TOYOTA PROACE 2016 Instructieboekje (in Dutch)
Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2016, Model line: PROACE, Model: TOYOTA PROACE 2016Pages: 516
Page 151 of 516

151
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Instapverlichting
buitenzijde
De instapverlichting is bedoeld om op donkere plaatsen het lokaliseren van de auto en het instappen te vergemakkelijken. De instapverlichting is actief als de lichtschakelaar in de stand "AUTO" staat en de lichtsensor weinig omgevingslicht detecteert.
Inschakelen
F Druk op het geopende hangslotje op de afstandsbediening of een van de voorportiergrepen met Smart entry-systeem met star tknop.
Uitschakelen
De instapverlichting buitenzijde gaat na een bepaalde tijd automatisch uit of gaat uit na het afzetten van het contact of het vergrendelen van de auto.
Programmeren
Het in- en uitschakelen van de functie instapverlichting en de duur van het branden van de instapverlichting kunnen worden ingesteld.
Het dimlicht en het parkeerlicht gaan branden en uw auto wordt gelijktijdig ontgrendeld.
Activeer of deactiveer in het configuratiemenu van de auto de functie "Instapverlichting".
Met touchscreen
Met autoradio
Activeer of deactiveer in het menu "Persoonlijke instelling - configuratie" de functie "Instapverlichting".
4
Verlichting en zicht
Page 152 of 516

152
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Activeer of deactiveer in het configuratiemenu de functie "Rijverlichting".
Met touchscreen
Met autoradio
Activeer of deactiveer in het menu "Persoonlijke instelling - configuratie" de functie "Rijverlichting".
U kunt de statische bochtverlichting desgewenst uitschakelen via het configuratiemenu van de auto.Standaard is de statische bochtverlichting ingeschakeld.
ProgrammerenStatische bochtverlichting
Tijdens het rijden met dim- of grootlicht wordt de mistlamp vóór ingeschakeld om de binnenkant van de bocht extra te verlichten bij snelheden tot 40 km/h (handig in de stad, op bochtige wegen, kruispunten, parkeergarages e n z .) .
Met statische bochtverlichting
Zonder statische bochtverlichting
Statische bochtverlichting ingeschakeld
De bochtverlichting wordt in de volgende gevallen ingeschakeld:- bij het inschakelen van een richtingaanwijzer,of- als het stuur wiel ver genoeg wordt verdraaid.
Statische bochtverlichting werkt niet
De verlichting werkt in de volgende gevallen niet:- bij een geringe stuuruitslag,- bij snelheden boven 40 km/h,- als de achteruit is ingeschakeld.
Verlichting en zicht
Page 153 of 516

153
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Grootlichtassistent
Dit systeem schakelt automatisch om tussen dim- en grootlicht, afhankelijk van de lichtsterkte van de omgeving en de aanwezigheid van overig verkeer op de weg die worden geregistreerd door een camera aan de bovenzijde van de voorruit.
Inschakelen/uitschakelen
F Zet de ring van de lichtschakelaar in de stand "AUTO" of "dimlicht /grootlicht".
De grootlichtassistent is een hulpsysteem bij het rijden.Het blijft de verantwoordelijkheid van de bestuurder om de verlichting van zijn auto aan te passen aan de lichtsterkte van de omgeving, het zicht en het verkeer.
Het systeem wordt geactiveerd vanaf 25 km/h.Als de snelheid lager dan 15 km/h wordt, werkt de functie niet meer.
De bestuurder kan indien nodig op elk moment zelf de verlichting omschakelen door de lichtschakelaar naar zich toe te trekken.
Bij het geven van een lichtsignaal wordt het systeem niet uitgeschakeld.De status van het systeem blijft na het afzetten van het contact in het geheugen opgeslagen.
Onderbreken
De bestuurder kan indien nodig op elk moment zelf overschakelen op grootlicht of dimlicht.
F Geef een lichtsignaal om de werking van de functie te onderbreken, waarna het systeem overschakelt op de modus
"automatische verlichting".
4
Verlichting en zicht
Page 154 of 516

154
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Activeer of deactiveer in het menu Rijden de functie "Automatisch uitschakelen van het grootlicht".
Met touchscreen
Met / zonder autoradio
Uitschakelen van het systeem:
Inschakelen van het systeem:
F Druk op deze knop, het verklikkerlampje ervan gaat branden; het systeem is ingeschakeld.
F Druk op deze knop, het verklikkerlampje ervan dooft; het systeem is uitgeschakeld.
Er kunnen storingen in de werking van het systeem optreden:- als het zicht slecht is (bijvoorbeeld bij sneeuwval, zware regenval of dichte mist, ...),- als het gedeelte van de voorruit voor de camera vuil, beslagen of bedekt is (bijvoorbeeld met een sticker),- als de verlichting van uw auto wordt weerkaatst door spiegelende of reflecterende panelen (bijvoorbeeld verkeersborden).Bij te dichte mist wordt het systeem automatisch uitgeschakeld.
Het systeem signaleert geen:- weggebruikers die geen verlichting voeren, zoals voetgangers,- weggebruikers van wie de verlichting wordt afgeschermd (bijvoorbeeld door een vangrail op de snelweg),
- weggebruikers die zich aan de top of de voet van een steile helling, in een bocht of op een zijweg bevinden.
Verlichting en zicht
Page 155 of 516

155
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Verstel de halogeenkoplampen afhankelijk van de belading van uw auto om verblinding van medeweggebruikers te voorkomen.
0 - 1 of 2 personen voorin.1 - 5 personen.2 - 6 - 9 personen.3 - Bestuurder + maximaal toegestane belading.
Stand "0": basisinstelling.Stand "0": basisinstelling.
Koplampen handmatig in hoogte verstellen
Verstel de koplampen met halogeenlampen afhankelijk van de belading van uw auto om verblinding van medeweggebruikers te voorkomen.
0 Onbeladen.1 Lichte belading.2 Middelzware belading.3 Maximaal toegestane belading.
4
Verlichting en zicht
Page 156 of 516

156
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Ruitenwisserschakelaar
Handmatige functies
De bestuurder schakelt de ruitenwissers handmatig in.
Instellen
Afhankelijk van de uitvoering van uw auto zijn verschillende instellingen mogelijk:- automatische werking van de ruitenwissers vó ó r,- automatisch inschakelen van de ruitenwisser achter bij het inschakelen van de achteruitversnelling.
Ruitenwissers vóór
Selectiehendel wissnelheid: zet de hendel in de gewenste stand.
Uitvoering met handbediende ruitenwissers (interval)
Uitvoering met automatische ruitenwissers
Hoge snelheid (hevige neerslag).
Normale snelheid (matige regenval).
Interval (wissnelheid aangepast aan de wagensnelheid).
Uit.
Eén keer wissen (de hendel omlaag duwen of kort naar u toe trekken en vervolgens loslaten).
Of
Automatisch wissen (omlaag duwen en vervolgens loslaten).Eén keer wissen (de hendel even naar u toe trekken).
Schakel de ruitenwissers niet in als de voorruit droog is. Controleer voordat u bij extreem koud of warm weer de ruitenwissers inschakelt of de ruitenwisserbladen niet vastzitten aan de voorruit.
Verwijder onder winterse omstandigheden sneeuw, ijs of rijp van de voorruit, van het gebied rondom de ruitenwisserarmen en de ruitenwisserbladen en van het voorruitrubber alvorens de ruitenwissers in te schakelen.
Verlichting en zicht
Page 157 of 516

157
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Automatische ruitenwissers vóór
Inschakelen
Duw de hendel één keer omlaag.De ruitenwissers maken één slag om het inschakelen te bevestigen.Dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel gaat branden en er verschijnt een melding.
Duw de hendel nog een keer omlaag of zet de hendel in een andere stand (Int., 1 of 2).Dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel gaat uit en er verschijnt een melding.
Uitschakelen
Elke keer als het contact meer dan 1 minuut is afgezet, moet u de automatische werking van de ruitenwissers opnieuw activeren door de hendel één keer omlaag te duwen.
De ruitenwissers worden automatisch ingeschakeld als de sensor achter de binnenspiegel regen detecteert. De snelheid van de ruitenwissers wordt aangepast aan de hoeveelheid neerslag.
Dek de regensensor, die zich gecombineerd met de lichtsensor aan de bovenzijde van de voorruit achter de
binnenspiegel bevindt, niet af.Schakel de automatische werking van de ruitenwissers uit als de auto wordt gewassen in een wasstraat.Wacht 's winters met het inschakelen van de automatische ruitenwissers tot de voorruit ontdooid is.
Storing
In het geval van een storing in de automatische werking van de ruitenwissers werken deze in de intervalstand.Laat het nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Uit.
Interval.
Wissen en sproeien (gedurende enige tijd).
Ruitenwisser achter
4
Verlichting en zicht
Page 158 of 516

158
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
Deactiveer de automatische werking van de ruitenwisser achter bij sneeuwval of strenge vorst en bij montage van een fietsendrager op de achterklep.
Deze functie is standaard geactiveerd.
Achteruitversnelling
Als de ruitenwissers vóór zijn ingeschakeld op het moment dat u de achteruitversnelling inschakelt, wordt automatisch de ruitenwisser achter ingeschakeld.
Activeer of deactiveer in het configuratiemenu van de auto de functie "Ruitenwisser achter bij inschakelen achteruit".
Met autoradio
Activeer of deactiveer in het menu "Persoonlijke instelling - configuratie" de functie "Ruitenw. aan bij achteruit".
Met touchscreen
Activeren/Deactiveren
Deze functie kan worden geactiveerd of gedeactiveerd via het configuratiemenu van de auto.
F Trek de ruitenwisserschakelaar naar u toe. De ruitensproeiers treden in werking, waarna enige tijd de ruitenwissers worden ingeschakeld om de ruit schoon te wissen.De koplamsproeiers worden alleen geactiveerd als de dimlichten branden en de auto rijdt.Bij auto's met dagrijverlichting moet de lichtschakelaar in de stand dimlichten worden
gezet om de koplampsproeiers te activeren.
Ruitensproeiers vóór en
koplampsproeiers
Bij auto's met automatische airconditioning wordt tijdens het bedienen van de ruitensproeiers vóór automatisch de luchttoevoer afgesloten om stank in het interieur te voorkomen.
Te laag niveau ruiten-/koplampsproeiervloeistof
Als uw auto is voorzien van koplampsproeiers en het niveau van het reservoir te laag is, verschijnt dit pictogram op het instrumentenpaneel in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Het pictogram verschijnt als het contact wordt aangezet of als de schakelaar wordt bediend, zolang het reservoir niet gevuld is.Vul het ruiten-/koplampsproeierreservoir bij of laat het bijvullen.
Verlichting en zicht
Page 159 of 516

159
Proace_nl_Chap04_eclairage-et-visibilite_ed01-2016
* Volgens land van bestemming.
Voorruit- en
ruitensproeierverwarming*Bij koud weer ver warmt deze functie de voorruit en de ruitensproeiers.
In zone 1 ontdooit de ver warming het gedeelte bij de ruitenwisserbladen als deze bij vorst of sneeuw zijn vastgevroren.
In zone 2 verbetert de ver warming het zicht door ophoping van sneeuw te voorkomen als de ruitenwissers in werking zijn.
Inschakelen
F Druk bij draaiende motor op deze toets; het lampje van de toets gaat branden.
De werkingsduur is afhankelijk van de buitentemperatuur.Druk nogmaals op deze toets om de functie weer uit te schakelen; het lampje van de toets gaat uit.
Speciale stand van de
ruitenwissers vóór
Deze stand maakt het mogelijk de ruitenwissers los te zetten van de voorruit.In deze stand kunnen de ruitenwisserbladen worden gereinigd of de ruitenwissers worden vervangen. In de winter kan deze stand tevens worden gebruikt om de ruitenwissers los te zetten van de voorruit.
Om een goede werking van de ruitenwissers te behouden adviseren wij u:- voorzichtig met de ruitenwissers om te gaan,- de ruitenwissers regelmatig te reinigen met zeepsop,- de ruitenwissers niet te gebruiken om een stuk karton tegen de voorruit te houden,- de ruitenwissers te vervangen zodra ze tekenen van slijtage vertonen.
F Als de ruitenwisserschakelaar binnen een minuut nadat het contact is afgezet wordt bediend, worden de ruitenwissers in de verticale stand gezet.F Zet het contact aan en bedien de ruitenwisserschakelaar om de ruitenwissers na de werkzaamheden weer in de ruststand te zetten.
4
Verlichting en zicht
Page 160 of 516

160
Proace_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Alarmknipperlichten
Bij een noodstop - afhankelijk van de mate van remvertraging, als het ABS ingrijpt, maar ook als er een aanrijding wordt gesignaleerd, worden de alarmknipperlichten automatisch ingeschakeld.Zodra er weer gas wordt gegeven gaan de alarmknipperlichten uit.F U kunt de alarmknipperlichten echter ook uitschakelen door de knop in te drukken.
Lichtsignaal van de richtingaanwijzers om het overige verkeer te waarschuwen in het geval van file, pech, slepen of een ongeval.
ERA-GLONASS
emergency call system*
Met dit systeem kunt u ER A-GLONASS-noodoproepen doen en zo hulpdiensten inschakelen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de Audio en datacommunicatie en in het bijzonder over het gebruik van deze voorziening.
F Druk deze knop in: de richtingaanwijzers knipperen tegelijkertijd.De alarmknipperlichten werken ook als het contact is afgezet.
*Indien aanwezig.
Veiligheid