alarm Seat Alhambra 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2017Pages: 340, PDF Size: 6.99 MB
Page 253 of 340

Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwagen
Wanneer de aanhangwagen een 7-po lig
e s te-
ker heeft, moet u een bijbehorende adapter-
kabel gebruiken. In dat geval is de functie
van pin 10 niet beschikbaar.
Kabel van aanhangwagen
Bevestig de kabel van de aanhangwagen al-
tijd correct op de trekkende wagen. Laat
daarbij altijd de kabel van de aanhangwagen
een beetje doorhangen voor de bochten.
Houd er echter wel rekening mee dat de ka-
bel tijdens het rijden de grond niet mag ra-
ken.
Achterlichten van aanhangwagen
Zorg ervoor dat de achterlichten van de aan-
hangwagen correct functioneren en aan de
geldende wettelijke voorschriften voldoen.
Zorg ervoor dat de aanhangwagen niet meer
dan het maximum toelaatbare vermogen ver-
bruikt ››› pag. 248.
Op alarmsysteem aangesloten aanhangwa-
gen: ● Als de wagen in de fabriek uitgerust is met
een alarmsys
teem en een trekhaak.
● Als de aanhangwagen via de steker op
elektris
che wijze op de wagen aangesloten
is.
● Als het elektrische systeem van de wagen
en de aanhan g
wagen correct werken, zonder
storingen en niet beschadigd zijn. ●
Al s
de wagen met de wagensleutel vergren-
deld is en het alarmsysteem ingeschakeld is.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
geactiveerd wanneer de elektrische verbin-
ding tussen de wagen en de aanhangwagen
onderbroken wordt.
Schakel voor het aan- of loskoppelen van de
aanhangwagen altijd eerst het alarm uit.
Doet u dat niet, dan kan de hellingshoeksen-
sor het alarm per ongeluk activeren.
Aanhangwagens met led-achterlichten
Om technische redenen kunnen aanhangwa-
gens met led-achterlichten niet in het alarm-
systeem opgenomen worden.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
niet geactiveerd wanneer de elektrische ver-
binding met de aanhangwagen onderbroken
wordt, indien die led-achterlichten heeft. ATTENTIE
Als de elektrische kabels fout of niet goed
zijn aan g
esloten, is het mogelijk dat de aan-
hangwagen stroom geleverd krijgt. Hierdoor
kan er een storing in de elektronica van de
wagen optreden die tot een ernstig ongeval
kan leiden.
● Alle werkzaamheden aan het elektrisch
syst
eem moeten uitsluitend in een gespecia-
liseerde werkplaats uitgevoerd worden. ●
Sluit het el
ektrische systeem van de aan-
hangwagen nooit aan op de elektrische aan-
sluitingen van de achterlichten of een andere
voedingsbron. VOORZICHTIG
Laat de aanhangwagen niet aan de wagen
aan gek
oppeld zitten als u de aanhangwagen
met behulp van het hulpwiel of de steunen
geparkeerd hebt. Als u bijvoorbeeld de lading
verandert of een lekke band hebt, gaat de wa-
gen omhoog of omlaag. De kracht die op de
trekhaak en de aanhangwagen uitgeoefend
wordt, kan de wagen of de aanhangwagen be-
schadigen. Let op
● Als
er een storing in het elektrische sys-
teem van de wagen of de aanhangwagen op-
treedt en als het alarmsysteem problemen
heeft, laat het systeem dan door een gespeci-
aliseerde werkplaats nakijken.
● Als de accessoires van de aanhangwagen
bij uitg
ezette motor energie van het stopcon-
tact gebruiken, wordt de accu ontladen.
● Om technische redenen kunnen aanhang-
wagen
s met LED-achterlichten niet in het
alarmsysteem geïntegreerd worden.
● Als de wagenaccu bijna leeg is, wordt de
elektris
che aansluiting met de aanhangwa-
gen automatisch onderbroken. » 251
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 287 of 340

Controleren en bijvullen
●
Ver oor
zaak nooit een kortsluiting in de
elektrische installatie. De accu kan explode-
ren.
● Neem om het risico op elektrische schok-
ken met ern
stige gevolgen tot een minimum
te beperken terwijl de motor draait of gestart
wordt, het volgende in acht:
–Raak nooit de elektrische kabels van het
ontstekingssysteem aan.
– Nooit de elektrische kabels of aansluitin-
gen van de gasontladingslampen aanra-
ken. ATTENTIE
In de motorruimte bevinden zich draaiende
delen die ern s
tige verwondingen kunnen ver-
oorzaken.
● Steek uw hand nooit in of in de buurt van
de koelluc
htventilator. Als u de rotorbladen
aanraakt, kunt u ernstig gewond raken. De
ventilator start op grond van de temperatuur
en kan plotseling in werking treden, zelfs
wanneer het contact is uitgeschakeld en de
sleutel uit het contactslot is getrokken.
● Als er werkzaamheden aan de motor moe-
ten wor
den uitgevoerd terwijl er wordt gestart
of terwijl de motor draait, bestaat er levens-
bedreigend gevaar door draaiende delen
(bijv. de geribde riem, dynamo, koelluchtven-
tilator) en door de hoogspanningsontsteking.
Werk steeds met de grootst mogelijke voor-
zorg. –
Zor g er s
teeds voor dat geen enkel li-
chaamsdeel, sieraden, stropdassen, rui-
me kledingstukken of lang haar in de
draaiende delen van de motor gekneld
kunnen raken. Alvorens de werkzaamhe-
den uit te voeren, dient u de stropdas en
sieraden (halskettingen enz.) af te doen,
het haar bijeen te binden en kledingstuk-
ken strak aan het lichaam te brengen om
te voorkomen dat deze tussen motoron-
derdelen bekneld kunnen raken.
– Trap het rempedaal steeds uiterst voor-
zichtig in en laat u nooit afleiden. De wa-
gen kan in beweging komen, zelfs wan-
neer de elektronische parkeerrem geacti-
veerd is.
● Geen voorwerpen, zoals poetslappen of ge-
reeds
chap, in de motorruimte achterlaten. In-
dien u een voorwerp achterlaat, kan dit sto-
ringen in de werking, een motordefect of
brand veroorzaken. ATTENTIE
Vloeistoffen in de wagen en andere materia-
len k u
nnen snel vlam vatten in de motorruim-
te, wat kan leiden tot brand en ernstige ver-
wondingen!
● Niet roken.
● Werk nooit in de buurt van plaatsen met
vlammen of
vonken.
● Giet nooit vloeistoffen op de motor. Dit kan
leiden tot
het ontsteken van de warme motor-
delen en verwondingen veroorzaken. ●
Bij het w erk
en aan het brandstof- of elektri-
sche systeem, moeten de volgende instruc-
ties nageleefd worden:
– Koppel de accu steeds los. Let erop dat
de wagen ontgrendeld is wanneer de ac-
cu losgekoppeld wordt; anders wordt het
alarmsysteem geactiveerd.
– Werk nooit in de buurt van verwarmings-
toestellen, warmtebronnen of vlammen.
● Houd steeds een brandblusser binnen
handbereik
die onlangs nagekeken is en zich
in perfecte staat bevindt.
● Bedek de motor nooit met extra isolatiema-
teria
len zoals een deken. Brandgevaar! VOORZICHTIG
Bij het vervangen of bijvullen van vloeistof-
fen, moet de betr
effende vloeistof in de juiste
tank gegoten worden. Een vergissing bij het
toevoegen van vloeistoffen kan de werking
van de wagen ernstig verstoren en leiden tot
storingen in de motor! Milieu-aanwijzing
Vloeistoffen die uit de wagen komen, zijn
sc h
adelijk voor het milieu. Controleer daarom
regelmatig de grond onder de wagen. Laat de
wagen in een gespecialiseerde werkplaats
nakijken als u vlekken, olie of andere vloei-
stoffen op de grond ontdekt. Vang uitgelopen
vloeistoffen op en lever deze bij de desbetref-
fende inzamelingspunten in. 285
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 301 of 340

Controleren en bijvullen
● Ver
gr
endel de wagen alvorens u de accu
loskoppelt, anders gaat het alarm af.
● Koppel eerst de minkabel en daarna de
plusk
abel los ››› .
A c
c
u aansluiten
● Alvorens de nieuwe accu aangesloten
wordt, moet
en alle stroomverbruikers en het
contact uitgeschakeld worden.
● Verbind eerst de pluskabel en dan de min-
kabel ›
›› .
Na het aan
s
luiten van de accu en het inscha-
kelen van het contact, kunnen verschillende
controlelampjes gaan branden. De lampjes
gaan opnieuw uit na een kort traject met een
snelheid van ong. 15-20 km/u (10-12 mph).
Als de controlelampjes blijven branden, dient
u de wagen te laten nakijken in een gespeci-
aliseerde werkplaats.
Als de accu lange tijd losgekoppeld is geble-
ven, is het mogelijk dat de datum van de vol-
gende controlebeurt niet correct aangegeven
of berekend wordt ››› pag. 103. Volg de maxi-
maal toegestane onderhoudsintervallen op
››› brochure Onderhoudsprogramma.
Wagens met Keyless Access (››› pag. 118): in-
dien na het loskoppelen van de accu het con-
tact niet ingeschakeld wordt, moet u de wa-
gen langs buiten vergrendelen en ontgrende-
len. Probeer daarna opnieuw het contact in te
schakelen. Als de band te sterk beschadigd
is, roep dan de hulp van de specialist in. Stroomverbruikers automatisch uitschakelen
Door een intellig
ente elektrische installatie
worden bij sterke belasting van de accu auto-
matisch verschillende maatregelen getroffen
om het ontladen van de accu's te voorkomen:
● het stationair toerental wordt verhoogd, zo-
dat de dy
namo meer stroom levert.
● zo nodig wordt het vermogen van de krach-
tigst
e stroomverbruikers verlaagd of zelfs
volledig afgesloten.
● Bij het starten van de motor is het mogelijk
dat de s
troomtoevoer van de 12 V stopcon-
tacten en van de sigarettenaansteker korte
tijd onderbroken wordt.
De elektrische installatie kan het ontladen
van de accu niet altijd voorkomen. Dit kan
bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het con-
tact gedurende langere tijd ingeschakeld
blijft met uitgezette motor of wanneer de
stads- of parkeerlichten blijven branden ter-
wijl de wagen geparkeerd staat.
Waarom wordt de wagenaccu ontladen?
● Het gedurende lange tijd parkeren van de
wagen
zonder dat de motor draait, vooral
met ingeschakeld contact.
● Gebruik van stroomverbruikers met uitge-
sch
akelde motor.
● Indien de interieurvoorverwarming werkt
›››
pag. 184. ATTENTIE
Het verkeerd vastmaken of gebruiken van de
acc u k
an leiden tot kortsluiting, brand en ern-
stige verwondingen.
● Gebruik uitsluitend accu's die geen onder-
houd ver
eisen, niet ontladen en waarvan de
eigenschappen, specificaties en afmetingen
overeenstemmen met de af fabriek geïnstal-
leerde accu. De specificatie wordt aangege-
ven op de accubehuizing. ATTENTIE
Als een accu wordt geladen, ontstaat een
licht ont
vlambaar knalgas.
● Laad de accu alleen op in goed geventileer-
de ruimten.
● Laad nooit
een bevroren of recent ontdooi-
de accu op
. Een lege accu kan al bij tempera-
turen rond 0°C (+32°F) bevriezen.
● Als een accu bevriest, moet hij vervangen
worden.
● V
erbindingskabels die niet correct aange-
sloten
zijn kunnen kortsluiting veroorzaken.
Eerst de pluskabel en daarna de minkabel
aansluiten. VOORZICHTIG
● Ac c
u's nooit bij ingeschakeld contact of bij
draaiende motor losmaken, omdat anders de
elektrische installatie resp. elektronische on-
derdelen worden beschadigd. » 299
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 323 of 340

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Aandrijfslipregeling (ASR) . . . . . . . . . . . . . 212, 214
Aanhaalmoment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 313 wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Aanhangen beladen Maximum toelaatbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246 aanhangwagengewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
aankoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247, 251
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
Functiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
kabel van aanhangwagen . . . . . . . . . . . 247, 251
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
koplampen verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
Led-achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247, 251
optisch parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 252
Stabilisatie van wagen/aanhangwagen . . . . . 253
stang met kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
stang met kogelkop elektrisch ontgrendelen . 248
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Trekhaak voor aanhangwagen inbouwen . . . . 254
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
Aantal plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
Aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . . . 104 Aanwijzingen op het scherm
buitent emperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
verkeerstekenherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 239
ABS zie Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Accu aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
accuvloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . 297
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 297
laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
loskoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
ontladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
ontlading . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
positieve pool voor starthulp . . . . . . . . . . . . . . . 53
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
stroomverbruikers automatisch uitschakelen 299
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
voorbereidingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
zuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Accu van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 296 hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
loskoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 noodsluiting en -opening . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
zie ook Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Achteruitkijkspiegels buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Achteruitrijcamera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227
modus 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
modus 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228 Achteruitrijhulp
disp lay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 226
Gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 226
AdBlue bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 281
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 282specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
vulcapaciteit van tank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Afdichtrubbers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 319
AFS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Afstandsbediening zie Sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
Afstandsbediening van de interieurvoorverwar- ming
de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
Afstandsregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
Afstelling lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Afvoer airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
wagens aan eind van levensduur . . . . . . . . . . 276
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Airbags zie Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 69 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
airbag voor de knieën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
dashboard schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . 274
gebruik van kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . 18, 74
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 71 321
Page 324 of 340

Trefwoordenlijst
wagen blokkeren na activering . . . . . . . . . . . . 116
w ag
en
verzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36, 180
gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
handbediende elektrische airconditioning . . 180
indirecte ventilatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
knoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
luchtcirculatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
plaatsen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
Interieurbewaking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
vals alarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
Wegsleepbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
Alcantara . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260, 275
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 211, 212
Antidiefstalbouten antidiefstal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 84
Antimistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Antivries . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 292
Antivriesmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Armsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Asbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Asbelastingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
ASR in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . 212, 214
zie ook Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . 211 Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Automati
sche rijlichtregeling . . . . . . . . . . . . . . . 134
Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . 201 kick-down . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
rijadviezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
uittrekblokkering van contactslot . . . . . . . . . . 191
Automatische wasinstallaties zie Wassen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 264
Autosleutelset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
Auto wassen sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 218, 222
AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
B Bagage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Bagagenet als tas in bagageruimte . . . . . . . . . . 167
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10, 126, 157 achterbank als laadoppervlak neerklappen . . 158
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
elektrisch openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
elektrisch sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
hoedenplank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
net . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 164
rijden met geopende achterklep . . . . . . . . . . . 156
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
vergroten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300 aanduiding van het bandtype . . . . . . . . . . . . . 307
aanduiding voor banden met noodspannings- eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
bandenspanningsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305 behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
besc
hadiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
doorgedrongen vreemde voorwerpen . . . . . . . 306
dopjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
draairichtinggebonden banden . . . . . . . . . . . . 308
excentriciteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
fouten in de uitlijning van de wielen . . . . . . . . 307
identificatiecode van de band (TIN) . . . . . . . . 308
looprichtinggebonden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
nieuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
oud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
serienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
slijtagemerktekens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
slijtage van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
snelheidssymbool . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
velgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
voorkomen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
wielbalans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
wielen onderling verwisselen . . . . . . . . . . . . . 301
winterbanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
Bandenafdichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44, 86
Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44, 86 band afdichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
band oppompen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
controle na 10 minuten rijden . . . . . . . . . . . . . . 88
gevallen waarin het niet mag worden gebruikt 86
meer dan een beschadigde band . . . . . . . . . . . 86
onderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Banden met noodspanningseigenschappen aanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
Bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Bandenreparatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
322
Page 325 of 340

Trefwoordenlijst
Bandenreparatieset zie
B
andenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304, 313
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . . 243
Bandenspanningscontrolesystemen bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 244
Bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
BAS zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Batterij vervangen in de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . 114
Bedieningselementen op het stuur Bediening van het audio- en telefoonsysteem 109
Bedieningselementen op het stuurwiel . . . . . . . 109
Bekerhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175 middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Bekleding van de zitplaatsen natuurlederen bekleding schoonmaken enverzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Bekleding van de zittingen kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Bekleding: reinigen textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Bekleding: schoonmaken kussens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
stoffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Beladen aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 164
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Benzine additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Bescherming tegen de zon . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Bescherming van bodemplaat . . . . . . . . . . . . . . . 56 Besturing
elektromec hanisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
stuurbekrachtiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
stuurkolom vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
Bestuurdersruimte overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Beweegbare trekhaak van stang met kogelkop fietsenrek inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
Binnenaanzicht stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 dimbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Blikjeshouders achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Bochtenlicht dynamisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
statisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83 rijden met brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39, 279 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Brandstofmeter benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Brandstofverbruik waarom stijgt het brandstofverbruik? . . . . . . . 209
Brillenhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
BSD zie Dodehoekhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5, 6 Buitenland
lang er verblijf met wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 275
verkoop van wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Buitenspiegels buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
buitenspiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . 145
de werking controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
elektrisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 248
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
verzorging van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
C Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Cd-wisselaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169, 174
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115 alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
na activering van airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
noodslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
portieren afzonderlijk openen . . . . . . . . . . . . . 116
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 117
Cetaangetal (dieselbrandstof) . . . . . . . . . . . . . . . 280
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36, 180
Code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 84
Comfortfuncties Herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 134
Comfortopenen ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Comfortsluiten ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
323
Page 329 of 340

Trefwoordenlijst
Knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 134
K oel
sy
steem
koelvloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
koelvloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . 290
Koelvloeistof van de motor G12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 292
G13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 292
specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 292
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
Kompas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
Koplampen koplampsproeiers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Krik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 83, 85 steunpunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
L Laden algemeen advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Lak code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Lampen vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 kentekenplaatverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
voorbumper . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
zie "Lampen vervangen" . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Lekke band wat te doen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Lichtbundelhoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . . . 138
Lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 133 alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
antimistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
AUTO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
bediening van de lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139 bochtenlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Coming home
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 133
dagrijlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
draailicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 133, 135
grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Leaving home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
parkeerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
stadslicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Lichten aanzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Lichten uitzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Looprichtinggebonden banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Luchtcirculatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
M
Make-upspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Massage van lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Middenarmsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Milieu milieuvriendelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
Milieu-advies tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Milieubewust zuinig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
Mobiele telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111, 260 gebruiken zonder buitenantenne . . . . . . . . . . 261 Motor
geluiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
Motorcode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Motor en contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190 12 V stopcontacten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190, 192
motor starten met Keyless Access . . . . . . . . . . 191
niet-geautoriseerde autosleutel . . . . . . . . . . . 190
voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
wegrijblokkering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
Motorgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11, 284 openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Motorkoelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 291
G12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
G13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 292
temperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
vulopening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
Motormanagement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39, 287 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 287
eigenschappen van de olie . . . . . . . . . . . . . . . . 40
motoroliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . 288
oliepeilstok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288, 289
Motorregeling controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
327