dashboard Seat Alhambra 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2018, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2018Pages: 340, PDF Size: 7.15 MB
Page 107 of 340

Bestuurdersgedeelte
Instrumenten Ov er
z
icht van het instrumentenpaneel Afb. 117
Instrumentenpaneel, in het dashboard. Uitleg over de instrumenten
››
›
afb. 117:
Gelijkzetknop voor de klok 1)
.
– Druk op de toets om de indicatie van
het uur of de minuten te selecteren.
– Druk op 0.0 / SET
› ››
afb
. 117 7 om
door t e g
aan met
de instelling. Houd de
toets ingedrukt om de cijfers snel te
veranderen.
– Druk opnieuw op de toets om de in-
stelling van het uur af te sluiten.
1 Toerenteller (v
an de dr
aaiende mot
or, in
duizend omwentelingen per minuut).
De toerenteller geeft u, samen met de
toerentalindicatie, de mogelijkheid om
de motor van uw wagen altijd te gebrui-
ken op het meest geschikte toerental. Het
begin van het rode gebied ››› afb. 117
geeft het maximale toerental voor de mo-
tor op bedrijfstemperatuur aan. Vóór het
bereiken van dit gebied moet u opscha-
kelen of de keuzehendel in stand D zet-
2 ten of de voet van het gaspedaal nemen
› ›
›
. Beter is het echter om de hoge toe-
r ent
al
len te mijden en te letten op de ver-
snellingsindicaties. Voor aanvullende in-
formatie, zie ››› pag. 206.
Koelvloeistoftemperatuurmeter
››› pag. 293.
Elementen op het display ››› pag. 106.
Indicatie van de brandstofreserve ››› pag.
279. »
3 4
5
1)
Naargelang de uitvoering van de wagen kan het
uur ook aan g
epast worden via het menu instel-
lingen op het display van het instrumentenpaneel
››› pag. 32.
105
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 127 of 340

Openen en sluiten
● Wanneer de w
ag
en met omhoog gehesen
as gesleept moet worden.
Risico op vals alarm
De interieurbewaking zal alleen correct wer-
ken indien de wagen volledig gesloten is.
Neem de wettelijke bepalingen in acht. Het
alarm kan in de onderstaande gevallen vals
geactiveerd worden:
● Wanneer een ruit volledig of gedeeltelijk
geopend is.
● A
ls het brillenvak in de dakconsole geo-
pend is.
● Wanneer het
panoramaschuifdak volledig
of gedeelt
elijk geopend is.
● Wanneer er voorwerpen aan de achteruit-
kijks
piegel hangen (luchtverfrissers) of losse
papieren in de wagen liggen.
● Als het vastzittende scheidingsnet wordt
verpl
aatst (voor werking van verwarming).
● Ten gevolge van trillingsalarm van een mo-
biele t
elefoon in de wagen. Let op
Indien bij het activeren van het alarmsysteem
nog een portier of de ac
hterklep open is,
wordt enkel het alarmsysteem geactiveerd.
De interieurbewaking en de wegsleepbeveili-
ging worden pas geactiveerd na het sluiten
van de portieren of de achterklep. Portieren
In l
eidin
g tot thema ATTENTIE
Als een portier niet correct gesloten is, kan
deze tijden s
het rijden onverwacht opengaan
en ernstig letsel veroorzaken.
● Zet onmiddellijk de wagen stil en sluit het
portier.
● L
et er bij het sluiten op dat het portier goed
ges
loten is. Het gesloten portier moet vlak en
afsluitend met de carrosseriedelen eromheen
liggen.
● Open of sluit de portieren alleen wanneer
er zic
h niemand in de buurt van de portieren
bevindt. ATTENTIE
Een portier die door de vasthouder open
wor dt
gehouden, kan door een sterke wind of
op hellingen gesloten worden waardoor licha-
melijk letsel kan ontstaan.
● Houd bij het openen en sluiten van de por-
tieren altijd de por
tiergrepen vast. Waarschuwingslampje
Springt aan
Ten minste één por-
tier van de wagen
was geopend of niet
correct gesloten.
Niet verder rijden!
Open het desbetreffende por-
tier van de wagen en sluit het
portier vervolgens opnieuw. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
gaan sommig
e c
ontrole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Als een portier geopend is of slecht gesloten
is, gaat het waarschuwingslampje of op
het display van het instrumentenpaneel
branden.
Volgens de uitvoering van de wagen kan in
plaats van het waarschuwingslampje een
symbool in het display van het dashboard
worden weergegeven. Het symbool wordt ook
bij uitgeschakeld contact aangegeven. Het
symbool gaat ongeveer 15 seconden nadat
de wagen vergrendeld is gewijzigd uit.
125
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 128 of 340

Bedienen
Schuifdeuren In l
eidin
g tot thema ATTENTIE
Als een schuifdeur niet correct gesloten is,
kan dez e tijden
s het rijden onverwacht open-
gaan en ernstig letsel veroorzaken.
● Zet onmiddellijk de wagen stil en sluit de
schuif
deur.
● Let er bij het sluiten op dat de schuifdeur
goed ge
sloten is. De gesloten schuifdeur
moet vlak en afsluitend met de carrosseriede-
len eromheen liggen.
● Open of sluit de schuifdeuren alleen wan-
neer er zic
h niemand in de buurt van de por-
tieren bevindt. ATTENTIE
Als een schuifdeur niet correct geopend is,
kan dez e tijden
s het rijden onverwacht slui-
ten en ernstig letsel veroorzaken.
● Open de schuifdeur altijd volledig. ATTENTIE
De schuifdeuren tijdens het rijden openen is
gev aarlijk. D
e schuifdeur kan door de versnel-
lings- of vertragingsenergie van de wagen
open- of dichtschuiven, wat ernstig lichame-
lijk letsel tot gevolg kan hebben.
● Open de schuifdeuren nooit wanneer de
wagen in bew
eging is. De schuifdeur handmatig openen en
s
luit
en Afb. 133
In de schuifdeur: portiergreep 1 .
FunctieNodige handelingen
De schuifdeur
van buitenaf
openen.Open wanneer de schuifdeur ont-
grendeld is de schuifdeur volledig
door aan buitengreep ervan te trek-
ken.
De schuifdeur
van binnenuit
openen.Open wanneer de schuifdeur ont-
grendeld is de schuifdeur volledig
door aan de binnengreep ervan te
trekken
››› afb. 133 1
.
De schuifdeur
sluiten.
Trek aan de binnen- of buitengreep
van de schuifdeur en sluit de schuif-
deur door deze zacht te duwen. Let
erop dat de schuifdeur in het slot
valt. De schuifdeur elektrisch openen en
s
luit
en* Afb. 134
Op het dashboard, op de wagensleu-
t el
en op de b
innenbekleding van de schuif-
deur: knop voor openen en sluiten van een
elektrische schuifdeur. Alle elektrische schuifdeuren kunnen ook
h
andm
atig met
meer kracht worden geopend
en gesloten.
FunctieNodige handelingen
Schuifdeur
elektrisch ope-
nen.
Druk op de knop ››› afb. 134 op het
dashboard, op de wagensleutel of op
de binnenbekleding van de schuif-
deur. De schuifdeur wordt met de
sluitkrachtbegrenzing geopend als de
knop niet opnieuw wordt ingedrukt.
Trek kort aan de binnen- of buiten-
greep van het portier. De schuifdeur
wordt automatisch geopend. 126
Page 129 of 340

Openen en sluitenFunctieNodige handelingen
Schuifdeur
elektrisch slui-
ten.
Druk op de knop
››› afb. 134 op het
dashboard, op de wagensleutel of op
de binnenbekleding van de schuif-
deur. De schuifdeur wordt met de
sluitkrachtbegrenzing gesloten als de
knop niet opnieuw wordt ingedrukt.
Tijdens het sluiten van de schuifdeur
klinkt er een waarschuwingssignaal.
Trek kort aan de binnen- of buiten-
greep van het portier. De schuifdeur
sluit met sluitkrachtbegrenzing. Tij-
dens het sluiten van de schuifdeur
klinkt er een waarschuwingssignaal. Let op
● Als
de tankdop geopend is, wordt de elek-
trische schuifdeur vergrendeld en kan deze
alleen handmatig worden geopend.
● Als de ruit van een elektrische schuifdeur
omlaag i
s, wordt die deur niet volledig geo-
pend. Sluitkrachtbegrenzing van de elek-
tri
s
c
h bedienbare schuifdeuren De sluitkrachtbegrenzing van de elektrische
s
c
huif
deuren vermindert tijdens het openen
en sluiten van de schuifdeuren het risico op
letsel ››› .
A l
s
een voorwerp in de looprichting van de
schuifdeur terecht komt terwijl de schuifdeur gesloten, dan wordt de schuifdeur opnieuw
geopend.
A
ls een voorwerp in de looprichting van de
schuifdeur terecht komt terwijl de schuifdeur
geopend wordt, dan wordt de schuifdeur op
dit punt stilgezet.
● Controleer waarom de schuifdeur niet geo-
pend of ge
sloten kan worden.
● Probeer de schuifdeur opnieuw te openen
of te s
luiten.
Schuifdeur zonder sluitkrachtbegrenzing
sluiten
● Schakel het systeem uit, en schakel het
verv
olgens weer in.
● Druk de knop ›››
afb. 134 in en houd de
knop ingedrukt. De schuifdeur wordt met
maximale kracht gesloten! ATTENTIE
Als de elektrische schuifdeuren zonder de
sluitk r
achtbegrenzing gesloten worden, kan
dit ernstig letsel tot gevolg hebben.
● Sluit de elektrische schuifdeuren altijd
voorz
ichtig.
● Niemand mag zich in de looprichting van de
elektris
che schuifdeuren bevinden, vooral
niet wanneer de schuifdeuren zonder de sluit-
krachtbegrenzing gesloten worden.
● De sluitkrachtbegrenzing voorkomt niet dat
ving
ers of andere lichaamsdelen tegen het ruitframe worden gedrukt, en kan verwondin-
gen
v
eroorzaken. Elektrische kinderbeveiliging
Afb. 135
In het bestuurdersportier: knoppen
v an el
ektri
sche kinderslot. Het elektrische kinderslot voorkomt dat de
s
c
huif
deuren en elektrische ruiten in de
schuifdeuren van binnenuit kunnen worden
geopend of gesloten zodat kinderen niet per
ongeluk tijdens het rijden een portier ope-
nen. Met de linker- ››› afb. 135 1 of rechter-
knop 2 wordt het kinderslot links- of rechts-
ac ht
er r
espectievelijk geactiveerd. »
127
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 131 of 340

Openen en sluiten
VOORZICHTIG
Controleer voor het openen van de achterklep
of er v
oldoende vrije ruimte is om de achter-
klep te openen en te sluiten, bijvoorbeeld als
er een aanhangwagen getrokken wordt of de
wagen in een garage staat. Waarschuwingslampje
Springt aan
De achterklep is
geopend of niet
correct gesloten.
Niet verder rijden!
Open de achterklep en sluit de
achterklep vervolgens opnieuw. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
g
aan sommig
e c
ontrole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Als de achterklep open of niet correct geslo-
ten is, dan gaat op het display van het instru-
mentenpaneel het waarschuwingslampje
branden.
Volgens de uitvoering van de wagen kan in
plaats van het waarschuwingslampje een
symbool in het display van het dashboard
worden weergegeven. Het symbool wordt ook
bij uitgeschakeld contact aangegeven. Het
symbool gaat ongeveer 15 seconden nadat
de wagen vergrendeld is gewijzigd uit. ATTENTIE
Als de achterklep niet correct gesloten is, kan
deze tijden s
het rijden onverwacht opengaan
en ernstig letsel veroorzaken.
● Zet onmiddellijk de wagen stil en sluit de
achterk
lep.
● Controleer na het sluiten van de achterklep
of de v
ergrendeling in de slotplaat goed is
vastgeklikt. Let op
Bij buitentemperaturen van minder dan 0°C
(+32°F) ku nnen de op g
asdruk werkende
schokdempers niet altijd de achterklep auto-
matisch omhoogklappen. Open in dit geval
de achterklep handmatig. Achterklep sluiten
Afb. 136
Achterklep geopend: uitsparing voor
dic httr
ekk
en. Achterklep sluiten
●
Pak de uitsparing van de binnenbekleding
v an de ac ht
erklep ››› afb. 136 (pijl) vast.
● Duw de achterklep omlaag tot deze in het
slot
vastklikt.
● Controleer of de achterklep correct is vast-
geklikt
door aan de achterklep te trekken.
De achterklep vergrendelen
Wanneer u de wagen ontgrendelt en geen
van de portieren of de achterklep opent,
wordt de wagen na 30 seconden automatisch
opnieuw vergrendeld. Deze functie voorkomt
dat de wagen onbedoeld continu is ontgren-
deld.
De wagen kan alleen worden vergrendeld als
de achterklep correct gesloten en vastgeklikt
is.
● De achterklep kan ook met de centrale ver-
grendeling
vergrendeld worden.
● Wanneer de achterklep van een vergrendel-
de wagen met
de knop van de autosleutel
ontgrendeld wordt, wordt de wagen wanneer
de achterklep gesloten wordt opnieuw ver-
grendeld.
● Een gesloten maar niet vergrendelde ach-
terkl
ep wordt bij een snelheid van ongeveer
9 km/h (7 mph) automatisch vergrendeld. »
129
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 143 of 340

Lichten en zicht
1 Instrumenten- en schakelaarverlichting
Bij in g
e
schakelde verlichting kunt u de sterk-
te van de instrumenten- en schakelaarverlich-
ting regelen door schakelaar ››› afb. 140 1te draaien.
2 Lichtbundel-hoogteverstelling
D e lic
ht
bundel-hoogteverstelling ››› afb. 140
2 past zich afhankelijk van de waarde van
de lic ht
b
undel van de koplampen aan de be-
ladingstoestand van de wagen aan. Hierdoor
heeft de bestuurder een zo goed mogelijk
zicht terwijl tegenliggers niet worden ver-
blind ››› .
U k u
nt
de koplampen alleen verstellen als
het dimlicht aan staat.
Draai voor afstellen de knop ››› afb. 140 2 :
WaardeBeladingstoestand
a)
van de wagen
Voorstoelen bezet en bagageruimte leeg
Alle plaatsen bezet en bagageruimte leeg
Alle plaatsen bezet en bagageruimte vol.
Met aanhangwagen met minimale kogeld-
ruk
Alleen de bestuurdersstoel bezet en baga-
geruimte vol. Rijden met aanhangwagen
met maximale kogeldruk.
a)
Indien de beladingstoestand van de wagen niet in het over-
zicht voorkomt, kunnen ook tussenstanden geselecteerd wor-
den.
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling
De regelaar 2 is vervangen bij wagens met
dy n
ami
sche lichtbundel-hoogteverstelling.
De lichtbundel wordt automatisch aan de be-
ladingstoestand van de wagen aangepast
wanneer de koplampen worden ingescha-
keld. ATTENTIE
Een zware last aan de achterzijde van de wa-
gen k an er
toe leiden dat de koplampen ande-
re bestuurders verblinden en afleiden. Dit kan
ernstige ongevallen tot gevolg hebben.
● Pas de hoogte van de lichtbundel aan de
beladin
gstoestand van de wagen aan, zodat
de overige weggebruikers hierdoor niet ver-
blind worden. Binnenverlichting en leeslampjes
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 27
Verlichting van de opbergvakken en van de
bagageruimte
Bij het openen of sluiten van het dashboard-
kastje en de achterklep gaat automatisch een
lampje aan en uit.
Sfeerverlichting
De interieurverlichting in het voorste deel van
de hemelbekleding verlicht de bedieningsor- ganen van de middenconsole van boven af
wanneer het s
tads- of het dimlicht branden.
Ook kan de handgreep in de portierlijst wor-
den verlicht. Let op
De leeslampjes gaan uit als de wagen wordt
ver gr
endeld of na een paar minuten nadat de
sleutel uit het contact is genomen. Dat voor-
komt het ontladen van de accu. Zicht
Z onnek
l
eppen Afb. 141
Zonneklep. Mogelijke standen van de zonnekleppen
v
oor de be
s
tuurder en voorpassagier:
● De zonneklep omlaag klappen naar de
voorruit. »
141
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 161 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
●
Rij v oor
zichtig en defensief.
● Voorkom bruuske manoeuvres en bruusk
remmen omdat
de geopende achterklep hier-
door ongecontroleerd kan gaan bewegen.
● Als u voorwerpen transporteert die uit de
bagag
eruimte steken, maak dit dan op gepas-
te wijze duidelijk voor de overige verkeers-
deelnemers. Neem de wettelijke bepalingen
in acht.
● Als u voorwerpen transporteert die uit de
bagag
eruimte steken, gebruik de achterklep
dan nooit om de voorwerpen "vast te klem-
men" of "vast te maken".
● Indien u een bagagedrager op de achter-
klep in
gebouwd heeft, bouw deze dan uit met
de lading wanneer u met een geopende ach-
terklep moet rijden. ATTENTIE
Als de achterklep geopend is, kunnen giftige
ga s
sen in het interieur van de wagen terecht
komen. De bestuurder of inzittenden kunnen
hierdoor het bewustzijn verliezen, een kool-
monoxidevergiftiging of ernstig letsel oplo-
pen of een ongeval krijgen.
● Rij altijd met gesloten achterklep om het
binnendring
en van giftige gassen te voorko-
men.
● Als u in een uitzonderingsgeval met geo-
pende achterk
lep moet rijden, voer dan de
volgende handelingen uit om het binnendrin-
gen van giftige gassen in het interieur van de
wagen te verminderen: –
Sluit a l
le ruiten en het schuifdak.
– Schakel de luchtcirculatiefunctie van de
verwarming en de airconditioning uit.
– Open alle luchtroosters in het dashboard.
– Zet de aanjager van de verwarming in de
hoogste stand. VOORZICHTIG
Met geopende achterklep verandert de lengte
en hoog te
van de wagen. Rijden met beladen wagen
Neem het volgende in acht voor een goede
dy
n
amiek
van de beladen auto:
● Zet alle voorwerpen stevig vast ›››
pag. 158.
● Geef voorzichtig gas.
● Voorkom bruusk remmen en bruuske ma-
noeuvre
s.
● Rem iets eerder.
● Neem indien nodig de aanwijzingen voor
het rijden met een aanh
angwagen in acht
››› pag. 249.
● Neem indien nodig de aanwijzingen met
betrekkin
g tot het dakdragersysteem in acht
››› pag. 170. ATTENTIE
Een schuivende lading heeft aanzienlijk veel
invloed op de s t
abiliteit en veiligheid van de
wagen, en kan tot een ernstig ongeval leiden.
● Maak de lading correct vast zodat deze niet
kan gaan s
chuiven.
● Gebruik bij zware voorwerpen geschikte
touw
en of spanbanden.
● Zet de rugleuning van de achterbank recht-
op. Bagageruimte
In l
eidin
g tot thema Transporteer zware ladingen altijd in de ba-
g
ag
eruimt
e en zorg ervoor dat de rugleunin-
gen rechtop zijn vastgeklikt. Gebruik altijd de
bevestigingsogen en een geschikt touw. Zorg
ervoor dat u de wagen nooit overbelast. Zo-
wel de nuttige lading als de verdeling van de
lading in de wagen hebben invloed op het
rijgedrag en de remcapaciteit ››› .
ATTENTIE
Als u de wagen niet gebruikt of controleert,
sluit d
an altijd de portieren en achterklep om
het risico op ernstig of dodelijk letsel te ver-
minderen.
● Laat kinderen nooit zonder toezicht in de
wagen ac
hter, vooral niet als de achterklep » 159
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 174 of 340

Bedienen
de gewichtsgrens worden belast die in de
mont ag
e-in
structie is aangegeven.
Last verdelen
Verdeel de lading gelijkmatig en maak de
last op de juiste wijze vast ››› .
B ev
e
stigingspunten controleren
U moet nadat u de basisdragers en het dak-
dragersysteem heeft ingebouwd, na een kor-
te afstand en daarna met regelmatige inter-
vallen de bevestigingspunten controleren. ATTENTIE
Als de maximum toelaatbare lading op het
dak o
verschreden wordt, kan dit leiden tot
ongevallen en schade aan de wagen.
● Respecteer altijd het toelaatbare gewicht
voor het d
ak, de toelaatbare belasting op as-
sen en het toelaatbare totaalgewicht van de
wagen.
● Overschrijd de capaciteit van het dakdra-
gersy
steem niet, ook al bereikt u de maxi-
mum toelaatbare lading niet.
● Altijd de zwaarste voorwerpen vooraan be-
ves
tigen en de lading in het algemeen gelijk-
matig verdelen. ATTENTIE
Losse lading en niet correct vastgemaakte la-
ding k an
van het dakdragersysteem vallen en
ongevallen en letsel veroorzaken. ●
Gebruik a
ltijd geschikte of onbeschadigde
touwen of spanbanden.
● Maak de lading op de juiste wijze vast. Opbergvakken
Inl eidin
g tot thema De opbergvakken mogen alleen gebruikt wor-
den om licht
e of
kleine voorwerpen op te ber-
gen.
In het vak voorin in de middenarmsteun be-
vinden zich de ingangen voor de verbindin-
gen USB/AUX-IN gemonteerd af fabriek.
In het linkeropbergvak in de bagageruimte
bevindt zich de cd-wisselaar gemonteerd af
fabriek. ATTENTIE
Bij bruusk remmen of plotselinge manoeu-
vre s, k
unnen losse voorwerpen door het inte-
rieur geslingerd worden. Dit kan ernstig let-
sel veroorzaken bij de inzittenden en leiden
tot het verlies van de controle over de wagen.
● Geen dieren vervoeren noch harde, zware of
scherpe
voorwerpen in het interieur van de
wagen plaatsen in: open opbergvakken,
dashboard, hoedenplank, kleding of tassen.
● Zorg ervoor dat tijdens het rijden de op-
bergv
akken altijd gesloten blijven. ATTENTIE
Het plaatsen van voorwerpen in de voeten-
ruimte v
an de bestuurder kan het bedienen
van de pedalen belemmeren. Dit kan leiden
tot het verlies van de controle over de wagen
en zo het risico op een ernstig ongeval verho-
gen.
● Zorg ervoor dat de pedalen op elk moment
bediend kunnen w
orden en dat er geen voor-
werpen onder kunnen rollen.
● De vloermat moet altijd vast liggen.
● Plaats nooit andere vloermatten of vloerbe-
dekking
en op de af fabriek gemonteerde
vloermat.
● Zorg ervoor dat geen enkel voorwerp in de
voetenruimt
e van de bestuurder kan vallen
onder het rijden. VOORZICHTIG
● De v
erwarmingsdraden van de achterruit
kunnen door schurende voorwerpen op de
hoedenplank beschadigd raken.
● Bewaar geen voorwerpen, voedsel of medi-
cijnen in de wag
en die gevoelig zijn voor
warmte. Hoge of lage temperaturen kunnen
deze beschadigen of onbruikbaar maken.
● Doorzichtige voorwerpen die in de wagen
gele
gd worden, zoals brillen, vergrootglazen
of doorzichtige zuignappen op de ruiten kun-
nen de zonnestralen bundelen en schade ver-
oorzaken aan de wagen. 172
Page 175 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
Let op
Om lucht uit de wagen te kunnen laten ont-
sn ap
pen, mag de ontluchtingsgleuf tussen de
achterruit en de hoedenplank niet worden af-
gedekt. Brillenhouder in de dakconsole
Afb. 174
In de dakconsole: brillenvak. Om te open
en, drukt u kort op de knop
› ›
› afb. 174 (pijl).
Om te sluiten, duwt u de klep naar boven tot
hij vastklikt.
Om de werking van de interieurbewaking te
garanderen, moet de brillenhouder gesloten
zijn wanneer de wagen vergrendeld wordt
››› pag. 124. Opbergvak in de dakconsole
Afb. 175
In de dakconsole: opbergvak. Om te open
en, kort op de knop
›
›
› afb. 175
drukken.
Om te sluiten, het opbergvak naar boven
drukken tot het vastklikt.
Om de werking van de interieurbewaking te
garanderen, moeten de opbergvakken geslo-
ten zijn wanneer de wagen wordt vergrendeld
››› pag. 124. Vak in het instrumentenpaneel* Afb. 176
Opbergvak in het dashboard. Het opbergvak van het dashboard kan voor-
z
ien
z
ijn van een klep.
Om te openen, drukt u op de knop van de
klep ››› afb. 176 (pijl).
Om te sluiten, duwt u de klep naar onderen
tot hij vastklikt.
173
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 177 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
dashboardkastje Afb. 180
Dashboardkastje. Afb. 181
Geopend dashboardkastje. Dashboardkastje openen en sluiten
Z
o nodig het
d
ashboardkastje ontgrendelen.
Wanneer de gleuf van het slot in verticale po-
sitie staat, is het dashboardkastje gesloten.
Aan de hendel trekken om te openen ››› afb.
180. Duw de klep naar boven om te sluiten
.
Opbergvak voor wagendocumentatie
Het dashboardkastje is tevens geschikt om
de wagendocumentatie in op te bergen.
De wagendocumentatie moet altijd in dit op-
bergvak worden bewaard. Leg de documen-
tatie dwars in het dashboardkastje.
Dashboardkastje afkoelen
In het achterpaneel bevindt zich een lucht-
rooster ››› afb. 181 A om verse lucht van de
air c
onditionin
g (indien die ingeschakeld is)
in het dashboardkastje te laten stromen. Het
luchtrooster wordt geopend en gesloten door
het te draaien. ATTENTIE
Wanneer het dashboardkastje open staat,
verhoog t
het risico op ernstig letsel bij een
ongeval, bruusk remmen of plotselinge ma-
noeuvres.
● Tijdens het rijden moet het dashboardkas-
tje st
eeds gesloten blijven. VOORZICHTIG
Om constructieredenen zijn in een aantal ver-
sie s
van het model openingen voorzien in het
dashboardkastje waardoor kleine voorwerpen
achter de bekleding kunnen vallen. Dit kan
vreemde geluiden en schade aan de wagen
veroorzaken. Daarom wordt aanbevolen geen bijzonder kleine voorwerpen te bewaren in
het d
a
shboardkastje. Vakken in de voetenruimte achterin*
Afb. 182
Vakken in de voetenruimte van de
tw eede
z
itrij. Naast de vloermat (indien aanwezig).
Om t
e
open
en, trekt u de klep achteraan in
het midden naar boven ›››
afb. 182 (pijl).
Om te sluiten, duwt u de klep naar onderen. ATTENTIE
Kinderen die niet beveiligd of niet correct
va s
tgemaakt zijn, lopen het risico op ernstig
of zelfs dodelijk letsel tijdens de rit. » 175
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid