System (BAS)
81