cruise control TOYOTA C-HR 2016 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2016, Model line: C-HR, Model: TOYOTA C-HR 2016Pages: 812, PDF Size: 58.06 MB
Page 336 of 812

3364-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
C-HR_OM_Europe_OM10528E
Dynamic Radar Cruise Control met volledig
snelheidsbereik
∗
Wanneer de afstandsregelmodus is ingeschakeld, accelereert, dec e-
lereert en stopt de auto automatisch overeenkomstig de veranderin-
gen in snelheid van de voorligge r, zelfs wanneer het gaspedaal niet
wordt ingetrapt. In de constant e-snelheidsregelmodus rijdt de a uto
met een constante snelheid.
Gebruik de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsb e-
reik op autowegen en snelwegen.
● Afstandsregelmodus ( →Blz. 339)
● Constante-snelheidsregelmodus ( →Blz. 346)
Display
Controlelampjes
Ingestelde snelheid
Afstandsschakelaar
Cruise contro l-schakelaar
∗: Indien aanwezig
Overzicht van functies
1
2
3
4
5
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 336 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 337 of 812

3374-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
C-HR_OM_Europe_OM10528E
WAARSCHUWING
■Voordat u de Dynamic Radar Crui se Control met volledig snelheidsbe-
reik gebruikt
Voor veilig rijden is alleen de bestuurder verantwoordelijk. Ve rtrouw niet
alleen op het systeem en rijd voorzichtig door altijd goed op d e omgeving te
letten.
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik bi edt onder-
steuning bij het rijden om de bestuurder te ontlasten. Er zijn echter grenzen
aan de geboden ondersteuning.
Zelfs als het systeem normaal werkt, kan de door het systeem ge signa-
leerde status van de voorligger afwijken van de door de bestuur der waarge-
nomen status. Daarom moet de bestuurder altijd alert blijven, h et gevaar
van elke situatie inschatten en veilig rijden. Volledig afgaan op het systeem
of aannemen dat het systeem de veiligheid garandeert tijdens het rijden kan
leiden tot een ongeval met ernstig letsel als gevolg.
■ Waarschuwingen met betrekking tot de ondersteunende systemen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht, aangezien er grenzen
zijn aan de door het systeem geboden ondersteuning.
Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken, waardoor e rnstig letsel
kan ontstaan.
● De bestuurder helpen bij het meten van de volgafstand
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik di ent
alleen ter ondersteuning van de bestuurder bij het bepalen van de volgaf-
stand tussen de eigen auto en een bepaalde voorligger. Het syst eem is
niet bedoeld om zorgeloos of roekeloos rijgedrag te rechtvaardigen en kan
de bestuurder ook niet helpen tijdens het rijden bij slecht zic ht. Het blijft
noodzakelijk dat de bestuurder zelf de omgeving van de auto goed in de
gaten houdt.
● De bestuurder helpen bij het bepalen van de juiste volgafstand
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik bepaalt of
de volgafstand tussen de eigen auto en een bepaalde voorligger binnen
een vastgelegd bereik ligt. Het systeem kan geen andere beoorde lingen
maken. Het is daarom strikt noodzakelijk dat u zelf alert blijf t en inschat of
een situatie mogelijk gevaarlijk is.
● De bestuurder helpen bij het bedienen van de auto
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik ka n maar
beperkt aanrijdingen met een voorligger voorkomen. Daarom dient u wan-
neer er gevaar dreigt direct de controle over de auto te nemen en juist te
handelen om de veiligheid van alle betrokkenen te garanderen.
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 337 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 338 of 812

3384-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
C-HR_OM_Europe_OM10528E
WAARSCHUWING
■Onbedoeld activeren van de Dynamic Radar Cruise Control met vol le-
dig snelheidsbereik voorkomen
Schakel de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsb ereik uit
met de toets ON-OFF als deze niet wordt gebruikt.
■ Situaties waarin de Dynamic Rada r Cruise Control met volledig snel-
heidsbereik niet kan worden gebruikt
Gebruik de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsb ereik niet
in de volgende situaties.
Als u dat wel doet, wordt de snelheid mogelijk niet goed gerege ld, waardoor
een ongeval met ernstig letsel kan ontstaan.
● Op wegen met voetgangers, fietsers, enz.
● In druk verkeer
● Op wegen met scherpe bochten
● Op slingerende wegen
● Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
● Op steile afdalingen of bij afwisselend sterk dalende en sterk stijgende
wegen
Bij het afdalen van een helling kan de rijsnelheid de geprogram meerde
snelheid overschrijden.
● Op invoegstroken van autowegen en snelwegen
● Als de weersomstandigheden zo slecht zijn dat ze een juiste sig nalering
door de sensoren onmogelijk zouden kunnen maken (mist, sneeuw, zand-
storm, zware regenval, enz.)
● Als er regen, sneeuw, enz. op de voorzijde van de radarsensor of de
camerasensor zit
● In verkeersomstandigheden waarbij herhaaldelijk accelereren en decele-
reren noodzakelijk is
● Bij het rijden met een aanhangwagen of tijdens het slepen in ee n noodge-
val
● Als er vaak een naderingswaarschuwing hoorbaar is
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 338 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 340 of 812

3404-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
C-HR_OM_Europe_OM10528E
Voorbeeld van het rijden met een constante snelheid
Wanneer er geen voorliggers zijn
De auto rijdt met de snelheid die door de bestuurder is ingeste ld. De
gewenste afstand tot de voorligger kan tevens met de afstandsschakelaar
worden ingesteld.
Voorbeeld van deceleratie en het volgen van een auto
Wanneer een voorligger langzamer rijdt dan de ingestelde snelheid
Als er een voorligger wordt gesignaleerd, verlaagt het systeem automa-
tisch de snelheid van uw auto. Als de snelheid nog meer moet wo rden
gereduceerd, schakelt het systeem het remsysteem in (de remlich ten gaan
dan branden). Het systeem regelt de snelheid van de auto zo dat de
afstand die de bestuurder heeft ingesteld tot de voorligger geh andhaafd
blijft. Als het systeem de snelheid niet genoeg kan verlagen om een veilige
afstand tot de voorligger te creëren, klinkt er een naderingswa arschuwing.
Wanneer uw voorligger stopt, stopt uw auto ook (de auto wordt d oor het
systeem stilgezet). Als uw voorligger begint te rijden, wordt h et volgen van
de auto hervat wanneer u de hendel van de cruise control omhoog
beweegt of het gaspedaal intrapt.
Voorbeeld van acceleratie
Als er geen voorliggers meer zijn die langzamer rijden dan de inge-
stelde snelheid
Het systeem verhoogt de snelheid totdat de ingestelde snelheid bereikt
wordt. Het systeem schakelt vervolgens weer over op het rijden met con-
stante snelheid.
1
2
3
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 340 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 341 of 812

3414-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
C-HR_OM_Europe_OM10528E
Schakel de cruise control in met
de toets ON-OFF.
Het controlelampje van de Dyna-
mic Radar Cruise Control gaat
branden en er wordt een melding
weergegeven op het multi-informa-
tiedisplay.
Druk nogmaals op de toets om de
cruise control uit te schakelen.
Als de toets ON-OFF gedurende
ten minste 1,5 seconden ingedrukt
wordt gehouden, schakelt het sys-
teem over op de constante-snel-
heidsregelmodus. (→Blz. 346)
Accelereer of decelereer met
behulp van het gaspedaal naar
de gewenste rijsnelheid (hoger
dan ongeveer 50 km/h) en druk
de hendel naar beneden om de
snelheid op te slaan.
Het controlelampje cruise control
SET gaat branden.
De rijsnelheid op het moment dat
de hendel wordt losgelaten, wordt
de ingestelde snelheid.
Als de hendel wordt bediend terwijl
de rijsnelheid lager is dan onge-
veer 50 km/h en er een voorligger
aanwezig is, wordt de snelheid
ingesteld op ongeveer 50 km/h.
Instellen van de rijsnelh eid (afstandsregelmodus)
1
2
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 341 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 344 of 812

3444-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
C-HR_OM_Europe_OM10528E
Druk de hendel omhoog als uw
voorligger begint te rijden.
Het volgen van uw voorligger
wordt ook hervat als u het gaspe-
daal intrapt wanneer uw voorlig-
ger begint te rijden.Als u de hendel naar u toe trekt,
wordt de snelheidsregeling uit-
geschakeld.
De snelheidsregeling wordt even-
eens uitgeschakeld als het rempe-
daal wordt ingetrapt.
(Als de auto is stilgezet door het
systeem, wordt de snelheidsinstel-
ling niet geannuleerd als het rem-
pedaal wordt ingetrapt.)
Als u de hendel omhoog drukt, wordt de cruise control hervat en
wordt de ingestelde snelheid hervat.
Wanneer er echter geen voorligger wordt gesignaleerd, wordt de cruise
control niet hervat wanneer de rijsnelheid ongeveer 40 km/h of lager is.
Hervatten van het rijden met de volgregeling als de auto is stilge-
zet door het systeem ( afstandsregelmodus)
Uitschakelen en hervatten van de snelheidsregeling
1
2
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 344 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 345 of 812

3454-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
C-HR_OM_Europe_OM10528E
Wanneer uw auto een voorligger
te dicht nadert en automatisch
decelereren door middel van de
cruise control niet mogelijk is, zal
het scherm gaan knipperen en
een zoemer klinken om de
bestuurder te waarschuwen. Dit
kan bijvoorbeeld gebeuren als
een andere bestuurder vóór u
invoegt terwijl u een voorligger
volgt. Trap het rempedaal in om
voldoende afstand tot uw voorlig-
ger te houden.
■Mogelijk worden geen waarschuwingen gegeven
In de volgende gevallen worden mogelijk geen waarschuwingen
gegeven als de tusse nafstand klein is.
● Als de snelheid van de voorligger gelijk is aan of hoger is dan de
snelheid van uw eigen auto
● Als de voorligger ex treem langzaam rijdt
● Direct nadat de snelheid van d e cruise control is ingesteld
● Bij het intrappen van het gaspedaal
Naderingswaarschuwing (afstandsregelmodus)
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 345 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 346 of 812

3464-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
C-HR_OM_Europe_OM10528E
Wanneer de constante-snelheidsregeling is geselecteerd, blijft de
auto met een ingestelde snelheid rijden, zonder de tussenafstan d te
regelen. Selecteer deze modus all een wanneer de afstandsregelmo-
dus niet goed werkt als gevol g van een vuile radarsensor.
Houd bij uitgeschakelde cruise
control de toets ON-OFF gedu-
rende ten minste 1,5 seconden
ingedrukt.
Direct nadat op de toets ON-OFF
is gedrukt, gaat het controlelampje
Dynamic Radar Cruise Control
branden. Vervolgens gaat het con-
trolelampje cruise control branden.
Overschakelen naar de constante-
snelheidsregelmodus is alleen
mogelijk als de hendel wordt
bediend terwijl de cruise control uit
staat.
Accelereer of decelereer met
behulp van het gaspedaal naar
de gewenste rijsnelheid (hoger
dan ongeveer 50 km/h) en druk
de hendel naar beneden om de
snelheid op te slaan.
Het controlelampje cruise control
SET gaat branden.
De rijsnelheid op het moment dat
de hendel wordt losgelaten, wordt
de ingestelde snelheid.
Wijzigen van de ingestelde snelheid: →Blz. 342
Uitschakelen en hervatten van de snelheidsregeling: →Blz. 344
Selecteren van de constante-snelheidsregelmodus
1
2
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 346 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 347 of 812

3474-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
C-HR_OM_Europe_OM10528E
■De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik ka n wor-
den gebruikt als
● De selectiehendel in stand D staat.
● De rijsnelheid hoger is dan ongeveer 50 km/h.
Als echter een voorligger wordt gesignaleerd, kan de Dynamic Ra dar Cruise
Control met volledig snelheidsbereik zelfs worden ingeschakeld als de rij-
snelheid ongeveer 50 km/h of lager is.
■ Accelereren na het instellen van de rijsnelheid
Bedien het gaspedaal om te accelereren. Na het accelereren gaat de auto
weer rijden met de ingestelde snelheid. Als de afstandsregelmod us is inge-
schakeld, neemt de rijsnelheid echter mogelijk af tot onder de ingestelde
snelheid, zodat de afstand tot de voorligger gehandhaafd blijft .
■ Automatisch uitschakelen van de afstandsregelmodus
De afstandsregelmodus wordt automatisch uitgeschakeld in de vol gende
situaties.
● De werkelijke rijsnelheid zakt onder ongeveer 40 km/h en er wor den geen
voorliggers gesignaleerd.
● De voorligger verlaat de rijstrook terwijl uw auto rijdt met een lagere rijsnel-
heid dan ongeveer 40 km/h. Anders kan de sensor de auto niet op de juiste
manier signaleren.
● De VSC is geactiveerd.
● De TRC is gedurende een bepaalde periode geactiveerd.
● Wanneer de VSC of TRC wordt uitgeschakeld door de schakelaar VSC OFF
in te drukken.
● De sensor kan niet goed signaleren omdat hij ergens door bedekt is.
● Pre Crash Brake-systeem is geactiveerd.
● De parkeerrem is geactiveerd.
● De auto wordt door het systeem stilgezet op een steile helling.
● Als de auto door het systeem is stilgezet, wordt het volgen van de voorligger
in de volgende gevallen niet hervat:
• De bestuurder draagt geen veiligheidsgordel.
• Het bestuurdersportier wordt geopend.
• De auto staat langer dan 3 minuten stil.
Als de afstandsregelmodus om een andere dan de hierboven genoem de
redenen automatisch uitgeschakeld wordt, kan er een storing in het systeem
aanwezig zijn. Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 347 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM
Page 348 of 812

3484-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
C-HR_OM_Europe_OM10528E■
Automatisch uitschakelen van de constante-snelheidsregelmodus
De constante-snelheidsregelmodus wordt automatisch uitgeschakeld in de
volgende situaties:
●Actuele rijsnelheid zakt tot meer dan ongeveer 16 km/h onder de ingestelde
rijsnelheid.
● Werkelijke rijsnelheid zakt onder ongeveer 40 km/h.
● De VSC is geactiveerd.
● De TRC is gedurende een bepaalde periode geactiveerd.
● Wanneer de VSC of TRC wordt uitgeschakeld door de schakelaar VSC OFF
in te drukken.
● Pre Crash Brake-systeem is geactiveerd.
Als de constante-snelheidsregelmodus om een andere dan de hierb oven
genoemde redenen automatisch uitgeschakeld wordt, kan er een st oring in
het systeem aanwezig zijn. Neem contact op met een erkende Toyo ta-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifice erde en uitge-
ruste deskundige.
■ Waarschuwingsmeldingen en zoemers voor de Dynamic Radar Cruise
Control met volledig snelheidsbereik
Waarschuwingsmeldingen en zoemers worden gebruikt om een systee msto-
ring aan te geven of om de bestuurder te informeren dat hij tijdens het rijden
extra moet opletten. Lees de op het multi-informatiedisplay wee rgegeven
waarschuwingsmelding en volg de aanwijzingen op.
■ Omstandigheden waarin de sensor voorliggers mogelijk niet op de juiste
manier signaleert
Bedien in onderstaande gevallen en afhankelijk van de omstandigheden het
rempedaal wanneer het systeem onvoldoende decelereert of bedien het gas-
pedaal wanneer moet worden geaccelereerd.
Omdat de sensor deze voertuigen wellicht niet op de juiste manier signaleert,
wordt er mogelijk geen naderingswaarschuwing ( →Blz. 345) gegeven.
● Auto's die plotseling voor u invoegen
● Auto's die met lage snelheden rijden
● Auto's die niet op dezelfde rijstrook rijden
C-HR_OM_Europe_OM10528E.book Pag e 348 Tuesday, September 6, 2016 4:16 PM