airbag off Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 25 of 320

De essentie
De hoofdairbags zorgen voor een daling van
het ri
s
ico op letsels aan de lichaamsdelen
die het sterkst getroffen worden door de bot-
sing bij de inzittenden voor- en achterin.
››› in Hoofdairbags* op pag. 88 Kinderzitjes
Gerelat
eerde video Afb. 26
Interieur van de
auto Belangrijke aanwijzingen over de
v
oor
airb
ag van de bijrijder Afb. 27
Airbagstickers - versie 1: op de zonne-
k l
ep aan b
ijrijderszijde en op het achterste
frame van het bijrijdersportier . Afb. 28
Airbagstickers - versie 2: op de zonne-
k l
ep aan b
ijrijderszijde en op het achterste
frame van het bijrijdersportier . Op de zonneklep van de bijrijder en/of ach-
t
er
s
te omlijsting van het bijrijdersportier zit
een sticker met belangrijke informatie over
de airbag aan de bijrijderszijde.
››› in Belangrijke aanwijzingen over de
voorairbag van de bijrijder op pag. 91
››› pag. 90 23
Page 27 of 320

De essentieGewichtsklasse
Zitplaats
Bijrijdersstoel
a)Zitplaats links- of rechts-
achterZitplaats midden achter- aanb)
airbag onairbag off
Klasse 0 tot 10 kgXU*UU
Klasse 0+ tot 13 kgXU*UU
Klasse I 9 t/m 18 kgXU*UU
Klasse II 15 t/m 25 kgXUF*UFUF
Klasse III 22 t/m 36 kgXUF*UFUF
a)
De wettelijke bepalingen van elk land en de normen van de fabrikant voor het gebruik en de montage van kinderzitjes moeten worden nageleefd.
b) Semi-universele zitjes, waarbij de bevestiging gebeurt met de veiligheidsgordel van de auto en de steun, mogen niet gebruikt worden centraal achterin.
niet compatibel voor inbouw van zitjes
met deze configuratie.
Geschikt voor universele bevestigings-
systemen voor gebruik in deze gewichts-
klasse.
Geschikt voor naar voren gerichte uni-
versele bevestigingssystemen die zijn
goedgekeurd voor deze gewichtsklasse.
X:
U:
UF:
de zitjes
zonder hoogteregeling moeten
zo ver mogelijk naar achteren geplaatst
worden. De zitjes met hoogteregeling
moeten zo ver mogelijk naar achteren en
boven geplaatst worden.
De systemen bestaan uit het vastzetten van
het bevestigingssysteem voor kinderen met *: een bevestigingsriem bovenaan (Top Tether)
en met v
erankeringen onderaan in de stoel.
››› in Veiligheidsaanwijzingen op
pag. 92 25
Page 28 of 320

De essentie
Bevestiging van het kinderzitje met het systeem ISOFIX/iSize en Top Tether* Afb. 30
ISOFIX/iSize-bevestigingsbeugels. Afb. 31
Stand van de Top Tether-ringen aan
de acht er
zijde van de achterbank. Kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Tether*-
sy
s
t
eem kunnen snel, eenvoudig en veilig op
de buitenste zitplaatsen achterin worden be-
vestigd.
De buitenste zitplaatsen zijn elk van twee
"ISOFIX"-bevestigingsbeugels voorzien. Bij
sommige wagens zijn de beugels aan het
stoelframe vastgezet en bij andere wagens op het achtergedeelte van de bodem. De
"ISOFIX"-beves
tigingsbeugels ››› afb. 30 be-
vinden zich tussen de rugleuning en het kus-
sen van de achterbank. De Top Tether*-beu-
gels bevinden zich op de rugleuningen van
de achterstoelen (achterzijde van de rugleu-
ning of in de bagageruimte) ››› afb. 31. Raadpleeg de volgende tabel om te kijken
welke ISOFIX
-systemen compatibel zijn met
uw wagen.
Het toegestane lichaamsgewicht voor kinder-
zitjes of de maat A tot F vindt u op de sticker
op de kinderzitjes met de universele of semi-
universele goedkeuring.
GewichtsklasseMaatklasseApparaat
Isofix posities van de wagen
BijrijdersstoelZitplaats links- of rechtsachterZitplaats midden ach- teraan
airbag onairbag off
KinderzitjeFISO/L1XXXX
GISO/L2XXXX
Klasse 0 tot 10 kgEISO/R1XXILX26
Page 29 of 320

De essentieGewichtsklasseMaatklasseApparaat
Isofix posities van de wagen
BijrijdersstoelZitplaats links- of
rechtsachterZitplaats midden ach- teraan
airbag onairbag off
Klasse 0+ tot 13 kg
EISO/R1XXILX
DISO/R2XXILX
CISO/R3XXILX
Klasse I 9 t/m 18 kg
DISO/R2XXILX
CISO/R3XXILX
BISO/F2XXIUF/ILX
B1ISO/F2XXXIUF/ILX
AISO/F3XXIUF/ILX
Klasse II 15 t/m 25 kg------ ------
Klasse III 22 t/m 36 kg------ ------ geschikt voor universele ISOFIX-bevesti-
gin
gs
systemen van kinderzitjes die naar
voren gericht zijn en goedgekeurd zijn
voor gebruik in deze gewichtsklasse.
Geschikt voor bepaalde ISOFIX-kinderzi-
tjes die bestemd kunnen zijn voor een
IUF:
IL:
bepaald automerk, voor een beperkte
groep merken of
die semi-universeel
zijn. Houd rekening met de lijst van wa-
gens opgesteld door de fabrikant van
het kinderzitje. Positie ISOFIX niet geschikt voor ISOFIX-
beves
tigingssystemen van kinderzitjes
voor deze gewichts- of lengteklasse.
››› in Veiligheidsaanwijzingen op
pag. 92 X:
27
Page 30 of 320

De essentie
Bevestiging van het kinderzitje met het systeem "ISOFIX/iSize" Afb. 32
ISOFIX/iSize-bevestigingsbeugels. De instructies van de fabrikant van het zitje
moeten
v
erplicht nageleefd worden.
● Haak het kinderzitje vast in de bevesti-
gingsog
en achter de gleuven gemarkeerd
met het logo "ISOFIX/iSize" ››› afb. 32 tot het
hoorbaar vastklikt. Als het kinderzitje met
Top Tether*-verankering is uitgerust, moet u
dit op de desbetreffende bevestigingbeugel
aansluiten ››› afb. 34. Volg de aanwijzingen
van de fabrikant. ●
Trek
het kinderzitje aan beide zijden omh-
oog om zeker te zijn van een goede veranke-
ring.
De kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Te-
ther*-bevestigingssysteem zijn bij de Erken-
de Seat Werkplaatsen verkrijgbaar.
iSize-posities van de wagen
BijrijdersstoelZitplaats links- of rechtsachterZitplaats midden achter- aan
airbag onairbag off
Bevestigingssysteem voor kinderen goedgekeurd volgens
ECE R129XXi-UX Geldige positie voor bevestigingssyste-
men
v
an k
inderzitjes die zijn goedge-
keurd onder ECE R129 in de rijrichting
en tegen de rijrichting in.
Ongeldige positie voor bevestigingssys-
temen van kinderzitjes die zijn goedge-
keurd onder ECE R129.
i-U:
X:
28
Page 86 of 320

Veiligheid
●
All
e werkzaamheden aan de gordelspan-
ners en veiligheidsgordels evenals het uit- en
inbouwen van systeemonderdelen vanwege
andere reparatiedoeleinden mogen alleen
door de werkplaats van een officiële dealer
worden uitgevoerd.
● De bescherming van de gordelspanners
geldt
slechts voor één aanrijding. De span-
ners moeten vervangen worden als ze in
werking zijn getreden. Airbagsysteem
K or
t
e inleiding
Waarom is het dragen van veiligheids-
gordels en een juiste houding belang-
rijk? Om de optimale werking te garanderen van
de airbag
s
die worden geactiveerd, moet de
veiligheidsgordel altijd juist worden gedra-
gen en de juiste zithouding worden ingeno-
men.
Het airbagsysteem is geen vervanging van de
veiligheidsgordel maar een deel van het tota-
le passieve veiligheidsconcept van de wa-
gen. Houd er rekening mee dat de beste be-
scherming door de airbag alleen wordt be-
reikt in combinatie met goed omgegespte
veiligheidsgordels en goed ingestelde hoofd-
steunen. Daarom moeten de veiligheidsgor-
dels niet alleen vanwege wettelijke bepalin-
gen, maar ook vanwege de veiligheid worden
gebruikt ›››
pag. 78, Waarom veiligheidsgor-
dels?.
Het ontplooien van de airbag gebeurt in dui-
zendsten van een seconde, als u op dat mo-
ment een verkeerde zithouding heeft ingeno-
men kan de airbag u levensgevaarlijk ver-
wonden. Om die reden is het absoluut nood-
zakelijk dat alle inzittenden de juiste zithou-
ding blijven aannemen tijdens het rijden. Bruusk remmen kort voor een aanrijding kan
erv
oor
zorgen dat een niet-vastgegespte in-
zittende naar voren vliegt tot in het bereik
van de geactiveerde airbag. In dit geval kan
de inzittende door de airbag die wordt geac-
tiveerd levensgevaarlijk lichamelijk letsel op-
lopen. Dit geldt natuurlijk en in het bijzonder
ook voor kinderen.
Houd altijd de grootst mogelijke afstand tus-
sen uzelf en de voorairbag. Zo kunnen de
voorairbags in geval van een activering volle-
dig worden ontplooid en zo een maximale
beschermende werking bieden.
De belangrijkste factoren voor de activering
van de airbags zijn het soort botsing, de in-
valshoek van de botsing en de rijsnelheid.
Doorslaggevend voor de activering van de
airbags is de bij de botsing optredende en
door het regelapparaat bepaalde vertraging.
Blijft de tijdens de botsing optredende en ge-
meten vertraging van de wagen onder de in
het regelapparaat aangegeven referentie-
waarden, dan worden de voor-, zij- en hoofd-
airbags niet geactiveerd. Houd er rekening
mee dat de zichtbare schade aan de veronge-
lukte wagen, hoe duidelijk zichtbaar ook,
niet van doorslaggevende betekenis is ge-
weest voor het activeren van de airbags.
84
Page 87 of 320

Airbagsysteem
ATTENTIE
● Het v
erkeerd dragen van de veiligheidsgor-
dels en elke verkeerde zithouding kan tot
levensgevaarlijk lichamelijk letsel leiden.
● Alle inzittenden, ook kinderen die niet juist
zijn v
astgegespt, kunnen levensgevaarlijk li-
chamelijk letsel oplopen als de airbag wordt
geactiveerd. Kinderen t/m 12 jaar moeten al-
tijd op de zitplaatsen achterin worden ver-
voerd. Neem nooit kinderen mee in de wagen
als deze niet vastgegespt kunnen worden of
als deze niet over een kinderzitje beschikken
dat geschikt is voor hun lengte en gewicht.
● Als de veiligheidsgordel niet is vastge-
ges
pt, als er opzij of naar voren wordt ge-
leund of als er een verkeerde zithouding
wordt ingenomen, is de kans op lichamelijk
letsel bij een aanrijding aanzienlijk groter. Dit
verhoogde gevaar op lichamelijk letsel stijgt
nog meer als zij in zo'n geval door een geacti-
veerde airbag worden getroffen.
● Om het risico op lichamelijk letsel door een
geactiv
eerde airbag te reduceren, altijd de
veiligheidsgordel juist dragen.
● Voorstoelen altijd juist verstellen. Beschrijving van het airbagsysteem
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 20.
Het airbagsysteem is geen vervanging van de
veiligheidsgordel! Het airbagsysteem biedt in combinatie met de veiligheidsgordels een
bijkomende be
scherming voor de bestuurder
en bijrijder.
Het airbagsysteem bestaat (afhankelijk van
de installatie) voornamelijk uit:
● een elektronische stuur- en controlevoor-
ziening (r
egelapparaat);
● voorairbags voor bestuurder en bijrijder,
● zij-airbags,
● hoofdairbags,
● een controlelampje in het ins
trumenten-
paneel ››› pag. 86.
● een sleutelschakelaar voor de voorairbag
van de bijrijder
,
● een controlelampje voor het uitschake-
len/ins
chakelen van de voorairbag van de
bijrijder.
De werking van het airbagsysteem wordt
elektronisch gecontroleerd. Telkens wanneer
het contact wordt ingeschakeld, gaat het air-
bagcontrolelampje enkele seconden branden
(zelfdiagnose).
Er is een storing in het systeem als het con-
trolelampje :
● gaat niet branden wanneer het contact
wordt
ingeschakeld ›››
pag. 86,
● niet na ca. vier seconden uitgaat nadat het
cont act
werd ingeschakeld, ●
weer g aat
branden nadat het contact werd
ingeschakeld en het controlelampje uitging,
● gaat branden of knipperen tijdens het rij-
den.
Het airbag
systeem wordt niet geactiveerd
bij:
● uitgeschakeld contact,
● lichte frontale botsingen,
● lichte botsingen van opzij;
● botsingen van achteren;
● over de kop slaan. ATTENTIE
● De m ax
imale beschermende werking van de
veiligheidsgordels en het airbagsysteem
wordt alleen bij een correcte zitpositie be-
reikt ››› pag. 73, Zithouding van de inzitten-
den.
● Als er een storing in het airbagsysteem is,
moet het sy
steem direct in een werkplaats
van een officiële dealer worden gecontro-
leerd. Anders bestaat het gevaar dat ze bij
een frontale botsing helemaal niet of niet op-
timaal worden geactiveerd. Airbag activeren
De airbag wordt in een fractie van een secon-
de en met
hog
e s
nelheid opgeblazen om bij
een ongeval extra bescherming te kunnen »
85
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 90 of 320

Veiligheid
systeem vanwege reparatiewerkzaamheden
(bij
v
. voorstoel uitbouwen) mogen alleen
door de werkplaats van een officiële dealer
worden uitgevoerd. Anders kunnen er storin-
gen in de werking van de airbags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkel
e verandering worden aange-
bracht.
● De aansturing van de zij- en hoofdairbags
gebeur
t met sensoren die zich bevinden aan
de binnenzijde van de voorportieren. Om de
correcte werking van de zij- en hoofdairbags
te garanderen, mogen noch de portieren,
noch de portierpanelen gewijzigd worden
(bijv. door naderhand luidsprekers in te bou-
wen). Indien schade aangebracht wordt aan
het voorportier kan de correcte werking van
het systeem aangetast worden. Alle werk-
zaamheden aan het voorportier moeten door
de werkplaats van een officiële dealer uitge-
voerd worden.
● Bij een botsing van opzij werken de zij-air-
bags
niet indien de sensoren niet correct de
drukverhoging meten aan de binnenzijde van
de portieren, wanneer de lucht naar buiten
komt via de zones met gaten of openingen in
het paneel van het portier.
● Nooit rijden met uitgebouwde binnenpane-
len v
an de portieren of niet correct afgestelde
panelen.
● Nooit rijden wanneer de luidsprekers in de
portierpanel
en uitgebouwd zijn, behalve
wanneer de openingen van de luidspreker
correct zijn afgedekt. ●
Altijd c ontr
oleren of de openingen bedekt
of afgesloten zijn wanneer luidsprekers of
een andere uitrusting geïnstalleerd worden in
de binnenpanelen van de portieren.
● Alle werkzaamheden aan de portieren moet
uitgev
oerd worden door de werkplaats van
een officiële dealer. Hoofdairbags*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 22. ATTENTIE
● Om de hoofd airb
ags hun volledige bescher-
mende werking te laten bieden, moeten de
veiligheidsgordels ervoor zorgen dat de juis-
te zithouding tijdens het rijden altijd blijft be-
houden.
● Om veiligheidsredenen dient de hoofdair-
bag v
erplicht te worden uitgeschakeld bij wa-
gens die met een scheidingsnet uitgerust
zijn. Laat de airbag uitschakelen bij uw dea-
ler.
● Tussen de inzittenden van de wagen en het
werkin
gsgebied van de hoofdairbags mogen
zich geen andere personen, dieren of voor-
werpen bevinden zodat de airbag ongehin-
derd kan worden ontvouwen en zijn maximale
beschermende werking kan bieden. Daarom
mogen aan de ruiten in geen geval zonwerin-
gen worden bevestigd die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd. ●
Aan de kl edin
ghaken in de wagen mag uit-
sluitend kleding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten. Bovendien mogen voor het op-
hangen van de kleding geen kleerhangers
worden gebruikt.
● De beschermende werking van de airbags
geldt
slechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Alle werkzaamheden aan de hoofdairbag
en het uit- en inbou
wen van onderdelen van
het systeem vanwege reparatiewerkzaamhe-
den (bijv. verwijderen van de hemelbekle-
ding) mogen alleen in de werkplaats van een
officiële dealer worden uitgevoerd. Anders
kunnen er storingen in de werking van de air-
bags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkel
e verandering worden aange-
bracht.
● De aansturing van de zij- en hoofdairbags
gebeur
t met sensoren die zich bevinden aan
de binnenzijde van de voorportieren. Om de
correcte werking van de zij- en hoofdairbags
te garanderen, mogen noch de portieren,
noch de portierpanelen gewijzigd worden
(bijv. door naderhand luidsprekers in te bou-
wen). Indien schade aangebracht wordt aan
het voorportier kan de correcte werking van
het systeem aangetast worden. Alle werk-
zaamheden aan het voorportier moeten door
de werkplaats van een officiële dealer uitge-
voerd worden. 88
Page 160 of 320

Bedienen
– Bag
ag
e met een bagagenet* of met niet-
elastische spanbanden aan de bevesti-
gingsogen* vastzetten. ATTENTIE
● Lo s
liggende lading of andere losliggende
voorwerpen in de bagageruimte kunnen ern-
stig lichamelijk letsel veroorzaken.
● Voorwerpen altijd opbergen in de bagage-
ruimte en deze
vastzetten aan de aanwezige
bevestigingsogen*.
● Losliggende voorwerpen kunnen bij plotse-
linge m
anoeuvres of ongevallen naar voren
worden geslingerd en de inzittenden van de
wagen of andere verkeersdeelnemers ver-
wonden. Dit verhoogde risico op letsel wordt
nog eens extra vergroot als de losse voorwer-
pen worden geraakt door een airbag die
wordt geactiveerd. In een dergelijk geval kun-
nen de voorwerpen veranderen in projectielen
– levensgevaar!
● Voorwerpen altijd opbergen in de bagage-
ruimte en v
ooral bij zware voorwerpen ge-
schikte spanbanden gebruiken.
● Overschrijd nooit de toelaatbare asbelas-
tingen en het
toelaatbare totaalgewicht van
de wagen. Wanneer deze gewichten worden
overschreden, kunnen de rij-eigenschappen
van de wagen veranderen en tot ongevallen,
lichamelijk letsel en wagenschade leiden.
● Let erop dat bij het vervoer van zware voor-
werpen de rij-eigen
schappen door verplaat-
sing van het zwaartepunt wijzigen - gevaar voor ongelukken! Pas daarom uw rijstijl en de
snelheid aan de oms
t
andigheden aan.
● Laat uw wagen nooit onbeheerd achter,
voora
l niet als de achterklep is geopend. Kin-
deren zouden in de kofferruimte kunnen ko-
men en de klep van binnenuit dichtmaken; ze
zijn dan ingesloten en kunnen zonder hulp
niet uit de wagen komen – levensgevaar!
● Laat nooit kinderen in en bij de wagen spe-
len. Sluit
en vergrendel zowel de achterklep
als alle portieren wanneer u de wagen ver-
laat. Controleer vóór het vergrendelen van de
wagen of er geen personen meer in de wagen
zitten.
● Let op de aanwijzingen in ›››
pag. 72. VOORZICHTIG
De verwarmingsdraden van de achterruit kun-
nen door sc hur
ende voorwerpen op de hoe-
denplank worden vernield. Let op
● De b anden
spanning moet aan de bela-
dingstoestand worden aangepast. Raadpleeg
indien nodig de sticker met de bandenspan-
ningswaarden die zich aan de achterzijde op
de portierstijl linksvoor bevindt ››› pag. 290.
● Luchtcirculatie in de wagen helpt het be-
slaan
van de ruiten tegen te gaan. De gebruik-
te lucht wordt afgevoerd door ontluchtings-
gleuven in de zijbekleding in de bagageruim-
te. Zorg ervoor dat de ontluchtingsgleuven
niet zijn afgedekt. ●
Ges c
hikte spanbanden om lading aan de
bevestigingsogen* vast te maken, zijn ver-
krijgbaar bij een automaterialenzaak. Hoedenplank
Afb. 163
In de bagageruimte: hoedenplank
uit - en inbou
w
en. Afb. 164
In de bagageruimte: hoedenplank
uit - en inbou
w
en.158
Page 181 of 320

Rijden
in beweging komen of er kan iets onver-
wac
ht
s gebeuren, met schade, brand of ern-
stige letsels tot gevolg. ATTENTIE
Sprays voor koud starten kunnen ontploffen
of een p lot
selinge toerentalverhoging van de
motor veroorzaken.
● Gebruik nooit sprays voor koud starten. VOORZICHTIG
● De s t
artmotor of motor kan beschadigd ra-
ken indien u tijdens het rijden probeert de
motor te starten of de motor meteen na het
uitzetten opnieuw in werking stelt.
● Als de motor koud is, vermijdt u hoge toe-
renta
llen, hoge belasting en plotse versnel-
lingen.
● Start de motor niet terwijl de wagen wordt
geduwd of
gesleept. Onverbrande benzine
zou in de katalysator kunnen komen en deze
beschadigen. Let op
● Wac ht
niet tot de motor warm is bij stil-
staande wagen; als u een goed zicht hebt
door de ruiten, begin dan onmiddellijk te rij-
den. Hierdoor bereikt de motor sneller zijn
bedrijfstemperatuur en is de uitstoot van
schadelijke gassen lager. ●
Bij het s t
arten van de motor worden de be-
langrijkste stroomverbruikers tijdelijk uitge-
schakeld.
● Bij het koud starten van de motor kan het
geluid kor
t toenemen. Dit is normaal en geen
reden om u zorgen te maken.
● Wanneer de buitentemperatuur lager is dan
+5°C (+41°F), kan er
zich bij een dieselmotor
rook vormen onder de wagen als de standka-
chel, die op brandstof werkt, is ingeschakeld. Motor afzetten
3 Geldt
voor wagens: met startknop
StapMotor uitzetten met de startknop
››› pag. 177.
1.Zet de wagen volledig stil ››› .
2.Trap het rempedaal in en houd het ingedrukt
tot stap 4 uitgevoerd is.
3.Indien uw wagen beschikt over automatische
versnellingsbak, plaatst u de keuzehendel in
stand P.
4.Trek de handrem aan ››› pag. 180.
5.
Druk de startknop kort in ››› afb. 174. De knop
START ENGINE STOP knippert opnieuw. Als de
motor niet stopt, voer dan een nooduitschake-
ling uit ››› pag. 177.
6.Schakel in geval van een handgeschakelde
versnellingsbak de 1e versnelling of de achter-
uitversnelling in. ATTENTIE
Zet de motor nooit uit terwijl de wagen in be-
we gin
g is. Dit kan leiden tot verlies van con-
trole over de wagen, ongeval en ernstige let-
sels.
● De airbags en gordelspanners zijn buiten
werkin
g als het contact is uitgeschakeld.
● De rembekrachtiger werkt niet bij uitge-
sch
akelde motor. Daarom moet u bij uitge-
schakelde motor het rempedaal krachtiger in-
trappen om de wagen tot stilstand te bren-
gen.
● De stuurbekrachtiging werkt niet bij uitge-
sch
akelde motor. Wanneer de motor is afge-
zet, heeft u meer kracht nodig om te sturen.
● Als het contact wordt uitgeschakeld, kan de
stuurk
olomvergrendeling geactiveerd worden
waardoor u geen controle meer hebt over de
wagen. VOORZICHTIG
Als de motor veel belast wordt gedurende
lan g
ere tijd, kan hij na het uitschakelen over-
verhit raken. Om motorschade te voorkomen,
laat u de motor na het uitzetten gedurende
ca. 2 minuten in neutrale stand stationair
draaien. Let op
Na het uitzetten van de motor kan de koel-
lucht v
entilator nog enkele minuten blijven » 179
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid