air conditioning Alfa Romeo Giulietta 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2012, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2012Pages: 297, PDF Size: 9.15 MB
Page 77 of 297

73
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
OPMERKINGBij ingeschakelde Start&Stop-functie (uitgescha-
kelde motor en stilstaande auto) is de automatische regeling van
de recirculatie uitgeschakeld en wordt altijd de toevoer van bui-
tenlucht ingeschakeld om het risico op beslagen ruiten (doordat
de aircocompressor niet werkt) te voorkomen.
ELEKTRISCHE HULPVERWARMING
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Dit systeem zorgt voor een snellere verwarming van het interieur
bij koud weer. De hulpverwarming schakelt automatisch uit als
de ingestelde temperatuur is bereikt.
Automatische klimaatregeling
met gescheiden regeling
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
De elektrische hulpverwarming schakelt automatisch in op basis
van de atmosferische omstandigheden en bij draaiende motor.
Handbediende airconditioning
De hulpverwarming wordt automatisch ingeschakeld als u de draai-
knop A in het rode vlak draait en de aanjager (draaiknop B) ten
minste op de 1
esnelheid inschakelt.
BELANGRIJKE TIPS
De hulpverwarming werkt alleen bij een lage buitentemperatuur
en een lage koelvloeistoftemperatuur.
De verwarming wordt niet ingeschakeld als de accu niet voldoen-
de is opgeladen.
START&STOP
Automatisch klimaatregeling
De automatische klimaatregeling regelt de Start&Stop-functie (mo-
tor uit als de snelheid van de auto nul is) zodanig dat een aange-
naam klimaat in de auto gegarandeerd is.
Vooral bij zeer warme of koude klimatologische omstandigheden
wordt de Start&Stop-functie uitgeschakeld totdat een aangenaam
klimaat in het interieur is gegarandeerd; gedurende deze over-
gangsperioden wordt de motor niet uitgezet ook al staat de auto stil.
Als de Start&Stop-functie ingeschakeld is en de motor uitstaat bij
stilstaande auto, dan kan het klimaatregelsysteem de motor weer
starten als de klimaatcondities in het interieur snel verslechteren
(of als de gebruiker de maximum koeling (LO) of de snelle ont-
waseming (MAX-DEF) inschakelt).
Als de Start&Stop-functie ingeschakeld is en de motor uitstaat bij
stilstaande auto en het systeem staat in de AUTO-stand (lampje
N brandt), dan wordt de luchtopbrengst tot een minimum terug-
gebracht om het klimaatcomfort in het interieur zo lang mogelijk
te handhaven.
De klimaatregeleenheid probeert zo goed mogelijk het comfort-
verlies door het uitzetten van de motor (waardoor ook de com-
pressor en de waterpomp van de motor stilstaan) te compenseren,
maar het is altijd mogelijk om voorkeur te geven aan de werking
van de klimaatregeling door de Start&Stop-functie m.b.v. de be-
treffende toets op het dashboard uit te schakelen.
OPMERKINGBij extreme klimatologische omstandigheden
wordt aangeraden het gebruik van de Start&Stop-functie te be-
perken, zodat wordt voorkomen dat de compressor doorlopend uit-
en inschakelt, waardoor de ruiten sneller kunnen beslaan en er
vochtophopingen kunnen ontstaan, waardoor een onaangename
geur in het interieur kan dringen.
Page 121 of 297

117
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
HET SYSTEEM HANDMATIG IN-/UITSCHAKELEN
Druk voor het handmatig in en uit schakelen van het systeem op
de knop
Tfig. 82 die zich op het schakelaarpaneel op het dash-
board bevindt.
Inschakeling Start&Stop-systeem
De inschakeling van het Start&Stop-systeem wordt aangegeven
door een melding op het display. In deze situatie is het lampje
A-fig. 82 boven knop
Tgedoofd.
Uitschakeling Start&Stop-systeem
❍Uitvoeringen met multifunctioneel display: de uitschakeling van
het Start&Stop-systeem wordt aangegeven door een melding
op het display.
❍Uitvoeringen met instelbaar multifunctioneel display: de uit-
schakeling van het Start&Stop-systeem wordt aangegeven door
de weergave van symbool
T+ een melding op het display.
Bij uitgeschakeld systeem brandt het lampje A-fig. 82 .
fig. 82A0K0121m
OMSTANDIGHEDEN WAARBIJ
DE MOTOR NIET WORDT UITGEZET
Als het systeem ingeschakeld is, dan wordt, vanwege comfortei-
sen, ter beperking van de uitstoot en om veiligheidsredenen, de
motor niet uitgezet onder de volgende omstandigheden:
❍nog koude motor;
❍bijzonder lage buitentemperaturen;
❍onvoldoende opgeladen accu;
❍ingeschakelde achterruitverwarming;
❍ruitenwisser ingeschakeld op maximale snelheid;
❍tijdens regeneratie van het roetfilter (DPF) (alleen dieseluit-
voeringen);
❍geopend bestuurdersportier;
❍niet omgelegde veiligheidsgordel bestuurder;
❍ingeschakelde achteruit (bijv. bij inparkeren);
❍bij uitvoeringen met automatische klimaatregeling met ge-
scheiden regeling (voor bepaalde uitvoeringen/markten), zo-
lang nog niet een comfortabele temperatuur in het interieur is
bereikt of als de MAX-DEF-functie is ingeschakeld;
❍in de eerste gebruiksperiode als het systeem zichzelf instelt.
In deze gevallen verschijnt een melding en (voor bepaalde uit-
voeringen/markten) knippert symbool
Uop het display.
Als u het interieur in de auto wilt blijven koelen, dan
moet u het Start&Stop-systeem uitschakelen, zo-
dat de airconditioning continu kan blijven werken.
Page 159 of 297

155
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
BRANDSTOF BESPAREN
Hierna volgen enkele nuttige tips, waardoor het brandstofverbruik
zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van schadelijke uitlaatgas-
sen zoveel mogelijk beperkt wordt.
ALGEMENE OPMERKINGEN
Onderhoud van de auto
Zorg voor een goed onderhoud van de auto door de controles en
afstellingen die in het „Onderhoudsschema” staan vermeld, te la-
ten uitvoeren (zie het hoofdstuk „Onderhoud en zorg”).
Banden
Controleer regelmatig, ten minste een keer per maand, de span-
ning van de banden: als de spanning te laag is, wordt de weer-
stand groter en neemt het verbruik toe.
Overbodige bagage
Rijd niet met een overbeladen bagageruimte. Het gewicht van de
auto en de wieluitlijning hebben grote invloed op het brandstof-
verbruik en de stabiliteit.
Imperiaal/skidrager
Verwijder de imperiaal of skidrager als u deze niet meer gebruikt.
Ze verminderen de aerodynamica van de auto, waardoor het brand-
stofverbruik toeneemt. Gebruik voor het vervoer van volumineuze
voorwerpen bij voorkeur een aanhanger.
Stroomverbruikers
Gebruik elektrische accessoires uitsluitend als u ze nodig hebt.
De achterruitverwarming, de verstralers, de ruitenwissers en de
aanjager van het ventilatie-/verwarmingssysteem vragen veel
stroom, waardoor het brandstofverbruik toeneemt (tot aan 25 %
in stadsverkeer).
Airconditioning
Het gebruik van de airconditioning verhoogt het brandstofverbruik:
gebruik wanneer de buitentemperatuur het toelaat, bij voorkeur de
functies van het ventilatiesysteem.
Aerodynamische accessoires
Het gebruik van niet goedgekeurde aerodynamische accessoires
kan de aerodynamica negatief beïnvloeden, waardoor het brand-
stofverbruik zal toenemen.
Page 244 of 297

60 –
8 - 10 –
6,4 5,7
5,0 4,25
5,1 4,35
1,87 1,6
0,83 0,78
2,8 2,5
(4,6) (4,1)60 –
8 - 10 –
5,7 5,0
3,1 2,6
3,5 2,9
1,87 1,6
0,83 0,78
2,8 2,5
(4,6) (4,1)60 –
8 - 10 –
5,7 5,0
2,75 2,3
3,1 2,6
1,87 1,6
0,83 0,78
2,8 2,5
(4,6) (4,1)Loodvrije benzine
ten minste 95 R.O.N.
(specificatie EN228)
Mengsel van gedemineraliseerd
water en 50 % PARAFLU
UP(▲)
SELENIA STAR P.E.
TUTELA TRANSMISSION
GEARFORCE
TUTELA TOP 4
Mengsel van water en vloeistof
TUTELA PROFESSIONAL SC 35
240
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
VULLINGSTABEL
(▲) Voor extreem koude klimatologische omstandigheden raden wij een mengsel aan van 60 % PARAFLUUPen 40 % gedemineraliseerd water.
(*) De waarden tussen haakjes hebben betrekking op de uitvoeringen met koplampsproeiers.
Voorgeschreven
brandstoffen
1.4 Turbo Benzine 1.4 Turbo Multi Air 1750 Turbo Benzine en originele
liter kg liter kg liter kgsmeermiddelen
Brandstoftank:
incl. een reserve van:
Motorkoelsysteem– met airconditioning:
Motorcarter:
Carter en oliefilter:
Versnellingsbak/
differentieel:
Hydraulisch remcircuit
met ABS:
Reservoir ruitensproeiers
voor/achter/
koplampsproeiers (*):
Page 245 of 297

Diesel voor motorvoertuigen
(specificatie EN590)
Mengsel van gedemineraliseerd
water en 50 % PARAFLU
UP(▲)
SELENIA WR P.E.
TUTELA TRANSMISSION
GEARFORCE
TUTELA TOP 4
Mengsel van water en vloeistof
TUTELA PROFESSIONAL SC 35
241
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
60 –
8 - 10 –
6,7 5,9
4,0 3,4
4,2 3,5
1,87 1,6
0,83 0,78
2,8 2,5
(4,6) (4,1)60 –
8 - 10 –
6,8 6,0
4,0 3,4
4,2 3,5
1,87 1,6
0,83 0,78
2,8 2,5
(4,6) (4,1)
(▲) Voor extreem koude klimatologische omstandigheden raden wij een mengsel aan van 60 % PARAFLUUPen 40 % gedemineraliseerd water.
(*) De waarden tussen haakjes hebben betrekking op de uitvoeringen met koplampsproeiers.
Voorgeschreven
brandstoffen
1.6 JTD
M2.0 JTDMen origineleliter kg liter kgsmeermiddelen
Brandstoftank:incl. een reserve van:
Motorkoelsysteem
– met airconditioning:
Motorcarter:
Carter en oliefilter:
Versnellingsbak/
differentieel:
Hydraulisch remcircuit met ABS:
Reservoir ruitensproeiers
voor/achter/koplampsproeiers (*):
Page 248 of 297

5,6
3,9
4,57,8
4,6
5,88,4
5,3
6,45,5
3,7
4,45,8
4,1
4,75,6
3,9
4,510,8
5,8
7,6
244
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
BRANDSTOFVERBRUIK
Het brandstofverbruik dat in de volgende tabel is opgenomen,
is gemeten volgens een vastgestelde testmethode die in EU-nor-
men is vastgelegd.
Het brandstofverbruik is gemeten volgens onderstaande procedure:
❍een stadsrit: opgebouwd uit een koude start gevolgd door een
gesimuleerde, normale testrit in stadsverkeer;
❍een rit buiten de stad: waarbij veelvuldig wordt geaccelereerd
in alle versnellingen en waarmee een normaal gebruik van
de auto buiten de stad wordt gesimuleerd. De snelheid varieert
tussen de 0 en 120 km/h;
❍gecombineerd brandstofverbruik: hierbij telt de waarde van
de stadsrit mee voor 37 % en de waarde van de testrit buiten
de stad voor 63 %.BELANGRIJK Het soort wegdek, verkeerssituatie, atmosferische om-
standigheden, rijstijl, algemene conditie van de auto, uitrustingsni-
veau, gebruik van de airconditioning, lading van de auto, imperiaal
op het dak en andere situaties die de aerodynamica kunnen beïn-
vloeden, leveren een ander brandstofverbruik op dan hier vermeld.
BRANDSTOFVERBRUIK VOLGENS GELDENDE EU-NORMEN (liter/100 km)
1.4 1.4 Turbo 1750 1.6 JTDM2.0 JTDM2.0 JTDM2.0 JTDM
Turbo Benzine Multi Air Turbo Benzine 136 pk 163 pk/170 pk 140 pk
Een stadsrit
Een rit buiten de stad
Gecombineerd verbruik
Page 289 of 297

285
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
ALFABETISCH REGISTER
Afmetingen van de auto ........... 236
AFS (adaptieve verlichting) ....... 86
Airbag
– Frontairbag passagierszijde
uitschakelen ..................... 147
– Frontairbags...................... 146
– Zij-airbags......................... 148
Airconditioning, automatisch
met gescheiden regeling ......... 65
„Alfa DNA”-systeem ................. 113
Alfa Romeo CODE .................... 40
Allesdrager (voorbereiding) ....... 108
AQS (Air Quality System) ......... 70
Asbak .................................... 91
ASR (systeem)........................ 111
Auto langere tijd stallen ............ 159
Autoradio ........................247-280
Autoradio
(inbouwvoorbereiding) ........... 122Aansteker ............................. 90
ABS (systeem) ....................... 109
Accu
– praktische tips om de
levensduur te verlengen ...... 214
– vervangen ......................... 214
Achterruitsproeier
– vloeistofniveau
controleren.................. 208-211
Achterruitverwarming
(inschakelen)..................... 63-72
Achterruitwisser
– bediening.......................... 77
– niveau controleren ........ 208-211
– ruitensproeiers ................... 219
– wisserblad ......................... 79
Achteruitrijverlichting
– gloeilampen vervangen ....... 180
Adaptieve verlichting (AFS) ....... 86Bagageruimte ........................ 101
– bagageruimte vergroten ...... 103
– inhoud van de
bagageruimte .................... 236
– lading vastzetten ................ 105
Bagageruimteverlichting
– gloeilampen vervangen ....... 183
Banden
– banden met rim protector .... 233
– bandenspanning ................. 235
– Fix&Go Automatic .............. 169
– standaard banden .............. 234
– verklaring van
bandencodering................. 232
– winterbanden.................... 158
Bedieningsknoppen.................. 23
Bedieningsorganen.................. 85
Bescherming van het milieu ...... 129
Page 291 of 297

287
WEGWIJS
IN UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Geprogrammeerd
onderhoudsschema................ 200
Gewichten .......................238-239
Gloeilampen (vervangen) ......... 174
– algemene aanwijzingen ...... 174
– buitenverlichting ................. 177
– interieurverlichting .............. 182
– lamptypen .................175-176
Gordelspanners....................... 135
Grootlicht
– bediening.......................... 75
– gloeilampen vervangen ....... 177
GSI (Gear Shift Indicator) ......... 22
Handbediende airconditioning ... 60
Headbag ................................ 148
Hendels aan het stuur
– hendel links....................... 74
– hendel rechts ..................... 77
Hill Holder (systeem) ............... 110Hoofdsteun ......................... 53-54
– „Anti-Whiplash”-functie ....... 53
Hulpverwarming ...................... 73
Identificatiegegevens
– chassisnummer.................. 226
– identificatieplaatje .............. 225
– motornummer ................... 226
– plaatje met informatie over
de carrosserielak................ 226
Imperiaal/skidrager ................. 107
Inbouwvoorbereiding
autoradio ............................. 122
Instapverlichting ...................... 76
Instrumenten .......................... 4-5
– brandstofmeter .................. 6
– instelbaar multifunctioneel
display ............................. 21
–
koelvloeistoftemperatuurmeter ... 6
– multifunctioneel display ....... 20
– snelheidsmeter .................. 6– toerenteller ....................... 6
Interieur (reinigen).................. 222
Interieuruitrusting.................... 87
Interieurverlichting
– bagageruimteverlichting ...... 84
– dorpelverlichting ................. 84
– plafondverlichting voor ........ 81
– verlichting
dashboardkastje ................. 84
– zonneklepverlichting ........... 83
Isofix Universeel (kinderzitje) .... 143
Kentekenplaatverlichting
– gloeilampen vervangen ....... 181
Kinderen veilig vervoeren .......... 138
– kinderzitjes ....................... 139
– montagevoorbereiding voor
„Isofix”-kinderzitje ............. 143
Kinderveiligheidsslot................. 96
Kinderzitjes (geschiktheid
voor gebruik) ........................ 141