bougie Alfa Romeo Giulietta 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2014, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2014Pages: 280, PDF Size: 6.6 MB
Page 2 of 280

Wij hebben uw auto ontworpen en gebouwd en kennen er dan ook werkelijk elk detail en onderdeel van.
In de erkende Alfa Romeo Service garagesbieden rechtstreeks door ons opgeleide technici u kwaliteit
en professionaliteit voor alle onderhoudswerken.
De Alfa Romeo garages staan altijd tot uw beschikking voor het periodieke onderhoud, de seizoenscontroles
en voor praktische adviezen door onze deskundigen.
Met de Originele Alfa Romeo-onderdelen behoudt u steeds de betrouwbaarheid,
het comfort en de prestaties van uw nieuwe wagen: daarvoor heeft u ook voor deze wagen gekozen.
Vraag altijd om Originele Onderdelen voor de componenten in onze auto's; wij bevelen u deze aan omdat ze het resultaat
zijn van ons engagement bij de research en de ontwikkeling van uiterst innovatieve technologieën.
Vertrouw daarom op Originele Onderdelen omdat zij alleen specifiek door Alfa Romeo
voor uw auto ontworpen zijn.
VEILIGHEID:
REMSYSTEEM
ECOLOGIE: ROETFILTERS,
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
COMFORT: WIELOPHANGING
EN RUITENWISSERS
PERFORMANCE: BOUGIES,
INSPUITVENTIELEN EN ACCU'S
LINEACCESSORI:
STANGEN IMPERIAAL, VELGEN
WAAROM KIEZEN VOOR
ORIGINELE ONDERDELEN
Page 93 of 280

KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL
In dit deel van het instructieboek vindt u
alle informatie die u nodig hebt om het
instrumentenpaneel goed te begrijpen,
te interpreteren en te gebruiken.DISPLAY ......................................... 90
MENUOPTIES ................................. 93
INSTRUMENTENPANEEL ...............101
TRIP COMPUTER ...........................103
LAMPJES EN BERICHTEN .............107
- LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU/
HANDREM AANGETROKKEN ............. 108
- STORING EBD .................................. 108
- STORING AIRBAG ............................ 109
- VEILIGHEIDSGORDELS NIET
VASTGEMAAKT .................................. 109
- STORING DYNAMO .......................... 109
- MOTOROLIEDRUK TE LAAG ............ 111
-MOTOROLIE VERSLECHTERD .......... 112
- TE HOGE
KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR ....... 114
- STORING ALFA TCT ......................... 115
-PORTIEREN NIET GOED
GESLOTEN ......................................... 115
-SNELHEIDSLIMIET
OVERSCHREDEN ............................... 116
- STORING DUAL PINION
STUURBEKRACHTIGING .................... 116
- STORING ALFA ROMEO CODE
SYSTEEM/STORING ALARM .............. 117
- BRANDSTOFRESERVE/BEPERKTE
ACTIERADIUS ..................................... 117
- ALGEMENE STORING ...................... 118
- ALGEMENE STORING ...................... 119
-MISTACHTERLICHTEN ...................... 120
- STORING ABS .................................. 121
-REMBLOKSLIJTAGE ......................... 121
- PASSAGIERSAIRBAG
UITGESCHAKELD ............................... 121
- STORING
INSPUIT-/EOBD-SYSTEEM ................. 122- STORING VOORGLOEIBOUGIES/
VOORGLOEISYSTEEM
(dieselmotoren) .................................... 123
-WATER IN DIESELFILTER
(dieselversies) ..................................... 123
- REINIGING DPF (roetfilter) bezig
(alleen dieselversies met DPF) .............. 125
- iTPMS-SYSTEEM .............................. 127
- ELEKTRONISCHE
STABILITEITSREGELING (ESC) ........... 128
- CRUISE CONTROL ........................... 129
- STADSLICHT .................................... 129
- FOLLOW ME HOME ......................... 129
- DIMLICHT ......................................... 129
- MISTLAMPEN VOOR ........................ 130
- LINKER RICHTINGAANWIJZER ....... 130
- RECHTER RICHTINGAANWIJZER ... 130
- GROOTLICHT ................................... 130
- AFSLUITER VAN DE
BRANDSTOFTOEVOER ...................... 131
- MOGELIJKE IJSVORMING OP
WEGDEK............................................. 131
- STORING REMLICHTEN ................... 131
- STORING SCHEMERSENSOR.......... 132
- STORING REGENSENSOR ............... 132
- STORING PARKEERSENSOR ........... 132
-INSCHAKELING/UITSCHAKELING
START&STOP-SYSTEEM .................... 133
-STORING START&STOP .................... 133
- WEERGAVE VAN GEKOZEN
RIJMODUS (“Alfa DNA”-systeem) ........ 134
89
Page 127 of 280

Wat het betekent Wat te doen
geelSTORING VOORGLOEIBOUGIES/
VOORGLOEISYSTEEM (dieselmotoren)
Dit lampje gaat branden wanneer de
contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid.
Het lampje dooft zodra de voorgloeibougies de
vooringestelde temperatuur hebben bereikt. De
motor kan worden gestart zodra het lampje
gedoofd is.
WAARSCHUWING Bij gemiddelde of hoge
buitentemperatuur blijft het lampje zeer kort (bijna
onwaarneembaar) branden.
Storing voorgloeisysteem
Het lampje knippert (en bij sommige versies
verschijnt een bericht op het display) om een
storing in het voorgloeisysteem aan te geven.Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.geelWATER IN DIESELFILTER (dieselversies)
Het lampje brandt continu tijdens het rijden
(samen met een bericht op het display) om de
aanwezigheid van water in het brandstoffilter aan
te geven.
14)
123
Waarschuwingslampjes
op
instrumentenpaneel
Page 162 of 280

DE MOTOR STARTENSTARTPROCEDURE
VOOR BENZINEVERSIES
Ga als volgt te werk:
❒trek de handrem aan en zet de
versnellingspook in de vrijstand;
❒trap het koppelingspedaal volledig in
zonder het gaspedaal aan te raken;
❒draai de contactsleutel naar AVV en
laat deze los zodra de motor start.
BELANGRIJKE INFORMATIE
100) 101)
102)
❒Als de motor niet bij de eerste poging
start, draai dan de contactsleutel
naar de stand STOP alvorens de
procedure te herhalen.
❒Als, met de contactsleutel in de stand
MAR, het waarschuwingslampje
op het instrumentenpaneel (of
het symbool op het display) samen
met het waarschuwingslampjeblijft branden, draai dan de
sleutel naar STOP en weer terug naar
MAR. Als het waarschuwingslampje
(of het symbool op het display) blijft
branden, probeer dan met de andere
sleutels die bij de auto zijn geleverd.
Neem contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk als de motor
nog steeds niet gestart kan worden.❒Laat de contactsleutel nooit in de
MAR stand bij afgezette motor.
STARTPROCEDURE
VOOR DIESELVERSIES
Ga als volgt te werk:
❒trek de handrem aan en zet de
versnellingspook in de vrijstand;
❒draai de contactsleutel naar MAR: de
waarschuwingslampjes
en
op het instrumentenpaneel gaan
branden (voor bepaalde versies/
markten);
❒wacht tot de waarschuwingslampjes
doven;
❒trap het koppelingspedaal volledig in
zonder het gaspedaal aan te raken;
❒draai de contactsleutel naar AVV
zodra het waarschuwingslampjedooft. Als te lang wordt
gewacht, is het werk van de
voorgloeibougies tevergeefs. Laat de
sleutel los zodra de motor start.
DE GESTARTE MOTOR
OPWARMEN
Ga als volgt te werk:
❒rijd langzaam weg en laat de motor
bij gemiddelde toerentallen draaien
zonder bruusk te accelereren;❒verlang in het begin geen maximale
prestaties. Wacht tot de wijzer van
de koelvloeistoftemperatuurmeter
begint te bewegen.
DE MOTOR UITZETTEN
Draai de contactsleutel naar de stand
STOP terwijl de motor stationair draait.
BELANGRIJK Voordat de motor na
een zware rit wordt uitgezet, moet men
hem even stationair laten draaien.
Hierdoor kan de temperatuur in de
motorruimte dalen.
BELANGRIJK
100) Het is gevaarlijk om de motor in
afgesloten ruimten te laten
draaien. De motor verbruikt
zuurstof en produceert
kooldioxide, koolmonoxide en
andere giftige gassen.
101) De rembekrachtiging werkt niet
zolang de motor niet is gestart;
om die reden is meer kracht dan
normaal benodigd voor de
bediening van het rempedaal.
158
STARTEN EN RIJDEN
1)
17)
1)19) 6
8
Page 163 of 280

102) Probeer de motor nooit te
starten door de auto te duwen, te
slepen of van een helling af te
laten rijden. Hierdoor kan de
katalysator worden beschadigd.
BELANGRIJK
16) Tijdens de eerste
gebruiksperiode adviseren wij om
overmatige belasting van de auto
te voorkomen (bijvoorbeeld hard
accelereren, lang rijden met de
maximumsnelheid, abrupt
remmen, enz.).
17) Laat bij afgezette motor de
sleutel in het contactslot niet op
MAR staan, om te voorkomen dat
de accu leeg raakt.
18) Even snel gas geven voordat de
motor wordt uitgezet heeft geen
enkel nut, verspilt brandstof en is,
vooral voor motoren met
turbocompressor, schadelijk.19) Als het waarschuwingslampje
na het starten of tijdens
langdurig "aanzwengelen" 1
minuut knippert, duidt dit op een
defect van de voorgloeibougies.
Als de motor start kan de auto
zoals gewoonlijk gebruikt worden,
maar moet zo snel mogelijk
contact worden opgenomen met
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
PARKERENVerwijder altijd de contactsleutel als de
auto wordt verlaten.
Ga bij het parkeren en verlaten van de
auto als volgt te werk:
❒schakel een versnelling in (1e
versnelling als op een helling omhoog
wordt geparkeerd en achteruit bij
een helling omlaag) en zet de wielen
iets gedraaid;
❒zet de motor af en trek de handrem
aan.
Als de auto op een steile helling wordt
geparkeerd, blokkeer de wielen dan
met wiggen of stenen.
Bij versies uitgerust met ALFA TCT
transmissie: wacht tot de letter P wordt
weergegeven, voordat het rempedaal
wordt losgelaten.
BELANGRIJK Laat de autoNOOITmet
de versnellingsbak in de vrijstand (of,
bij versies met Alfa TCT transmissie,
zonder eerst de keuzehendel op P
te hebben geplaatst).
159
Page 214 of 280

km x 100030 60 90 120 150 180
Maanden24 48 72 96 120 144Laadtoestand accu controleren en eventueel opladen●●●●●●
Motormanagementsystemen controleren (m.b.v. diagnosestekker)●●●●●●
Olieniveau van de elektrohydraulische actuator controleren en eventueel bijvullen
(versies met Alfa TCT)●
De aandrijfriem(en) van hulporganen vervangen●
De getande distributieriem vervangen (*)●
Bougies vervangen (**)●●●●●●
Luchtfilterelement vervangen●●●
Motorolie en oliefilter vervangen (of elke 24 maanden) (***)●●●●●●
Remvloeistof verversen(****)●●●
Pollenfilter vervangen(*****)●●●●●●(*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem bij zware bedrijfsomstandigheden (koud klimaat, gebruik in de stad, langdurig stationair draaien) om de vier
jaar worden vervangen of in elk geval om de vijf jaar.
(**) Voor 1.4 Turbo Benzine en 1.4 Turbo MultiAir versies zijn de volgende zaken zijn van vitaal belang om de correcte werking te verzekeren en om ernstige schade
aan de motor te voorkomen: gebruik uitsluitend bougies die speciaal gecertificeerd zijn voor deze motoren; alle bougies moeten van hetzelfde type enmerk zijn
(zie de paragraaf “Motor” in het hoofdstuk “Technische gegevens”); houdt u zich strikt aan de vervangingsintervallen van de bougies die vermeld zijnin het
Geprogrammeerde Onderhoudsschema; neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de bougies te laten vervangen.
(***) Als de auto jaarlijks minder dan 10.000 km rijdt, dan moeten de motorolie en het motoroliefilter elke 12 maanden worden vervangen.
(****) De remvloeistof moet elke 24 maanden ververst worden.
(*****) Het pollenfilter moet elke 12 maanden vervangen worden.
210
ONDERHOUD EN ZORG
Page 216 of 280

km x 100035 70 105 140 175
Maanden24 48 72 96 120Motormanagementsystemen controleren (m.b.v. diagnosestekker)●●●●●
De aandrijfriem(en) van hulporganen vervangen●
De getande distributieriem vervangen (*)●
Bougies vervangen●●
Luchtfilterelement vervangen●●
Motorolie en oliefilter vervangen (**)
Remvloeistof verversen(***)●●
Pollenfilter vervangen(****)●●●●●(*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem bij zware bedrijfsomstandigheden (koud klimaat, gebruik in de stad, langdurig stationair draaien) om de vier
jaar worden vervangen of in elk geval om de vijf jaar.
(**) Het werkelijke interval voor de vervanging van de motorolie en het oliefilter is afhankelijk van de gebruikscondities van de auto en wordt aangegeven met een
brandend lampje of een bericht (voor bepaalde versies/markten) op het instrumentenpaneel en mag nooit 12 maanden overschrijden.
(***) De remvloeistof moet elke 24 maanden ververst worden.
(****) Het pollenfilter moet elke 12 maanden vervangen worden.
212
ONDERHOUD EN ZORG
Page 240 of 280

MOTOR
.
ALGEMENE INFORMATIE
1.4 Turbo Benzine 105 pk (*)1.4 Turbo Benzine 120 pkMotorcode 940B8000 940B7000
Cyclus Otto Otto
Aantal en opstelling cilinders 4 in lijn 4 in lijn
Boring en slag zuigers (mm) 72,0 x 84,0 72,0 x 84,0
Cilinderinhoud (cm³) 1368 1368
Compressieverhouding 9.8 9.8
Maximum vermogen (EG) (kW) 77 88
Maximum vermogen (EG) (pk) 105 120
bijbehorend toerental (tpm) 5000 5000
Maximum koppel (EG) (Nm) 215 215
Maximum koppel (EG) (kgm) 22 22
bijbehorend toerental (tpm) 2500 2500
Bougies NGK IKR9J8 NGK IKR9J8
BrandstofLoodvrije benzine 95 RON
(Specificatie EN228)Loodvrije benzine 95 RON
(Specificatie EN228)(*) Voor bepaalde versies/markten
236
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 241 of 280

ALGEMENE INFORMATIE
1.4 Turbo MultiAir 163 pk (*)1.4 Turbo MultiAir 170 pkMotorcode 955A8000 940A2000
Cyclus Otto Otto
Aantal en opstelling cilinders 4 in lijn 4 in lijn
Boring en slag zuigers (mm) 72,0 x 84,0 72,0 x 84,0
Cilinderinhoud (cm³) 1368 1368
Compressieverhouding 10 10
Maximum vermogen (EG) (kW) 120 125
Maximum vermogen (EG) (pk) 163 170
overeenkomstig motortoerental (tpm) 5500 5500
NATURAL DYNAMIC NATURAL DYNAMIC
Maximum koppel (EG) (Nm) 230 250 230 250
Maximum koppel (EG) (kgm) 23.4 25.4 23.4 25.5
bijbehorend toerental (tpm) 2250 2500 2250 2500
Bougies NGK IKR9F8 NGK IKR9F8
BrandstofLoodvrije benzine 95 RON of 98 RON
(Specificatie EN228)Loodvrije benzine 95 RON of 98
RON (Specificatie EN228)(*) Voor bepaalde versies/markten
237
Page 242 of 280

ALGEMENE INFORMATIE 1750 Turbo Benzine 235 pk 1.6 JTD
M105 pk
Motorcode 940A1000 940A3000
Cyclus Otto Diesel
Aantal en opstelling cilinders 4 in lijn 4 in lijn
Boring en slag zuigers (mm) 83,0 x 80,5 79.5 × 80.5
Cilinderinhoud (cm³) 1742 1598
Compressieverhouding 9.8 16.5
Maximum vermogen (EG) (kW) 172.5 77
Maximum vermogen (EG) (pk) 235 105
bijbehorend toerental (tpm) 5500 4000
NATURAL DYNAMIC NATURAL DYNAMIC
Maximum koppel (EG) (Nm) 300 340 280 320
Maximum koppel (EG) (kgm) 30.5 34.6 28.5 32.6
bijbehorend toerental (tpm) 4500 1900 1500 1750
Bougies NGK ILKAR7DG6G –
BrandstofLoodvrije benzine 95 RON of 98 RON
(Specificatie EN228)Diesel voor motorvoertuigen
(EN 590-specificatie)
238
TECHNISCHE GEGEVENS