ABS YAMAHA XJ6F 2016 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: YAMAHA, Model Year: 2016, Model line: XJ6F, Model: YAMAHA XJ6F 2016Pages: 102, PDF Size: 2.73 MB
Page 42 of 102

Gebruik en belan grijke rij-informatie
5-2
5
DAU51792
De motor starten
Door het startspersysteem is starten alleen
mogelijk als aan een van de volgende voor-
waarden is voldaan:
De versnellingsbak staat in de vrij-
stand.
De versnellingsbak staat in een ver-
snelling geschakeld terwijl de koppe-
lingshendel is ingetrokken en de
zijstandaard is opgeklapt.
Zie pagina 3-23 voor meer informatie.
1. Draai de contactsleutel naar “ON” en controleer of de noodstopschakelaar
op “ ” is gezet.
De volgende waarschuwingslampjes
en het controlelampje moeten enkele
seconden oplichten en dan uitgaan.
Waarschuwingslampje olieni-
veau
Waarschuwingslampje koelvloei-
stoftemperatuur
Waarschuwingslampje motor-
storing
Controlelampje startblokkering
LET OP
DCA17671
Als de boven genoem de waarschu-
win gs- of controlelampjes niet gaan
b ran den wanneer d e sleutel naar “ON”
wor dt ged raai d, of als een waarschu-
win gs- of controlelampje niet uit gaat, zie
d an pa gina 3-4 voor een controle van het
circuit van het b etreffende waarschu-
win gs- of controlelampje.
Voor modellen met ABS:
Het ABS-waarschuwingslampje moet
gaan branden als het contactslot op
“ON” wordt gezet en weer uitgaan zo-
dra met een snelheid van 10 km/h (6
mi/h) of hoger wordt gereden.
LET OP
DCA17682
Als het ABS-waarschuwin gslampje niet
g aat bran den en weer uit gaat zoals hier-
b oven beschreven, zie dan pa gina 3-4
voor een controle van het circuit van het
waarschuwin gslampje.
2. Schakel de versnellingsbak in de vrij-
stand. Het vrijstandcontrolelampje
moet gaan branden. Als dit niet ge-
beurt, vraag dan een Yamaha dealer
het elektrische circuit na te kijken.
3. Start de motor door de startknop in te drukken.
Als de motor niet wil starten, laat dan
de startknop los, wacht een paar se-
conden en probeer het dan opnieuw.
Iedere startpoging moet zo kort mo-
gelijk duren om de accu te sparen.
Laat de startmotor nooit langer dan 10
seconden achtereen draaien.
LET OP
DCA11043
Trek nooit snel op terwijl de motor no g
kou d is, d it verkort de levens duur van d e
motor!
UBS1D0D0.book Page 2 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 69 of 102

Periodiek on derhou d en afstellin g
6-24
6
DAU37914
Vrije slag van remhen del contro-
leren
Aan het uiteinde van de remhendel mag
geen vrije slag aanwezig zijn. Als er toch
een vrije slag is, laat dan een Yamaha dea-
ler het remsysteem inspecteren.
WAARSCHUWING
DWA14212
Een zacht of sponzi g g evoel in de rem-
hen del kan betekenen dat er lucht in het
hy draulisch systeem aanwezi g is. Als er
lucht in het hy draulisch systeem zit, laat
d an het systeem door een Yamaha d ea-
ler ontluchten voor dat de machine word t
g eb ruikt. Lucht in het hy draulisch sy-
steem heeft een ne gatief effect op de
remwerkin g, waar door u de macht over
het stuur zou kunnen verliezen met een
on geluk als gevol g.
DAU57070
Remlichtschakelaars
Voor mo dellen zon der ABS
Het remlicht, dat wordt geactiveerd door
het rempedaal en de remhendel, moet op-
lichten nét voordat de remmen aangrijpen.
Stel de remlichtschakelaar achter indien
nodig als volgt af. De remlichtschakelaar
voor dient te worden afgesteld door een
Yamaha dealer. Verdraai de stelmoer van de achterste rem-
lichtschakelaar en houd daarbij de rem-
lichtschakelaar vast. Draai de stelmoer in
de richting (a) om het remlicht eerder te la-
ten branden. Draai de stelmoer in de rich-
ting (b) om het remlicht later te laten
branden.
Voor mo dellen met ABS
Het remlicht, dat wordt geactiveerd door
het rempedaal en de remhendel, moet op-
lichten nét voordat de remmen aangrijpen.
Laat de remlichtschakelaars indien nodig
door een Yamaha dealer afstellen.
1. Geen vrije slag remhendel
1
1. Remlichtschakelaar
2. Stelmoer remlichtschakelaar
1
2
(a)
(b)
UBS1D0D0.book Page 24 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 71 of 102

Periodiek on derhou d en afstellin g
6-26
6
DAU43113
Controleren van remvloeistofni-
veau
Controleer alvorens te gaan rijden of de
remvloeistof boven de merkstreep voor mi-
nimumniveau staat. Meet het remvloeistof-
niveau en let erop dat de bovenzijde van
het reservoir horizontaal staat. Vul indien
nodig remvloeistof bij.
Voorrem
Achterrem
OPMERKING
Het remvloeistofreservoir voor de achter-
rem bevindt zich achter paneel A. (Zie pagi-
na 6-7.)
WAARSCHUWING
DWA16011
Onjuist uitgevoer d on derhou d kan resul-
teren in verlies van remvermo gen. Neem
d e vol gen de voorzor gsmaatre gelen in
acht: Bij een te laa g remvloeistofniveau
kan lucht b innendrin gen in het rem-
systeem, waar door de rempresta-
ties afnemen.
Reini g de reservoir dop alvorens
d eze te verwij deren. Ge bruik uit-
sluiten d DOT 4 remvloeistof uit een
onaan geb roken verpakkin g.
Gebruik uitsluiten d d e aan bevolen
remvloeistof, an ders kunnen d e
ru bb eraf dichtin gen beschad igd ra-
ken met lekka ge tot gevol g.
Vul bij met hetzelf
de typ
e remvloei-
stof. Toevoe gin g van een an der
type remvloeistof dan DOT 4 kan re-
sulteren in een scha delijke chemi-
sche reactie.
Pas op en zor g d at tij dens het bij-
vullen geen water of stof het rem-
vloeistofreservoir binnen drin gen.
Water zal het kookpunt van de rem-
vloeistof aanzienlijk verla gen zo dat
d amp belvormin g kan optred en en
vuil de hy draulisch bed ien de klep-
pen van de ABS eenhei d kan ver-
stoppen.
LET OP
DCA17641
Remvloeistof kan gelakte of kunststof
on der delen bescha dig en. Veeg g emors-
te remvloeistof stee ds direct af.
Naarmate de remblokken afslijten, zal het
remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen.
Een laag remvloeistofniveau kan duiden op
versleten remblokken en/of lekkage in het
remsysteem. Controleer daarom de rem-
blokken op slijtage en het remsysteem op
lekkage. Vraag als het remvloeistofniveau
1. Merkstreep minimumniveau
1. Merkstreep minimumniveau
Aan bevolen remvloeistof:
DOT 4
1
UBS1D0D0.book Page 26 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 82 of 102

Periodiek on derhou d en afstelling
6-37
6
XJ6FA
Vervang een zekering als volgt als deze is
doorgebrand.
1. Draai de contactsleutel naar “OFF” en
schakel het betreffende elektrische
circuit uit.
2. Verwijder de doorgebrande zekering
en breng een nieuwe zekering met de
voorgeschreven ampèrewaarde aan.
WAARSCHUWING! Ge bruik geen
zekerin gen met een ho gere ampe-
ra ge dan aan bevolen om ernsti ge
scha de aan het elektrische systeem
en mo gelijk bran d te voorkomen.
[DWA15132]
3. Draai de contactsleutel naar “ON” en
schakel het betreffende elektrische
circuit in om te zien of de apparatuur
werkt.
4. Als de zekering direct opnieuw door-
brandt, vraag dan een Yamaha dealer
het elektrisch systeem te controleren.
1. Zekering achterlichtcircuit
2. Zekering ABS-regeleenheid
3. Zekering van de ABS-solenoïdeklep
4. Zekering ABS-motor
5. Reservezekering
6. Koplampzekering
7. Zekering ontstekingssysteem
8. Zekering signaleringssysteem
9. Backup-zekering (voor klok en startblok-keersysteem)
10.Zekering brandstofinjectiesysteem
11.Zekering radiatorkoelvinmotor
1
5 56
7
8
9
10
11
234Voor
geschreven zekerin gen:
Hoofdzekering:
30.0 A
Koplampzekering: 20.0 A
Zekering achterlichtcircuit: 10.0 A
Zekering signaleringssysteem:
7.5 A
Zekering ontstekingssysteem: 10.0 A
Zekering radiatorkoelvin: 20.0 A
Zekering brandstofinjectiesysteem:
10.0 A
Backup-zekering: 7.5 A
Zekering ABS-motor: 30.0 A (XJ6FA)
Zekering ABS-regeleenheid:
7.5 A (XJ6FA)
Zekering van de ABS-solenoïde-
klep:
20.0 A (XJ6FA)
UBS1D0D0.book Page 37 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 86 of 102

Periodiek on derhou d en afstelling
6-41
6
DAU44792
Voorwiel (voor mod ellen zonder
ABS)
WAARSCHUWING
DWA14841
Wielen van ABS-mod ellen moeten door
een Yamaha- dealer verwij der d en g e-
monteer d wor den.
DAU56281
Om het voorwiel te verwij deren
WAARSCHUWING
DWA10822
Zor g d at de machine veili g wor dt on der-
steun d, zod at deze niet kan omvallen.
1. Draai de klembout van de voorwielas
los en draai dan de wielas en de rem-
klauwbouten los.
2. Zet de machine op de middenbok.
3. Verwijder aan beide zijden de rem- klauwen door de bouten los te halen.
LET OP: Bekrachti g d e rem niet na-
d at de remklauwen zijn verwij der d,
hier door wor den de rem blokken te-
g en elkaar geknepen.
[DCA11052]
4. Verwijder de wielas en verwijder dan
het wiel.
Aan bren gen van het voorwiel
1. Breng het wiel omhoog tussen de vorkpoten.
2. Steek de wielas naar binnen.
3. Monteer de remklauwen door de bou- ten aan te brengen.
OPMERKING
Kijk of er voldoende afstand tussen de rem-
blokken is voordat de remklauwen over de
remschijven worden gemonteerd.
4. Haal de motorfiets van de middenbok,zodat het voorwiel op de grond staat
en klap daarna de zijstandaard om-
laag.
5. Zet de wielas, de voorwielasklembout
en de remklauwbouten vast met de
voorgeschreven aanhaalmomenten.
6. Duw het stuur enkele malen stevig op en neer om te controleren of de voor-
vork correct werkt.
1. Klembout voorwielas
2. Wielas
3. Remklauwbout
2
3
1
1. Remklauw
2. Remklauwbout
Aanhaalmomenten:Wielas:65 Nm (6.5 m·kgf, 47 ft·lbf)
Klembout voorwielas: 19 Nm (1.9 m·kgf, 14 ft·lbf)
Remklauwbout:
40 Nm (4.0 m·kgf, 29 ft·lbf)
1 2
UBS1D0D0.book Page 41 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 87 of 102

Periodiek on derhou d en afstellin g
6-42
6
DAU44802
Achterwiel (voor mo dellen zon-
d er ABS)
WAARSCHUWING
DWA14841
Wielen van ABS-mo dellen moeten door
een Yamaha- dealer verwij der d en g e-
monteer d wor den.
DAU56672
Verwij deren van het achterwiel
WAARSCHUWING
DWA10822
Zor g d at de machine veili g wor dt on der-
steun d, zo dat deze niet kan omvallen.
1. Draai de borgmoer los en draai de
stelmoer voor kettingspanning los aan
beide zijden van de achterbrug.
2. Draai de wielasmoer los.
3. Zet de motorfiets op de middenbok.
4. Verwijder de wielasmoer.
5. Druk het wiel naar voren en haal dan de aandrijfketting van het achtertand-
wiel.
OPMERKING
De aandrijfketting hoeft niet te worden ge-
demonteerd om het achterwiel te verwijde-
ren en aan te brengen.
6. Ondersteun de remklauw en licht dan
het achterwiel iets op en trek de wielas
uit.
OPMERKING
Een rubber hamer is handig om de wielas
los te tikken.
7. Verwijder het wiel. LET OP: Bekrach-tig d e rem niet terwijl het wiel en de
remschijf zijn verwij der d, an ders
wor den de rem blokken teg en el-
kaar geperst.
[DCA11073]
1. Wielasmoer
2. Stelmoer spanning aandrijfketting
3. Borgmoer
1
3
2
1. Remklauw
2. Wielas
1
2
UBS1D0D0.book Page 42 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 93 of 102

Verzorgin g en stallin g van de motorfiets
7-3
7
De kuipruit reinigen
Vermijd alkalische of zuurhoudende reini-
gingsmiddelen, benzine, remvloeistof of
enig ander oplosmiddel. Reinig de kuipruit
met een doek of spons die is bevochtigd
met een mild reinigingsmiddel en was de
ruit vervolgens grondig af met water. Ge-
bruik voor extra reiniging Yamaha reini-
gingsmiddel voor kuipruiten of een ander
hoogwaardig reinigingsmiddel voor kuip-
ruiten. Sommige reinigingsmiddelen voor
kunststoffen laten eveneens krasjes achter
op de kuipruit. Voer voordat u dergelijk rei-
nigingsmiddel gebruikt eerst een test uit op
een gedeelte van de kuipruit dat het zicht
niet beïnvloedt en dat niet opvalt.
Na reini gin g
1. Droog de motorfiets met een zeemle- ren lap of een vochtabsorberende
doek.
2. Laat de aandrijfketting direct drogen en smeer hem om roestvorming te
voorkomen.
3. Gebruik een chroompolish om ver- chroomde, aluminium en roestvrijsta-
len delen te doen glanzen, ook het
uitlaatsysteem. (Zelfs thermische ver-
kleuringen op roestvrijstalen uitlaatsy-
stemen kunnen door oppoetsen
worden verwijderd.)
4. Het is aan te bevelen om met een spuitbus een corrosiewerend middel
aan te brengen op alle metalen delen,
ook op verchroomde en vernikkelde
componenten, om zo corrosie te voor-
komen.
5. Gebruik oliespray als universeel schoonmaakmiddel om nog achter-
gebleven vuil te verwijderen.
6. Werk kleine lakbeschadigingen door steenslag e.d. bij.
7. Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
8. Laat de motorfiets volledig drogen al- vorens deze te stallen of af te dekken.WAARSCHUWING
DWA11132
Verontreinig ing van d e remmen of ban-
d en kan lei den tot verlies van de controle
over de machine.
Controleer of er geen olie of was op
d e remmen of b anden zit.
Reini g d e remschijven en remvoe-
rin gen in dien no dig met een norma-
le remschijfreini ger of aceton en
spoel de ban den schoon met lauw
water en een mil d reini gin gsmi ddel.
Test de remwerkin g en het we gge-
d ra g van d e machine in bochten
voor dat u met ho ge snelhed en gaat
rij den.
LET OP
DCA10801
Bren g een g eringe hoeveelhei d
oliespray en was aan en verwij der
overtolli ge hoeveelhe den.
Bren g oliespray of was nooit aan op
ru bb er of kunststof d elen, behan del
d eze met een d aartoe bestem d ver-
zor gin gsmi ddel.
Vermij d het g eb ruik van schurend e
poetsmi ddelen, deze tasten d e lak
aan.
OPMERKING
Vraag een Yamaha dealer om advies
over de te gebruiken producten.
Door wassen, regenachtig weer of een
vochtig klimaat kan de koplamplens
beslagen raken. Inschakelen van de
koplamp gedurende een korte periode
zal helpen bij de verwijdering van het
vocht.
UBS1D0D0.book Page 3 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 97 of 102

Specificaties
8-3
8
Laadsysteem:Wisselstroomdynamo met permanente
magneten
Accu:
Model:GT12B-4
Voltage, capaciteit:
12 V, 10.0 Ah (10 HR)
Koplamp:
Type gloeilamp:Halogeenlamp
Watta ge gloeilamp × aantal:
Koplamp:
H4, 60.0 W/55.0 W x 1
Remlicht/achterlicht unit: 21.0 W/5.0 W × 1
Voorste richtingaanwijzer: 10.0 W × 2
Achterste richtingaanwijzer:
10.0 W × 2
Parkeerlicht: 5.0 W × 1
Kentekenverlichting: 5.0 W × 1
Instrumentenverlichting:
LED
Controlelampje vrijstand: LED
Controlelampje grootlicht: LED
Waarschuwingslampje olieniveau:
LED
Controlelampje richtingaanwijzers: LED
Waarschuwingslampje
koelvloeistoftemperatuur: LED
Waarschuwingslampje motorstoring: LED
ABS-waarschuwingslampje:
LED (XJ6FA)
Controlelampje startblokkering: LED
Zekerin g:
Hoofdzekering:
30.0 A
Koplampzekering: 20.0 A
Zekering achterlichtcircuit: 10.0 A Zekering signaleringssysteem:
7.5 A
Zekering ontstekingssysteem: 10.0 A
Zekering radiatorkoelvin:
20.0 A
Zekering brandstofinjectiesysteem: 10.0 A
Zekering ABS-regeleenheid: 7.5 A (XJ6FA)
Zekering ABS-motor:
30.0 A (XJ6FA)
Zekering van de ABS-solenoïdeklep: 20.0 A (XJ6FA)
Backup-zekering: 7.5 A
UBS1D0D0.book Page 3 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 99 of 102

10-1
10
Index
A
Aandrijfketting, reinigen en smeren...... 6-29
ABS (voor modellen met ABS) ............. 3-14
ABS-waarschuwingslampje (voor
modellen met ABS) .............................. 3-5
Accu ..................................................... 6-34
Achterbrugscharnierpunten, smeren.... 6-32
Achteruitkijkspiegels ............................ 3-21
B
Banden ................................................. 6-20
Bougies, controleren ............................ 6-10
Brandstof.............................................. 3-15
Brandstofverbruik, tips voor een zuinig .................................................... 5-4
C
Claxonschakelaar ................................. 3-11
Contactslot/stuurslot .............................. 3-2
Controlelampje grootlicht ....................... 3-4
Controlelampje richting aanwijzers ......... 3-4
Controlelampjes en waarschuwingslampjes ........................ 3-4
Controlelampje startblokkering .............. 3-6
D
De motor starten .................................... 5-2
Dimlichtschakelaar ............................... 3-10
G
Gasgreep en gaskabel, controleren en smeren ............................................... 6-30
Gereedschapsset ................................... 6-2
Gloeilamp in remlicht/achterlicht, vervangen .......................................... 6-39
Gloeilamp kentekenverlichting,
vervangen .......................................... 6-40
Gloeilamp richtingaanwijzer, vervangen .......................................... 6-40
H
Helmbevestiging................................... 3-19
I
Identificatienummers .............................. 9-1
Inrijperiode ............................................. 5-4
K
Kabels, controleren en smeren ............ 6-30
Klepspeling........................................... 6-19
Koelvloeistof ......................................... 6-13
Koplampgloeilamp, vervangen............. 6-38
Koppelingshendel ................................ 3-12
Koppelingshendel, vrije slag
afstellen.............................................. 6-23
L
Lichtsignaalschakelaar ......................... 3-10 Luchtfilterelement, vervangen .............. 6-17
M
Matkleur, let op ....................................... 7-1
Middenbok en zijstandaard,
controleren en smeren........................ 6-32
Modelinformatiesticker ........................... 9-1
Motorolie en oliefilterpatroon ................ 6-11
Multifunctionele meter ............................ 3-6
N
Noodstopschakelaar............................. 3-11
O
Onderhoud en smering, periodiek .......... 6-4
Onderhoud, uitstootcontrolesysteem ..... 6-3
Opbergcompartiment ........................... 3-20
P
Parkeerlichtgloeilamp ........................... 6-39
Parkeren.................................................. 5-5
Plaats van de onderdelen ....................... 2-1
Problemen oplossen ............................. 6-43
R
Rem- en koppelingshendels, controleren en smeren........................ 6-31
Rem- en schakelpedalen, controleren
en smeren ........................................... 6-31
Remhendel............................................ 3-13
Remlichtschakelaars ............................. 6-24
Rempedaal............................................ 3-13
Remvloeistofniveau, controleren .......... 6-26
Remvloeistof, verversen ....................... 6-27
Richtingaanwijzerschakelaar ................ 3-11
S
Schakelaar alarmverlichting .................. 3-11
Schakelen ............................................... 5-3
Schakelpedaal ...................................... 3-12
Schokdemperunit, afstellen .................. 3-21
Serienummer motorblok ......................... 9-1
Spanning aandrijfketting ....................... 6-28
Specificaties ........................................... 8-1
Stalling .................................................... 7-4
Stand van het stuur, afstellen ............... 3-20
Startblokkeersysteem ............................. 3-1
Startknop .............................................. 3-11
Startspersysteem.................................. 3-23
Stationair toerental ............................... 6-18
Storingzoekschema’s ........................... 6-44
Stroomlijn- en framepanelen,
verwijderen en aanbrengen .................. 6-7
Stuurschakelaars .................................. 3-10
Stuursysteem, controleren.................... 6-33
UBS1D0D0.book Page 1 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM
Page 100 of 102

Index
10-2
10
T
Tankbeluchtingsslang en
overloopslang ..................................... 3-17
Tankdop ................................................ 3-15
U
Uitlaatkatalysator .................................. 3-17
V
Veiligheidsinformatie........ ....................... 1-1
Verzorging ............................................... 7-1
Voertuigidentificatienummer ................... 9-1
Voor- en achterremblokken controleren ......................................... 6-25
Voorvork, controleren ........................... 6-33
Vrije slag van gasgreep, controleren .... 6-19
Vrije slag van remhendel, controleren ......................................... 6-24
Vrijstandcontrolelampje .......................... 3-4
W
Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur ...................... 3-4
Waarschuwingslampje motorstoring ...... 3-5
Waarschuwingslampje olieniveau ........... 3-4
Wiel, achter (voor modellen zonder ABS).................................................... 6-42
Wielen ................................................... 6-22
Wiellagers controleren .......................... 6-34
Wiel, voor (voor modellen zonder ABS).................................................... 6-41
Z
Zadel ..................................................... 3-18
Zekeringen, vervangen ......................... 6-36
Zijstandaard .......................................... 3-22
UBS1D0D0.book Page 2 Tuesday, October 6, 2015 10:19 AM