Stop Peugeot Boxer 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2018Pages: 232, PDF Size: 9.15 MB
Page 95 of 232

93
Stop & Start
Het Stop & Start-systeem zet de motor tijdelijk af
(STOP-stand) als u stopt (bij rood licht, files enz.).
De motor wordt automatisch gestart (START-stand)
als u
weer weg wilt rijden. Het starten gebeurt
direct, snel en stil.
Het Stop & Start-systeem, dat per fect is aangepast
aan het stadsverkeer, zorgt voor een lager
brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke
stoffen en het comfort van totale stilte in het interieur
tijdens het wachten.
Overgang naar de STOP-
stand
Zet, ter wijl de auto stilstaat, de versnellingsbak in de
neutraalstand en laat het koppelingspedaal los.
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel gaat branden en de
motor wordt afgezet.
Om te voorkomen dat de motor te vaak wordt
uitgezet als u
langzaam rijdt, wordt de motor
uitsluitend automatisch afgezet als de auto
een snelheid van minimaal 10
km/h heeft
bereikt. Verlaat nooit de auto zonder eerst het contact
met de sleutel te hebben afgezet.
Tank nooit ter wijl de motor door het Stop &
Start-systeem is afgezet; zet in dat geval
altijd het contact af en neem de sleutel uit het
contactslot.
Bijzonderheden: STOP-
stand niet beschikbaar
De STOP-stand wordt niet geactiveerd als:
-
h et systeem wordt geïnitialiseerd,
-
he
t bestuurdersportier is geopend,
-
d
e veiligheidsgordel van de bestuurder niet is
vastgemaakt,
-
d
e airconditioning in werking is,
-
d
e achterruitverwarming ingeschakeld is,
-
d
e ruitenwissers vóór in de stand hoge snelheid
werken,
-
d
e achteruitversnelling is ingeschakeld, tijdens
het inparkeren,
-
b
epaalde bijzondere omstandigheden
(laadtoestand accu, motortemperatuur,
regeneratie van het roetfilter, rembekrachtiging,
buitentemperatuur enz.) dat niet toelaten. -
h
et Stop & Start-systeem zeer intensief
wordt gebruikt. In dat geval kan het systeem
worden uitgeschakeld om de startfunctie
te beschermen. Neem contact op met het
PEUGEOT-netwerk om de functie weer te laten
activeren.
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel knippert enkele
seconden en gaat vervolgens uit.
Dit is volkomen normaal.
Overgang naar de START-
stand
Als een versnelling is ingeschakeld, wordt de
motor alleen automatisch opnieuw gestart als het
koppelingspedaal volledig wordt ingetrapt.
Dit verklikkerlampje gaat uit en de motor
wordt gestart.
Als de motor automatisch is gestart (START-stand)
en de bestuurder gedurende de daaropvolgende
drie minuten de auto niet bedient, zet het systeem
de motor definitief af. De motor kan dan uitsluitend
weer met de contactsleutel worden gestart.
6
Rijden
Page 96 of 232

94
Bijzonderheden: START-
stand wordt automatisch
geactiveerd
De START-stand kan automatisch worden
geactiveerd als:
-
d
e auto wegrolt op een helling,
-
d
e ruitenwissers vóór in de stand hoge snelheid
werken,
-
d
e airconditioning in werking is,
-
d
e motor ongeveer drie minuten geleden is
afgezet door het Stop & Start-systeem,
-
e
r bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, buitentemperatuur enz.) die
vereisen dat de motor draait.
In dat geval wordt een melding
weergegeven op het display van
het instrumentenpaneel en gaat dit
verklikkerlampje gedurende enkele
seconden knipperen om vervolgens te
doven.
Dit is volkomen normaal.
Als u bij een auto met een handgeschakelde
v ersnellingsbak in de STOP-stand een versnelling
inschakelt, maar daarbij het koppelingspedaal
niet helemaal intrapt, wordt de motor in sommige
gevallen niet weer gestart.
Er gaat dan een verklikkerlampje branden en/of er
wordt een melding weergegeven die aangeeft dat
u
het koppelingspedaal volledig moet intrappen
om de motor weer te laten starten.
Als de motor automatisch is afgezet
(STOP-stand) en de bestuurder zijn
veiligheidsgordel losmaakt en een
voorportier opent, dan kan de motor
uitsluitend weer met de contactsleutel
worden gestart. Er klinkt een
geluidssignaal in combinatie met het
knipperen van dit verklikkerlampje en
een melding op het display.
Uitschakelen
Als het systeem met de motor in de STOP-
stand wordt uitgeschakeld, dan wordt de motor
onmiddellijk opnieuw gestart.
Als u
wilt dat de airconditioning continu blijft
werken, moet u
het Stop & Start-systeem
uitschakelen.
Het lampje van de toets blijft branden.
F
D
ruk op deze toets om het systeem uit te
schakelen.
Het lampje van de toets gaat branden en er
verschijnt een melding op het display van het
instrumentenpaneel om aan te geven dat het
systeem is uitgeschakeld.
Rijden
Page 97 of 232

95
Weer inschakelen
Storing
F Druk nogmaals op deze toets.
Het systeem is dan opnieuw actief; het lampje
van de toets gaat uit en er wordt een melding
weergegeven.
Bij een storing in het Stop & Start-systeem
wordt het systeem uitgeschakeld, gaat dit
verklikkerlampje branden en wordt er een
melding weergegeven op het display van
het instrumentenpaneel.
Onderhoud
Schakel het Stop & Start-systeem altijd uit
als u handelingen onder de motorkap wilt
uitvoeren, om letsel door het automatisch
activeren van de START-stand te voorkomen.
Het Stop & Start-systeem maakt gebruik van
geavanceerde technologie. Werkzaamheden
aan dit type accu mogen dan ook
uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats worden
uitgevoerd.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de STOP-stand een storing zou
optreden, kan de motor gestart worden door het
koppelingspedaal volledig in te trappen of door de
versnellingsbak in de neutraalstand te zetten. Dit systeem heeft specifieke kenmerken en maakt
gebruik van een speciale accu (raadpleeg voor
meer informatie het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats).
Het gebruik van een andere dan de door PEUGEOT
voorgeschreven accu's kan leiden tot storingen in
het systeem.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over de accu
.
Hill Start Assist
Dit systeem houdt uw auto bij het wegrijden op
een helling ongeveer 2
seconden op zijn plaats. In
die tijd kunt u
uw voet van het rempedaal naar het
gaspedaal verplaatsen.
Deze in de dynamische stabiliteitscontrole
geïntegreerde functie (ook bekend onder de naam
HHC (Hill Holder Control)) wordt geactiveerd onder
de volgende omstandigheden:
-
d
e auto moet stilstaan met draaiende motor en
het rempedaal ingetrapt,
-
d
e helling moet steiler zijn dan 5%,
-
b
ij het omhoog rijden op een helling moet de
versnellingsbak in de neutraalstand staan
of moet een andere versnelling dan de
achteruitversnelling zijn ingeschakeld,
-
b
ij het afdalen van een helling moet de
achteruitversnelling zijn ingeschakeld.
De Hill Start Assist is een voorziening om het
rijcomfort te vergroten en kan niet gebruikt
worden als elektrische parkeerrem.
6
Rijden
Page 109 of 232

107
Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld
als de Stop-stand van de Stop & Start-functie
wordt geactiveerd. Het systeem wordt weer
ingeschakeld en controleert opnieuw of aan
de werkingsvoor waarden wordt voldaan als de
auto weer wordt gestart. Er kunnen storingen in de detectie optreden:
-
a
ls de rijstrookmarkeringen weggesleten
zijn,
-
a
ls er weinig contrast is tussen het wegdek
en de markeringen.
Er kunnen storingen in de werking van het
systeem optreden:
-
a
ls de auto zwaar is geladen (vooral als het
gewicht slecht is verdeeld),
-
b
ij slecht zicht (regen, mist, sneeuw, enz.),
-
b
ij te veel of te weinig licht (verblindend
zonlicht, duisternis, enz.),
-
a
ls de voorruit vuil of beschadigd is ter
hoogte van de camera,
-
a
ls de systemen ABS, DSC, ASR of
Intelligent Traction Control buiten werking
zijn.
Storing
Bij een storing gaat dit verklikkerlampje
branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding ter
bevestiging op het display.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
6
Rijden
Page 118 of 232

116
Brandstof
De inhoud van de brandstoftank bedraagt ongeveer
90 liter .
Er zijn ook brandstoftanks leverbaar met een
inhoud van 60
en 120 liter, afhankelijk van de
motoruitvoering.
Laag brandstofniveau
Als het minimumbrandstofniveau
E (Empty) is bereikt, gaat dit
verklikkerlampje branden.
Afhankelijk van de inhoud van de brandstoftank en
de motoruitvoering bevat de tank nog ongeveer
10
of 12
liter brandstof.
Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege
brandstoftank te voorkomen.
Vullen
Het tanken dient met afgezette motor te
geschieden.
F
O
pen de brandstofvulklep.
F
H
oud de zwarte dop met één hand vast.
F
S
teek met de andere hand de sleutel in het slot
en draai deze linksom. Een etiket aan de binnenzijde van de tankklep geeft
aan welke brandstof u
moet tanken voor het type
motor in uw auto.
Laat het vulpistool bij het aftanken van de auto nooit
meer dan 3 keer automatisch uitspringen. Indien dit
wel gebeurt kunnen er storingen optreden.
F
V
ergrendel na het tanken de zwarte dop en sluit
de vulklep.
Tank nooit als de motor door het Stop & Start-
systeem is afgezet; zet in dat geval altijd het
contact af met de sleutel.
F
V
er wijder de zwarte dop van de vulopening en
bevestig hem aan de haak aan de binnenzijde
van de vulklep.
Onderbreking
brandstoftoevoer
Bij een aanrijding worden de brandstoftoevoer en
de elektrische voeding van de auto automatisch
onderbroken.
Bovendien worden de alarmknipperlichten en de
plafonniers ingeschakeld en worden de portieren
ontgrendeld.
Om brand te voorkomen, dient u voordat u na
een aanrijding de brandstoftoevoer en elektrische
voeding herstelt te controleren of er geen
brandstof lekt en of er geen vonken zichtbaar zijn.
F Herstel de brandstoftoevoer door op de eerste knop rechtsvoor te drukken.
Praktische informatie
Page 126 of 232

124
Maximale daklast (gelijkmatig verdeeld over
het dak): 150 kg, onder voorbehoud dat het
maximaal toegestane totaalgewicht van de
auto niet wordt overschreden.
Op uitvoeringen met hoogte H3
is de montage
van dakstangen of een imperiaal niet mogelijk.
Houd u
zorgvuldig aan de geldende
regelgeving met betrekking tot de afmetingen
van op het dak ver voerde voor werpen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de technische
gegevens van uw auto en met name de
afmetingen.Ruitenwisserbladen
vervangen
Controleer of de ruitensproeierkoppen niet
verstopt zitten.
Vervangen van een
wisserblad vóór
F Til de ruitenwisserarm op.
F M aak het wisserblad los door de knop in te
drukken en ver wijder het door het naar buiten te
trekken.
F
M
onteer het nieuwe wisserblad en controleer of
het goed vastzit.
F
Z
et de ruitenwisserarm terug.
Voor een gemakkelijke toegang tot de ruitenwissers
en de ruitensproeierkoppen kunt u
in de
uitsparingen van de voorbumper gaan staan.
Praktische informatie
Page 127 of 232

125
Motorkap
Openen
Schakel omwille van uw veiligheid het Stop &
Start-systeem altijd uit alvorens werkzaamheden
onder de motorkap uit te voeren om letsel als
gevolg van het automatisch inschakelen van de
START-stand te voorkomen.
Interieur
Deze handeling mag alleen worden uitgevoerd als de
auto stilstaat en het bestuurdersportier geopend is.
Buitenzijde
Open de motorkap niet als het hard waait.
Wees bij warme motor voorzichtig met het
bedienen van de veiligheidshaak en de
motorkapsteun (kans op brandwonden).In verband met de aanwezigheid van
elektrische componenten in de motorruimte
wordt geadviseerd om blootstelling aan water
(regen, wassen,…) te beperken.
Sluiten van de motorkap
F Trek aan de hendel aan de zijkant van het
dashboard. F
D
uw de veiligheidshaak aan de bovenzijde van
de grille omhoog en til de motorkap op. F
M
aak de motorkapsteun los en steek deze in de
eerste en ver volgens de tweede uitsparing van
de motorkap.
F
P
laats de motorkapsteun in de houder alvorens
de motorkap te sluiten.
F L aat de motorkap voorzichtig zakken en laat
deze aan het einde van de slag in het slot vallen.
7
Praktische informatie
Page 131 of 232

129
Controles
Voer de onderstaande controles regelmatig
uit om uw auto in goede staat te houden.
Raadpleeg de voorschriften in het PEUGEOT-
netwerk of in het onderhoudsschema van de
fabrikant dat bij dit instructieboekje zit.
Accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of de
accupoolklemmen goed vastzitten
(bij uitvoeringen zonder snelsluiting
voor de accupoolklemmen) en of de
aansluitingen schoon zijn.Uitvoeringen met het Stop & Start-systeem
zijn voorzien van een speciale 12
V-loodaccu.
Deze accu mag uitsluitend worden vervangen
door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter
Laat uw accu voor de winter controleren door het
PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats. Om een optimale reiniging te garanderen en
bevriezing te voorkomen, dient het bijvullen of
ver vangen van deze vloeistof niet met water te
worden uitgevoerd.
Gebruik in de winter bij voorkeur vloeistof op basis
van ethanol of methanol.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit onderdeel.
Als de omgeving (veel stof…) en het gebruik van
de auto (veel stadsverkeer…) daartoe aanleiding
geven, moet dit onderdeel twee keer zo vaak
worden vervangen .
Interieurfilter
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit onderdeel. Als de omgeving (veel stof…) en het gebruik van
de auto (veel stadsverkeer…) daartoe aanleiding
geven,
moet dit onderdeel twee keer zo vaak
worden vervangen .
Oliefilter
Laat bij het olie verversen tevens het
oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit onderdeel.
Roetfilter (diesel)
Een verstopt interieur filter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
Als aanvulling op de katalysator levert dit filter
een actieve bijdrage aan het verbeteren van
de luchtkwaliteit door het tegenhouden van
onverbrande vuildeeltjes. Ook wordt zwarte
uitlaatrook voorkomen.
7
Praktische informatie
Page 132 of 232

130
Werking
Dit filter, dat is opgenomen in het
uitlaatsysteem, slaat roetdeeltjes op. De
motormanagementcomputer regelt automatisch
en periodiek de verbranding van de opgeslagen
roetdeeltjes (regeneratie).
De regeneratie vindt plaats als aan
bepaalde voor waarden met betrekking tot
het aantal opgeslagen roetdeeltjes en de
gebruiksomstandigheden van de auto wordt
voldaan. Als er een regeneratie plaatsvindt, kunt
u
dit merken aan enkele verschijnselen (een
hoger stationair toerental, inschakelen van de
koelventilator, meer rook uit de uitlaat en hogere
temperatuur van de uitlaat) die geen gevolgen
hebben voor de werking van de auto en het milieu.
Nadat u
langdurig met lage snelheden hebt
gereden of nadat de motor langdurig stationair
heeft gedraaid, kan het in uitzonderlijke
gevallen voorkomen dat waterdamp bij de
uitlaat zichtbaar is bij het gas geven. Dit is niet
van invloed op de werking van de auto of het
milieu. Vanwege de hoge uitlaattemperatuur als
gevolg van de normale werking van het
roetfilter is het raadzaam de auto uit de
buurt van brandbaar materiaal (gras, dorre
bladeren, dennenaalden, enz.) te parkeren om
brandgevaar te voorkomen.
Verzadiging/regeneratie
Bij het gevaar van verstopping van
het roetfilter gaat dit lampje branden
in combinatie met een melding op het
display van het instrumentenpaneel.
Deze waarschuwing wijst op een beginnende
verzadiging van het roetfilter (veelvuldige
stadsritten: lage snelheden, verkeersopstoppingen,
e n z .) .
Om het filter te regenereren wordt aangeraden
zo spoedig mogelijk, als de verkeerssituatie en
-regels dit toelaten, gedurende ongeveer 15
minuten
met een snelheid van meer dan 60
km/h en een
toerental hoger dan 2000
t /min te gaan rijden (tot
het lampje uitgaat en de waarschuwing verdwijnt).
Zet de motor niet af voordat de regeneratie voltooid
is: als de regeneratie vaak wordt onderbroken, kan
de motorolie voortijdig vervuild raken. Het wordt
afgeraden om het regeneratieproces te voltooien
terwijl de auto stilstaat.
Storing
Als deze waarschuwing aanwezig blijft, negeer deze
dan niet. De waarschuwing duidt op een storing in
het uitlaatsysteem/roetfilter.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Handgeschakelde
versnellingsbak
De versnellingsbak is onderhoudsvrij
(olie verversen niet noodzakelijk).
Remblokken
De slijtage van de remblokken is
sterk afhankelijk van de rijstijl, vooral
bij stadsverkeer en veel korte ritten.
Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen twee
onderhoudscontroles door, te laten
controleren.
Laat als dit verklikkerlampje gaat
branden de staat van de remblokken
controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Praktische informatie
Page 133 of 232

131
Slijtage remschijven
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats voor
informatie over het controleren van de
slijtage van de remschijven.
Parkeerrem
Als de parkeerrem een te grote slag
heeft of als het systeem minder goed
werkt, moet de parkeerrem, zelfs tussen
twee onderhoudsbeurten door, worden
afgesteld.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Brandstoffilter
Het brandstoffilter bevindt zich in de motorruimte,
vlak bij het remvloeistofreservoir.
Als dit verklikkerlampje brandt, moet het
water in het filter worden afgetapt.
U kunt ook bij elke ver versing van de
motorolie water in het brandstoffilter
aftappen.
Water in het filter aftappenDe HDi-motoren zijn technologisch
geavanceerde motoren. Laat werkzaamheden
aan deze motoren altijd uitvoeren door
gekwalificeerde technici van het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Gebruik uitsluitend door PEUGEOT
aanbevolen producten of gelijkwaardige
kwaliteitsproducten.
Om de werking van belangrijke onderdelen als
het remsysteem te optimaliseren, selecteert en
biedt PEUGEOT specifieke producten aan.
Na het wassen kan er zich een laagje vocht of
onder winterse omstandigheden ijs vormen op
de remschijven en remblokken: de remwerking
kan daardoor afnemen. Rem een paar keer
lichtjes om de remmen vocht- en ijsvrij te
maken.
F
S
luit een transparante slang aan op de kop van
de aftapschroef 1 .
F
L
aat het andere uiteinde van de transparante
slang uitkomen in een opvangbak.
F
D
raai de aftapschroef 2
los.
F
Z
et het contact aan.
F
W
acht tot de opvoerpomp stopt.
F
Z
et het contact af.
F
D
raai de aftapschroef 2
vast.
F
V
erwijder de transparante slang en de
opvangbak en maak ze leeg.
F
S
tart de motor.
F
C
ontroleer dat er geen lekkages zijn.
7
Praktische informatie