dashboard Seat Arona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2018, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2018Pages: 332, PDF Size: 6.85 MB
Page 121 of 332

Instrumenten en controlelampjes
Instrumenten en controlelampjes
In s
trument
en
Overzicht instrumentenpaneel Afb. 125
Instrumentenpaneel, in het dashboard. De plaats van de instrumenten hangt af van
de model- en mot
oruit
v
oering.
Toerenteller (van de draaiende motor, in
honderd omwentelingen per minuut)
››› pag. 120.
Het begin van de rode zone van de toe-
renteller geeft het maximale toerental
aan in elke willekeurige versnelling na
het inrijden en met warme motor. Vóór
1 het bereiken van dit gebied, wordt aan-
bev
o
l
en op te schakelen, de keuzehendel
in stand D te zetten of de voet van het
gaspedaal nemen ››› .
K oelvloei
s
toftemperatuurmeter ››› pag.
122.
Elementen op het display ››› pag. 120.
Instel- en weergaveknop ››› pag. 122.
2 3
4 Snelheidsmeter.
Br
and
s
tofmeter ››› pag. 123. ATTENTIE
Iedere afleiding kan tot een ongeval leiden
met het d
aaraan verbonden risico van ver-
wondingen.
● De knoppen e.d. van het instrumentenpa-
neel niet tijden
s het rijden bedienen. » 5
6
119
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 150 of 332

Bedienen
Buiten werking stellen
– Lichtschakelaar in stand dr aaien.
Aut om
atische rijlichtregeling
Als de automatische regeling van het dim-
licht is ingeschakeld, wordt het dimlicht door
een lichtsensor automatisch ingeschakeld
wanneer u bijvoorbeeld overdag een tunnel
inrijdt. ATTENTIE
● Hoewel de aut
omatische rijlichtregeling ge-
activeerd is, wordt het dimlicht bij mist niet
ingeschakeld. Het dimlicht dient derhalve
met de hand ingeschakeld te worden. Let op
● Bij wag en
s met automatische rijlichtrege-
ling zal, als de contactsleutel uit het contact-
slot gehaald wordt, het akoestische signaal
alleen klinken als de lichtschakelaar in de
stand staat.
● Let bij het gebruik van de beschreven ver-
lichting op de w
ettelijke bepalingen.
● Geen klevers voor de sensor op de voorruit
beves
tigen. Dit kan eventueel storingen of
defecten in de automatische rijlichtregeling
veroorzaken. ●
De r e
gensensor schakelt het dimlicht in
wanneer de ruitenwissers gedurende enkele
seconden ononderbroken wissen, en schakelt
het dimlicht weer uit als het ononderbroken
of met interval wissen gedurende enkele mi-
nuten is gestopt. Dagrijverlichting
Voor het dagrijlicht zijn er afzonderlijke lam-
pen in de kop
l
ampen opgenomen. Bij het in-
schakelen van de automatische dagrijverlich-
ting gaan die lampen branden 1)
››› .
Het d
agrijlic
ht wordt ontstoken zodra het
contact wordt ingeschakeld, terwijl de scha-
kelaar in de standen of staat, al naar
gelang de stand voor de buitenverlichting is.
Wanneer de lichtschakelaar in de stand
staat, zorgt een verlichtingssensor voor het
automatisch in- en uitschakelen van het dim-
licht (inclusief de verlichting van het instru-
mentenpaneel) resp. het dagrijlicht, al naar
gelang de hoeveelheid daglicht. ATTENTIE
● U mag nooit met
dagrijlicht rijden als de
weg slecht verlicht is vanwege de weersom-
standigheden of als het het donker is. De dagrijverlichting levert onvoldoende licht om
de we
g g
oed te verlichten of om goed zicht-
baar te zijn voor andere weggebruikers.
● In wagens met achterlichten met lampen
gaan de acht
erlichten niet branden wanneer
de dagrijverlichting wordt ingeschakeld. Een
wagen zonder ingeschakelde achterlichten is
's nachts, bij regen of bij slecht zicht voor
achteropkomend verkeer niet zichtbaar. Mistlicht
Afb. 146
Dashboard: lichtschakelaar. Mistlampen vooraan inschakelen*
● Trek de lichtschakelaar van deze lampen uit
t ot
in de eer
ste stand ››› afb. 146 1 , vanaf
de po s
itie
s , of . Het symbool
van de lichtschakelaar gaat branden. 1)
In wagens uitgerust met led-achterlichten gaat ook
het s t
adslicht achteraan branden.
148
Page 153 of 332

Lichten en zicht
seconden wordt de bundel van het dimlicht
iets omhoog g
ep
laatst voor een grote zicht-
baarheid op de weg voor de bestuurder.
● Uitschakeling: bij het
verlagen van de snel-
heid van de auto tot onder 100 km/u (62
mpu) wordt de lichtbundel onmiddellijk weer
teruggezet naar normale stand.
Lichtbundel-hoogteverstelling Afb. 148
Dashboard: lichtbundel-hoogtever-
s t
el
ling van de koplampen. De lichtbundel-hoogteverstelling past zich af-
h
ank
elijk
van de waarde van de lichtbundel
van de koplampen aan de beladingstoestand
van de auto aan. Hierdoor heeft de bestuur-
der een zo goed mogelijk zicht terwijl tegen-
liggers niet worden verblind ››› .
U k u
nt
de koplampen alleen verstellen als
het dimlicht aan staat. Draai voor verstellen aan de knop
›››
afb.
148:
WaardeBeladingstoestand a)
van de wagen
Voorstoelen bezet en bagageruimte leeg
Alle plaatsen bezet en bagageruimte leeg
Alle plaatsen bezet en bagageruimte vol.
Met aanhangwagen met minimale kogeld-
ruk
Alleen de bestuurdersstoel bezet en baga-
geruimte vol. Rijden met aanhangwagen
met maximale kogeldruk.
a)
Indien de beladingstoestand van de wagen niet in het over-
zicht voorkomt, kunnen ook tussenstanden geselecteerd wor-
den.
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling
De regelaar is vervangen bij wagens met dy-
namische lichtbundel-hoogteverstelling. De
lichtbundel wordt automatisch aan de bela-
dingstoestand van de wagen aangepast wan-
neer de koplampen worden ingeschakeld. ATTENTIE
Zware voorwerpen in de wagen kunnen er de
oorz aak
van zijn dat de koplampen andere
weggebruikers verblinden en afleiden. Dit
kan ernstige ongevallen tot gevolg hebben.
● Pas de lichtbundel aan de beladingstoe-
stand
van de wagen aan zodat de overige
weggebruikers hierdoor niet verblind worden. Alarmlichten
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 32
De alarmlichten dienen om in gevaarlijke si-
tuaties andere verkeersdeelnemers op uw
wagen attent te maken.
Als de wagen dienst weigert:
1. Uw wagen op een veilige afstand tot het rijdend verk
eer zetten.
2. Druk op de knop om de alarmlichten in te sch
akelen ››› .
3. Motor afzetten.
4. Handrem aantrekken.
5. Bij wagens met handgeschakelde versnel- ling
s
bak de 1e versnelling inschakelen of
de keuzehendel in stand P zetten als de
wagen met een automatische versnel-
lingsbak is uitgerust.
6. Gebruik de gevarendriehoek om andere verkeer
sdeelnemers erop te attenderen
dat uw wagen stilstaat.
7. Neem altijd de sleutel mee wanneer u de wagen
verlaat.
Als de alarmlichten zijn ingeschakeld, knip-
peren alle knipperlichten van de wagen tege-
lijkertijd. D.w.z. dat zowel de controlelampjes
van de knipperlichten als het controle-
lampje van de schakelaar tegelijkertijd»
151
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 162 of 332

Bedienen
Vervoeren en praktische uit-
ru s
tin
gen
Praktische uitrustingen dashboardkastje Afb. 157
Bijrijderszijde: dashboardkastje. Door aan de greep te trekken kan het opberg-
v
ak
w
orden geopend ››› afb. 157.
Dit opbergvak is bedoeld voor A4-formaat
documenten, een fles water van 1,5 l, etc.
In het dashboardkastje bevindt zich de cd-
speler, afhankelijk van de uitrusting. In het
overeenkomstige instructieboekje wordt uit-
gelegd hoe deze bediend moet worden. ATTENTIE
De klep van het opbergvak tijdens het rijden
altijd g e
sloten houden om het risico op ver- wondingen tijdens plotseling remmen of in
gev
a
l van een ongeluk te vermijden. Opberglade onder de voorstoelen*
Afb. 158
Opbergvak onder de rechtervoor-
s t
oel
. Om te openen
– De lade wordt geopend door aan de hand-
gr eep t
e tr
ekken en de lade met de hand te
begeleiden.
Om te sluiten
– Druk het deksel naar binnen tot de "klik"
van de ge
sloten lade hoorbaar is. Let op
De maximale belading die het opbergvak mag
drag en bedr
aagt 1,5 kg. Opbergzak in de stoel*
Afb. 159
Opbergzak. Op de achterzijde van de rugleuning van de
v oor
s
toelen bevindt zich een opbergzak.
Opbergvak in het paneel van het voor-
portier* In dit opbergvak kunnen een fles water van
1,5 l, et
c
., w
orden opgeborgen.
160
Page 173 of 332

Airconditioning
Voor een correcte verwarming, koeling en
v enti
l
atie in het interieur van de wagen moe-
ten de luchtroosters ››› afb. 171 1 continu
g eopend
z
ijn.
● Met de lamellen kunnen de roosters afzon-
derlijk ge
sloten of geopend en de lucht-
stroom naar wens ingesteld worden.
Er zijn ook luchtroosters die niet versteld
kunnen worden; deze zijn te vinden in het
dashboard 2 , in de beenruimte en achterin
de w ag
en. Let op
Plaats nooit voedingsmiddelen, medicijnen of
andere v
oorwerpen die gevoelig zijn voor
temperaturen voor de luchtroosters, ze kun-
nen beschadigd of onbruikbaar raken als ge-
volg van de lucht die uit de luchtroosters
stroomt. Luchtcirculatiefunctie
In de luchtrecirculatiefunctie wordt voorko-
men d
at
in de w
agen geuroverlast ontstaat,
bijv. bij het rijden door tunnels of in files. Als de regelaar van de luchtverdeling in de
ontwasemin
gsstand staat, zal de klep van
luchtcirculatie altijd openstaan (controle-
lampje uit).
Als de regelaar van de luchtverdeling vanuit
een willekeurige stand in de ontwasemings-
stand wordt gezet, dan wordt de luchtcircula-
tie automatisch uitgeschakeld.
De luchtcirculatie inschakelen
In iedere willekeurige stand van de luchtver-
deling behalve de ontwasemingsstand:
● Druk op de toets , het lamp
je van de
toets gaat branden om aan te geven dat de
luchtcirculatie in het interieur is ingescha-
keld.
De luchtcirculatie uitschakelen
In iedere willekeurige stand van de luchtver-
deling behalve de ontwasemingsstand:
● Druk nogmaals op de toets en het
lampj
e van de toets gaat uit om aan te geven
dat de luchttoevoer van buiten is ingescha-
keld. In de ontwasemingsstand is de luc
httoe-
voer in het interieur altijd van buitenaf. ATTENTIE
In de luchtcirculatiestand wordt geen buiten-
lucht t
ot het interieur toegelaten. Bovendien
kunnen de ruiten bij uitgeschakelde aircondi-
tioning snel beslaan. Daarom de luchtcircula-
tiefunctie niet langere tijd ingeschakeld laten
- gevaar voor ongevallen! Let op
● Bij ins c
hakeling van de circulatiefunctie is
automatisch de toets actief (om het be-
slaan van de ruiten te vermijden). Indien de
temperatuurregelaar in koudste stand wordt
gezet (blauw punt), worden de circulatiefunc-
tie en de toets automatisch geactiveerd.
● Als de functie niet met de toets wordt uitge-
sch
akeld, wordt deze automatisch uitgescha-
keld na ca. 20 min. 171
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 280 of 332

Aanwijzingen
Kunststof delen en het dashboard
s c
hoonm
aken–
Een schone, niet-pluizende doek met water
bevoc htig
en en de kunststof delen en het
dashboard schoonmaken.
– Wanneer dat niet voldoende is, gebruikt u
een speci
aal oplossingsvrij kunststofreini-
gings- en onderhoudsmiddel. ATTENTIE
Maak nooit het dashboard en het oppervlak
van de airb agmodu
les schoon met reinigings-
middelen die oplosmiddelen bevatten. Door
schoonmaakmiddelen met oplosmiddelen
wordt het oppervlak poreus. Bij het activeren
van de airbag kan dit tot verwondingen lei-
den als gevolg van losschietende kunststof
deeltjes. VOORZICHTIG
Schoonmaakmiddelen met oplosmiddel tas-
ten het m
ateriaal aan. Houten decor schoonmaken*
–
Een schone doek met water bevochtigen en
het hout
s
choonmaken.
– Wanneer dat niet voldoende is, mild zeep-
sop ge
bruiken. VOORZICHTIG
Schoonmaakmiddelen met oplosmiddel tas-
ten het m
ateriaal aan. Schoonmaken textiel en stoffen be-
kl
edin
g Textiel en textiele bekledingen (stoelen, por-
tierpanel
en en
z.) moeten regelmatig met een
stofzuiger worden schoon gezogen. Hierdoor
worden vuildeeltjes van het oppervlak verwij-
derd die anders bij het gebruik in de stof ge-
wreven kunnen worden. Stoomreinigers mo-
gen niet worden gebruikt, omdat door de
stoom de verontreiniging dieper in het textiel
dringt en wordt vastgezet.
Normaal schoonmaken
In het algemeen raden wij aan voor het
schoonmaken een zachte spons of een uni-
versele niet-pluizende microvezeldoek te ge-
bruiken. Alleen vloerbedekking en vloermat-
ten mogen met borstels worden gereinigd
aangezien andere textiele oppervlakken door
de borstel kunnen worden beschadigd.
Bij oppervlakkige algemene verontreinigin-
gen kan met een universeel schuimschoon-
maakmiddel worden schoongemaakt. Het
schuim wordt met een zachte spons op het
oppervlak van textiel verdeeld en licht inge-
wreven. Het doornat maken van het textiel moet echter worden voorkomen. Aansluitend
wor
dt
het schuim met absorberende, droge
doeken (bijv. microvezeldoeken) afgedept en
nadat het schuim volledig is gedroogd, weg-
gezogen.
Vlekken verwijderen
Vlekken van dranken (koffie, vruchtensap
enz.) kunnen met een fijnwasmiddel-oplos-
sing worden behandeld. Deze oplossing
wordt aangebracht met een spons. Bij hard-
nekkige vlekken kan een waspasta direct op
de plaats van de vlek worden aangebracht en
ingewreven. Daarna is een nabehandeling
met schoon water noodzakelijk om de was-
middelresten te verwijderen. Daartoe wordt
water met een vochtige doek of een spons
aangebracht en met absorberende droge
doeken afgedept.
Vlekken van chocolade of make-up worden
met een waspasta (bijv. ossengalzeep) inge-
wreven. Daarna wordt de zeep met water
(vochtige spons) verwijderd.
Voor de behandeling van vet, olie, lippenstift
of balpeninkt kan spiritus worden gebruikt.
Opgeloste vet- of kleurstofdeeltjes moeten
met absorberend materiaal worden afgedept.
Eventueel kan een nabehandeling met een
waspasta en water noodzakelijk zijn.
Bij sterke vervuiling van de bekleding advise-
ren wij u een gespecialiseerd bedrijf in te
278
Page 319 of 332

Trefwoordenlijst
Boordcomputer zie
B
estuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57, 281 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Brandstofverbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205 waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 207
BSD zie Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155 elektrisch naar binnen klappen . . . . . . . . . . . . 155
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
knop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
verwarmbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
C Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 141
automatische ontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . 136
automatisch vergrendelen door onbedoeldopenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
automatisch vergrendelen door snelheid . . . . 136
drukknop voor centrale vergrendeling . . . . . . 137
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Safe-beveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134 sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 132
veiligheid
sontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65, 66
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Chroomdelen schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 aanjagerregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
Automatische regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Contactsleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31, 178 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
Controlelampjes dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 212
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Cruisecontrol bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
waarschuwings- en controlelampje . . . . . . . . . 212
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47 dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
De auto s
tarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70, 102
Dichtschuiven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Ramen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Diesel roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Dieselolie roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Digitale klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Display van de radio: schoonmaken . . . . . . . . . . 277
Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 237
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
indicatie in de buitenspiegel . . . . . . . . . . . . . . 233
rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
DSG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
DSG-versnellingsbak: zie Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . 194
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling . . . . 151
Dynamo Waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
E
E10 zie Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Easy Connect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34, 125
317
Page 326 of 332

Trefwoordenlijst
Textiel: schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Tiptr onic
(aut
omatische versnellingsbak) 194, 196
Toerenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119, 120
Topsnelheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Top Tether . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 30
Top Tether-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 30
Trekhaak voor aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . 259 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
naderhand monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 268
werking en behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 264
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Tyre Mobility System zie Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
U Uitlaatgascontrolesysteem Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Uitlaatgasreinigingssysteem katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Uitlaatgasreinigingssysteem (diesel) . . . . . . . . . 283
Uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . 232, 236 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Uitparkeren met het inparkeersysteem . . . . . . . 248
Uitrustingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
USB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
USB/AUX-IN-ingang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
V Veiligheid bijrijdersairbag buiten werking stellen . . . . . . . 22
kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
veiligheid van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
veilig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75 Veiligheidsaanwijzingen
frontairb ags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
Gebruik van de kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . 24, 94
gebruik van de veiligheidsgordels . . . . . . . . . . 83
Gordelspanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Koelvloeistoftemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . 291
zijairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 beschermende werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
doel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81, 87
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 85
Niet omgegespt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Veiligheidsgordels losgespen . . . . . . . . . . . . . 19, 85
Veiligheidsvoorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Veilig rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Velgen een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Ventileren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Verbanddoos . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Vergrendelen en ontgrendelen in de slotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
met de knop voor de centrale vergrendeling . 137
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Vergroten de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Verkeerde zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Verlichting van het instrumentenpaneel . . . . . . 152
Verloop van de gordels Bij zwangere vrouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 85
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19, 85
Vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
Versnelling ingeschakeld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Versnellingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Verstelbare bodem van de bagageruimte . . . . . 165 Verstelling van de stoel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Verv
oer van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Verwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172, 173 voorruit en zijruiten wasemvrij houden . . . . . 173
voorruit ijsvrij maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
Verwarming en frisse lucht . . . . . . . . . . . . . 55, 172 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Verzorging en schoonmaak . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Vloeistofniveaus controleren motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 287
Vloermatten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
Vóór elke rit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Voorgloeisysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Voorruit ontwasemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
Voorstoelen verstellen Lendensteun verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Vulhoeveelheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57 AdBlue-tank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
W Waar moet u op letten voordat u gaat rijden? . . . 75
Waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . 123 Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Antiblokkeersysteem ABS . . . . . . . . . . . . . . . . 191
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 223
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Display van het instrumentenpaneel . . . . . . . . 48
dynamo . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
EDS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
emissiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
324