ABS YAMAHA XMAX 125 2016 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: YAMAHA, Model Year: 2016, Model line: XMAX 125, Model: YAMAHA XMAX 125 2016Pages: 94, PDF Size: 8.01 MB
Page 5 of 94

Inhoudsopgave
Veiligheidsinformatie........................1-1
Andere aandachtspunten voor
veilig rijden ...................................1-5
Beschrijving.......................................2-1
Aanzicht linkerzijde..........................2-1
Aanzicht rechterzijde .......................2-2
Bedieningen en instrumenten .........2-3
Werking van de
bedieningselementen en
instrumenten.....................................3-1
Startblokkeersysteem .....................3-1
Contactslot/stuurslot.......................3-2
Controlelampjes en waarschu-
wingslampjes ...............................3-3
Multifunctionele meter.....................3-5
Stuurschakelaars...........................3-13
Voorremhendel ..............................3-15
Achterremhendel ...........................3-15
ABS (voor modellen met ABS) ......3-16
Tankdop ........................................3-17
Brandstof.......................................3-17
Uitlaatkatalysatoren ......................3-19
Zadel .............................................3-19
Opbergcompartimenten ................3-20
Afstellen van de
schokdemperunits .....................3-21
Zijstandaard ..................................3-22
Startspersysteem ..........................3-23
Voor uw veiligheid – controles
voor het rijden...................................4-1
Gebruik en belangrijke
rij-informatie......................................5-1
De motor starten ............................5-2
Wegrijden ........................................5-3
Sneller en langzamer rijden .............5-3
Remmen ..........................................5-4
Tips voor een zuinig
brandstofverbruik.........................5-5
Inrijperiode ......................................5-5
Parkeren ..........................................5-6Periodiek onderhoud en
afstelling............................................ 6-1
Boordgereedschapsset .................. 6-2
Periodiek onderhoudsschema van
het uitstootcontrolesysteem ........ 6-3
Algemeen smeer- en
onderhoudsschema..................... 6-4
Panelen verwijderen en
aanbrengen ................................. 6-7
Bougie controleren ......................... 6-9
Motorolie ....................................... 6-10
Eindoverbrengingsolie .................. 6-13
Koelvloeistof ................................. 6-14
Luchtfilterelementen en
aftapslangen luchtfilter en
v-snaarbehuizing ....................... 6-15
De vrije slag van de gasgreep
controleren ................................ 6-17
Klepspeling ................................... 6-17
Banden.......................................... 6-18
Gietwielen ..................................... 6-20
Vrije slag van voor- en
achterremhendel controleren .... 6-20
Controleren van voor- en
achterremblokken...................... 6-21
Controleren van
remvloeistofniveau .................... 6-22
Remvloeistof verversen ................ 6-23
Kabels controleren en smeren ...... 6-23
Controleren en smeren van
gasgreep en gaskabel ............... 6-24
Smeren van voor- en
achterremhendels ...................... 6-24
Middenbok en zijstandaard
controleren en smeren .............. 6-25
Voorvork controleren .................... 6-25
Stuursysteem controleren............. 6-26
Controleren van wiellagers ........... 6-26
Accu .............................................. 6-27
De zekeringen vervangen ............. 6-28
Koplampgloeilamp vervangen ...... 6-30
Parkeerlichten ............................... 6-31
Achterlicht/remlichtunit ................. 6-31
Voorste richtingaanwijzer.............. 6-32
Gloeilamp achterste
richtingaanwijzer vervangen ...... 6-32
U2DMD2D0.book Page 1 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 17 of 94

Werking van de bedieningselementen en instrumenten
3-3
3
WAARSCHUWING
DWA10062
Draai nooit de sleutel naar “OFF” of
“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-
door worden de elektrische systemen
uitgeschakeld, wat mogelijk kan leiden
tot verlies van de controle of een onge-
val.
DAU10686LOCK
Het stuur is vergrendeld en alle elektrische
systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan
worden uitgenomen.
Om het stuur te vergrendelen
1. Draai het stuur helemaal naar links.
2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand in
en draai deze dan naar “LOCK”.
3. Neem de sleutel uit.
OPMERKING
Als het stuur niet wordt vergrendeld, pro-
beer het dan iets terug naar rechts te draai-
en.
Om het stuur te ontgrendelen
1. Steek de sleutel in.
2.
DAU59680 (Parkeren)
De alarmverlichting en richtingaanwijzers
kunnen worden ingeschakeld, maar alle an-
dere elektrische systemen zijn uit. De sleu-
tel kan worden uitgenomen.
Het stuur moet zijn vergrendeld om de sleu-
tel naar “ ” te kunnen draaien.
LET OP
DCA20760
Als u de alarmverlichting of de richting-
aanwijzers langdurig gebruikt, kan dit de
accu ontladen.
DAU49398
Controlelampjes en waarschu-
wingslampjes
DAU11032Controlelampjes
richtingaanwijzers “ ” en “ ”
Elk controlelampje gaat knipperen wanneer
de bijbehorende richtingaanwijzer knippert.
DAU11081Controlelampje grootlicht “ ”
Dit controlelampje brandt terwijl de kop-
lamp is ingeschakeld voor grootlicht.
DAU11354Waarschuwingslampje
brandstofniveau “ ”
Dit waarschuwingslampje gaat branden
wanneer het brandstofniveau daalt tot be-
neden ca. 2.5 L (0.66 US gal, 0.55 Imp.gal).
Vul in dat geval zo snel mogelijk brandstof
bij.
Het elektrisch circuit voor het waarschu-
wingslampje controleert u door de sleutel
naar “ON” te draaien. Het waarschu-
wingslampje moet enkele seconden oplich-
ten en dan uitgaan.
1. Controlelampjes richtingaanwijzers “ ”
en “ ”
2. Controlelampje grootlicht “ ”
3. Waarschuwingslampje motorstoring “ ”
4. Waarschuwingslampje
brandstofniveau “ ”
5. Controlelampje startblokkering “ ”
6. ABS-waarschuwingslampje “ ” (voor mo-
dellen met ABS)
ZAUM109823456
98765432111 10
12
0
1000r/minx
km/h
E
FCH
kmOdoOdoSELECTRESET
11
ABS
U2DMD2D0.book Page 3 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 18 of 94

Werking van de bedieningselementen en instrumenten
3-4
3
Licht het waarschuwingslampje niet met-
een op wanneer u de sleutel naar “ON”
draait of blijft het lampje branden, laat het
elektrisch circuit dan door een Yamaha
dealer controleren.
DAU43024Waarschuwingslampje
motorstoring“”
Dit waarschuwingslampje gaat branden
wanneer een elektrisch systeem dat de mo-
torwerking controleert, defect is. Vraag in
dat geval een Yamaha dealer het zelfdiag-
nosesysteem te controleren.
Het elektrisch circuit voor het waarschu-
wingslampje controleert u door de sleutel
naar “ON” te draaien. Het waarschu-
wingslampje moet enkele seconden oplich-
ten en dan uitgaan.
Licht het waarschuwingslampje niet met-
een op wanneer u de sleutel naar “ON”
draait of blijft het lampje branden, laat het
elektrisch circuit dan door een Yamaha
dealer controleren.
OPMERKING
Dit waarschuwingslampje gaat branden als
startknop wordt ingedrukt. Dit wijst echter
niet op een storing.
DAUM3381ABS-waarschuwingslampje “ ” (voor
modellen met ABS)
Onder normale omstandigheden gaat het
ABS-waarschuwingslampje branden als de
sleutel naar “ON” wordt gedraaid en uit als
met een snelheid van 10 km/h (6 mi/h) of
hoger wordt gereden.
Als het ABS-waarschuwingslampje:
niet gaat branden wanneer de sleutel
naar “ON” wordt gedraaid
gaat branden of knipperen tijdens het
rijden
niet uitgaat wanneer met een snelheid
van 10 km/h (6 mi/h) of hoger wordt
geredenWerkt het ABS-systeem mogelijk niet goed.
Vraag als een van de bovenstaande geval-
len zich voordoet zo snel mogelijk een
Yamaha dealer het systeem te controleren.
(Zie pagina 3-16 voor uitleg over de wer-
king van het ABS-systeem.)
WAARSCHUWING
DWA16041
Als het ABS-waarschuwingslampje niet
uitgaat zodra met een snelheid van 10
km/h (6 mi/h) of hoger wordt gereden, of
als het waarschuwingslampje tijdens
het rijden gaat branden of knipperen,
keert het remsysteem terug naar con-
ventioneel remmen. Als een van de bo-
venstaande gevallen zich voordoet, of
als het waarschuwingslampje helemaal
niet gaat branden, rij dan extra voorzich-
tig om te voorkomen dat de remmen in
noodsituaties blokkeren. Laat het rem-
systeem en de elektrische circuits zo
snel mogelijk door een Yamaha dealer
controleren.
OPMERKING
Het ABS-waarschuwingslampje kan gaan
branden wanneer er gas wordt gegeven
terwijl de scooter op de middenbok staat.
Er is dan echter geen sprake van een sto-
ring.
DAU26879Controlelampje startblokkering“”
Als de sleutel naar “OFF” wordt gedraaid,
begint het controlelampje na 30 seconden
te knipperen om aan te geven dat het start-
blokkeersysteem is ingeschakeld. Het con-
trolelampje stopt na 24 uur met knipperen,
maar het startblokkeersysteem blijft inge-
schakeld.
Het elektrisch circuit voor het controle-
lampje kan worden gecontroleerd door de
sleutel naar “ON” te draaien. Het controle-
lampje moet enkele seconden oplichten en
dan uitgaan.
ABS
U2DMD2D0.book Page 4 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 30 of 94

Werking van de bedieningselementen en instrumenten
3-16
3
DAU54001
ABS (voor modellen met ABS)
Het Yamaha ABS (anti-blokkeervoorziening
remsysteem) bestaat uit een dubbel uitge-
voerd elektronisch regelsysteem dat de
voorrem en achterrem onafhankelijk aan-
stuurt.
Gebruik de remmen met ABS net zoals
conventionele remmen. Bij activering van
het ABS-systeem kan een pulsatie worden
gevoeld in de remhendels. Ga in dat geval
door met remmen en laat het ABS-systeem
het werk doen. Ga niet “pompend” rem-
men, dit vermindert de remeffectiviteit.
WAARSCHUWING
DWA16051
Houd altijd een veilige afstand tot voor-
liggers, zelfs als uw voertuig is uitgerust
met ABS.
Het ABS-systeem functioneert het
effectiefst over lange remwegen.
Op bepaalde oppervlakken, zoals
slechte wegen of grindwegen, kan
de remafstand met het ABS-sy-
steem langer zijn dan zonder ABS-
systeem.
Het ABS-systeem wordt bewaakt door een
ECU die het systeem bij een storing laat te-
rugkeren naar conventioneel remmen.
OPMERKING
Het ABS-systeem voert een zelfdiag-
nosetest uit telkens nadat de sleutel
op “ON” is gezet en het voertuig rijdt
met een snelheid van 10 km/h (6 mi/h)
of hoger. Tijdens deze test hoort u een
“klikkend” geluid aan de voorkant van
het voertuig en wanneer u een rem-
hendel licht aantrekt, voelt u eventueel
een trilling in de hendel. Dit is normaal.
Dit ABS-systeem is uitgerust met een
testfunctie, waarbij de bestuurder pul-
saties kan voelen in de rembediening
terwijl ABS actief is. Er is echter speci-aal gereedschap vereist, dus neem
voor het uitvoeren van deze test con-
tact op met uw Yamaha dealer.
LET OP
DCA16121
Houd alle soorten magneten (inclusief
magneetgrijpers, magnetische schroe-
vendraaiers etc.) uit de buurt van de
voorste en achterste wielnaven. Anders
kunnen de magnetische rotors van de
wielnaven beschadigd raken, waardoor
het ABS-systeem niet meer goed werkt.
1. Voorste wielnaaf
1. Achterste wielnaaf
1
1
U2DMD2D0.book Page 16 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 42 of 94

Gebruik en belangrijke rij-informatie
5-2
5
DAUM3350
De motor starten
LET OP
DCA10251
Zie pagina 5-5 voor instructies over het
inrijden van de motor alvorens de machi-
ne in gebruik wordt genomen.
Het startspersysteem staat starten alleen
toe als de zijstandaard is opgetrokken.
Zie pagina 3-23 voor meer informatie.
1. Draai de sleutel naar “ON”.
Het volgende waarschuwingslampje,
controlelampje en de volgende indica-
toren moeten enkele seconden op-
lichten en dan uitgaan.
Waarschuwingslampje motor-
storing
Controlelampje startblokkering
Indicator V-snaarvervanging
Olieverversingsindicator
Waarschuwingslampje brand-
stofniveau
LET OP
DCA11834
Als een waarschuwings- of controle-
lampje niet gaat branden wanneer de
sleutel naar “ON” wordt gedraaid, of
wanneer een waarschuwings- of contro-
lelampje niet dooft, zie dan pagina 3-3
voor een controle van het circuit van het
betreffende waarschuwings- of contro-
lelampje.
Voor modellen met ABS:
Het ABS-waarschuwingslampje moet
gaan branden als het contactslot op
“ON” wordt gezet en weer uitgaan zo-
dra met een snelheid van 10 km/h (6
mi/h) of hoger wordt gereden.
LET OP
DCA17682
Als het ABS-waarschuwingslampje niet
gaat branden en weer uitgaat zoals hier-
boven beschreven, zie dan pagina 3-3
voor een controle van het circuit van het
waarschuwingslampje.
2. Sluit de gasklep volledig.
3. Start de motor door de startknop in te
drukken terwijl de voor- of achterrem
wordt bekrachtigd.
Als de motor niet wil starten, laat dan
de startknop los, wacht een paar se-
conden en probeer het dan opnieuw.
Iedere startpoging moet zo kort mo-
gelijk duren om de accu te sparen.
Laat de startmotor nooit langer dan 10
seconden achtereen draaien.
LET OP
DCA11043
Trek nooit snel op terwijl de motor nog
koud is, dit verkort de levensduur van de
motor!
1. Achterremhendel
2. Voorremhendel
3. Startknop
U2DMD2D0.book Page 2 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 68 of 94

Periodiek onderhoud en afstelling
6-22
6
DAU40262
Controleren van remvloeistofni-
veau
Controleer alvorens te gaan rijden of de
remvloeistof boven de merkstreep voor mi-
nimumniveau staat. Meet het remvloeistof-
niveau en let erop dat de bovenzijde van
het reservoir horizontaal staat. Vul indien
nodig remvloeistof bij.
Voorrem
Achterrem
WAARSCHUWING
DWA16011
Onjuist uitgevoerd onderhoud kan resul-
teren in verlies van remvermogen. Neem
de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht:Bij een te laag remvloeistofniveau
kan lucht binnendringen in het rem-
systeem, waardoor de rempresta-
ties afnemen.
Reinig de reservoirdop alvorens
deze te verwijderen. Gebruik uit-
sluitend DOT 4 remvloeistof uit een
onaangebroken verpakking.
Gebruik uitsluitend de aanbevolen
remvloeistof, anders kunnen de
rubberafdichtingen beschadigd ra-
ken met lekkage tot gevolg.
Vul
bij met hetzelfde type remvloei-
stof. Toevoeging van een ander
type remvloeistof dan DOT 4 kan re-
sulteren in een schadelijke chemi-
sche reactie.
Pas op en zorg dat tijdens het bij-
vullen geen water of stof het rem-
vloeistofreservoir binnendringen.
Water zal het kookpunt van de rem-
vloeistof aanzienlijk verlagen zodat
dampbelvorming kan optreden en
vuil de hydraulisch bediende klep-
pen van de ABS eenheid kan ver-
stoppen.
LET OP
DCA17641
Remvloeistof kan gelakte of kunststof
onderdelen beschadigen. Veeg gemors-
te remvloeistof steeds direct af.
Naarmate de remblokken afslijten, zal het
remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen.
Een laag remvloeistofniveau kan duiden op
versleten remblokken en/of lekkage in het
remsysteem. Controleer daarom de rem-
blokken op slijtage en het remsysteem op
lekkage. Vraag als het remvloeistofniveau
plotseling sterk is gedaald een Yamaha
dealer om een inspectie alvorens verder te
rijden.
1. Merkstreep minimumniveau
1. Merkstreep minimumniveau
Aanbevolen remvloeistof:
DOT 4
1
ZAUM1057
ZAUM1032
1
U2DMD2D0.book Page 22 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 75 of 94

Periodiek onderhoud en afstelling
6-29
6
YP125RYP125RA
1. Zekeringenkastje
1. Zekering radiatorkoelvinmotor
2. Zekering elektronische regeleenheid
3. Backup-zekering
4. Zekering signaleringssysteem
5. Koplampzekering
6. Zekering ontstekingssysteem
7. Reservezekering
8. Zekering alarmverlichtingssysteem
ZAUM1036
1
ZAUM1037
7
123456
20 10
10
20
1010 10107.5
7.5
1. Zekering radiatorkoelvinmotor
2. Zekering elektronische regeleenheid
3. Backup-zekering
4. Zekering signaleringssysteem
5. Koplampzekering
6. Zekering ontstekingssysteem
7. Reservezekering
8. Zekering alarmverlichtingssysteem
9. Zekering ABS-regeleenheid
10.Zekering ABS-motor
11.Zekering van de ABS-solenoïdeklep
Voorgeschreven zekeringen:
Hoofdzekering:
30.0 A
Zekering ontstekingssysteem:
10.0 A
Zekering signaleringssysteem:
10.0 A
Koplampzekering:
20.0 A
Zekering richtingaanwijzer/alarm-
verlichting:
10.0 A
Zekering radiatorkoelvin:
7.5 A
Zekering ABS-regeleenheid:
10.0 A (YP125RA)
Zekering ABS-motor:
30.0 A (YP125RA)
Zekering van de ABS-solenoïde-
klep:
20.0 A (YP125RA)
Backup-zekering:
10.0 A
ZAUM1129
101010
203030
7
7
11
123
4
56
20 10
20
1010 10107.5
7.5
9
10
U2DMD2D0.book Page 29 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 85 of 94

Onderhoud en stalling van de scooter
7-3
7
De kuipruit reinigen
Vermijd alkalische of zuurhoudende reini-
gingsmiddelen, benzine, remvloeistof of
enig ander oplosmiddel. Reinig de kuipruit
met een doek of spons die is bevochtigd
met een mild reinigingsmiddel en was de
ruit vervolgens grondig af met water. Ge-
bruik voor extra reiniging Yamaha reini-
gingsmiddel voor kuipruiten of een ander
hoogwaardig reinigingsmiddel voor kuip-
ruiten. Sommige reinigingsmiddelen voor
kunststoffen laten eveneens krasjes achter
op de kuipruit. Voer voordat u dergelijk rei-
nigingsmiddel gebruikt eerst een test uit op
een gedeelte van de kuipruit dat het zicht
niet beïnvloedt en dat niet opvalt.
Na reiniging
1. Droog de scooter met een zeemleren
lap of een vochtabsorberende doek.
2. Gebruik een chroompolish om ver-
chroomde, aluminium en roestvrijsta-
len delen te doen glanzen, ook het
uitlaatsysteem. (Zelfs thermische ver-
kleuringen op roestvrijstalen uitlaatsy-
stemen kunnen door oppoetsen
worden verwijderd.)
3. Het is aan te bevelen om met een
spuitbus een corrosiewerend middel
aan te brengen op alle metalen delen,
ook op verchroomde en vernikkelde
componenten, om zo corrosie te voor-
komen.
4. Gebruik oliespray als universeel
schoonmaakmiddel om nog achter-
gebleven vuil te verwijderen.
5. Werk kleine lakbeschadigingen door
steenslag e.d. bij.
6. Zet alle gelakte oppervlakken in de
was.
7. Laat de scooter volledig drogen alvo-
rens te stallen of af te dekken.WAARSCHUWING
DWA10943
Verontreiniging van de remmen of ban-
den kan leiden tot verlies van de controle
over de machine.
Controleer of er geen olie of was op
de remmen of banden zit. Reinig de
remschijven en remvoeringen in-
dien nodig met een normale rem-
schijfreiniger of aceton en spoel de
banden schoon met lauw water en
een mild reinigingsmiddel.
Test voor u de scooter in gebruik
neemt eerst de remwerking en het
weggedrag in bochten.
LET OP
DCA10801
Breng een geringe hoeveelheid
oliespray en was aan en verwijder
overtollige hoeveelheden.
Breng oliespray of was nooit aan op
rubber of kunststof delen, behandel
deze met een daartoe bestemd ver-
zorgingsmiddel.
Vermijd het gebruik van schurende
poetsmiddelen, deze tasten de lak
aan.
OPMERKING
Vraag een Yamaha dealer om advies
over de te gebruiken producten.
Door wassen, regenachtig weer of een
vochtig klimaat kan de koplamplens
beslagen raken. Inschakelen van de
koplamp gedurende een korte periode
zal helpen bij de verwijdering van het
vocht.
U2DMD2D0.book Page 3 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 89 of 94

Specificaties
8-3
8
Achterwielophanging:
Type:
Unit swing
Veer/schokdempertype:
Schroefveer/oliedemper
Veerweg:
84 mm (3.3 in)
Elektrische installatie:
Systeemspanning:
12 V
Ontstekingssysteem:
Transistorontsteking
Laadsysteem:
Wisselstroomdynamo met permanente
magneten
Accu:
Model:
GT9B-4
Voltage, capaciteit:
12 V, 8.0 Ah
Koplamp:
Type gloeilamp:
Halogeenlamp
Gloeilampen voltage, wattage × aantal:
Koplamp:
12 V, 55.0 W × 2
Remlicht/achterlicht unit:
LED
Voorste richtingaanwijzer:
12 V, 10.0 W × 2
Achterste richtingaanwijzer:
12 V, 10.0 W × 2
Parkeerlicht:
12 V, 5.0 W × 2 (YP125R, YP125RA)
Parkeerlicht:
LED (YP125RA)
Kentekenverlichting:
12 V, 5.0 W × 1
Instrumentenverlichting:
LED
Controlelampje grootlicht:
LED
Controlelampje richtingaanwijzers:
LED
Controlelampje brandstofniveau:
LED
Waarschuwingslampje motorstoring:
LED
ABS-waarschuwingslampje:
LED (YP125RA)
Zekering:
Hoofdzekering:
30.0 A
Koplampzekering:
20.0 A
Zekering signaleringssysteem:
10.0 A
Zekering ontstekingssysteem:
10.0 A
Zekering radiatorkoelvin:
7.5 A
Zekering richtingaanwijzer/alarmverlichting:
10.0 A
Zekering ECU (elektronische regeleenheid):
10.0 A
Zekering ABS-regeleenheid:
10.0 A (YP125RA)
Zekering ABS-motor:
30.0 A (YP125RA)
Zekering van de ABS-solenoïdeklep:
20.0 A (YP125RA)
Backup-zekering:
10.0 A
U2DMD2D0.book Page 3 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM
Page 91 of 94

10-1
10
Index
A
Aandachtspunten voor veilig rijden ........ 1-5
ABS (voor modellen met ABS) ............. 3-16
ABS-waarschuwingslampje
(voor modellen met ABS) ..................... 3-4
Accu ..................................................... 6-27
Achterlicht/remlichtunit ........................ 6-31
B
Banden ................................................. 6-18
Bougie, controleren ................................ 6-9
Brandstof.............................................. 3-17
Brandstofverbruik, tips voor een
zuinig .................................................... 5-5
C
Claxonschakelaar ................................. 3-14
Contactslot/stuurslot .............................. 3-2
Controlelampje grootlicht ....................... 3-3
Controlelampjes en
waarschuwingslampjes ........................ 3-3
Controlelampjes richtingaanwijzers ....... 3-3
Controlelampje startblokkering .............. 3-4
D
De motor starten .................................... 5-2
Dimlichtschakelaar ............................... 3-13
E
Eindoverbrengingsolie .......................... 6-13
G
Gasgreep en gaskabel, controleren en
smeren ............................................... 6-24
Gereedschapsset ................................... 6-2
Gloeilamp kentekenverlichting,
vervangen .......................................... 6-33
Gloeilamp richtingaanwijzer (achter),
vervangen .......................................... 6-32
I
Identificatienummers .............................. 9-1
Inrijperiode ............................................. 5-5
K
Kabels, controleren en smeren ............ 6-23
Klepspeling........................................... 6-17
Koelvloeistof ......................................... 6-14
Koplampgloeilamp, vervangen............. 6-30
L
Lichtsignaalschakelaar ......................... 3-13
Luchtfilterelementen luchtfilter en
v-snaarbehuizing................................ 6-15
M
Matkleur, let op ...................................... 7-1
Middenbok en zijstandaard,
controleren en smeren ....................... 6-25Modelinformatiesticker ........................... 9-1
Motorolie ............................................... 6-10
Multifunctionele meter ............................ 3-5
O
Onderhoud en smering, periodiek .......... 6-4
Onderhoud, uitstootcontrolesysteem ..... 6-3
Opbergcompartimenten ....................... 3-20
P
Panelen, verwijderen en aanbrengen...... 6-7
Parkeerlichten ....................................... 6-31
Parkeren.................................................. 5-6
Plaats van de onderdelen ....................... 2-1
Problemen oplossen ............................. 6-34
R
Remhendel, achterrem ......................... 3-15
Remhendels, smeren ............................ 6-24
Remmen ................................................. 5-4
Remvloeistofniveau, controleren .......... 6-22
Remvloeistof, verversen ....................... 6-23
Richtingaanwijzerschakelaar ................ 3-13
S
Schakelaar alarmverlichting .................. 3-14
Schakelaar Info ..................................... 3-14
Schokdemperunits, afstellen ................ 3-21
Sneller en langzamer rijden .................... 5-3
Specificaties ........................................... 8-1
Stalling .................................................... 7-4
Startblokkeersysteem ............................. 3-1
Startknop .............................................. 3-14
Startspersysteem.................................. 3-23
Storingzoekschema’s ........................... 6-35
Stuurschakelaars .................................. 3-13
Stuursysteem, controleren.................... 6-26
T
Tankdop ................................................ 3-17
U
Uitlaatkatalysatoren .............................. 3-19
V
Veiligheidsinformatie ............................... 1-1
Verzorging............................................... 7-1
Voertuigidentificatienummer ................... 9-1
Voor- en achterremblokken
controleren ......................................... 6-21
Voorremhendel ..................................... 3-15
Voorste richtingaanwijzer...................... 6-32
Voorvork, controleren ........................... 6-25
Vrije slag van gasgreep, controleren .... 6-17
Vrije slag voor- en achterremhendel,
controleren ......................................... 6-20
U2DMD2D0.book Page 1 Wednesday, July 1, 2015 8:44 AM