water TOYOTA PROACE CITY EV 2022 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: PROACE CITY EV, Model: TOYOTA PROACE CITY EV 2022Pages: 352, PDF Size: 75.88 MB
Page 17 of 352

17
Instrumenten
1
Blijft branden, in combinatie met de melding “Storing parkeerrem”.U kunt de auto niet meer met de parkeerrem op zijn plaats houden terwijl de motor draait.Als het handmatig activeren en deactiveren niet mogelijk is, is de hendel van de elektrisch bedienbare parkeerrem defect.De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt en worden automatisch geactiveerd bij een storing in de bedieningshendel.Voer (2) uit.
Laag brandstofniveau
/2
1 1Blijft branden (lampje of led) met de naald in het rode gebied (afhankelijk van de uitvoering), in combinatie met een geluidssignaal en een melding.Als het lampje gaat branden, zit er minder dan 6 liter brandstof in de tank.Het geluidssignaal en de melding worden steeds vaker herhaald naarmate het niveau verder naar nul zakt.Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.
Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het inspuitsysteem beschadigd raken.
Lage capaciteit tractiebatterij (Electric)
0 %
100
Led blijft branden met de naald in het rode gebied, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.De ladingstoestand van de tractiebatterij is laag.Geef de resterende actieradius weer.
Laad uw auto zo spoedig mogelijk op.
Schildpadmodus met beperkte actieradius (elektrisch)Blijft branden.De ladingstoestand van de tractiebatterij is zeer laag.Het motorvermogen neemt geleidelijk af.U dient uw auto op te laden.Als het waarschuwingslampje blijft branden, voer dan (2) uit.
Voetgangerclaxon (elektrisch)Blijft branden.Storing in claxon gesignaleerd.Voer (3) uit.
Aanwezigheid van water in het dieselfilterBlijft branden (met instrumentenpaneel met LCD-pictogrammendisplay).Er zit water in het dieselfilter.Kans op beschadiging van het inspuitsysteem: voer onmiddellijk (2) uit.
Zelfdiagnosesysteem motorKnippert.
Er is een storing in het motormanagementsysteem.De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken.Voer onmiddellijk (2) uit.Blijft branden.Er is een storing in het emissieregelsysteem.Dit lampje moet uitgaan nadat de motor is gestart.
Voer zo snel mogelijk (3) uit.
Blijft branden.Er is een kleine motorstoring gesignaleerd.Voer (3) uit.Blijft branden.Er is een ernstige motorstoring gesignaleerd.Voer (1) en vervolgens (2) uit.
Voorgloeien motor (diesel)Tijdelijk ingeschakeld(Maximaal ongeveer 30 seconden bij extreme weersomstandigheden.)Wanneer het contact AAN wordt gezet en het vanwege de weersomstandigheden en de motortemperatuur nodig is.Wacht met starten tot het lampje uitgaat.Als de motor niet aanslaat, probeer de motor dan opnieuw te starten terwijl u uw voet op het pedaal houdt.
Bandenspanning te laagBlijft branden, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag.Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.Initialiseer het controlesysteem opnieuw nadat u de band(en) op de juiste spanning hebt gebracht.Het waarschuwingslampje lage bandenspanning knippert en blijft vervolgens branden. Het onderhoudswaarschuwingslampje blijft branden.Het bandenspanningsbewakingssysteem is defect.
Page 36 of 352

36
Lokaliseren van de auto
Met deze functie kunt u uw auto van een afstand lokaliseren als deze vergrendeld is:– De richtingaanwijzers knipperen gedurende ongeveer 10 seconden.– De instapverlichting gaat branden.► Druk op deze toets.
Verlichting inschakelen met
de afstandsbediening
Druk kort op deze toets om de verlichting via de afstandsbediening te activeren (inschakelen van het positielicht, het dimlicht en de kentekenplaatverlichting).Wanneer u deze toets nogmaals indrukt terwijl de verlichting nog brandt, wordt de verlichting via de afstandsbediening weer uitgeschakeld.
Advies
WARNI NG
AfstandsbedieningDe afstandsbediening is een sensitief, hoogfrequent apparaat. Bedien de afstandsbediening niet terwijl deze in uw zak zit, om per ongeluk ontgrendelen van de auto te voorkomen.Druk niet op de toetsen van de afstandsbediening als deze zich buiten het bereik van de auto bevindt, anders loopt u het
risico dat de afstandsbediening niet meer werkt. In dat geval moet deze gereset worden.De afstandsbediening werkt niet als de sleutel in het contactslot zit, zelfs niet als het contact UIT staat.
WARNI NG
InbraakbeveiligingBreng geen wijzigingen aan de elektronische
startblokkering aan, omdat dit kan leiden tot storingen.Vergeet bij auto's met een contactslot niet de sleutel te verwijderen en het stuurwiel te draaien om het stuurslot te activeren.
WARNI NG
Vergrendelen van de autoAls u met vergrendelde portieren rijdt, kan het voor de hulpdiensten in een noodgeval moeilijker zijn om zich toegang tot de auto te verschaffen.Verwijder om veiligheidsredenen de sleutel altijd of neem de elektronische sleutel altijd mee als u de auto verlaat, zelfs voor een korte tijd.
NOTIC E
Aanschaf van een tweedehandsautoLaat de sleutelcodes door een TOYOTA-dealer in het geheugen opslaan om er zeker van te zijn dat de sleutels die u in uw bezit hebt de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
WARNI NG
Vuil (vocht, stof, modder, zout, enz.) aan de binnenzijde van de portiergreep kan het signaleren van de sleutel negatief beïnvloeden.Als na het reinigen van de binnenzijde van de portiergreep met een doek het signaleren niet verbetert, neem dan contact op met een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.Plotseling contact met water (waterstraal, hogedrukreiniger, enz.) kan door het systeem worden beschouwd als een verzoek om de auto te ontgrendelen.
Page 50 of 352

50
Op een steile helling
Wees voorzichtig als u deuren opent terwijl de auto op een helling omhoog staat. Door het hellende terrein kan de deur sneller opengaan dan normaal.Geleid op een steile helling de schuifdeur bij het sluiten met de hand.
Als de auto op een helling omlaag staat, blijft de deur mogelijk niet openstaan, maar gaat hij mogelijk plotseling dicht, met kans op letsel. Houd de deur altijd vast om er zeker van te zijn dat hij niet onverwachts dichtgaat.
WARNI NG
Op een steile helling kan het gewicht van de deur ervoor zorgen dat deze in beweging komt, waardoor hij plotseling open- of dichtgaat.
Laat de auto nooit onbeheerd achter op een steile helling met een of meer deuren geopend. Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot letsel of schade als een persoon of object bekneld raakt.
Dakklep achter
De dakklep aan de achterzijde wordt alleen geleverd in combinatie met achterdeuren.
Openen van de dakklep achter:– Beweeg de zwarte handgreep van het scharnier omhoog.– Duw de dakklep achter naar beneden en ontgrendel vervolgens de haak.– Beweeg de dakklep achter omhoog.– Beweeg de dakklep achter voorbij het weerstandspunt om deze te vergrendelen met de steunen.
WARNI NG
Rijd nooit zonder dat de steunen zijn aangebracht.
Sluiten van de dakklep achter:– Controleer of de steunstang stevig is vergrendeld.
– Beweeg de dakklep achter omlaag.
– Druk de dakklep achter omlaag, houd de twee windingen van de veer vast en plaats de haak in de behuizing.– Beweeg de zwarte handgreep omlaag om de dakklep achter te vergrendelen.Het vergrendelen van de dakklep zorgt voor een goed contact met het rubber en garandeert een waterdichte en geluidloze afdichting.
Steunstang
De auto is uitgerust met een steunstang voor het vervoeren van lange ladingen na het openen van de dakklep achter.► Til de hendel op om de steunstang terug te klappen.► Beweeg de steunstang naar de deurstijl.► Ondersteun de lange ladingen die vervoerd moeten worden, til ze op en verplaats de steunstang met een hand.► Zorg ervoor dat de stang goed wordt vastgezet door de hendel omlaag te drukken voorbij het weerstandspunt en zet de lading stevig vast.De zijsteunen kunnen worden gebruikt om de
lading vast te zetten.
NOTIC E
De achterbumper is verstevigd om als opstap te dienen bij het instappen.
Page 76 of 352

76
► De bagageafdekking kan achter zitrij 2 of 3 worden opgeborgen.
Verwijderen
► Haal de geleiders van het scherm uit de rails in de stijlen bij B.► Geleid het scherm tijdens het oprollen.► Ontgrendel het scherm door een van de handgrepen aan de uiteinden van het oprolmechanisme in te drukken.
Scheidingswand voor lading
Een verticale scheidingswand op de vloer achter de voorstoelen beschermt de bestuurder en voorpassagiers tegen mogelijk schuivende lading.Een stalen of glazen scheidingswand scheidt de laadruimte van de cabine.
WARNI NG
Reinig bij het wassen van uw auto het interieur nooit direct met een waterstraal.
Vastzetringen
Gebruik de vastzetringen op de vloer achter om lading vast te zetten.
Page 77 of 352

77
Ergonomie en comfort
3
Voor de veiligheid bij sterk afremmen adviseren we zware objecten zo ver mogelijk naar voren (d.w.z. dicht bij de cabine) te plaatsen.We adviseren de vastzetringen op de vloer te gebruiken om lading stevig vast te zetten.
WARNI NG
Reinig bij het wassen van uw auto het interieur nooit direct met een waterstraal.
Gevarendriehoek
Voordat u uit de auto stapt om de gevarendriehoek uit te vouwen en te plaatsen moet u om veiligheidsredenen de alarmknipperlichten inschakelen en uw reflecterende veiligheidsvest aantrekken.
Opbergvak
In de binnenbekleding van de bagageruimte bevindt zich een opbergvak voor de gevarendriehoek.
Adviezen voor de belading
WARNI NG
Het gewicht van de lading moet in overeenstemming zijn met het maximaal toelaatbare treingewicht (GTW).Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over motorspecificaties en aanhangwagengewichten.
WARNI NG
Als u gebruikmaakt van een draagsysteem (dakdragers/imperiaal), dient u de maximale belasting van dat systeem niet te overschrijden.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over dakdragers/imperiaal.
WARNI NG
Zorg ervoor dat het formaat, de vorm en het volume van de vervoerde lading voldoen aan de Wegenverkeerswet en dat de lading het zicht van de bestuurder niet belemmert.
WARNI NG
De lading moet gelijkmatig worden verdeeld over de laadruimte om het rijgedrag van de auto zo min mogelijk te beïnvloeden.Plaats de lading in de buurt van de zijpanelen of druk de lading indien mogelijk tegen de
zijpanelen tussen de wielkasten.Plaats zware voorwerpen echter zo dicht mogelijk bij de cabine, als voorzorg in geval van hard remmen.
Page 78 of 352

78
WARNI NG
Zet de lading stevig vast met de sjorogen op de vloer van de laadruimte.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over de voorzieningen in het interieur en met name over de sjorogen.
WARNI NG
Om het risico op letsel of een ongeluk te beperken moet de lading stabiel worden geplaatst, zodat deze niet kan verschuiven, kantelen of vallen en niet naar voren kan schieten. Gebruik hiertoe alleen riemen die voldoen aan de huidige normen (bijvoorbeeld DIN).Zie de gebruikershandleiding van de fabrikant voor meer informatie over het aanbrengen van riemen.Om te voorkomen dat de lading gaat schuiven, mag er geen ruimte zijn tussen de lading en de
panelen van de auto.Optimaliseer de riemen en de stabiliteit van de lading met stabiele hulpmiddelen (wiggen, stevige blokken hout of schuimmateriaal).
WARNI NG
Reinig bij het wassen van uw auto het interieur nooit direct met een waterstraal.
Extenso-cabine en dubbele
cabine
WARNI NG
Plaats geen scherpe of puntige voorwerpen in de beschermhoes om beschadiging van de hoes te voorkomen.
WARNI NG
Plaats geen voorwerpen op het dashboard.Schakel de voorpassagiersairbag uit wanneer u lange voorwerpen vervoert.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor het uitschakelen van de voorpassagiersairbag.
WARNI NG
Plaats geen korte of zware voorwerpen in de beschermhoes; gebruik indien mogelijk de laadruimte.
WARNI NG
Sjor geen voorwerpen vast aan de scheidingswand en hang geen voorwerpen aan de scheidingswand.Zorg er voor uw veiligheid voor dat kleine voorwerpen niet door de openingen van ongeveer 3 cm tussen de scheidingswand en de carrosserie van de auto schuiven.
Page 85 of 352

85
Ergonomie en comfort
3
WARNI NG
Vermijd te lang rijden met een uitgeschakelde aanjager en het te lang gebruiken van de luchtrecirculatie. Zo voorkomt u dat de ruiten beslaan of de luchtkwaliteit vermindert.
Als de binnentemperatuur zeer hoog is wanneer de auto lang in de zon heeft gestaan, is het raadzaam het passagierscompartiment korte tijd te ventileren.Zorg ervoor dat de aanjagersnelheid voldoende hoog is ingesteld, zodat de lucht in het passagierscompartiment goed ververst wordt.
NOTIC E
Condensvorming door de airconditioning kan ertoe leiden dat zich een klein plasje water onder de auto vormt Dit is een normaal verschijnsel.
NOTIC E
Onderhoud van het ventilatie- en airconditioningsysteem► Controleer regelmatig de staat van het interieurfilter en laat de filterelementen periodiek vervangen.Het is raadzaam om een gecombineerd interieurfilter te gebruiken. Het specifieke actieve additief helpt te beschermen tegen schadelijke gassen en stank.► Om een correcte werking van de airconditioning te garanderen, moet u deze overeenkomstig de aanbevelingen in het onderhoudsschema van de fabrikant laten controleren.
NOTIC E
Snel verwarmen van het interieur
► Druk op toets 3c.► Draai knop 1 naar een hogere temperatuur (minstens 21).► Draai knop 2 naar stand 3 of verder.
► Druk op toets 4 voor een sneller resultaat (laat de luchtrecirculatie niet te lang ingeschakeld staan, anders kunnen de ruiten beslaan).► Druk niet op de andere toetsen.
Bevat gefluoreerde broeikasgassen R134aAfhankelijk van de uitvoering en het land van bestemming bevat het airconditioningsysteem gefluoreerde broeikasgassen R134a.
NOTIC E
Stop & StartDe verwarmings- en airconditioningssystemen werken alleen als de motor draait.Schakel tijdelijk het Stop & Start-systeem uit om een comfortabele temperatuur in het passagierscompartiment te behouden.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over de Stop & Start.
Page 103 of 352

103
Verlichting en zichtbaarheid
4
NOTIC E
Bij auto's met automatische airconditioning wordt tijdens het bedienen van de ruitensproeiers voor automatisch de luchttoevoer afgesloten om een onaangename geur in het passagierscompartiment te voorkomen.
WARNI NG
Gebruik de ruitensproeier niet wanneer het ruitensproeierreservoir leeg is, om schade aan de ruitenwisserbladen te voorkomen.Gebruik de ruitensproeier alleen als er geen risico is dat de vloeistof op de voorruit vastvriest waardoor het zicht wordt belemmerd. Gebruik 's winters producten die geschikt zijn voor gebruik in zeer koude landen.Vul nooit bij met water.
Laag ruitensproeiervloeistofniveau
Wanneer het lage niveau van het reservoir is bereikt, gaat dit waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel branden, vergezeld van een geluidssignaal en een melding.Het lampje gaat branden wanneer het contact AAN wordt gezet en telkens wanneer de schakelaar wordt bediend, totdat het reservoir is bijgevuld.Vul de eerstvolgende keer dat u de auto stilzet het ruitensproeierreservoir bij (of laat het bijvullen).
Achterruitenwisser
► Draai aan de ring tot het gewenste symbool tegenover de markering staat.Uit.
Intervalwerking.
Wissen/wassen.
Achteruitversnelling
Als de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, gaat de achterruitenwisser automatisch werken als de ruitenwissers voor zijn ingeschakeld.
Inschakelen/uitschakelen
De instellingen kunnen worden gewijzigd via het menu Rijden/Auto van het touchscreen.
NOTIC E
Deze functie is standaard ingeschakeld.
WARNI NG
Schakel de automatische werking van de ruitenwisser achter uit via het menu Rijden/Auto van het touchscreen bij sneeuwval of strenge vorst of wanneer er een fietsendrager op de trekhaak is bevestigd.
Speciale stand van de
ruitenwissers voor.
In deze stand kunnen de ruitenwisserbladen worden gereinigd of vervangen. De stand kan tevens 's winters (bij ijs, sneeuw) worden gebruikt om de ruitenwisserbladen los te zetten van de voorruit.
NOTIC E
Om een goede werking van de ruitenwisserbladen te behouden adviseren wij u:– er voorzichtig mee om te gaan;– ze regelmatig te reinigen met zeepsop;– ze niet te gebruiken om een stuk karton tegen de voorruit te houden;– ze te vervangen zodra ze tekenen van slijtage vertonen.
Page 139 of 352

139
Rijden
6
Rijden op een overstroomde
weg
Probeer het rijden op overstroomde wegen zo veel mogelijk te vermijden, omdat hierbij de motor, de transmissie en de elektrische installatie van uw auto ernstig beschadigd kunnen raken.
Als het niet te vermijden is om op een overstroomd gedeelte van de weg te rijden:► Verzeker u ervan dat het water nergens dieper is dan 15 cm en houd daarbij rekening met de golven die kunnen worden veroorzaakt door andere weggebruikers.► Schakel de functie Stop & Start uit.► rijd zo langzaam mogelijk zonder de motor te laten afslaan. Rijd in elk geval niet sneller dan 10 km/h.► Zet de auto niet stil en zet de motor niet uit.Als u het overstroomde weggedeelte achter u hebt gelaten, rem dan zodra de verkeerssituatie dit toelaat meerdere keren licht af om de remschijven en -blokken droog te maken.Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of Toyota-hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als u twijfelt over de staat van uw auto.
Geluiden (Electric)
Aan de buitenzijde
Omdat de auto zo stil is, moet de bestuurder extra goed opletten.Blijf bij het manoeuvreren met de auto de omgeving in de gaten houden.Bij snelheden tot 30 km/h waarschuwt de voetgangerclaxon andere weggebruikers voor de aanwezigheid van de auto.
NOTIC E
Koelen van de tractiebatterijDe koelventilator wordt tijdens het laden ingeschakeld om de ingebouwde lader en de tractiebatterij te koelen.
Aan de binnenzijde
Tijdens het gebruik hoort u mogelijk bepaalde volstrekt normale geluiden die specifiek zijn voor elektrische auto's, zoals:– Het relais van de tractiebatterij tijdens het starten.– De vacuümpomp tijdens het remmen.– De autobanden of aerodynamica tijdens het rijden.– Stoot- en klopgeluiden tijdens het wegrijden op een helling.
Bij het trekken van een
aanhangwagen
WARNI NG
Het rijden met een aanhangwagen heeft veel invloed op het rijgedrag van de auto en vergt daarom extra aandacht van de bestuurder.
NOTIC E
Houd u aan de maximale aanhangwagengewichten.Op hoogte: trek voor elke 1000 m hoogte 10% van het maximale aanhangwagengewicht af; door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor af als men op grotere hoogte boven de zeespiegel komt.
WARNI NG
Nieuwe auto: koppel geen aanhangwagen achter de auto voordat deze een kilometerstand van ten minste 1000 km heeft.
NOTIC E
Als de buitentemperatuur hoog is, is het raadzaam bij stilstaande auto de motor 1 tot 2 minuten stationair te laten draaien om de koeling te vergemakkelijken.
Page 191 of 352

191
Rijden
6
Er wordt geen waarschuwingssignaal afgegeven in de volgende situaties:– Nabij stilstaande objecten (geparkeerde auto's, vangrails, straatverlichting, verkeersborden, enz.).– Bij tegemoetkomende voertuigen.– Bij het rijden over bochtige wegen of in scherpe bochten.– Bij het inhalen van of ingehaald worden door een zeer lang voertuig (vrachtwagen, bus, enz.) dat zich zowel in de dode hoek achter als in het gezichtsveld vóór de bestuurder bevindt.– Bij snelle inhaalmanoeuvres.– Bij erg druk verkeer: de voertuigen die voor en achter worden gedetecteerd, worden aangezien voor een vrachtwagen of een stilstaand object.
Storing
In het geval van een storing gaat dit lampje branden op het instrumentenpaneel, in combinatie met een melding.Neem contact op met een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats om het systeem te laten controleren.
NOTIC E
Onder bepaalde weersomstandigheden (regen, hagel, enz.) kan de werking van het systeem tijdelijk worden verstoord.Vooral het rijden op een nat wegdek of het van een droog wegdek op een nat wegdek terechtkomen kan tot een vals alarm leiden (zo kan een wolk waterdruppels in de dode hoek voor een voertuig worden aangezien).Let er bij slecht weer en in de winter altijd op dat de sensoren niet bedekt zijn met modder, ijs of sneeuw.Plak geen stickers of andere zaken op het gedeelte van de buitenspiegels waar de lampjes zitten of op de detectiezones op de voor- en achterbumper. Dit kan de werking van het systeem verstoren.
Vermoeidheids-
herkenningssysteem
WARNI NG
Lees de algemene adviezen over het gebruik van de rij- en parkeerhulpsystemen.
Afhankelijk van de uitvoering bevat de functie
alleen het systeem “Coffee Break Alert” of daarnaast ook het systeem “Driver Attention Alert”.
WARNI NG
Deze systemen zijn niet bedoeld om de bestuurder wakker te houden of om te voorkomen dat de bestuurder achter het stuur in slaap valt. Het blijft de verantwoordelijkheid van de bestuurder om een pauze in te lassen als hij vermoeid is.Het is raadzaam om een pauze te nemen wanneer u zich moe voelt. Pauzeer in elk geval elke twee uur.
Inschakelen/uitschakelen
De instellingen kunnen worden gewijzigd via het
menu Rijden/Auto van het touchscreen.De status van de functie wordt opgeslagen als het contact UIT wordt gezet.