instrument panel YAMAHA VMAX 2009 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: YAMAHA, Model Year: 2009, Model line: VMAX, Model: YAMAHA VMAX 2009Pages: 100, PDF Size: 2.57 MB
Page 6 of 100

INHOUDSOPGAVE
VEILIGHEIDSINFORMATIE
...............1-1
BESCHRIJVING
.................................2-1
Aanzicht linkerzijde ...........................2-1
Aanzicht rechterzijde ........................2-2
Bedieningen en instrumenten ...........2-3
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN
EN BEDIENINGEN
..............................3-1
Startblokkeersysteem ......................3-1
Contactslot/stuurslot ........................3-2
Controle- en
waarschuwingslampjes ................3-3
Snelheidsmeterunit ..........................3-5
Multifunctioneel display ...................3-6
Antidiefstal-alarmsysteem
(optie) .........................................3-14
Stuurschakelaars ...........................3-14
Koppelingshendel ..........................3-15
Schakelpedaal ...............................3-16
Remhendel ....................................3-16
Rempedaal ....................................3-17
ABS ...............................................3-17
Tankdop .........................................3-18
Brandstof .......................................3-19
Uitlaatkatalysatoren .......................3-20
Zadels ............................................3-21
Voorvork afstellen ..........................3-22
Schokdemperunit afstellen ............3-24
Bagageriembevestiging .................3-26
EXUP-systeem ..............................3-27Zijstandaard .................................. 3-27
Startspersysteem .......................... 3-27
VOOR UW VEILIGHEID –
CONTROLES VOOR HET
RIJDEN
............................................... 4-1
GEBRUIK EN BELANGRIJKE
RIJ-INFORMATIE
............................... 5-1
Starten van de motor ....................... 5-1
Schakelen ....................................... 5-2
Inrijperiode ...................................... 5-3
Parkeren .......................................... 5-3
PERIODIEK ONDERHOUD EN
AFSTELLINGEN
................................. 6-1
Boordgereedschapsset ................... 6-1
Periodiek smeer- en
onderhoudsschema ..................... 6-2
Verwijderen en aanbrengen van de
stroomlijn- en framepanelen ........ 6-7
Controleren van de bougies ............ 6-9
Motorolie en oliefilterpatroon ......... 6-10
Cardanolie ..................................... 6-13
Koelvloeistof .................................. 6-14
Luchtfilterelement .......................... 6-17
Stationair toerental controleren ..... 6-18
Controleren van de vrije slag
gaskabel .................................... 6-18
Klepspeling .................................... 6-18
Banden .......................................... 6-19Gietwielen ..................................... 6-21
Koppelingshendel ......................... 6-21
Vrije slag van voorremhendel
controleren ................................. 6-22
Remlichtschakelaar afstellen ........ 6-22
Controleren van voor- en
achterremblokken ...................... 6-23
Controleren van
remvloeistofniveau ..................... 6-23
Rem- en koppelingsvloeistof
verversen ................................... 6-24
Kabels controleren en smeren ...... 6-25
Controleren en smeren van
gasgreep en gaskabel ............... 6-25
Controleren en smeren van
rem- en koppelingshendels ....... 6-25
Rempedaal controleren en
smeren ....................................... 6-26
Schakelpedaal controleren en
smeren ....................................... 6-26
Zijstandaard controleren en
smeren ....................................... 6-27
Voorvork controleren ..................... 6-27
Stuursysteem controleren ............. 6-28
Controleren van wiellagers ........... 6-28
Accu .............................................. 6-28
Zekeringen vervangen .................. 6-31
Koplampgloeilamp vervangen ....... 6-33
Achterlicht/remlichtunit .................. 6-34
Gloeilamp in richtingaanwijzer
vervangen .................................. 6-34
Page 21 of 100

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-7
2
34
5
6
7
8
9
Rittellers
Draai de sleutel naar “ON”. Druk op “SE-
LECT” om de weergave te schakelen tus-
sen de rittellers “TRIP-1” en “TRIP-2”, in de
onderstaande volgorde:
TRIP-1
→
TRIP-2
→
TRIP-1
Als de hoeveelheid brandstof in de brand-
stoftank afneemt tot 3.9 L (1.03 US gal, 0.86
Imp.gal), gaat het waarschuwingslampje
brandstofniveau knipperen en schakelt de
ritteller automatisch naar de brandstofreser-
ve-rittellermodus “TRIP-F”, waarop de afge-
legde afstand vanaf dat punt wordt
aangegeven. Druk in dat geval op “SE-
LECT” om in de onderstaande volgorde te
schakelen tussen de diverse rittellers:
TRIP-F
→
TRIP-1
→
TRIP-2
→
TRIP-F
Als u een ritteller op nul wilt terugstellen, se-
lecteert u deze door op “SELECT” te druk-
ken en vervolgens “RESET” ten minste 1
seconde lang ingedrukt te houden. Wan-
neer u de brandstofreserve-ritteller niet zelf
met de hand op nul terugstelt, wordt deze
automatisch teruggesteld zodra na het tan-
ken 5 km (3 mi) is gereden en wordt de vo-
rige ritteller weergegeven.
Selectiemodus
De verschillende functies van dit multifunc-
tionele display worden aangepast in de se-
lectiemodus.
OPMERKING
De versnellingsbak moet in de vrij-
stand staan als u instellingen in deze
modus wilt wijzigen.
Als een versnelling wordt ingescha-
keld worden alle gemaakte instellin-
gen opgeslagen. Vervolgens wordt de
selectiemodus geannuleerd en wordt
de normale modus weergegeven op
alle schermen.
Afhankelijk van het scherm worden
door het indrukken van “RESET” in-
stellingen opgeslagen of verandert de
selectiemodus in de normale modus.
Houd “SELECT” en “RESET” tegelijkertijd
ten minste drie seconden ingedrukt om de
selectiemodus te openen.
In deze modus kunnen de volgende items
worden ingesteld/aangepast:
helderheid
controlelampje schakelmoment
klok
stopwatch
aftelklok
systeemstatus
onderhoudstellers
OPMERKING
Als u wilt terugkeren naar de normale mo-
dus, drukt u op “SELECT” om te bladeren
naar “” en drukt u vervolgens op “RESET”.
De helderheid instellen
Met deze functie regelt u de helderheid van
het toerentellerpaneel (“Meter panel”) (tel-
lerpaneel), de naald van de toerenteller
(“Needle”) (naald) en het multifunctionele
display (“Display”) in overeenstemming met
het aanwezige daglicht.
1. Druk op “SELECT” om “Brightness”
(Helderheid) te markeren.
2. Druk op “RESET”, druk vervolgens op
“SELECT” om door de functies te bla-
deren en een item te markeren.
3. Druk op “RESET”. De segmenten van
het helderheidsniveau voor het gese-