ABS Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 187 of 320

Rijden
De functies ASR en ESC moeten enkel uitge-
s c
h
akeld worden in situaties waarin niet vol-
doende tractie wordt gehaald, zoals:
● Bij het rijden door diepe sneeuw of loslig-
gend terr
ein.
● Om de vastgereden wagen "vrij te maken".
Sluit daarn
a de functies ASR en ESC opnieuw
aan.
Naargelang de afwerking en versie bestaat
de mogelijkheid om enkel ASR uit te schake-
len of ESC in stand Sport te activeren.
ESC in "Sport-modus"
Via het menu van het Easy Connect-systeem
››› pag. 120 kan de Sport-stand worden geko-
zen. Het ingrijpen van de ESC om de wagen
te stabiliseren en de antislipregeling (ASR)
worden beperkt.
Het controlelampje gaat branden. Bij wa-
gens met informatiesysteem voor de bestuur-
der* wordt de melding voor de bestuurder
getoond Elektronische Stabilise- rings Controle (ESC): sport. Op-
gelet! Beperkte stabiliteit.
"Sport"-modus bij ESC uitschakelen
Met het menu van het Easy Connect-systeem
››› pag. 120. Het controlelampje gaat uit.
Bij wagens met informatiesysteem voor de
bestuurder* wordt de melding voor de be- stuurder getoond Elektronische Stabi-
liserings Controle (ESC): on.
ASR uitsc
hakelen
Via het menu van het Easy Connect-systeem
wordt de ASR uitgeschakeld ››› pag. 120. De
antislipregeling blijft gedeactiveerd.
Het controlelampje gaat branden. Bij wa-
gens met informatiesysteem voor de bestuur-
der* wordt de melding voor de bestuurder
getoond ASR gedeactiveerd .
ASR inschakelen
Via het menu van het Easy Connect-systeem
››› pag. 120 wordt de ASR ingeschakeld. De
antislipregeling blijft geactiveerd.
Het controlelampje dooft. Bij wagens met
informatiesysteem voor de bestuurder* wordt
de melding voor de bestuurder getoond ASR
geactiveerd .
● Activeer of deactiveer de functie ASR of ESC
in het Ea
sy Connect-systeem door middel van
de toets en de functieknoppen
S
ETUP en
E SC
-
systeem .
ATTENTIE
U moet de ESC Sport alleen inschakelen, als
de rijv aar
digheid en de verkeerssituatie dit
toelaten - slipgevaar!
● Met de ESC in Sport-stand is de stabilise-
rende werk
ing beperkt om een meer sportief rijgedrag mogelijk te maken. De aangedreven
wiel
en k
unnen doorslippen, waardoor ook de
wagen kan slippen. Let op
Bij het uitschakelen van de ASR of het selec-
t er en
van de Sport-modus van de ESC, wordt
het snelheidsregelsysteem* uitgeschakeld. Elektronisch sperdifferentieel (EDS)*
Het EDS werkt in combinatie met het ABS bij
w
ag
en
s die met de Elektronische Stabilise-
ringscontrole (ESC)* zijn uitgerust.
Door het EDS wordt zelfs bij ongunstige weg-
dekomstandigheden het wegrijden, accelere-
ren en omhoogrijden aanzienlijk makkelijker
of zelfs pas mogelijk.
Het controleert met behulp van de sensoren
van het ABS het toerental van de aangedre-
ven wielen.
Als er een toerentalverschil van ca. 100 om-
wentelingen/minuut tussen de aangedreven
wielen is, bijv. op een ondergrond die aan
één kant glibberig is, dan wordt het door-
draaiende wiel afgeremd en de aandrijfkracht
op het andere aangedreven wiel overgedra-
gen door middel van het differentieel. Dit ge-
beurt tot een snelheid van ca. 80 km/u
(50 mph). »
185
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 188 of 320

Bedienen
Opdat de schijfrem van het afgeremde wiel
niet t
e w
arm wordt, wordt het EDS bij buiten-
gewoon sterke belasting automatisch uitge-
schakeld. De wagen blijft normaal werken
met dezelfde eigenschappen als die van een
wagen zonder EDS. Daarom wordt het uit-
schakelen van het EDS niet aangegeven.
Zodra de rem is afgekoeld, wordt het EDS au-
tomatisch weer ingeschakeld.
Controlelampje
Als het ESC-controlelampje gaat branden ,
is het EDS uitgevallen. Zoek dan zo snel mo-
gelijk een gespecialiseerde werkplaats op. ATTENTIE
● Bij het ac c
elereren op een gladde weg, bijv.
bij ijs en sneeuw, voorzichtig gas geven. De
aangedreven wielen kunnen ondanks het EDS
doordraaien en daardoor de rijveiligheid ne-
gatief beïnvloeden.
● U moet uw rijstijl steeds aanpassen aan de
toes
tand van de weg en de verkeerssituatie.
De aangeboden hogere veiligheid van het
EDS mag geen aanleiding zijn tot het nemen
van risico's! VOORZICHTIG
Wijzigingen aan de wagen (bijv. aan de mo-
tor , aan het
remsysteem, aan het onderstel of
aan een andere wiel-bandcombinatie) kunnen
de werking van het EDS beïnvloeden ››› pag.
265. Hydraulische remkrachtassistent
(HB
A)* De functie (hydraulische remkrachtassistent
HBA) i
s
alleen ingebouwd in wagens die uit-
gerust zijn met ESC.
In een noodsituatie remmen de meeste be-
stuurders weliswaar op tijd, maar niet met de
maximale remdruk. Hierdoor wordt de rem-
weg langer dan noodzakelijk!
Op dat moment grijpt de hydraulische rem-
krachtassistent in. Wanneer u het rempedaal
heel snel intrapt, wordt dit door de remkrach-
tassistent als een noodsituatie geïnterpre-
teerd. De remkrachtassistent bouwt dan bin-
nen heel korte tijd volledige remdruk op om
sneller en effectiever het ABS te activeren en
de remweg te verkorten.
De druk op het rempedaal niet verlagen,
want zodra u het rempedaal loslaat wordt de
remkrachtassistent vanzelf weer uitgescha-
keld.
Automatisch oplichten van de alarmlichten
Bij plots remmen of het uitvoeren van een
noodstop gaan de remlichten automatisch
knipperen. Indien het noodremmen zou aan-
houden tot het stopzetten van de wagen,
gaan op dat ogenblik de noodlichten of “war-
ning” aan, waarbij vanaf dan de remlichten
doorlopend blijven branden. De noodlichten
zullen automatisch uitgaan bij het opnieuw rijden of bij het indrukken van de drukknop
van de s
c
hakelaar “warning”. ATTENTIE
● Het g ev
aar voor ongevallen wordt hoger,
wanneer u te snel of te dicht op uw voorgan-
ger rijdt of wanneer de weg glad of nat is. Het
risico op een aanrijding in dergelijke omstan-
digheden kan door de remkrachtassistent
niet worden verminderd - gevaar voor onge-
lukken!
● De remkrachtassistent kan de natuurkundig
bepaal
de grenzen niet overwinnen, een glad-
de of natte weg blijft ook met deze remkrach-
tassistent gevaarlijk! De snelheid altijd aan
de weg- en verkeersomstandigheden aanpas-
sen. De aangeboden hogere veiligheid mag
geen aanleiding zijn tot het nemen van grote-
re risico's. Antiblokkeersysteem (ABS)
Het antiblokkeersysteem (ABS) verhindert
d
at
de w
ielen blokkeren en draagt aanzien-
lijk bij tot de verhoging van de actieve rijvei-
ligheid.
Werking van het ABS
Wanneer een wiel een voor de rijsnelheid te
lage snelheid heeft en tot blokkeren neigt,
dan wordt de remdruk voor dit wiel minder.
Men bemerkt deze regeling door een pulse-
rende beweging van het rempedaal ,
186
Page 189 of 320

Rijden
gecombineerd met geluiden. Hierdoor krijgt
u al s
be
stuurder bewust de informatie "De
wielen neigen ertoe om te blokkeren en het
ABS treedt in werking". Opdat het ABS in de-
ze toestand optimaal kan werken, moet het
rempedaal ingetrapt blijven. In geen geval
"pompend" remmen!
Bij een noodstop op glad wegdek blijft een
optimale bestuurbaarheid gewaarborgd om-
dat de wielen niet blokkeren.
Er mag niet worden verwacht dat door het
ABS onder alle omstandigheden de remweg
wordt verkort. De remweg kan op grind of bij
verse sneeuw op een gladde ondergrond
zelfs langer worden.
Controlelampje
Het controlelampje gaat enkele seconden
branden wanneer u het contact inschakelt.
Het lampje gaat uit, nadat een automatische
test is uitgevoerd.
Er zit een storing in het ABS als:
● Het controlelampje gaat niet
branden
wanneer het contact wordt ingeschakeld.
● Het controlelampje na enkele seconden
niet weer uit
gaat.
● Het controlelampje gaat branden tijdens
het rijden.
Er kan nog met
het normale remsysteem -
dus zonder ABS - worden geremd. Zoek dan zo snel mogelijk een gespecialiseerde werk-
plaats
op.
Als er een storing in het ABS is, gaat ook het
controlelampje van de ESC* en dat van de
bandenspanning branden.
Storing in het hele remsysteem
Als het ABS-controlelampje samen met
het controlelampje voor het remsysteem
gaat branden, is niet alleen het ABS defect
maar moet u ook rekening houden met een
defect remsysteem ››› .
ATTENTIE
● Het ABS k
an de natuurkundig bepaalde
grenzen niet overwinnen, een gladde of natte
rijbaan is ook met ABS gevaarlijk! Wanneer
het ABS in werking is, moet de snelheid on-
middellijk aan de wegomstandigheden en het
verkeer worden aangepast. De aangeboden
hogere veiligheid mag geen aanleiding zijn
tot het nemen van grotere risico's.
● De werking van het ABS hangt ook van de
banden af ›
›› pag. 289.
● Bij wijzigingen aan het onderstel of aan het
remsys
teem kan de werking van het ABS ern-
stig worden belemmerd. ATTENTIE
● Voor d
at u de motorkap opent, dient u reke-
ning te houden met de aanwijzingen ››› pag.
278, Werkzaamheden in de motorruimte. ●
Als
het remcontrolelampje en het ABS-
controlelampje gelijktijdig branden, on-
middellijk de wagen stoppen en het remvloei-
stofpeil controleren ››› pag. 285, Remvloei-
stof. Als het remvloeistofpeil tot onder de
"MIN"-markering is gedaald, niet verder rij-
den – gevaar voor ongevallen! Roep de hulp
in van een vakman.
● Als het remvloeistofpeil in orde is, kan de
storin
g in het remsysteem veroorzaakt zijn
door een storing in de werking van het ABS.
Hierdoor kunnen de achterwielen relatief snel
blokkeren als er wordt geremd. Dit kan onder
omstandigheden ertoe leiden dat de achter-
kant van de wagen uitbreekt - slipgevaar! De
wagen stoppen en de hulp van een garage in-
roepen. Elektronisch beheer van het aandrijf-
k
op
pel
(XDS)* Bij het nemen van een bocht maakt het diffe-
r
entieelmec
h
anisme van de aandrijfas het
mogelijk dat het buitenwiel sneller draait dan
het binnenwiel. Op deze wijze ontvangt het
wiel dat sneller draait (buitenwiel) minder
aandrijfkoppel dan het binnenwiel. Dit kan
veroorzaken dat in bepaalde omstandighe-
den het koppel afgeleverd aan het binnen-
wiel te hoog is en dit zou slippen veroorza-
ken. Het buitenwiel ontvangt daarentegen
minder aandrijfkoppel dan wat deze zou kun-
nen overbrengen. Dit effect veroorzaakt een »
187
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 275 of 320

Verzorging en onderhoud
VOORZICHTIG
● Om kr a
ssen te voorkomen, mag u het dis-
play niet droog schoonmaken.
● Om schade te voorkomen, moet u erop let-
ten dat
er geen vocht in het bedieningspaneel
van Easy Connect-systeem* komt. Kunststof delen en het dashboard
sc
hoonm
aken–
Een schone, niet-pluizende doek met water
bev oc
htig
en en de kunststof delen en het
dashboard schoonmaken.
– Wanneer dat niet voldoende mocht zijn, ge-
bruikt u een spec
iaal oplosmiddelvrij
kunststofreinigings- en onderhoudsmiddel. ATTENTIE
Maak nooit het dashboard en het oppervlak
van de airb agmodu
les schoon met reinigings-
middelen die oplosmiddelen bevatten. Door
schoonmaakmiddelen met oplosmiddelen
wordt het oppervlak poreus. Bij het activeren
van de airbag kan dit tot verwondingen lei-
den als gevolg van losschietende kunststof
deeltjes. VOORZICHTIG
Schoonmaakmiddelen met oplosmiddel tas-
ten het m
ateriaal aan. Houten sierelementen schoonmaken*
–
Een schone doek met water bevochtigen en
het hout s
choonmaken.
– Wanneer dat niet voldoende is, mild zeep-
sop ge
bruiken. VOORZICHTIG
Schoonmaakmiddelen met oplosmiddel tas-
ten het m
ateriaal aan. Schoonmaken weefsels en stoffen be-
k
l
edin
g Textiel en textiele bekledingen (stoelen, por-
tierp
anel
en en
z.) moeten regelmatig met een
stofzuiger worden schoon gezogen. Hierdoor
worden vuildeeltjes van het oppervlak verwij-
derd die anders bij het gebruik in de stof ge-
wreven kunnen worden. Stoomreinigers mo-
gen niet worden gebruikt, omdat door de
stoom de verontreiniging dieper in het textiel
dringt en wordt vastgezet.
Normaal schoonmaken
In het algemeen raden wij aan voor het
schoonmaken een zachte spons of een uni-
versele niet-pluizende microvezeldoek te ge-
bruiken. Alleen vloerbedekking en vloermat-
ten mogen met borstels worden gereinigd
aangezien andere textiele oppervlakken door
de borstel kunnen worden beschadigd. Bij oppervlakkige algemene verontreinigin-
gen kan met
een universeel schuimschoon-
maakmiddel worden schoongemaakt. Het
schuim wordt met een zachte spons op het
oppervlak van textiel verdeeld en licht inge-
wreven. Het doornat maken van het textiel
moet echter worden voorkomen. Aansluitend
wordt het schuim met absorberende, droge
doeken (bijv. microvezeldoeken) afgedept en
nadat het schuim volledig is gedroogd, weg-
gezogen.
Vlekken verwijderen
Vlekken van dranken (koffie, vruchtensap
enz.) kunnen met een fijnwasmiddel-oplos-
sing worden behandeld. Deze oplossing
wordt aangebracht met een spons. Bij hard-
nekkige vlekken kan een waspasta direct op
de plaats van de vlek worden aangebracht en
ingewreven. Daarna is een nabehandeling
met schoon water noodzakelijk om de was-
middelresten te verwijderen. Daartoe wordt
water met een vochtige doek of een spons
aangebracht en met absorberende droge
doeken afgedept.
Vlekken van chocolade of make-up worden
met een waspasta (bijv. ossengalzeep) inge-
wreven. Daarna wordt de zeep met water
(vochtige spons) verwijderd.
Voor de behandeling van vet, olie, lippenstift
of balpeninkt kan spiritus worden gebruikt.
Opgeloste vet- of kleurstofdeeltjes moeten
met absorberend materiaal worden afgedept. »
273
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 305 of 320

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 196
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . 182, 183, 184 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Aanhaalmomenten van de wielbouten . . . . . . . . 298
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253, 259 aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260, 261
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 261
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
veiligheidsring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Aanhangwagenknipperlichten controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Aantrekmoment wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . . . 116 aanbevolen versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
afgelegde afstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . . . . 35
bewakingssysteem Front Assist . . . . . . . . . . . 212
buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
keuzehendelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
keuzehendelstanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
kompas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
MKB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
portieren, mot
orkap en achterklep geopend . . 39
ritgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
SEAT Drive Profile . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
snelheidswaarschuwing . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
start-stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
submenu assistenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
tijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
tweede snelheidsindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . 116
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 219
waarschuwings- en informatieberichten . . . . . . 39
ABS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217 radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Accuzuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
Achterbank leuning neer- en terugklappen . . . . . . . . . . . . 154
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 17, 139
Achterlichten in zijpaneel achterlicht uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Achterlicht in achterklep fitting uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . 50, 52, 53 schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
verwarmingsdraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Achterruitwisser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 148
Achterste mistlicht Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 zelfdimmend binnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 handmatig naar binnen klappen . . . . . . . . . . . 149 Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
Achteruitversnelling (automatische versnellings- bak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Afdichtrubbers Waxbehandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Afdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61, 96
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
Afneembare kogelkop de bevestiging controleren . . . . . . . . . . . . . . . 257
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
in reservestand plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
reservestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
Afsleepalarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Afstandsregeling zie Automatische afstandsregeling . . . . . . . . . 218
Afvoer gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 84 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
de voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 89
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
303
Page 314 of 320

Trefwoordenlijst
Toerenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115, 117
T op
T
ether . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 29
Top Tether-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 29
Trekhaak voor aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . 253 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
naderhand monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
werking en behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Tyre Mobility System zie Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
U Uitlaatgascontrolesysteem controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Uitlaatgasreinigingssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . 200 katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . 228, 232 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Uitparkeren met het inparkeersysteem . . . . . . . 243
Uitrustingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
USB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
USB/AUX-IN-ingang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
V Veiligheid kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
uitschakeling van de bijrijdersairbag . . . . . . . . 21
veiligheid van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
veilig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Veiligheidsaanwijzingen gebruik van de kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . 23, 91
gebruik van de veiligheidsgordels . . . . . . . . . . 80
gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Koelvloeistoftemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . 284 voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
zij-airb
ags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78 beschermende werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
doel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78, 84
Niet omgegespt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 82
Veiligheidsgordels losgespen . . . . . . . . . . . . . 19, 82
Veiligheidsvoorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Veilig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Velgen een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Ventileren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Verbanddoos . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Vergrendelen en ontgrendelen in de slotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
met de knop voor de centrale vergrendeling . 132
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Vergroten bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
Verkeerde zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Verlichting van het instrumentenpaneel . . . . . . 147
Vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Versnelling ingeschakeld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Versnellingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Verstelbare bodem van de bagageruimte . . . . . 160
Verstelling van de stoel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Vervoer van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Verwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167 voorruit en zijruiten wasemvrij houden . . . . . 167
voorruit ijsvrij maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Verwarming en ventilatie . . . . . . . . . . . . . . . 53, 166 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Verzorgen en schoonhouden . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Verzorging en schoonmaak . . . . . . . . . . . . . . . . . 265 Vloeistofniveaus controleren
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Vloermatten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Voetgangersbescherming zie Systeem voor voetgangersherkenning . . . 216
Voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87 veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Voorairbag van de bijrijder buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Voorairbag van de bijrijder buiten werking stellen . . .21
Vóór elke rit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Voorgloeisysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Voorruit ontwasemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Voorstoel handmatig verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Voorstoelen verstellen Lendensteun verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Vulhoeveelheden brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
W Waar moet u op letten voordat u gaat rijden? . . . 72
Waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . 119 Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
Antiblokkeersysteem ABS . . . . . . . . . . . . . . . . 187
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
display van het instrumentenpaneel . . . . . . . . 46
dynamo . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
EDS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
emissiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
312