alarm TOYOTA 86 2022 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: 86, Model: TOYOTA 86 2022Pages: 582, PDF Size: 92.58 MB
Page 243 of 582

241
4 4-6. Gebruik van overige rijsystemen
Rijden
Waarschuwing “trap rempedaal in”
“Apply Brake To Hold Position” (trap
rempedaal in om auto op zijn plaats
te houden)
De werkingsvoorwaarden voor het sonar-
alarm en het automatisch remmen verschil-
len. Daarom kunnen er situaties zijn waarin
alleen een van de twee functies geactiveerd
wordt.
■Nadat de auto tot stilstand is
gebracht door het systeem
Nadat het rempedaal is ingetrapt, gaat
het controlelampje RAB OFF branden
en werkt het systeem tijdelijk niet meer.
Het controlelampje RAB OFF gaat uit
als de selectiehendel in een andere
stand dan R wordt gezet.
Het systeem werkt weer als de selectie-
hendel de volgende keer in stand R
wordt gezet.
●Het Reverse Automatic Braking-systeem
(RAB) wordt in de volgende situaties uitge-
schakeld.
• Drie seconden nadat de auto is gestopt
• Als een portier wordt geopend
• Als het waarschuwingslampje RAB brandt
• Als het controlelampje RAB OFF brandt
●In de volgende situaties kan de werking
van het Reverse Automatic Braking-sys-
teem (RAB) tijdelijk worden onderbroken
en gaat het controlelampje RAB OFF bran-
den.
• Er heeft zich ijs, sneeuw of modder
gehecht aan de sonarsensoren of het
gedeelte van de achterbumper bij de
sonarsensoren
• Er bevinden zich objecten te dicht bij de
achterbumper wanneer de selectiehendel
in stand R wordt gezet
• Het systeem signaleert geluiden waarvan
de frequentie vergelijkbaar is met die van
de RAB-sonar
• Als de TRC en VSC zijn uitgeschakeld
• Als in de TRACK-modus het Pre-Crash
Brake-systeem is uitgeschakeld
Het Reverse Automatic Braking-sys-
teem (RAB) kan tijdelijk worden uitge-
schakeld door een van de volgende
handelingen uit te voeren.
Het rempedaal wordt ingetrapt nadat
de auto tot stilstand is gebracht door
de functie automatisch remmen.
WAARSCHUWING
Trap het rempedaal direct in nadat de auto
door het automatisch remmen tot stilstand
is gebracht. Afhankelijk van de wegcondi-
ties en de staat van de banden blijft de
auto mogelijk niet op zijn plaats, wat tot
een ongeval kan leiden.
A
Uitschakelen van het Reverse
Automatic Braking-systeem
(RAB)
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 241 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 244 of 582

2424-6. Gebruik van overige rijsystemen
Het gaspedaal wordt ingetrapt nadat
de auto tot stilstand is gebracht door
de functie automatisch remmen.
De bestuurder blijft het gaspedaal
intrappen (in dat geval wordt de
beperking van de acceleratie gean-
nuleerd en blijft de auto achteruitrij-
den).
De selectiehendel wordt in een
andere stand dan R gezet.
Het systeem wordt uitgeschakeld als het
object niet meer wordt gesignaleerd.
Als de selectiehendel in stand R wordt
gezet, kunnen de onderstaande func-
ties van het Reverse Automatic Bra-
king-systeem (RAB) worden ingesteld
via het scherm van het multimediasys-
teem.
Wanneer de insteltoets ON (AAN) wordt
weergegeven, is AAN ingesteld. Druk op de
insteltoets ON (AAN) om de instelling OFF
(UIT) te selecteren.
Wanneer de insteltoets OFF (UIT) wordt
weergegeven, is UIT ingesteld. Druk op de
insteltoets OFF (UIT) om de instelling ON
(AAN) te selecteren.
Insteltoets ON (AAN) van de functie
automatisch remmen
Insteltoets OFF (UIT) van de functie
automatisch remmen
Insteltoets ON (AAN) van de functie
sonaralarm
Insteltoets OFF (UIT) van de functie
sonaralarm
Wanneer de functie automatisch rem-
men UIT is gezet, brandt het volgende
lampje.
Het controlelampje RAB OFF gaat uit als de
desbetreffende functie AAN wordt gezet.
Als de instellingen niet gewijzigd kunnen wor-
den, wordt de insteltoets ON/OFF grijs weer-
gegeven.
Via het scherm van het multimediasysteem
kunnen ook de volgende instellingen worden
gewijzigd. (→Blz. 377)
●“Warning Volume” (volume waarschu-
wingsgeluid)
●“Sonar Audible Alarm” (sonaralarm)
●“Automatic Braking” (automatisch rem-
men)
Instelling AAN/UIT van het
Reverse Automatic Bra-
king-systeem (RAB)
A
C
D
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 242 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 258 of 582

2564-6. Gebruik van overige rijsystemen
■ABS (antiblokkeersysteem)
Helpt het blokkeren van de wielen te
voorkomen bij plotseling remmen of
remmen op een glad wegdek
■Brake Assist
Zorgt voor een grotere remkracht nadat
het rempedaal is ingetrapt als het sys-
teem oordeelt dat er sprake is van een
noodstop
■VSC (Vehicle Stability Control)
Helpt de bestuurder de auto onder con-
trole te houden bij uitwijkmanoeuvres
en het nemen van bochten op een glad
wegdek.
■TRC (Traction Control)
Zorgt ervoor dat de aandrijfkracht
behouden blijft en voorkomt dat de aan-
drijvende wielen gaan doorslippen bij
het wegrijden met de auto of bij het
accelereren op gladde wegen
Het TRC-systeem is ook uitgerust met
een remfunctie voor het differentieel
met beperkte slip.
■Hill Start Assist Control
→Blz. 253
■EPS (elektrische stuurbekrachti-
ging)
Maakt gebruik van een elektromotor om
de benodigde kracht voor het rond-
draaien van het stuurwiel te verminde-
ren
■Noodstopsignaal
Als het rempedaal plotseling wordt
ingetrapt, gaan de alarmknipperlichten
automatisch knipperen om het achter-
opkomende verkeer te waarschuwen.
■Als het TRC-/VSC-systeem in werking is
Het controlelampje Traction Control knippert
wanneer het TRC-systeem (met remfunctie
voor het differentieel met beperkte
slip)/VSC-systeem in werking is.
■Uitschakelen van het TRC-systeem
Als u met uw auto vast komt te zitten in mod-
der of sneeuw, kan het TRC-systeem het
aandrijfvermogen van de motor naar de wie-
len beperken. Wanneer u het systeem uit-
schakelt door op de schakelaar te druk-
ken, kunt u de auto waarschijnlijk makkelijker
los krijgen door te ‘schommelen’.
In dit geval blijft de remfunctie voor het diffe-
rentieel met beperkte slip ingeschakeld.
Schakel het TRC-systeem uit door de scha-
kelaar snel in te drukken en weer los te
laten.
Het controlelampje TRC OFF gaat branden.
Ondersteunende systemen
Om de veiligheid en de prestaties
tijdens het rijden te verbeteren is
uw auto uitgerust met de volgende
systemen die automatisch in wer-
king treden als de omstandighe-
den daar om vragen. Houd er ech-
ter rekening mee dat dit aanvul-
lende systemen zijn en vertrouw
niet in al te sterke mate op deze
systemen als u de auto bedient.
Overzicht van de
ondersteunende systemen
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 256 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 260 of 582

2584-6. Gebruik van overige rijsystemen
*1: Auto's met automatische transmissie
*2: Auto's met handgeschakelde transmissie
■Bijgeluiden en trillingen veroorzaakt
door het ABS, de Brake Assist, de TRC
en de VSC
●Het is mogelijk dat u tijdens het starten van
de motor of bij het wegrijden een geluid in
de motorruimte hoort wanneer het rempe-
daal herhaaldelijk wordt ingetrapt. Dit duidt
niet op een storing in een van deze syste-
men.
●De volgende verschijnselen kunnen zich
voordoen als bovenstaande systemen in
werking zijn. Geen van deze verschijnse-
len duidt op een storing.
• Er kunnen trillingen gevoeld worden in de
carrosserie en de stuurinrichting.
• Nadat de auto tot stilstand is gekomen,
kan het geluid van een elektromotor hoor-
baar zijn.
• Er kan een lichte trilling in het rempedaal
voelbaar zijn als het antiblokkeersysteem
geactiveerd is.
• Het rempedaal kan iets verder naar bene-
den bewegen als het antiblokkeersysteem
geactiveerd is.
■Geluid EPS
Wanneer het stuurwiel bediend wordt, kan
het geluid van een elektromotor (zoemend
geluid) hoorbaar zijn. Dit is normaal en duidt
niet op een storing.
■Automatisch opnieuw inschakelen van
de TRC- en VSC-systemen
Als de TRC- en VSC-systemen zijn uitge-
schakeld, worden deze automatisch opnieuw
ingeschakeld in de volgende situaties:
●Als het contact UIT wordt gezet.
●Als alleen het TRC-systeem wordt uitge-
schakeld, wordt de TRC weer ingescha-
keld zodra de rijsnelheid hoger is dan
ongeveer 50 km/h.
Als zowel het TRC- als het VSC-systeem
is uitgeschakeld, worden deze niet auto-
matisch weer ingeschakeld als de rijsnel-
heid toeneemt.
■Gereduceerde bekrachtiging door het
EPS-systeem
De mate van bekrachtiging door het
EPS-systeem wordt gereduceerd om het sys-
teem tegen oververhitting te beschermen als
er gedurende langere tijd veel stuurbewegin-
gen worden uitgevoerd. Hierdoor kan de
besturing zwaar aanvoelen. Draai, als dat het
geval is, niet overmatig aan het stuur of
breng de auto tot stilstand en schakel de
motor uit. Het EPS-systeem moet na een
poosje weer normaal werken.
■Automatisch uitschakelen van de
TRACK-modus
Wanneer na het rijden in de TRACK-modus
het contact UIT wordt gezet, wordt deze
modus automatisch uitgeschakeld.
■Voorwaarden voor werking noodstop-
signaal
Als aan de volgende drie voorwaarden wordt
voldaan, werkt het noodstopsignaal:
●De alarmknipperlichten zijn uit.
●De werkelijke rijsnelheid is hoger dan 60
km/h.
●Het rempedaal wordt op zo'n manier inge-
trapt dat het systeem op basis van de
deceleratie van de auto oordeelt dat het
om een noodstop gaat.
■Automatisch uitschakelen van nood-
stopsignaal
Het noodstopsignaal wordt in de volgende
situaties uitgeschakeld:
●De alarmknipperlichten worden ingescha-
keld.
●Het rempedaal wordt losgelaten.
●Het systeem oordeelt op basis van de
deceleratie van de auto dat het niet om
een noodstop gaat.
■Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde functies kunnen worden aangepast
aan de persoonlijke voorkeur. (→Blz. 377)
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 258 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 327 of 582

7
325
Bij problemen
7
Bij problemen
.7-1. Belangrijke informatie
Alarmknipperlichten ...............326
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht .................326
Als de auto onder water
staat of het water op de
weg stijgt .............................3277-2. Stappen die genomen
moeten worden in
noodgevallen
Als uw auto moet worden
gesleept ...............................329
Als u denkt dat er iets
mis is....................................333
Uitschakelsysteem
brandstofpomp .....................334
Als een
waarschuwingslampje
gaat branden of een
waarschuwingszoemer
klinkt.....................................335
Als er een
waarschuwingsmelding
wordt weergegeven .............344
Als uw auto een lekke
band heeft ............................345
Als de motor niet
wil aanslaan .........................355
Als u uw sleutels verliest ........356
Als de tankdopklep niet
kan worden geopend ...........357
Als de elektronische
sleutel niet goed werkt .........357
Als de accu ontladen is ..........359
Als uw auto oververhit raakt ...362
Als de auto vast komt
te zitten ................................364
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 325 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 328 of 582

3267-1. Belangrijke informatie
7-1.Belangrijke informatie
Druk op de schakelaar.
Alle richtingaanwijzers gaan knipperen.
Druk nogmaals op de schakelaar om ze
weer uit te schakelen.
■Alarmknipperlichten
Als de alarmknipperlichten langere tijd wor-
den gebruikt terwijl de motor niet draait, kan
de accu ontladen raken.
1Trap het rempedaal met beide voe-
ten stevig in.
Rem niet “pompend”; hierdoor is meer
kracht nodig om de auto tot stilstand te bren-
gen.
2Zet de selectiehendel in stand N.
Als de selectiehendel in stand N
staat
3Zet na het afremmen de auto stil op
een veilige plaats langs de weg.
4Zet de motor af.
Als de selectiehendel niet in stand N
kan worden gezet
3Blijf het rempedaal met beide voe-
ten intrappen om de rijsnelheid van
de auto zo veel mogelijk af te rem-
men.
Alarmknipperlichten
De alarmknipperlichten worden
gebruikt om andere bestuurders te
waarschuwen wanneer de auto tot
stilstand moet worden gebracht,
bijvoorbeeld bij pech.
Bedieningsinstructies
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht
Breng de auto alleen in noodge-
vallen, bijvoorbeeld wanneer de
auto niet op de normale manier
stilgezet kan worden, als volgt tot
stilstand:
De auto tot stilstand brengen
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 326 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 347 of 582

345
7 7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Bij problemen
■Als “Check Owner’s Manual” (raad-
pleeg handleiding) wordt weergegeven
●Als de onderstaande berichten worden
weergegeven, volg dan de desbetreffende
instructies.
• “High Coolant Temperature” (hoge koel-
vloeistoftemperatuur) (→Blz. 362)
• “Transmission Oil Temperature” (tempera-
tuur transmissievloeistof) (→Blz. 143)
●Als een van de onderstaande meldingen
wordt weergegeven op het multi-informa-
tiedisplay, kan dit duiden op een storing.
Laat de auto onmiddellijk nakijken door
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
• “EyeSight OFF” (EyeSight UIT)
• “Headlights Disabled” (koplampen uitge-
schakeld)
• “ABS”
• “Steering System” (stuurinrichting)
• “Vehicle Stability Control”
• “Transmission” (transmissie)
• “Low Tire Pressure” (lage bandenspan-
ning)
• “RAB Disabled” (RAB uitgeschakeld)
• “BSD/RCTA Disabled” (BSD/RCTA uitge-
schakeld)
• “Keyless Access System Disabled”
(Keyless Entry-systeem uitgeschakeld)
• “Auto Headlight Leveler Disabled” (auto-
matische koplampverstelling uitgescha-
keld)
• “SRH Disabled” (SRH uitgeschakeld)
• “Gasoline Particulate Filter” (benzineroetfil-
ter)
●Als een van de onderstaande meldingen
wordt weergegeven op het multi-informa-
tiedisplay, kan dit duiden op een storing.
Breng de auto onmiddellijk tot stilstand en
neem contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
• “Brake System” (remsysteem)
• “Check Engine” (controleer motor)
• “SRS Airbag System” (SRS-airbagsys-
teem)
Breng de auto tot stilstand op een
veilige plaats en een stevige, vlakke
ondergrond.
Activeer de parkeerrem.
Zet de selectiehendel in stand P
(automatische transmissie) of in de
achteruitversnelling (handgescha-
kelde transmissie).
Zet de motor af.
Schakel de alarmknipperlichten in.
(→Blz. 326)
Controleer de mate waarin de band
beschadigd is.
Een band mag alleen met de bandenre-
paratieset worden gerepareerd indien
de beschadiging te wijten is aan perfo-
ratie van het loopvlak door een spijker
of schroef.
Als uw auto een lekke band
heeft
Uw auto is niet uitgerust met een
reservewiel, maar wel met een
bandenreparatieset.
Een lekke band met perforatie-
schade door een spijker of schroef
kan voorlopig worden gerepareerd
met de bandenreparatieset.
WAARSCHUWING
■Als uw auto een lekke band heeft
Rijd niet door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een
lekke band wordt doorgereden, kunnen
band en velg zodanig beschadigd worden
dat reparatie niet meer mogelijk is. Door
het rijden met een lekke band kan er op de
wang rondom een groef ontstaan. In zo'n
geval kan de band bij het gebruik van de
bandenreparatieset exploderen, waardoor
dodelijk of ernstig letsel kan ontstaan.
Voordat u de band repareert
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 345 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 361 of 582

359
7 7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Bij problemen
■Alarm (indien aanwezig)
Het alarmsysteem wordt niet ingeschakeld
als de mechanische sleutel wordt gebruikt
om de portieren te vergrendelen.
Het alarm kan worden geactiveerd als een
portier met de mechanische sleutel wordt
ontgrendeld terwijl het alarmsysteem is inge-
schakeld.
■Wijzigen van de stand van het contact
Laat het rempedaal (automatische transmis-
sie) of het koppelingspedaal (handgescha-
kelde transmissie) los en druk op de start-
knop tijdens bovenstaande stap 3.
De motor wordt niet gestart en de stand ver-
andert iedere keer dat de knop wordt inge-
drukt. (→Blz. 142)
Als u de beschikking hebt over een set
startkabels en een tweede voertuig met
een 12V-accu, kunt u uw auto starten
met behulp van de onderstaande hulp-
startprocedure.
1Auto's met een alarm (→Blz. 81):
Controleer of u de elektronische
sleutel bij u hebt.
Als u de startkabels aansluit, kan het alarm
afgaan of kunnen de portieren worden ver-
grendeld, afhankelijk van de situatie.
2Open de motorkap. (→Blz. 293)
Als de accu ontladen is
U kunt de volgende procedures
gebruiken om de motor te starten
als de accu leeg is.
U kunt contact ook opnemen met
een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
Opnieuw starten van de motor
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 359 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 380 of 582

3788-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Sommige voorkeursinstellingen zijn van invloed op de instellingen van andere func-
ties. Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Instellingen die u met behulp van het scherm van het multimediasysteem kunt
wijzigen
Instellingen die u met de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel kunt
wijzigen
Instellingen die door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige kunnen worden
gewijzigd
Definitie van symbolen: O = beschikbaar, — = niet beschikbaar
■eCall (→Blz. 70)
■Alarm* (→Blz. 81)
*: Indien aanwezig
■Meters, tellers en multi-informatiedisplay (→Blz. 84, 88, 92)
Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke
voorkeursinstellingen
A
C
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
Automatische noodoproepenAanUit——O
ABC
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
Werking als de portieren met
de mechanische sleutel wor-
den ontgrendeld
UitAan——O
Functie*1StandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
Ta a lEngels
De taal van het dis-
play hangt af van het
verkoopland
O——
Eenhedenkm, km/h, l/100 kmmijl, MPH, MPG*2OO*3—
Klok12H24HO——
BeginschermAanUitOO—
ToerentalindicatorUitAanOO—
ABC
ABC
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 378 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 381 of 582

379
8 8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Voertuigspecificaties
*1: Voor meer informatie over elke functie: →Blz. 98
*2: De instellingen die aan de persoonlijke voorkeur kunnen worden aangepast, verschillen per
land.
*3: Sommige uitvoeringen
■Smart entry-systeem met startknop en afstandsbediening (→Blz. 103, 106,
109)
*: Auto's zonder supervergrendeling
REV. (omw/min)Uit (2.000 omw/min)2.000⎯7.400
omw/minOO—
Zoemer motortoerentalUitAanOO—
Volume waarschuwingsgeluidMid (gemiddeld)MinOO*3—Max
Uitschakelen automatisch dim-
men3Uit——O1 - 5
Functie*1StandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstellingABC
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
Zoemervolume5Uit——O1 - 7
Bedieningssignaal (alarmknip-
perlichten)AanUitOOO
Tijd totdat na het ontgrendelen,
zonder dat een portier wordt
geopend, de portieren automa-
tisch weer worden vergren-
deld
*
30 seconden
60 seconden
OOO120 seconden
Uit
Waarschuwingszoemer open
portier/achterklepAanUit——O
Functie die het ontladen van
de accu voorkomt door een
geopend portier
AanUit——O
ABC
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 379 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM