alarm Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 255 of 340

Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwagen
Wanneer de aanhangwagen een 7-po lig
e s t
e-
ker heeft, moet u een bijbehorende adapter-
kabel gebruiken. In dat geval is de functie
van pin 10 niet beschikbaar.
Kabel van aanhangwagen
Bevestig de kabel van de aanhangwagen al-
tijd correct op de trekkende wagen. Laat
daarbij altijd de kabel van de aanhangwagen
een beetje doorhangen voor de bochten.
Houd er echter wel rekening mee dat de ka-
bel tijdens het rijden de grond niet mag ra-
ken.
Achterlichten van aanhangwagen
Zorg ervoor dat de achterlichten van de aan-
hangwagen correct functioneren en aan de
geldende wettelijke voorschriften voldoen.
Zorg ervoor dat de aanhangwagen niet meer
dan het maximum toelaatbare vermogen ver-
bruikt ››› pag. 250.
Op alarmsysteem aangesloten aanhangwa-
gen: ● Als de wagen in de fabriek uitgerust is met
een alarmsyst
eem en een trekhaak.
● Als de aanhangwagen via de steker op
elektrisc
he wijze op de wagen aangesloten
is.
● Als het elektrische systeem van de wagen
en de aanhang w
agen correct werken, zonder
storingen en niet beschadigd zijn. ●
Als de w
agen met de wagensleutel vergren-
deld is en het alarmsysteem ingeschakeld is.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
geactiveerd wanneer de elektrische verbin-
ding tussen de wagen en de aanhangwagen
onderbroken wordt.
Schakel voor het aan- of loskoppelen van de
aanhangwagen altijd eerst het alarm uit.
Doet u dat niet, dan kan de hellingshoeksen-
sor het alarm per ongeluk activeren.
Aanhangwagens met led-achterlichten
Om technische redenen kunnen aanhangwa-
gens met led-achterlichten niet in het alarm-
systeem opgenomen worden.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
niet geactiveerd wanneer de elektrische ver-
binding met de aanhangwagen onderbroken
wordt, indien die led-achterlichten heeft. ATTENTIE
Als de elektrische kabels fout of niet goed
zijn aang e
sloten, is het mogelijk dat de aan-
hangwagen stroom geleverd krijgt. Hierdoor
kan er een storing in de elektronica van de
wagen optreden die tot een ernstig ongeval
kan leiden.
● Alle werkzaamheden aan het elektrisch
systeem moet
en uitsluitend in een gespecia-
liseerde werkplaats uitgevoerd worden. ●
Sluit het el ektri
sche systeem van de aan-
hangwagen nooit aan op de elektrische aan-
sluitingen van de achterlichten of een andere
voedingsbron. VOORZICHTIG
Laat de aanhangwagen niet aan de wagen
aan gekop
peld zitten als u de aanhangwagen
met behulp van het hulpwiel of de steunen
geparkeerd hebt. Als u bijvoorbeeld de lading
verandert of een lekke band hebt, gaat de wa-
gen omhoog of omlaag. De kracht die op de
trekhaak en de aanhangwagen uitgeoefend
wordt, kan de wagen of de aanhangwagen be-
schadigen. Let op
● Als er een s
toring in het elektrische sys-
teem van de wagen of de aanhangwagen op-
treedt en als het alarmsysteem problemen
heeft, laat het systeem dan door een gespeci-
aliseerde werkplaats nakijken.
● Als de accessoires van de aanhangwagen
bij uitgez
ette motor energie van het stopcon-
tact gebruiken, wordt de accu ontladen.
● Om technische redenen kunnen aanhang-
wagens
met LED-achterlichten niet in het
alarmsysteem geïntegreerd worden.
● Als de wagenaccu bijna leeg is, wordt de
elektrisc
he aansluiting met de aanhangwa-
gen automatisch onderbroken. » 253
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 289 of 340

Controleren en bijvullen
●
Veroor z
aak nooit een kortsluiting in de
elektrische installatie. De accu kan explode-
ren.
● Neem om het risico op elektrische schok-
ken met erns
tige gevolgen tot een minimum
te beperken terwijl de motor draait of gestart
wordt, het volgende in acht:
–Raak nooit de elektrische kabels van het
ontstekingssysteem aan.
– Nooit de elektrische kabels of aansluitin-
gen van de gasontladingslampen aanra-
ken. ATTENTIE
In de motorruimte bevinden zich draaiende
delen die erns tig
e verwondingen kunnen ver-
oorzaken.
● Steek uw hand nooit in of in de buurt van
de koellucht
ventilator. Als u de rotorbladen
aanraakt, kunt u ernstig gewond raken. De
ventilator start op grond van de temperatuur
en kan plotseling in werking treden, zelfs
wanneer het contact is uitgeschakeld en de
sleutel uit het contactslot is getrokken.
● Als er werkzaamheden aan de motor moe-
ten worden uit
gevoerd terwijl er wordt gestart
of terwijl de motor draait, bestaat er levens-
bedreigend gevaar door draaiende delen
(bijv. de geribde riem, dynamo, koelluchtven-
tilator) en door de hoogspanningsontsteking.
Werk steeds met de grootst mogelijke voor-
zorg. –
Zorg er s t
eeds voor dat geen enkel li-
chaamsdeel, sieraden, stropdassen, rui-
me kledingstukken of lang haar in de
draaiende delen van de motor gekneld
kunnen raken. Alvorens de werkzaamhe-
den uit te voeren, dient u de stropdas en
sieraden (halskettingen enz.) af te doen,
het haar bijeen te binden en kledingstuk-
ken strak aan het lichaam te brengen om
te voorkomen dat deze tussen motoron-
derdelen bekneld kunnen raken.
– Trap het rempedaal steeds uiterst voor-
zichtig in en laat u nooit afleiden. De wa-
gen kan in beweging komen, zelfs wan-
neer de elektronische parkeerrem geacti-
veerd is.
● Geen voorwerpen, zoals poetslappen of ge-
reedsc
hap, in de motorruimte achterlaten. In-
dien u een voorwerp achterlaat, kan dit sto-
ringen in de werking, een motordefect of
brand veroorzaken. ATTENTIE
Vloeistoffen in de wagen en andere materia-
len ku nnen s
nel vlam vatten in de motorruim-
te, wat kan leiden tot brand en ernstige ver-
wondingen!
● Niet roken.
● Werk nooit in de buurt van plaatsen met
vlammen of v
onken.
● Giet nooit vloeistoffen op de motor. Dit kan
leiden tot het
ontsteken van de warme motor-
delen en verwondingen veroorzaken. ●
Bij het werk en aan het
brandstof- of elektri-
sche systeem, moeten de volgende instruc-
ties nageleefd worden:
– Koppel de accu steeds los. Let erop dat
de wagen ontgrendeld is wanneer de ac-
cu losgekoppeld wordt; anders wordt het
alarmsysteem geactiveerd.
– Werk nooit in de buurt van verwarmings-
toestellen, warmtebronnen of vlammen.
● Houd steeds een brandblusser binnen
handbereik die on
langs nagekeken is en zich
in perfecte staat bevindt.
● Bedek de motor nooit met extra isolatiema-
terial
en zoals een deken. Brandgevaar! VOORZICHTIG
Bij het vervangen of bijvullen van vloeistof-
fen, moet de betr eff
ende vloeistof in de juiste
tank gegoten worden. Een vergissing bij het
toevoegen van vloeistoffen kan de werking
van de wagen ernstig verstoren en leiden tot
storingen in de motor! Milieu-aanwijzing
Vloeistoffen die uit de wagen komen, zijn
sch a
delijk voor het milieu. Controleer daarom
regelmatig de grond onder de wagen. Laat de
wagen in een gespecialiseerde werkplaats
nakijken als u vlekken, olie of andere vloei-
stoffen op de grond ontdekt. Vang uitgelopen
vloeistoffen op en lever deze bij de desbetref-
fende inzamelingspunten in. 287
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 303 of 340

Controleren en bijvullen
● Ver
gr endel
de wagen alvorens u de accu
loskoppelt, anders gaat het alarm af.
● Koppel eerst de minkabel en daarna de
pluskabel
los ››› .
A c
c u aan
sluiten
● Alvorens de nieuwe accu aangesloten
wordt, moeten al
le stroomverbruikers en het
contact uitgeschakeld worden.
● Verbind eerst de pluskabel en dan de min-
kabel ››
› .
Na het aan
sluit
en van de accu en het inscha-
kelen van het contact, kunnen verschillende
controlelampjes gaan branden. De lampjes
gaan opnieuw uit na een kort traject met een
snelheid van ong. 15-20 km/u (10-12 mph).
Als de controlelampjes blijven branden, dient
u de wagen te laten nakijken in een gespeci-
aliseerde werkplaats.
Als de accu lange tijd losgekoppeld is geble-
ven, is het mogelijk dat de datum van de vol-
gende controlebeurt niet correct aangegeven
of berekend wordt ››› pag. 105. Volg de maxi-
maal toegestane onderhoudsintervallen op
››› brochure Onderhoudsprogramma.
Wagens met Keyless Access (››› pag. 120): in-
dien na het loskoppelen van de accu het con-
tact niet ingeschakeld wordt, moet u de wa-
gen langs buiten vergrendelen en ontgrende-
len. Probeer daarna opnieuw het contact in te
schakelen. Als de band te sterk beschadigd
is, roep dan de hulp van de specialist in. Stroomverbruikers automatisch uitschakelen
Door een intelligent
e elektrische installatie
worden bij sterke belasting van de accu auto-
matisch verschillende maatregelen getroffen
om het ontladen van de accu's te voorkomen:
● het stationair toerental wordt verhoogd, zo-
dat de dyn
amo meer stroom levert.
● zo nodig wordt het vermogen van de krach-
tigste s
troomverbruikers verlaagd of zelfs
volledig afgesloten.
● Bij het starten van de motor is het mogelijk
dat de str
oomtoevoer van de 12 V stopcon-
tacten en van de sigarettenaansteker korte
tijd onderbroken wordt.
De elektrische installatie kan het ontladen
van de accu niet altijd voorkomen. Dit kan
bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het con-
tact gedurende langere tijd ingeschakeld
blijft met uitgezette motor of wanneer de
stads- of parkeerlichten blijven branden ter-
wijl de wagen geparkeerd staat.
Waarom wordt de wagenaccu ontladen?
● Het gedurende lange tijd parkeren van de
wagen z
onder dat de motor draait, vooral
met ingeschakeld contact.
● Gebruik van stroomverbruikers met uitge-
schak
elde motor.
● Indien de interieurvoorverwarming werkt
››› p
ag. 187. ATTENTIE
Het verkeerd vastmaken of gebruiken van de
accu k an l
eiden tot kortsluiting, brand en ern-
stige verwondingen.
● Gebruik uitsluitend accu's die geen onder-
houd verei
sen, niet ontladen en waarvan de
eigenschappen, specificaties en afmetingen
overeenstemmen met de af fabriek geïnstal-
leerde accu. De specificatie wordt aangege-
ven op de accubehuizing. ATTENTIE
Als een accu wordt geladen, ontstaat een
licht ont vl
ambaar knalgas.
● Laad de accu alleen op in goed geventileer-
de ruimten.
● Laad nooit een bevr
oren of recent ontdooi-
de accu op. E
en lege accu kan al bij tempera-
turen rond 0°C (+32°F) bevriezen.
● Als een accu bevriest, moet hij vervangen
worden.
● Verb
indingskabels die niet correct aange-
sloten z
ijn kunnen kortsluiting veroorzaken.
Eerst de pluskabel en daarna de minkabel
aansluiten. VOORZICHTIG
● Acc u's
nooit bij ingeschakeld contact of bij
draaiende motor losmaken, omdat anders de
elektrische installatie resp. elektronische on-
derdelen worden beschadigd. » 301
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 325 of 340

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
len
versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Aandrijfslipregeling (ASR) . . . . . . . . . . . . . 215, 216
Aanhaalmoment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315 wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Aanhangen beladen maximaal toelaatbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248 aanhangwagengewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
aankoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 253
alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
Functiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
kabel van aanhangwagen . . . . . . . . . . . 249, 253
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
koplampen verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
Led-achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 253
optisch parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 254
stabilisatie van wagen/aanhangwagen . . . . . 255
stang met kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
stang met kogelkop elektrisch ontgrendelen . 250
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
trekhaak voor aanhangwagen inbouwen . . . . 256
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
Aantal plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . . . 106 Aanwijzingen op het scherm
buitentemper atuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
verkeerstekenherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 241
ABS zie Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Accu aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
accuvloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . 299
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 299
laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
loskoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
ontladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
ontlading . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
positieve pool voor starthulp . . . . . . . . . . . . . . . 54
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
stroomverbruikers automatisch uitschakelen 301
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
voorbereidingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299
zuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
Accu van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 298 hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
loskoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 noodsluiting en -opening . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
zie ook Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Achteruitkijkspiegels buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Achteruitrijcamera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229modus 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230
modus 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230 Achteruitrijhulp
displ ay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
AdBlue bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 284
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 283
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 284
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 284specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
vulcapaciteit van tank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Afdichtrubbers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 321
AFS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Afstandsbediening zie Sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Afstandsbediening van de interieurvoorverwar- ming
de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Afstandsregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
Afstelling lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Afvoer airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
wagens aan eind van levensduur . . . . . . . . . . 278
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Airbags zie Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 70 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
airbag voor de knieën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
dashboard schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . 276
gebruik van kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . 18, 75
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 72 323
Page 326 of 340

Trefwoordenlijst
wagen blokkeren na activering . . . . . . . . . . . . 118
w ag
en v
erzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37, 182, 183
gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
handbediende elektrische airconditioning . . 183
indirecte ventilatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
knoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
luchtcirculatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
plaatsen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
interieurbewaking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
vals alarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
wegsleepbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Alcantara . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262, 277
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Antidiefstalbouten antidiefstal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 85
Antimistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Antivries . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 294
Antivriesmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Armsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Asbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Asbelastingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
ASR in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216
zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . 215, 216
zie ook Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . 214 Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Automatis
che rijlichtregeling . . . . . . . . . . . . . . . 136
Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . 204 kick-down . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
rijadviezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
uittrekblokkering van contactslot . . . . . . . . . . 194
Automatische wasinstallaties zie Wassen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Autosleutelset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Auto wassen sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221, 224
AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
B Bagage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Bagagenet als tas in bagageruimte . . . . . . . . . . 169
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10, 128, 159 achterbank als laadoppervlak neerklappen . . 160
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
elektrisch openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
elektrisch sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
hoedenplank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
net . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 166
rijden met geopende achterklep . . . . . . . . . . . 158
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
vergroten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302 aanduiding van het bandtype . . . . . . . . . . . . . 309
aanduiding voor banden met noodspannings- eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
bandenspanningsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307 behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
besch
adiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
doorgedrongen vreemde voorwerpen . . . . . . . 308
dopjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
draairichtinggebonden banden . . . . . . . . . . . . 310
excentriciteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
fouten in de uitlijning van de wielen . . . . . . . . 309
identificatiecode van de band (TIN) . . . . . . . . 310
looprichtinggebonden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
nieuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
oud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
schade voorkomen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
serienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
slijtagemerktekens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
slijtage van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
snelheidssymbool . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
velgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
wielbalans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
wielen onderling verwisselen . . . . . . . . . . . . . 303
winterbanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Bandenafdichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 87
Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 87 band afdichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
band oppompen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
controle na 10 minuten rijden . . . . . . . . . . . . . . 89
gevallen waarin het niet mag worden gebruikt 87
meer dan een beschadigde band . . . . . . . . . . . 87
onderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Banden met noodspanningseigenschappen aanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
Bandenreparatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
324
Page 327 of 340

Trefwoordenlijst
Bandenreparatieset zie
Banden
afdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306, 315
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . . 245
Bandenspanningscontrolesystemen bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
Bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
BAS zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Batterij vervangen in de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . 116
Bedieningselementen op het stuur bediening van het audio- en telefoonsysteem 111
Bedieningselementen op het stuurwiel . . . . . . . 111
Bekerhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178 middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Bekleding van de zitplaatsen natuurlederen bekleding schoonmaken enverzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Bekleding van de zittingen kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Bekleding: reinigen textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Bekleding: schoonmaken kussens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
stoffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Beladen aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 166
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Benzine additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Bescherming tegen de zon . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Bescherming van bodemplaat . . . . . . . . . . . . . . . 57 Besturing
elektromech anisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
stuurbekrachtiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
stuurkolom vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Bestuurdersruimte overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Beweegbare trekhaak van stang met kogelkop fietsenrek inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
Binnenaanzicht stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 dimbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Blikjeshouders achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Bochtenlicht dynamisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
statisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 rijden met brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 281 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Brandstofmeter benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Brandstofverbruik waarom neemt het brandstofverbruik toe? . . 211
Brillenhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
BSD zie Dodehoekhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5, 6 Buitenland
langer verblijf met wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 277
verkoop van wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Buitenspiegels buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
buitenspiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . 147
de werking controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
elektrisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 250
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
verzorging van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 268
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
C Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Cd-wisselaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172, 177
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
na activering van airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
noodslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
portieren afzonderlijk openen . . . . . . . . . . . . . 118
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 119
Cetaangetal (dieselbrandstof) . . . . . . . . . . . . . . . 282
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37, 182
Code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 85
Comfortfuncties herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 136
Comfortopenen ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Comfortsluiten ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
325
Page 331 of 340

Trefwoordenlijst
Knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25, 136
K oel
sys
teem
koelvloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
koelvloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . 292
Koelvloeistof van de motor G12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 294
G13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 294
specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 294
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
Kompas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Koplampen koplampsproeiers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Krik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 84, 86 steunpunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
L Lak code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 313
Lampen vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94 kentekenplaatverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
voorbumper . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
zie "Lampen vervangen" . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Lekke band wat te doen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Lichtbundelhoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . . . 140
Lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 135 alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
antimistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
AUTO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
automatische rijlichtregeling . . . . . . . . . . . . . . 136
bediening van de lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
bochtenlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137 coming home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
control
e- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 135
dagrijlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
draailicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25, 135, 137
grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
leaving home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
parkeerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
stadslicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Lichten aanzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Lichten uitzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Looprichtinggebonden banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Luchtcirculatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
M
Make-upspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Massage van lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
Middenarmsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Milieu milieuvriendelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Milieu-advies tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Milieubewust zuinig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
Mobiele telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113, 262 gebruiken zonder buitenantenne . . . . . . . . . . 263 Motor
geluiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
hu
lp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Motorcode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 313
Motor en contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192 12 V stopcontacten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193, 195
motor starten met Keyless Access . . . . . . . . . . 194
niet-geautoriseerde autosleutel . . . . . . . . . . . 193
voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
wegrijblokkering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Motorgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 316
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11, 286 openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
Motorkoelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 293
G12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
G13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292, 294
temperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
vulopening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
Motormanagement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 289 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 289
eigenschappen van de olie . . . . . . . . . . . . . . . . 41
motoroliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . 290
oliepeilstok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 291
Motorregeling controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
329