sensor Alfa Romeo Brera/Spider 2009 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2009, Model line: Brera/Spider, Model: Alfa Romeo Brera/Spider 2009Pages: 263, PDF Size: 3.91 MB
Page 151 of 263

149
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
REMBLOKSLIJTAGE
(geel)
Op het display worden een bericht
+ symbool weergegeven wanneer de voorste
remblokken versleten zijn; laat deze in dat ge-
val zo snel mogelijk vervangen.
WAARSCHUWINGDe auto is uitgerust
met een slijtagesensor voor de voorste rem-
blokken; als deze moeten worden vervangen,
moeten ook de remblokken achter worden ge-
controleerd.
d
Als het lampje tijdens het
rijden gaat branden, con-
troleer dan of de handrem niet is
aangetrokken. Als het lampje blijft
branden als de handrem niet is aan-
getrokken, breng dan de auto on-
middellijk tot stilstand en wend u tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
OPGELET
REMVLOEISTOFPEIL
TE LAAG (rood)
AANGETROKKEN
HANDREM (rood)
Als u de sleutel in het contactslot steekt, gaat
het lampje branden. Na enkele seconden moet
het lampje doven.
Te laag remvloeistofniveau
Het controlelampje (in combinatie met de weer-
gave van een bericht op het display) gaat bran-
den als het remvloeistofniveau in het reservoir
onder het minimum niveau is gedaald, bij-
voorbeeld door lekkage in het remsysteem.
x
Aangetrokken handrem
Het lampje gaat branden als de handrem wordt
aangetrokken.
Page 158 of 263

STORING ALARM
(geel)
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
INBRAAKPOGING
(geel)
ELEKTRONISCHE
SLEUTEL NIET
HERKEND (geel)
Storing alarm
De weergave van een bericht + symbool op het
display signaleren een storing in het diefstala-
larm. Wend u zich zo snel mogelijk tot het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Inbraakpoging
De weergave van een bericht + symbool op het
display geven een inbraakpoging aan. Wend u
zich zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo Servi-
cenetwerk.
Elektronische sleutel niet herkend
De weergave van een bericht + symbool signa-
leren het niet herkennen van de elektronische
sleutel door het systeem, wanneer de motor
wordt gestart.
156
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
Y
Dit wordt slechts één keer uitgevoerd nadat het
systeem een temperatuur lager of gelijk aan
3
°C heeft gesignaleerd en kan worden alleen
herhaald als de buitentemperatuur hoger is dan
6
°C en vervolgens weer lager of gelijk wordt
aan 3
°C.
WAARSCHUWINGIn geval van een sto-
ring van de buitentemperatuursensor worden
op het display streepjes weergegeven in plaats
van de temperatuur.
KANS OP
GLADHEID
Als de buitentemperatuur lager of gelijk is aan
3
°C, worden op het display een bericht + sym-
bool weergegeven en klinkt, om de bestuurder
te waarschuwen voor mogelijke ijsvorming op
de weg.
Bij enkele uitvoeringen kan de signaleringscy-
clus worden beëindigd door kort op de knop
MENUte drukken:
– het bericht op het display verdwijnt en het
daarvoor weergegeven scherm wordt opnieuw
weergegeven;
– de temperatuuraanduiding stopt met knip-
peren;
– het symbool
√blijft rechtsonder op het dis-
play staan (totdat de buitentemperatuur hoger
of gelijk is aan 6
°C).
√
Page 163 of 263

161
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
GROOTLICHT
(blauw)
Het lampje gaat branden als het grootlicht in-
geschakeld wordt.
1
STORING
SCHEMERSENSOR
(geel)
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Op het display worden een bericht + symbool
weergegeven in geval van storing van de sche-
mersensor.
STORING
PARKEERSENSOREN
(geel)
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Op het display worden een bericht + symbool
weergegeven in geval van storing van de par-
keersensoren.
STORING
REGENSENSOR
(geel)
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Op het display worden een bericht + symbool
weergegeven in geval van storing van de re-
gensensor.
1
u
t
RICHTINGAANWIJZER
LINKS
(groen)
Het lampje gaat branden als de rich-
tingaanwijzerhendel omlaag wordt gezet of, te-
gelijk met het richtingaanwijzercontrolelamp-
je rechts, als de drukknop voor de waarschu-
wingsknipperlichten wordt ingedrukt.
RICHTINGAANWIJZER
RECHTS
(groen)
Het lampje gaat branden als de rich-
tingaanwijzerhendel omhoog wordt gezet of,
tegelijk met het richtingaanwijzercontrolelampje
links, als de drukknop voor de waarschu-
wingsknipperlichten wordt ingedrukt.
R
E
BRANDSTOF-
RESERVE –
BEPERKTE
ACTIERADIUS
(geel)
Het lampje gaat branden als in de brandstoftank
nog ongeveer 10 liter brandstof aanwezig is.
Als de actieradius minder dan ongeveer 50 km
(of 31 mijl) bedraagt, wordt op het display een
waarschuwingsbericht weergegeven.
K
Als lampje Ktijdens het rijden
gaat knipperen, moet u zich
tot het Alfa Romeo Service-
netwerk wenden.
CRUISE CONTROL
(groen)
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Het lampje (in combinatie met de weergave
van een bericht op het display) gaat branden
als de draaiknop van de cruise control in de
stand
Üwordt gedraaid.
Ü
Page 165 of 263

163
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
STORING KAP
TIJDELIJKE STORING
KAP
Storing kap
Het bericht + symbool
†(rode kleur) wor-
den op het display weergegeven, door te druk-
ken op de activeringsknop van de kap of tijdens
het plaatsen van de elektronische sleutel in het
startsysteem, wanneer er sprake is van een per-
manente storing van de kap.
Wend u zich in dit geval tot de Alfa Romeo-
dealer om de storing te laten verhelpen.
Tijdelijke storing kap
Het bericht + symbool
†(rode kleur) wor-
den op het display weergegeven, door te druk-
ken op de activeringsknop van de kap, wanneer
er sprake is van een tijdelijke storing van de kap.
Wend u zich in dit geval tot de Alfa Romeo-
dealer om de storing te laten verhelpen.
†
TE LAAG
RUITENSPROEIERVL
OEISTOFNIVEAU
(geel)
Op het display worden een bericht + symbool
weergegeven, wanneer het ruitensproeier-
vloeistofniveau lager is dan het voorziene mi-
nimumniveau.
)
SNELHEIDSLIMIET
OVERSCHREDEN
Als met de auto sneller wordt gere-
den dan de m. b. v. het „Setup-menu” ingestelde
snelheid (bijvoorbeeld 120 km/h) (zie de pa-
ragraaf „Instelbaar multifunctioneel display” in
het hoofdstuk „Dashboard en bediening”), ver-
schijnt op het display een waarschuwingsbericht
+ een rood symbool en klinkt een geluidssignaal.X
STORING
TPMS-SYSTEEM
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Op enkele uitvoeringen verschijnen een bericht
en een symbool (geel) op het display als er een
storing is in het controlesysteem voor de ban-
denspanning TPMS: Wend u zich in dit geval zo
snel mogelijk tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Als er een of meer wielen zonder sensor ge-
monteerd zijn, verschijnt er een waarschu-
wingsbericht op het display, totdat de oor-
spronkelijke situatie weer is hersteld.n
BANDENSPANNING
CONTROLEREN
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Bij enkele versies worden op het display een
bericht + symbool (geel) weergegeven, om de
zachte band te identificeren.
Als er twee of meer banden te zacht zijn, dan
wordt achtereenvolgens iedere band apart aan-
gegeven.
In dit geval raden wij u aan om zo snel moge-
lijk de juiste bandenspanning te herstellen (zie
de paragraaf „Bandenspanning in koude toe-
stand” in het hoofdstuk „Technische gegevens”).n
Page 199 of 263

197
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE FIGUUR
Waterdetectiesensor brandstoffilter/luchtkwantummeter F35 7,5 48
Remlichtschakelaar/paneel op tunnelconsole F35 7,5 48
Cruise control F35 7,5 48
AQS-sensor F35 7,5 48
Beschikbaar F36 – 48
Regeleenheid instrumentenpaneel F37 10 48
Regeleenheid koplampen/Voeding regeleenheid gasontladingslampen
(Bixenon) (voor uitvoeringen/markten, waar voorzien) F37 10 48
Reductiemotor ver-/ontgrendeling bagageruimte F38 15 48
Diagnosestekker EOBD-systeem F39 10 48
Regeleenheid bandenspanningscontrole F39 10 48
Inbouwvoorbereiding mobiele telefoon F39 10 48
Regeleenheid sirene diefstalalarm (voor uitvoeringen/markten, waar voorzien) F39 10 48
Klimaatregeling F39 10 48
Achterruitverwarming F40 30 48
Verwarming ruitensproeiers F41 7,5 48
Verwarming verwarmde spiegels F41 7,5 48
Voeding knooppunt remsysteem (ABS/VDC) –
Knooppunt stuurhoeksensor – Gierhoeksensor F42 7,5 48
Ruitensproeiersysteem F43 30 48
Page 200 of 263

198
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE FIGUUR
Aansteker op middenconsole F44 10 48
Radionavigatiesysteem F49 7,5 48
Regeleenheid regensensor F49 7,5 48
Knooppunt stuur F49 7,5 48
Dashboard bedieningsknoppen F49 7,5 48
Knooppunt parkeersensoren F49 7,5 48
Verlichting bedieningen tunnelconsole F49 7,5 48
Verlichting bedieningen stoelen F49 7,5 48
Service op voorruit F49 7,5 48
Inbouwvoorbereiding mobiele telefoon F49 7,5 48
Knop START/STOP F49 7,5 48
Airbagsysteem F50 7,5 48
Regeleenheid bandenspanningscontrole F51 7,5 48
Inbouwvoorbereiding autoradio F51 7,5 48
Regeleenheid instrumentenpaneel F53 10 48
Versterker autoradio met DSP F54 30 54
Page 207 of 263

205
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
35 70 105 140 175
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
●●●
●●
●●●●●
●●●●●
●●●●●
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA
x 1000 km
Banden op conditie en slijtage controleren en
bandenspanning eventueel herstellen
Werking verlichting
(koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte,
interieur, dashboardkastje, waarschuwings-/controlelampjes enz.) controleren
Werking ruitenwissers/-sproeiers voor/achter controleren en
eventueel sproeiermonden afstellen
Stand wisserbladen voor/
achter controleren en wisserbladen op slijtage controleren
Remblokken van schijfremmen voor op conditie en slijtage
controleren en werking van remblokslijtagesensor controleren
Remblokken achter (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren
Visueel de conditie controleren van: buitenzijde carrosserie,
bodemplaatbescherming, uitlaat, brandstof- en remleidingen,
rubber delen (stofkappen, hoezen, bussen enz.),
en rubber slangen van het rem- en brandstofsysteem
Vergrendelmechanismen van de motorkap en achterklep
op vervuiling controleren en mechanismen smeren
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen
(hydraulisch rem-/koppelingssysteem, stuurbekrachtiging, ruitensproeiers,
accu, motorkoelsysteem enz.)
Handrem controleren en eventueel afstellen
Conditie van aandrijfriem (en) voor de hulporganen visueel controleren
Uitlaatgasemissie controleren (benzine-uitvoeringen)
Emissie / uitlaatrookgas controleren (dieseluitvoeringen)
Inspuiting/ontsteking controleren
(m. b. v. diagnosestekker)
Page 255 of 263

253
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
Prestaties ....................................... 240
Radiogolf-afstandsbediening:
ministeriële goedkeuring ................. 247
Radiozendapparatuur en
mobiele telefoons ......................... 107
Regensensor.................................... 68
Remlichten ..................................... 185
Remmen......................................... 233
Richtingaanwijzers
– bediening.................................... 64
– lampen vervangen ............182-183-186
Roetfilter (DPF)............................... 116
Rubber slangen ............................... 220
Ruitbediening, elektrisch.................... 92
Ruiten (reinigen).............................. 224
Ruiten reinigen ............................... 67
Ruitensproeiers
– bediening.................................... 67
Ruitenwissers
– bediening.................................... 67
– ruitensproeiers ............................. 221
– wisserbladen.........................220-221Safe-lock (systeem)......................... 14
SBR-systeem .................................. 118
Slepen van de auto .......................... 200
Sneeuwkettingen............................. 145
Snelheid (maximum)........................ 240
Snelle bandenreparatieset
Fix&Go automatic ......................... 172
Spiegels ........................................ 45
Standlichten
– bediening.................................... 64
– lampen vervangen ..................182-185
Starten en rijden........................ 133
Stuurinrichting ................................ 233
Stuurslot........................................ 21
Stuurwiel (verstellen)....................... 44
Symbolen ...................................... 9
Technische gegevens................. 227
TPMS (systeem) ............................ 111
Transmissie..................................... 232
Trekken van aanhangers.................... 143
Trekkrachtbegrenzers....................... 119
Tripcomputer.................................... 37 – verbruik ..................................... 210
Motorruimte (schoonmaken) ............. 224
MSR (systeem)............................... 105
Niveaus controleren......................... 208
Noodgevallen............................ 165
Onderhoud en zorg................... 203
– geprogrammeerd onderhoud .......... 204
– Onderhoudsschema...................... 205
– periodieke controles ...................... 207
– zwaar gebruik van de auto ............ 207
Opbergvakken................................ 78
Opkrikken van de auto ..................... 200
Parkeerlichten
– bediening.................................... 66
Parkeersensoren ............................. 108
Parkeren......................................... 139
Plafondverlichting voor
– bediening.................................... 74
– lampen vervangen ....................... 187
Plafondverlichting............................. 74
Portieren......................................... 90