alarm Seat Alhambra 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2018, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2018Pages: 340, PDF Size: 7.15 MB
Page 252 of 340

Bedienen
●
Pro beer in g
een geval de wagen met aan-
hangwagen weer "recht te krijgen" door te
accelereren. ATTENTIE
Als u met een aanhangwagen rijdt en een
tr ek h
aak gebruikt die niet door SEAT inge-
bouwd is, dan moet u de Start-Stop-functie
handmatig deactiveren. Als u dat niet doet,
kan er een storing in het remsysteem optre-
den, waardoor een ernstig ongeval veroor-
zaakt kan worden.
● Deactiveer de Start-Stop-functie altijd
handmatig a
ls de aanhangwagen op een niet
door SEAT ingebouwde trekhaak aangekop-
peld is. Let op
● Sch ak
el het alarmsysteem altijd uit voordat
u een aanhangwagen aankoppelt of afkoppelt
››› pag. 123. Doet u dat niet, dan kan de hel-
lingshoeksensor het alarm per ongeluk acti-
veren.
● Rijd met nieuwe motor (gedurende de eer-
ste 1.000 km of
600 mijl) ››› pag. 260 niet
met aanhangwagen.
● SEAT raadt aan de stang met kogelkop naar
binnen te k
antelen als u geen aanhangwagen
gebruikt. Als u van achteren aangereden
wordt, kan de schade aan de wagen door de
ingebouwde stang met kogelkop groter zijn.
● Sommige modellen hebben een trekhaak
voor het s
lepen van wagens nodig. Daarom moet de stang met kogelkop van de trekhaak
altijd in de w
ag
en worden meegenomen. Technische voorwaarden
Als uw wagen al
af fabriek met
een trekhaak
is geleverd, moet er nog een klembeugel
voor de hulpkoppeling of de handrembreek-
kabel worden gemonteerd. Voor de rest is
reeds aan alle technische en wettelijke eisen
voor het rijden met een aanhangwagen vol-
daan.
Gebruik alleen een goedgekeurde trekhaak
voor het toelaatbare totaalgewicht van de te
transporteren aanhangwagen. De trekhaak
moet geschikt zijn voor de wagen en de aan-
hangwagen, en goed op het chassis van de
wagen zijn bevestigd. Gebruik alleen een
trekhaak met demonteerbare stang met ko-
gelkop. Controleer altijd de aanwijzingen van
de fabrikant van de trekhaak en neem die in
acht. Bouw nooit een trekhaak "in die het ge-
wicht verdeelt" of "de lading gelijkmatig ver-
deelt".
In bumper ingebouwde trekhaak
Bouw nooit een trekhaak of de bevestigings-
punten ervan in de bumper in. Een trekhaak
mag het gedrag van de bumper niet beïn-
vloeden. Wijzig het uitlaat- en het remsys-
teem niet. Controleer regelmatig of de trek-
haak goed ingebouwd is. Koelsysteem van motor
Al
s
u met de wagen een aanhangwagen
trekt, moeten de motor en het koelsysteem
harder werken. Het koelsysteem moet vol-
doende koelmiddel bevatten en de toelaat-
bare belasting van het rijden met aanhang-
wagen kunnen weerstaan.
Rem van aanhangwagen
Als de aanhangwagen zijn eigen remsysteem
heeft, dan moet u de geldende wettelijke
voorschriften met betrekking hiertoe in acht
nemen. Het remsysteem van de aanhangwa-
gen mag nooit op het remsysteem van de wa-
gen worden aangesloten.
Kabel van de aanhangwagen
Gebruik altijd een kabel tussen de wagen en
de aanhangwagen ››› pag. 253.
Achterlichten van de aanhangwagen
De achterlichten van de aanhangwagen moe-
ten aan de daarvoor bestemde normen vol-
doen ››› pag. 253.
Sluit de achterlichten van de aanhangwagen
nooit rechtstreeks aan op het elektrische sys-
teem van de wagen. Als u twijfelt of de elek-
trische aansluiting van de aanhangwagen
goed aangesloten is, neem dan contact op
met een gespecialiseerde werkplaats. SEAT
raadt u aan om een Technische Dienst te
raadplegen.
250
Page 256 of 340

Bedienen
Wanneer de aanhangwagen een 7-po lig
e s te-
ker heeft, moet u een bijbehorende adapter-
kabel gebruiken. In dat geval is de functie
van pin 10 niet beschikbaar.
Kabel van de aanhangwagen
Bevestig de kabel van de aanhangwagen al-
tijd correct op de trekkende wagen. Laat
daarbij altijd de kabel van de aanhangwagen
een beetje doorhangen voor de bochten.
Houd er echter wel rekening mee dat de ka-
bel tijdens het rijden de grond niet mag ra-
ken.
Achterlichten van de aanhangwagen
Zorg ervoor dat de achterlichten van de aan-
hangwagen correct functioneren en aan de
geldende wettelijke voorschriften voldoen.
Zorg ervoor dat de aanhangwagen niet meer
dan het maximum toelaatbare vermogen ver-
bruikt ››› pag. 251.
Aanhangwagen aangesloten op het alarm-
systeem: ● Als de wagen in de fabriek uitgerust is met
een alarmsys
teem en een trekhaak.
● Als de aanhangwagen via de steker op
elektris
che wijze op de wagen aangesloten
is.
● Als het elektrische systeem van de wagen
en de aanhan g
wagen correct werken, zonder
storingen en niet beschadigd zijn. ●
Al s
de wagen met de wagensleutel vergren-
deld is en het alarmsysteem ingeschakeld is.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
geactiveerd wanneer de elektrische verbin-
ding tussen de wagen en de aanhangwagen
onderbroken wordt.
Schakel voor het aan- of loskoppelen van de
aanhangwagen altijd eerst het alarm uit.
Doet u dat niet, dan kan de hellingshoeksen-
sor het alarm per ongeluk activeren.
Aanhangwagens met led-achterlichten
Om technische redenen kunnen aanhangwa-
gens met led-achterlichten niet in het alarm-
systeem opgenomen worden.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
niet geactiveerd wanneer de elektrische ver-
binding met de aanhangwagen onderbroken
wordt, indien die led-achterlichten heeft. ATTENTIE
Als de elektrische kabels fout of niet goed
zijn aan g
esloten, is het mogelijk dat de aan-
hangwagen stroom geleverd krijgt. Hierdoor
kan er een storing in de elektronica van de
wagen optreden die tot een ernstig ongeval
kan leiden.
● Alle werkzaamheden aan het elektrisch
syst
eem moeten uitsluitend in een gespecia-
liseerde werkplaats uitgevoerd worden. ●
Sluit het el
ektrische systeem van de aan-
hangwagen nooit aan op de elektrische aan-
sluitingen van de achterlichten of een andere
voedingsbron. VOORZICHTIG
Laat de aanhangwagen niet aan de wagen
aan gek
oppeld zitten als u de aanhangwagen
met behulp van het hulpwiel of de steunen
geparkeerd hebt. Als u bijvoorbeeld de lading
verandert of een lekke band hebt, gaat de wa-
gen omhoog of omlaag. De kracht die op de
trekhaak en de aanhangwagen uitgeoefend
wordt, kan de wagen of de aanhangwagen be-
schadigen. Let op
● Bij st orin
gen in het elektrische systeem van
de wagen of aanhangwagen of bij problemen
met het alarmsysteem moet u het systeem la-
ten controleren in een gespecialiseerde werk-
plaats.
● Als de accessoires van de aanhangwagen
bij uitg
eschakelde motor energie van het
stopcontact afnemen, wordt de accu ontla-
den.
● Om technische redenen kunnen aanhang-
wagen
s met LED-achterlichten niet in het
alarmsysteem geïntegreerd worden.
● Als de wagenaccu bijna leeg is, wordt de
elektris
che aansluiting met de aanhangwa-
gen automatisch onderbroken. 254
Page 290 of 340

Aanwijzingen
●
Ver oor
zaak nooit een kortsluiting in de
elektrische installatie. De accu kan explode-
ren.
● Neem om het risico op elektrische schok-
ken met ern
stige gevolgen tot een minimum
te beperken terwijl de motor draait of gestart
wordt, het volgende in acht:
–Raak nooit de elektrische kabels van het
ontstekingssysteem aan.
– Nooit de elektrische kabels of aansluitin-
gen van de gasontladingslampen aanra-
ken. ATTENTIE
In de motorruimte bevinden zich draaiende
delen die ern s
tige verwondingen kunnen ver-
oorzaken.
● Steek uw hand nooit in of in de buurt van
de koelluc
htventilator. Als u de rotorbladen
aanraakt, kunt u ernstig gewond raken. De
ventilator start op grond van de temperatuur
en kan plotseling in werking treden, zelfs
wanneer het contact is uitgeschakeld en de
sleutel uit het contactslot is getrokken.
● Als er werkzaamheden aan de motor moe-
ten wor
den uitgevoerd terwijl er wordt gestart
of terwijl de motor draait, bestaat er levens-
bedreigend gevaar door draaiende delen
(bijv. de geribde riem, dynamo, koelluchtven-
tilator) en door de hoogspanningsontsteking.
Werk steeds met de grootst mogelijke voor-
zorg. –
Zor g er s
teeds voor dat geen enkel li-
chaamsdeel, sieraden, stropdassen, rui-
me kledingstukken of lang haar in de
draaiende delen van de motor gekneld
kunnen raken. Alvorens de werkzaamhe-
den uit te voeren, dient u de stropdas en
sieraden (halskettingen enz.) af te doen,
het haar bijeen te binden en kledingstuk-
ken strak aan het lichaam te brengen om
te voorkomen dat deze tussen motoron-
derdelen bekneld kunnen raken.
– Trap het rempedaal steeds uiterst voor-
zichtig in en laat u nooit afleiden. De wa-
gen kan in beweging komen, zelfs wan-
neer de elektronische parkeerrem geacti-
veerd is.
● Geen voorwerpen, zoals poetslappen of ge-
reeds
chap, in de motorruimte achterlaten. In-
dien u een voorwerp achterlaat, kan dit sto-
ringen in de werking, een motordefect of
brand veroorzaken. ATTENTIE
Vloeistoffen in de wagen en andere materia-
len k u
nnen snel vlam vatten in de motorruim-
te, wat kan leiden tot brand en ernstige ver-
wondingen!
● Niet roken.
● Werk nooit in de buurt van plaatsen met
vlammen of
vonken.
● Giet nooit vloeistoffen op de motor. Dit kan
leiden tot
het ontsteken van de warme motor-
delen en verwondingen veroorzaken. ●
Bij het w erk
en aan het brandstof- of elektri-
sche systeem, moeten de volgende instruc-
ties nageleefd worden:
– Koppel de accu steeds los. Let erop dat
de wagen ontgrendeld is wanneer de ac-
cu losgekoppeld wordt; anders wordt het
alarmsysteem geactiveerd.
– Werk nooit in de buurt van verwarmings-
toestellen, warmtebronnen of vlammen.
● Houd steeds een brandblusser binnen
handbereik
die onlangs nagekeken is en zich
in perfecte staat bevindt.
● Bedek de motor nooit met extra isolatiema-
teria
len zoals een deken. Brandgevaar! VOORZICHTIG
Bij het vervangen of bijvullen van vloeistof-
fen, moet de betr
effende vloeistof in de juiste
tank gegoten worden. Een vergissing bij het
toevoegen van vloeistoffen kan de werking
van de wagen ernstig verstoren en leiden tot
storingen in de motor! Milieu-aanwijzing
Vloeistoffen die uit de wagen komen, zijn
sc h
adelijk voor het milieu. Controleer daarom
regelmatig de grond onder de wagen. Laat de
wagen in een gespecialiseerde werkplaats
nakijken als u vlekken, olie of andere vloei-
stoffen op de grond ontdekt. Vang uitgelopen
vloeistoffen op en lever deze bij de desbetref-
fende inzamelingspunten in. 288
Page 304 of 340

Aanwijzingen
Accu loskoppelen
A l
s
de accu losgekoppeld moet worden van
de elektrische installatie, dient u het volgen-
de in acht te nemen:
● Schakel het contact en alle stroomverbrui-
kers
uit.
● Vergrendel de wagen alvorens u de accu
loskop
pelt, anders gaat het alarm af.
● Koppel eerst de minkabel en daarna de
plusk
abel los ››› .
A c
c
u aansluiten
● Alvorens de nieuwe accu aangesloten
wordt, moet
en alle stroomverbruikers en het
contact uitgeschakeld worden.
● Verbind eerst de pluskabel en dan de min-
kabel ›
›› .
Na het aan
s
luiten van de accu en het inscha-
kelen van het contact, kunnen verschillende
controlelampjes gaan branden. De lampjes
gaan opnieuw uit na een kort traject met een
snelheid van ong. 15-20 km/u (10-12 mph).
Als de controlelampjes blijven branden, dient
u de wagen te laten nakijken in een gespeci-
aliseerde werkplaats.
Als de accu lange tijd losgekoppeld is geble-
ven, is het mogelijk dat de datum van de vol-
gende controlebeurt niet correct aangegeven
of berekend wordt ››› pag. 105. Volg de maxi-
maal toegestane onderhoudsintervallen op
››› brochure Onderhoudsprogramma. Wagens met Keyless Access
(›››
pag. 120): in-
dien na het loskoppelen van de accu het con-
tact niet ingeschakeld wordt, moet u de wa-
gen langs buiten vergrendelen en ontgrende-
len. Probeer daarna opnieuw het contact in te
schakelen. Als de band te sterk beschadigd
is, roep dan de hulp van de specialist in.
Automatisch uitschakelen van apparaten
Door een intelligente elektrische installatie
worden bij sterke belasting van de accu auto-
matisch verschillende maatregelen getroffen
om het ontladen van de accu's te voorkomen:
● het stationair toerental wordt verhoogd, zo-
dat de dy
namo meer stroom levert.
● zo nodig wordt het vermogen van de krach-
tigst
e stroomverbruikers verlaagd of zelfs
volledig afgesloten.
● Bij het starten van de motor is het mogelijk
dat de s
troomtoevoer van de 12 V stopcon-
tacten en van de sigarettenaansteker korte
tijd onderbroken wordt.
De elektrische installatie kan het ontladen
van de accu niet altijd voorkomen. Dit kan
bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het con-
tact gedurende langere tijd ingeschakeld
blijft met uitgezette motor of wanneer de
stads- of parkeerlichten blijven branden ter-
wijl de wagen geparkeerd staat. Waarom wordt de wagenaccu ontladen?
●
Het gedurende lange tijd parkeren van de
wagen
zonder dat de motor draait, vooral
met ingeschakeld contact.
● Gebruik van stroomverbruikers met uitge-
sch
akelde motor.
● Indien de interieurvoorverwarming werkt
›››
pag. 187. ATTENTIE
Het verkeerd vastmaken of gebruiken van de
acc u k
an leiden tot kortsluiting, brand en ern-
stige verwondingen.
● Gebruik uitsluitend accu's die geen onder-
houd ver
eisen, niet ontladen en waarvan de
eigenschappen, specificaties en afmetingen
overeenstemmen met de af fabriek geïnstal-
leerde accu. De specificatie wordt aangege-
ven op de accubehuizing. ATTENTIE
Als een accu wordt geladen, ontstaat een
licht ont
vlambaar knalgas.
● Laad de accu alleen op in goed geventileer-
de ruimten.
● Laad nooit
een bevroren of recent ontdooi-
de accu op
. Een lege accu kan al bij tempera-
turen rond 0°C (+32°F) bevriezen.
● Als een accu bevriest, moet hij vervangen
worden. 302
Page 325 of 340

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
Aanbrengen trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Aandrijfslipregeling (ASR) . . . . . . . . . . . . . 215, 217
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249 aanhangwagengewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250, 254
alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 254
beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
controle van de functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
de stang met kogelkop elektrisch ontgrende-len . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
een trekhaak inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
kabel van de aanhangwagen . . . . . . . . . 250, 254
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
koplampen afstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
led-achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250, 254
optisch parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 255
stabilisatie van het samenstel wagen/aanhan- ger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
stang met kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
Aanhangwagengewicht maximaal toegelaatbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315 Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
Aantrekmoment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
316
wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Aanwijzingen voor het rijden beladen wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
ABS zie Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
Achterbank neerklappen laadoppervlak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 noodsluiten en noodopenen . . . . . . . . . . . . . . . 12
Waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
zie ook Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Achteruitkijkspiegels buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Achteruitrijcamera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
modus 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
modus 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
AdBlue bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 285 specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
vulhoeveelheid van het reservoir . . . . . . . . . . 284
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 284
Afdekkingen van de airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Afdichtrubbers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 322
AFS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137 Afstandsbediening
zie Sl eutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Afstandsbediening van de interieurvoorverwar- ming
de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Afvoer airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Gordelspanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
wagens aan einde van levensduur . . . . . . . . . 279
Airbags zie Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 71 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
dashboard schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . 277
frontairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 73
gebruik van kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 76
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
knie-airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
regelmatig onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262
wagen blokkeren na activering . . . . . . . . . . . . 118
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
zijairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . 38, 183
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38, 182, 183
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
handbediende elektrische airconditioning . . 183
indirecte ventilatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
luchtcirculatiefunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
plaatsen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
323
Page 326 of 340

Trefwoordenlijst
Akoestische waarschuwingen waar
s
chuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . 34
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 139
Alcantara . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Algemeen schema Bestuurdersruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
knipperlicht- en grootlichthendel . . . . . . . . . . 136
Antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263, 278
Anti-diefstal alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 123 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
Interieurbewaking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
valse alarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
wegsleepbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 214, 215
Armleuning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Asbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Aslasten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315
ASR in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . 215, 217
zie ook Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . 214
Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 218
automatische rijlichtregeling . . . . . . . . . . . . . . . 137
Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . 202 aanwijzingen voor het rijden . . . . . . . . . . . . . . 205
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
kick-down . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
uittrekblokkering contactsleutel . . . . . . . . . . . 192
Automatische wasinstallaties zie Wassen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 267
AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
B Bagage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159 Bagage opbergen
Beve stigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 170, 171
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12, 128, 159 achterbank als laadoppervlak neerklappen . . 161
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
elektrisch openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
elektrisch sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
hoedenplank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
net . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 167
rijden met geopende achterklep . . . . . . . . . . . 158
Scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
vergroten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
zie ook Bagageruimte beladen . . . . . . . . . . . . 159
Bagageruimte beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159 rijden met geopende achterklep . . . . . . . . . . . 158
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303 aanduiding van het bandtype . . . . . . . . . . . . . 310
balans van de wielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
bandenspanningssensor . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
beschadiging voorkomen . . . . . . . . . . . . . . . . 304
code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
doorgedrongen vreemde voorwerpen . . . . . . . 309doppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
draagvermogen van de banden . . . . . . . . . . . 311
draairichtinggebonden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
draairichtinggebonden banden . . . . . . . . . . . . 311 excentriciteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
identificatiecode van de band (TIN) . . . . . . . . 311
identificatie voor banden met noodloopeigen- schappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
nieuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305 oud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
serienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
s
lijtage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
Slijtagemerktekens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
slijtage van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
snelheidscode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310, 311
technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
velgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
verkeerde uitlijning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
vervanging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
wielen verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
winterbanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
Bandenafdichtingset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 88
Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 88 componenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
controle na 10 minuten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
de band afdichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
de band oppompen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
gevallen waarin het gebruik niet is toegestaan 88
meer dan één beschadigde band . . . . . . . . . . . 88
Banden met noodloopeigenschappen identificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
Bandenreparatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Bandenreparatieset zie Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307, 316
Bandenspanningscontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . . 246
Bandenspanningscontrolesystemen bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
BAS zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Batterij vervangen in de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . 116
324
Page 327 of 340

Trefwoordenlijst
Batterij opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
B edienin
g
selementen aan het stuurwiel . . . . . . 111
bediening van het audio- en telefoonsysteem 111
Bedieningselementen van de ruiten . . . . . . 13, 131
Beeldscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105, 106
Bekerhouders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178 achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Bekleding van de stoelen kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
natuurleer reinigen en verzorgen . . . . . . . . . . 275
Benzine additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Brandstofvoorraadmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Bescherming tegen bevriezing . . . . . . . . . . 42, 295
Bescherming tegen de zon . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Besturing elektromechanisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
neiging naar één kant te trekken . . . . . . . . . . 309
stuurbekrachtiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
stuurslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207, 208
tegensturingssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 207
Bestuurder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
Bestuurdersgedeelte overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Binnenaanzicht stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Binnengreep van het portier . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145 zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283 Bochtenlicht
zie St atische bochtenverlichting . . . . . . . . . . . 137
Bochtenverlichting dynamisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
statisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Bodembescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58, 272
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85 rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 251
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 282 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315
brandstofmeter Benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Brandstofverbruik waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 212
Brillenvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
BSD zie Dodehoekhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenland de wagen verkopen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
langer verblijf met wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Buitenspiegels buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
controle van de functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
elektrisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
regelmatig onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 251
spiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
C Cd-wisselaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172, 177 Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
alarmsys teem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 123
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
éénportierontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
na activering van een airbag . . . . . . . . . . . . . . 118
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 119
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Chroomdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38, 182
Codenummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47, 86
Comfortfuncties herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 264
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 136
Comfortopenen ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Comfortsluiten ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Connectoren storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 niet-geautoriseerde autosleutel . . . . . . . . . . . 192
uittrekblokkering contactsleutel . . . . . . . . . . . 192
zie Motor en contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Controle van de functie Regensensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
D
Dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
325
Page 331 of 340

Trefwoordenlijst
het parkeerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
In s
t
appen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
instrumentenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
lichtbundel-hoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . 140
lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Schakelaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
schakelaarverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
stadslicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Uitstappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 135
Lichtbundelhoogteverstelling . . . . . . . . . . 103, 140
Licht inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Licht uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Luchtrecirculatiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
M Make-upspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Middenarmleuning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Milieu milieubewust rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
milieuvriendelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
Milieu-advies tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
mobiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Mobiele telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113, 263 gebruik zonder buitenantenne . . . . . . . . . . . . 264
Motor geluiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54 Motorcode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
Motor en cont
act . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
12V-stopcontacten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
de motor in werking stellen met Keyless Ac- cess . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
niet-geautoriseerde autosleutel . . . . . . . . . . . 192
starten van de motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
voorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
wegrijblokkering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Motorgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 317
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13, 287 openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
Motorkoelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
G12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 295
G13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 295
het peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . 293, 295
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 295
temperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
vulopening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 294
Motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 290 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
olie-eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
oliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
oliepeilstok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291, 292
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 290
Motorregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13, 287 accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43, 299
koelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 293
motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 290, 292 openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
remvloei
stof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43, 297
ruitensproeiervloeistofreservoir . . . . . . . 43, 298
Motor starten door slepen . . . . . . . . . . . . . . . . 54, 91
Multi-functie-indicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
N
Net Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
Nettas van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . 169
Noodgevallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85 brandblussers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
een doorgebrande zekering vervangen . . . . . . 45
een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
lampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
lekke band . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
noodslepen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Schakelaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
startkabels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
verbanddoos . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
wagengereedschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
zekeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Noodontgrendeling achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
portieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Noodsluiten en noodopenen . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
bestuurdersportier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
bijrijdersportier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
panoramaschuifdak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
O Octaangetal (benzine) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Olie-eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
329
Page 332 of 340

Trefwoordenlijst
Omschakelknop Sc h
ak
elaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Onderdelenset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
Onderhoudsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267
ont- en vergrendelen elektrisch bedienbaar panoramadak . . . . . . . 133
elektrisch bedienbare schuifdeur . . . . . . . . . . 126
met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
portier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
rolgordijn . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
schuifdeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
van binnenuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Opbergvak brillenvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
dakconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
Extra opbergmogelijkheden . . . . . . . . . . . . . . 177
instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
klaptafel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
middenarmsteun voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
middenconsole voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
schuifladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
uitneembaar prullenbakje . . . . . . . . . . . . . . . . 177
verlichting dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . 141
voetenruimte achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
Opbergvak in de dakconsole . . . . . . . . . . . . . . . . 173
Opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115 elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
panoramadak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
tankklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281 Openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10, 115
achterk lep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
elektrisch bedienbaar panoramadak . . . . . . . 133
elektrisch bedienbare schuifdeur . . . . . . . . . . 126
elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
in de slotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
panoramadak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
portier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
rolgordijn . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
schuifdeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
tankklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
van binnenuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Oprolautomaat van de gordel . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Opslag van gegevens tijdens de rit . . . . . . . . . . . 263
Optisch parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
Opvouwbare wiggen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Overzicht waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . 34
Overzicht motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
P Panoramadak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14, 133 noodsluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
rolgordijn . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
sluitkrachtbegrenzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Park Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221, 222, 224 Met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222
optisch parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222
Parkeerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196, 199
Park Pilot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222 Pechoproep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Pedal
en . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60, 62
Peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Polijsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Portier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125 kinderbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
noodsluiten of noodopenen . . . . . . . . . . . . . . . 10
openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Portieren noodvergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Portiergreep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Portierslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Profieldiepte van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . 308
R
Radio-ontvangst antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Railsysteem met bevestigingselementen . . . . . . 167 bagagenet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Ramen Automatische regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
automatisch openen/sluiten . . . . . . . . . . . . . . 131
comfortopenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
comfortsluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
elektrisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
ijs verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
sluitkrachtbegrenzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
RCTA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240 zie Uitparkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236
Rear Traffic Alert . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
Rear view camera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Recycling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Reflecterend vest . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Regelapparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263 herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 264
330