dashboard Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 117 of 320

Instrumenten en controlelampjes
Instrumenten en controlelampjes
In s
trument
en
Overzicht instrumentenpaneel Afb. 124
Instrumentenpaneel, in het dashboard. De plaats van de instrumenten hangt af van
de model- en mot
oruit
v
oering.
Toerenteller (van de draaiende motor, in
honderd omwentelingen per minuut)
››› pag. 117.
Het begin van de rode zone van de toe-
renteller geeft het maximale toerental
aan in elke willekeurige versnelling na
het inrijden en met warme motor. Vóór
1 het bereiken van dit gebied, wordt aan-
bev
o
l
en op te schakelen, de keuzehendel
in stand D te zetten of de voet van het
gaspedaal nemen ››› .
K oelvloei
s
toftemperatuurmeter ››› pag.
118.
Elementen op het display ››› pag. 116.
Instel- en weergaveknop ››› pag. 118.
2 3
4 Snelheidsmeter.
Br
and
s
tofmeter ››› pag. 119. ATTENTIE
Iedere afleiding kan tot een ongeval leiden
met het d
aaraan verbonden risico van ver-
wondingen.
● De knoppen e.d. van het instrumentenpa-
neel niet tijden
s het rijden bedienen. » 5
6
115
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 145 of 320

Lichten en zicht
●
Geen kl ev
ers voor de sensor op de voorruit
bevestigen. Dit kan eventueel storingen of
defecten in de automatische rijlichtregeling
veroorzaken.
● De regensensor schakelt het dimlicht in
wanneer de ruiten
wissers gedurende enkele
seconden ononderbroken wissen, en schakelt
het dimlicht weer uit als het ononderbroken
of met interval wissen gedurende enkele mi-
nuten is gestopt. Dagrijverlichting
Voor het dagrijlicht zijn er afzonderlijke lam-
pen in de k
op
l
ampen opgenomen. Bij het in-
schakelen van de automatische dagrijverlich-
ting gaan die lampen branden 1)
››› .
Het d
agrijlic
ht wordt ontstoken zodra het
contact wordt ingeschakeld, terwijl de scha-
kelaar in de standen of staat, al naar
gelang de hoeveelheid daglicht.
Wanneer de lichtschakelaar in de stand
staat, zorgt een verlichtingssensor voor het
automatisch in- en uitschakelen van het dim-
licht (inclusief de verlichting van het instru-
mentenpaneel) resp. het dagrijlicht, al naar
gelang de hoeveelheid daglicht. ATTENTIE
● U mag nooit met
dagrijlicht rijden als de
weg slecht verlicht is vanwege de weersom-
standigheden of als het donker is. De dagrij-
verlichting levert onvoldoende licht om de
weg goed te verlichten of om goed zichtbaar
te zijn voor andere weggebruikers.
● In wagens met achterlichten met lampen
gaan de acht
erlichten niet branden wanneer
de dagrijverlichting wordt ingeschakeld. Een
wagen zonder ingeschakelde achterlichten is
's nachts, bij regen of bij slecht zicht voor
achteropkomend verkeer niet zichtbaar. Mistlicht
Afb. 144
Dashboard: lichtschakelaar. Mistlampen voor inschakelen*
● Schakelaar vanuit positie
,
of in
de eerste stand draaien en omhoog trekken.
Het symbool van de lichtschakelaar gaat
branden.
Mistachterlicht inschakelen (wagens met
mistlampen voor)
● Schakelaar vanuit positie ,
of in
de tweede stand draaien en omhoog trekken.
Er gaat een controlelampje aan op het paneel
voor controle- en waarschuwingslampjes.
Mistachterlicht inschakelen (wagens zonder
mistlampen voor)
● Lichtschakelaar tot tegen de aanslag draai-
en vanuit
positie , of en omhoog
trekken. Er gaat een controlelampje aan op
het paneel voor controle- en waarschuwings-
lampjes.
Knipperlicht- en grootlichthendel Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 31 »1)
In wagens uitgerust met led-achterlichten gaat ook
het s t
adslicht achteraan branden. 143
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 148 of 320

Bedienen
Lichtbundel-hoogteverstelling Afb. 146
Dashboard: lichtbundel-hoogtever-
s t
el
ling van de koplampen. De lichtbundel-hoogteverstelling past zich af-
h
ank
elijk
van de waarde van de lichtbundel
van de koplampen aan de beladingstoestand
van de auto aan. Hierdoor heeft de bestuur-
der een zo goed mogelijk zicht terwijl tegen-
liggers niet worden verblind ››› .
U k u
nt
de koplampen alleen verstellen als
het dimlicht aan staat.
Draai voor verstellen aan de knop ››› afb.
146:
WaardeBeladingstoestand a)
van de wagen
–Voorstoelen bezet en bagageruimte leeg
1Alle plaatsen bezet en bagageruimte leeg
WaardeBeladingstoestand a)
van de wagen
2Alle plaatsen bezet en bagageruimte vol.
Met aanhangwagen met minimale kogeld-
ruk
3Alleen de bestuurdersstoel bezet en baga-
geruimte vol. Rijden met aanhangwagen
met maximale kogeldruk.
a) Indien de beladingstoestand van de wagen niet in het over-
zicht voorkomt, kunnen ook tussenstanden geselecteerd wor-
den.
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling
De regelaar is vervangen bij wagens met dy-
namische lichtbundel-hoogteverstelling. De
lichtbundel wordt automatisch aan de bela-
dingstoestand van de wagen aangepast wan-
neer de koplampen worden ingeschakeld. ATTENTIE
Zware voorwerpen in de wagen kunnen er de
oorz aak
van zijn dat de koplampen andere
weggebruikers verblinden en afleiden. Dit
kan ernstige ongevallen tot gevolg hebben.
● Pas de lichtbundel aan de beladingstoe-
stand
van de wagen aan zodat de overige
weggebruikers hierdoor niet verblind worden. Alarmlichten
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 31 De alarmlichten dienen om in gevaarlijke si-
tuaties
andere verkeersdeelnemers op uw
wagen attent te maken.
Als de wagen dienst weigert:
1. Uw wagen op een veilige afstand tot het rijdend verk
eer zetten.
2. Druk op de knop om de alarmlichten in te sch
akelen ››› .
3. Motor afzetten.
4. Handrem aantrekken.
5. Bij wagens met handgeschakelde versnel- ling
s
bak de 1e versnelling inschakelen of
de keuzehendel in stand P zetten als de
wagen met een automatische versnel-
lingsbak is uitgerust.
6. Gebruik de gevarendriehoek om andere verkeer
sdeelnemers erop te attenderen
dat uw wagen stilstaat.
7. Neem altijd de sleutel mee wanneer u de wagen
verlaat.
Als de alarmlichten zijn ingeschakeld, knip-
peren alle knipperlichten van de wagen tege-
lijkertijd. Dit betekent dat zowel de controle-
lampjes van de knipperlichten als het
controlelampje van de schakelaar tegelij-
kertijd knipperen. De alarmlichten werken
ook wanneer het contact is uitgeschakeld.
146
Page 157 of 320

Vervoeren en praktische uitrustingen
Vervoeren en praktische uit-
ru s
tin
gen
Praktische uitrustingen Dashboardkastje Afb. 155
Bijrijderszijde: dashboardkastje. Door aan de greep te trekken kan het opberg-
v
ak
w
orden geopend ››› afb. 155.
Dit opbergvak is bedoeld voor A4-formaat
documenten, een fles water van 1,5 l, etc.
In het dashboardkastje bevindt zich de cd-
speler, afhankelijk van de uitrusting. In het
overeenkomstige instructieboekje wordt uit-
gelegd hoe deze bediend moet worden. ATTENTIE
De klep van het opbergvak tijdens het rijden
altijd g e
sloten houden om het risico op ver- wondingen tijdens plotseling remmen of in
gev
a
l van een ongeluk te vermijden. Opberglade onder de voorstoelen*
Afb. 156
Opbergvak onder de rechtervoor-
s t
oel
. Om te openen
– De lade wordt geopend door aan de hand-
gr eep t
e tr
ekken.
Om te sluiten
– Druk het deksel naar binnen tot de "klik"
van de ge
sloten lade hoorbaar is. Let op
De maximale belading die het opbergvak mag
drag en bedr
aagt 1,5 kg. Opbergzak in de stoel*
Afb. 157
Opbergzak. Op de achterzijde van de rugleuning van de
v oor
s
toelen bevindt zich een opbergzak.
Opbergvak in het paneel van het voor-
portier* In dit opbergvak kunnen een fles water van
1,5 l, et
c
., w
orden opgeborgen.
155
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 167 of 320

Airconditioning
Luchtroosters Afb. 169
Luchtroosters. Voor een correcte verwarming, koeling en
v
enti
l
atie in het interieur van de wagen moe-
ten de luchtroosters ››› afb. 169 1 continu
g eopend
z
ijn.
● Met de lamellen kunnen de roosters afzon-
derlijk ge
sloten of geopend en de lucht-
stroom naar wens ingesteld worden.
Er zijn ook luchtroosters die niet versteld
kunnen worden; deze bevinden zich in het
dashboard 2 , in de beenruimte en achterin
de w agen. Let op
Plaats nooit voedingsmiddelen, medicijnen of
andere v
oorwerpen die gevoelig zijn voor
temperaturen voor de luchtroosters, ze kun- nen beschadigd of onbruikbaar raken als ge-
vo
l
g van de lucht die uit de luchtroosters
stroomt. Circulatiefunctie
In de luchtrecirculatiefunctie wordt voorko-
men dat
in de w
agen geuroverlast ontstaat,
bijv. bij het rijden door tunnels of in files.
Als de regelaar van de luchtverdeling in de
ontwasemingsstand staat, zal de klep van
luchtcirculatie altijd openstaan (controle-
lampje uit).
Als de regelaar van de luchtverdeling vanuit
een willekeurige stand in de ontwasemings- stand wordt gezet, dan wordt de luchtcircula-
tie autom
ati
sch uitgeschakeld.
De luchtcirculatie inschakelen
In iedere willekeurige stand van de luchtver-
deling behalve de ontwasemingsstand: ● Druk op de toets , het lamp
je van de
toets gaat branden om aan te geven dat de
luchtcirculatie in het interieur is ingescha-
keld.
De luchtcirculatie uitschakelen
In iedere willekeurige stand van de luchtver-
deling behalve de ontwasemingsstand:
● Druk nogmaals op de toets en het
lampj
e van de toets gaat uit om aan te geven »
165
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 275 of 320

Verzorging en onderhoud
VOORZICHTIG
● Om kr a
ssen te voorkomen, mag u het dis-
play niet droog schoonmaken.
● Om schade te voorkomen, moet u erop let-
ten dat
er geen vocht in het bedieningspaneel
van Easy Connect-systeem* komt. Kunststof delen en het dashboard
sc
hoonm
aken–
Een schone, niet-pluizende doek met water
bev oc
htig
en en de kunststof delen en het
dashboard schoonmaken.
– Wanneer dat niet voldoende mocht zijn, ge-
bruikt u een spec
iaal oplosmiddelvrij
kunststofreinigings- en onderhoudsmiddel. ATTENTIE
Maak nooit het dashboard en het oppervlak
van de airb agmodu
les schoon met reinigings-
middelen die oplosmiddelen bevatten. Door
schoonmaakmiddelen met oplosmiddelen
wordt het oppervlak poreus. Bij het activeren
van de airbag kan dit tot verwondingen lei-
den als gevolg van losschietende kunststof
deeltjes. VOORZICHTIG
Schoonmaakmiddelen met oplosmiddel tas-
ten het m
ateriaal aan. Houten sierelementen schoonmaken*
–
Een schone doek met water bevochtigen en
het hout s
choonmaken.
– Wanneer dat niet voldoende is, mild zeep-
sop ge
bruiken. VOORZICHTIG
Schoonmaakmiddelen met oplosmiddel tas-
ten het m
ateriaal aan. Schoonmaken weefsels en stoffen be-
k
l
edin
g Textiel en textiele bekledingen (stoelen, por-
tierp
anel
en en
z.) moeten regelmatig met een
stofzuiger worden schoon gezogen. Hierdoor
worden vuildeeltjes van het oppervlak verwij-
derd die anders bij het gebruik in de stof ge-
wreven kunnen worden. Stoomreinigers mo-
gen niet worden gebruikt, omdat door de
stoom de verontreiniging dieper in het textiel
dringt en wordt vastgezet.
Normaal schoonmaken
In het algemeen raden wij aan voor het
schoonmaken een zachte spons of een uni-
versele niet-pluizende microvezeldoek te ge-
bruiken. Alleen vloerbedekking en vloermat-
ten mogen met borstels worden gereinigd
aangezien andere textiele oppervlakken door
de borstel kunnen worden beschadigd. Bij oppervlakkige algemene verontreinigin-
gen kan met
een universeel schuimschoon-
maakmiddel worden schoongemaakt. Het
schuim wordt met een zachte spons op het
oppervlak van textiel verdeeld en licht inge-
wreven. Het doornat maken van het textiel
moet echter worden voorkomen. Aansluitend
wordt het schuim met absorberende, droge
doeken (bijv. microvezeldoeken) afgedept en
nadat het schuim volledig is gedroogd, weg-
gezogen.
Vlekken verwijderen
Vlekken van dranken (koffie, vruchtensap
enz.) kunnen met een fijnwasmiddel-oplos-
sing worden behandeld. Deze oplossing
wordt aangebracht met een spons. Bij hard-
nekkige vlekken kan een waspasta direct op
de plaats van de vlek worden aangebracht en
ingewreven. Daarna is een nabehandeling
met schoon water noodzakelijk om de was-
middelresten te verwijderen. Daartoe wordt
water met een vochtige doek of een spons
aangebracht en met absorberende droge
doeken afgedept.
Vlekken van chocolade of make-up worden
met een waspasta (bijv. ossengalzeep) inge-
wreven. Daarna wordt de zeep met water
(vochtige spons) verwijderd.
Voor de behandeling van vet, olie, lippenstift
of balpeninkt kan spiritus worden gebruikt.
Opgeloste vet- of kleurstofdeeltjes moeten
met absorberend materiaal worden afgedept. »
273
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 307 of 320

Trefwoordenlijst
snelheidssignaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
w aar
s
chuwings- en informatieberichten . . . . . . 39
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Bewakingssysteem Front Assist aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . 212
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 214
City noodremfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Bijrijder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 73, 74, 75
Bijzonderheden aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Binnenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Bodem van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . 160
Bodem van de wagen bescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55, 276 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Brandstoftankklep openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Brandstofverbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198 waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 200 BSD
zie Dodehoekhu lp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 elektrisch naar binnen klappen . . . . . . . . . . . . 150
knop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
verwarmbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
C Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 136
automatische ontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . 131
automatisch vergrendelen door onbedoeld openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
automatisch vergrendelen door snelheid . . . . 131
drukknop voor centrale vergrendeling . . . . . . 132
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Safe-beveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 127
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62, 63
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Chroomdelen schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Circulatiefunctie airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
City noodremfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 aanjagerregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163 Automatische regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
bedieningsel
ementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
Contactsleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30, 173 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
Controlelampjes dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
De auto beladen bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67, 98
305
Page 314 of 320

Trefwoordenlijst
Toerenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115, 117
T op
T
ether . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 29
Top Tether-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 29
Trekhaak voor aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . 253 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
naderhand monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
werking en behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Tyre Mobility System zie Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
U Uitlaatgascontrolesysteem controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Uitlaatgasreinigingssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . 200 katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . 228, 232 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Uitparkeren met het inparkeersysteem . . . . . . . 243
Uitrustingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
USB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
USB/AUX-IN-ingang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
V Veiligheid kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
uitschakeling van de bijrijdersairbag . . . . . . . . 21
veiligheid van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
veilig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Veiligheidsaanwijzingen gebruik van de kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . 23, 91
gebruik van de veiligheidsgordels . . . . . . . . . . 80
gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Koelvloeistoftemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . 284 voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
zij-airb
ags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78 beschermende werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
doel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78, 84
Niet omgegespt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 82
Veiligheidsgordels losgespen . . . . . . . . . . . . . 19, 82
Veiligheidsvoorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Veilig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Velgen een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Ventileren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Verbanddoos . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Vergrendelen en ontgrendelen in de slotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
met de knop voor de centrale vergrendeling . 132
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Vergroten bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
Verkeerde zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Verlichting van het instrumentenpaneel . . . . . . 147
Vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Versnelling ingeschakeld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Versnellingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Verstelbare bodem van de bagageruimte . . . . . 160
Verstelling van de stoel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Vervoer van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Verwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167 voorruit en zijruiten wasemvrij houden . . . . . 167
voorruit ijsvrij maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Verwarming en ventilatie . . . . . . . . . . . . . . . 53, 166 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Verzorgen en schoonhouden . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Verzorging en schoonmaak . . . . . . . . . . . . . . . . . 265 Vloeistofniveaus controleren
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Vloermatten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Voetgangersbescherming zie Systeem voor voetgangersherkenning . . . 216
Voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87 veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Voorairbag van de bijrijder buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Voorairbag van de bijrijder buiten werking stellen . . .21
Vóór elke rit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Voorgloeisysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Voorruit ontwasemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Voorstoel handmatig verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Voorstoelen verstellen Lendensteun verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Vulhoeveelheden brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
W Waar moet u op letten voordat u gaat rijden? . . . 72
Waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . 119 Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
Antiblokkeersysteem ABS . . . . . . . . . . . . . . . . 187
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
display van het instrumentenpaneel . . . . . . . . 46
dynamo . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
EDS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
emissiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
312