airbag TOYOTA BZ4X 2022 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: BZ4X, Model: TOYOTA BZ4X 2022Pages: 610, PDF Size: 96.21 MB
Page 458 of 610

8.1 Belangrijke informatie
8.1.1 Alarmknipperlichten
De alarmknipperlichten worden gebruikt
om andere bestuurders te waarschuwen
wanneer de auto tot stilstand moet
worden gebracht, bijvoorbeeld bij pech.
Bedieningsinstructies
Druk op de schakelaar.
Alle richtingaanwijzers gaan knipperen.
Druk nogmaals op de schakelaar om ze
weer uit te schakelen.
Alarmknipperlichten
• Als de alarmknipperlichten gedurendelangere tijd worden gebruikt terwijl
het EV-systeem niet in werking is
(terwijl het controlelampje READY
niet brandt), kan de 12V-accu
ontladen raken.
• Als een van de airbags wordt geactiveerd of bij een harde aanrijding
van achteren worden de
alarmknipperlichten automatisch
ingeschakeld. De alarmknipperlichten
worden na ongeveer 20 minuten
automatisch uitgeschakeld. Druk
tweemaal op de schakelaar om de
alarmknipperlichten handmatig uit te
schakelen.
(De alarmknipperlichten worden
mogelijk niet automatisch ingeschakeld,
afhankelijk van de kracht en de
omstandigheden van de aanrijding.)
8.1.2 Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet worden
gebracht
Breng de auto alleen in noodgevallen,
bijvoorbeeld wanneer de auto niet op de
normale manier stilgezet kan worden, als
volgt tot stilstand:
De auto tot stilstand brengen
1. Trap het rempedaal met beide voeten
stevig in.
Rem niet “pompend”; hierdoor is meer
kracht nodig om de auto tot stilstand te
brengen.
2. Zet de transmissie in stand N.
Als de transmissie in stand N is gezet
3. Zet na het afremmen de auto stil op
een veilige plaats langs de weg.
4. Schakel het EV-systeem uit.
Als de transmissie niet in stand N gezet kan
worden
3. Blijf het rempedaal met beide voeten
intrappen om de rijsnelheid van de auto
zo veel mogelijk af te remmen.
4. Om het EV-systeem uit te schakelen,
houdt u de startknop langer dan
2 seconden ingedrukt of drukt u deze
driemaal of vaker kort na elkaar in.
5. Breng de auto op een veilige plaats
langs de weg tot stilstand.
8.1 Belangrijke informatie
456
Page 465 of 610

Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) SRS
WaarschuwingslampjeDetails/handelingen
Geeft aan dat er een storing is in:
■Het SRS-airbagsysteem; of
■ Het gordelspannersysteem
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje ABS
Waarschuwingslampje Details/handelingen
Geeft aan dat er een storing is in:
■Het ABS; of
■ Het Brake Assist-systeem
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje onjuiste bediening pedaal*(waarschuwingszoemer)
Waarschuwingslampje Details/handelingen
Wanneer er een zoemer klinkt:
Geeft aan dat er een storing is in:
■Het Brake Override-systeem;
■ De wegrijregeling
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Geeft aan dat de schakelstand is gewijzigd en de wegrijregeling
is geactiveerd terwijl het gaspedaal werd ingetrapt.
Laat het gaspedaal even los.
Wanneer er geen zoemer klinkt:
Geeft aan dat het gaspedaal en rempedaal gelijktijdig worden
ingetrapt en het Brake Override-systeem in werking is.
Laat het gaspedaal los en trap het rempedaal in.
*Dit lampje brandt op het multi-informatiedisplay en er wordt een melding weergegeven.
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische stuurbekrachtiging
Waarschuwingslampje Details/handelingen
(Rood)
of
(Geel) Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbekrachti-
ging (EPS)
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
8.2 Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
463
8
Bij problemen
Page 487 of 610

WAARSCHUWING!(Vervolg)
• Delen van de reparatieset wordentijdens het gebruik heet. Behandel de
reparatieset voor en na gebruik
voorzichtig. Raak het metalen deel
rond de verbinding tussen de fles en
de compressor niet aan. Dit is
namelijk zeer heet.
• Plak de waarschuwingssticker voor de rijsnelheid alleen op de
aangegeven plaats. Als de sticker
wordt aangebracht op een plaats
waar zich een airbag bevindt, zoals
op het middelste deel van het
stuurwiel, dan kan dit de werking van
het airbagsysteem hinderen.
Rijden om de
bandenreparatievloeistof gelijkmatig
te verdelen
Neem om de kans op ongevallen te
beperken de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet kunt u de macht over
het stuur verliezen, waardoor ernstig
letsel kan ontstaan.
• Rijd langzaam en voorzichtig. Wees extra voorzichtig bij het maken van
bochten.
• Als de auto niet rechtuit rijdt of als u merkt dat het stuurwiel naar één
kant trekt, brengt u de auto tot
stilstand en controleert u het
volgende:– Toestand van de band. De band kan van de velg zijn afgelopen.
– Bandenspanning. Als de bandenspanning 130 kPa
(1,3 kg/cm
2of bar, 19 psi) of lager is,
is de band mogelijk ernstig
beschadigd.
OPMERKING
Een noodreparatie uitvoeren
• Voer de noodreparatie uit zonder de spijker of schroef die het loopvlak
heeft doorboord te verwijderen. Als
het object dat het lek heeft
veroorzaakt is verwijderd, is het
wellicht niet mogelijk om een
noodreparatie met de
bandenreparatieset uit te voeren.
• De reparatieset is niet waterbestendig. Zorg dat de
bandenreparatieset niet in aanraking
komt met water, bijvoorbeeld bij
gebruik tijdens regen.
• Zet de bandenreparatieset niet op een stoffige ondergrond, zoals in het zand
of in de berm. Als de reparatieset stof
e.d. opzuigt, kunnen er storingen
optreden.
• Zorg ervoor dat de fles met bandenreparatievloeistof zich in
verticale positie bevindt. De
reparatieset werkt niet goed als hij
gekanteld is.
Voorzorgsmaatregelen voor de
bandenreparatieset
• De reparatieset heeft als voeding 12V-gelijkstroom nodig. Sluit de
reparatieset niet aan op andere
voedingsbronnen.
• Berg de reparatieset op, zodat de set beschermd is tegen vuil en vocht.
• Berg de reparatieset op in de bagageruimte, buiten bereik van
kinderen.
• Demonteer de reparatieset niet en breng geen wijzigingen aan. Stel
onderdelen als de
bandenspanningsmeter niet bloot aan
schokken. Hierdoor kunnen storingen
optreden.
8.2 Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
485
8
Bij problemen
Page 605 of 610

SpecificatiesAfmetingen en gewichten .....498
Banden en velgen ...........502
eAxle achter (AWD-uitvoeringen) .501
eAxlevoor...............501
Elektrisch systeem ..........500
Elektromotor achter (tractiemotor)
(AWD-uitvoeringen) .........499
Elektromotor voor (tractiemotor) .499
Identificatie van de auto .......498
Koelsysteem ..............499
Onderhoudsgegevens ........498
Remmen ................501
Stuurinrichting ............502
Tractiebatterij .............499
Verwarming ..............500
Stappen die genomen moeten worden in
noodgevallen Het EV-systeem kan niet worden
gestart, ook al is de startprocedure
correct uitgevoerd. (→Blz. .....486
Acties behorende bij de
waarschuwingslampjes of
-zoemers ................462
Als de 12V-accu is ontladen . . . .490
Als de auto vast komt te zitten . . .495
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt ............488
Als de kleppen van de
laadaansluitingen niet kunnen
worden geopend ...........487
Als een waarschuwingslampje
gaat branden of een
waarschuwingszoemer klinkt. . . .462
Als er een waarschuwingsmelding
wordt weergegeven .........469
Als het EV-systeem niet
kan worden gestart ..........486
Als u denkt dat er iets mis is . . . .461
Als u uw sleutels verliest .......487
Als uw auto een lekke band heeft .476
Als uw auto moet worden
gesleept ................457
Als uw auto oververhit raakt . . . .493
Correctieprocedures .........494
De interieurverlichting en de
koplampen gaan niet branden of
de claxon maakt geen geluid. . . . .486 De interieurverlichting en de
koplampen gaan zwakker
branden of de claxon maakt
geen of weinig geluid.
........486
Herstarten van het EV-systeem . .490
Herstelprocedure ...........495
Hoorbare symptomen ........461
Merkbare symptomen ........461
Noodreparatieprocedure ......479
Noodstartfunctie ...........487
Omstandigheden waaronder u
vóór het slepen contact dient
op te nemen met de dealer .....458
Onderdelen van de
bandenreparatieset .........477
Openen
van de klepjes van de
laadaansluitingen ..........487
Plaats van bandenreparatieset
en gereedschap ............477
Procedure bij slepen in een
noodgeval ...............460
Situaties waarbij het niet
mogelijk is om door een ander
voertuig te worden gesleept . . . .458
Slepen in een noodgeval ......460
Slepen met een lepelwagen .....458
Starten van het EV-systeem . . . .489
Vergrendelen en ontgrendelen
van de portieren ...........488
Vervoeren op een autoambulance .460
Verwijderen van de
bandenreparatieset .........479
Voordat u de band repareert . . . .476
Zichtbare symptomen ........461
Ter informatie .................5
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen Airbags voor voorpassagier
uitschakelen ...............36
Baby- en kinderzitjes .........38
Baby- of kinderzitje vastgezet
met een onderste ISOfix-
bevestigingspunt ............50
Baby- of kinderzitje vastgezet
met een veiligheidsgordel ......49
Bij gebruik van een baby- of
kinderzitje ................39
Geschiktheid baby- en kinderzitjes
voor elke zitpositie ...........41
Trefwoordenlijst
603
Trefwoordenlijst
Page 606 of 610

Handmatig in-/uitschakelsysteem
airbag...................36
Inhoudsopgave .............38
Met een bevestigingspunt
voor de bovenste gordel .......51
Plaatsingsmethode baby- of
kinderzitje ................48
Punten om rekening mee te
houden ..................38
Rijden met kinderen in de auto ....37
Systeemonderdelen ..........36
Verklaringen ................518
Verstellen van de stoelen Achterstoelen .............185
Afstellen in verticale richting . . . .187
Hoofdsteunen .............186
Plaatsen van de hoofdsteunen . . .188
Procedure voor het verstellen . . .183 ,
185
Rugleuningen achter
neerklappen ..............185
Verwijderen van de hoofdsteunen .187
Voorstoelen ..............183
Verstellen van het stuurwiel en de
buitenspiegels Afstellen van de hoogte van de
binnenspiegel .............190
Antiverblindingsstand ........190
Binnenspiegel .............190
Buitenspiegels ............190
Claxonneren ..............189
Inklappen en uitklappen van de
spiegels .................191
Koppeling van spiegelstand aan
achteruitrijden ............192
Procedure voor het verstellen . . .189 ,
191
Stuurwiel ................189
Voordat u gaat rijden Advies .................212
Belangrijke punten met
betrekking tot het beladen
van een aanhangwagen .......209
Lading en bagage ...........207
Maximale gewichten .........209
Montagepositie voor de
trekhaak/afneembare trekhaak . .210 Rijden met de auto
..........202
Rijden met een aanhangwagen . .209
Rijprocedure ..............202
Trekhaak/trekhaak met
afneembare kogel ..........209
Wegrijregeling ............207
Voor een veilig gebruik Afstellen van de hoogte van het
schouderbevestigingspunt van de
veiligheidsgordel (voorstoelen) . . .26
Afstellen van de spiegels .......23
De juiste houding achter het stuur .23
Gordelspanners (voorstoelen en
buitenste zitplaatsen achter) .....26
Juist gebruik van de
veiligheidsgordels .........23,25
Plaatsen van de vloermatten .....22
SRS-airbags ...............28
SRS-airbagsysteem ..........28
Vast- en losmaken van de
veiligheidsgordel ............26
Veiligheidsgordels ...........24
V
eilig rijden ...............23
Voordat u gaat rijden .........22
Wat moet u doen als... (Problemen
oplossen) Als u denkt dat er iets mis is . . . .516
De portieren kunnen niet worden
vergrendeld, ontgrendeld,
geopend of gesloten .........516
Wanneer zich een probleem
heeft voorgedaan ...........517
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen) ........516
Zelf uit te voeren onderhoud Annuleren van de
identificatiecoderegistratie .....437
Banden .................426
Bandenspanning ...........444
Bandenspannings
waarschuwingssysteem .......428
Batterij elektronische sleutel . . . .449
Batterij vervangen ..........449
Belangrijke aanwijzingen voor
lichtmetalen velgen .........446
Bijvullen van
ruitensproeiervloeistof .......426
Trefwoordenlijst
604