display Alfa Romeo MiTo 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2013, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2013Pages: 312, PDF Size: 11.43 MB
Page 154 of 312

STARTPROCEDURE VOOR
DIESELVERSIESGa als volgt te werk:
❒trek de handrem aan en zet de versnellingsbak in de vrijstand;
❒draai de contactsleutel naar MAR: de waarschuwingslampjes
en
op het instrumentenpaneel (of het symbool op het
display) gaan branden;
❒wacht tot de waarschuwingslampjes (of het symbool op het display)
uit gaan;
❒trap het koppelingspedaal volledig in zonder het gaspedaal aan te
raken;
❒draai de contactsleutel naar AVV zodra het waarschuwingslampje
dooft. Als te lang wordt gewacht, is het werk van de
voorgloeibougies tevergeefs. Laat de sleutel los zodra de motor start.
Als het waarschuwingslampje
na het starten of na
langdurig "aanzwengelen" 1 minuut knippert, duidt dit op
een defect van de gloeibougies. Als de motor start kan
de auto zoals gewoonlijk gebruikt worden, maar moet zo snel
mogelijk contact worden opgenomen met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
Het is gevaarlijk om de motor in afgesloten ruimten te
laten draaien. De motor verbruikt zuurstof en
produceert kooldioxide, koolmonoxide en andere
giftige gassen.
Tijdens de eerste gebruiksperiode adviseren wij om
overmatige belasting van de auto te voorkomen
(bijvoorbeeld hard accelereren, lang rijden met de
maximumsnelheid, abrupt remmen, enz.).Laat de contactsleutel nooit in de stand MAR staan als de
motor is afgezet, zodat de accu niet onnodig wordt
ontladen.Onthoud dat de rembekrachtiging en de elektrische
stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is
gestart; om die reden is meer kracht benodigd voor
de bediening van het rempedaal en het stuur.Probeer de motor nooit te starten door het voertuig te
duwen, te slepen of van een helling af te laten rijden.
Hierdoor kan de katalysator worden beschadigd.
150WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENNOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 197 of 312

ONDERHOUD EN ZORG
GEPROGRAMMEERD
ONDERHOUDJuist onderhoud is uiterst belangrijk voor een lange levensduur van de
auto onder optimale omstandigheden.
Alfa Romeo heeft een reeks controles en onderhoudsbeurten opgesteld
die elke 30.000 kilometer (benzineversies) of elke 35.000 kilometer
(dieselversies) uitgevoerd moeten worden.
Vóór 30.000/35.000 km en vervolgens tussen elke twee
servicebeurten is het sowieso nodig om bepaalde items van het
Geprogrammeerde Onderhoudsplan te controleren (bijv. periodieke
controle van het niveau van de vloeistoffen, bandenspanning, etc.).
De servicebeurten van het Geprogrammeerde Onderhoud worden
volgens een vast tijdsschema door het Alfa Romeo Servicenetwerk
uitgevoerd. Eventuele reparaties die nodig blijken tijdens het uitvoeren
van de diverse inspecties en controles van het geprogrammeerd
onderhoud, mogen uitsluitend worden uitgevoerd na toestemming van
de klant. Als de auto dikwijls gebruikt wordt voor het trekken van
aanhangers, dan moet een korter interval tussen de
onderhoudsbeurten worden aangehouden.WAARSCHUWING
Op 2000 km vóór de volgende servicebeurt zal de display een
melding tonen.
De servicebeurten van het Geprogrammeerde Onderhoud zijn door de
fabrikant voorgeschreven. Het niet uitvoeren ervan kan het vervallen
van de garantie tot gevolg hebben.
Het is raadzaam het Alfa Romeo Servicenetwerk onmiddellijk te
informeren over eventuele kleine storingen en niet te wachten tot de
volgende servicebeurt.
193WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 263 of 312

INLEIDING .................................................................................... 261
TIPS ........................................................................................... 261
TECHNISCHE GEGEVENS .......................................................... 262
BASIC LEVEL SYSTEEM ............................................................... 262
MEDIUM LEVEL SYSTEEM ........................................................... 262
BOSE HI-FI LEVEL SYSTEEM ......................................................... 263
SNELGIDS .................................................................................... 264
ALGEMENE FUNCTIES ................................................................ 265
RADIOFUNCTIES ........................................................................ 266
CD-FUNCTIES ............................................................................ 266
Media Player FUNCTIES (alleen bijBlue&Me™) ......................... 267
BEDIENINGSTOETSEN OP STUURWIEL ......................................... 268
ALGEMENE INFORMATIE .............................................................. 270
FUNCTIES EN INSTELLINGEN ........................................................ 272
INSCHAKELING AUTORADIO ..................................................... 272
UITSCHAKELING AUTORADIO .................................................... 272
RADIOFUNCTIES KIEZEN ............................................................ 272
CD-FUNCTIE KIEZEN .................................................................. 272
GEHEUGENFUNCTIE AUDIOBRON ............................................. 272
VOLUMEREGELING .................................................................... 273
MUTE/PAUSE FUNCTIE (volume op nul stellen) ............................. 273
GELUIDSINSTELLINGEN .............................................................. 273
TOONREGELING (lage/hoge tonen) ............................................ 274
BALANSREGELING ..................................................................... 274
FADERREGELING ........................................................................ 274
LOUDNESSFUNCTIE ................................................................... 275
PRESET/USER/CLASSIC/ROCK/JAZZ FUNCTIES .......................... 275
FUNCTIE USER EQ SETTINGS ...................................................... 276
MENU ....................................................................................... 276AF SWITCHING functie .............................................................. 276
TRAFFIC INFORMATION functie .................................................. 278
REGIONAL MODE functie .......................................................... 279
MP3 DISPLAY functie ................................................................... 279
SPEED VOLUME functie .............................................................. 280
RADIO ON VOLUME functie ........................................................ 280
TELEFOONFUNCTIE ................................................................... 281
AUX OFFSET functie .................................................................... 281
RADIO OFF functie .................................................................... 282
SYSTEM RESET functie ................................................................. 282
VOORBEREIDING VOOR INBOUW TELEFOON............................ 282
DIEFSTALBEVEILIGING ................................................................ 282
RADIO (TUNER) ............................................................................ 284
INLEIDING ................................................................................. 284
KEUZE GOLFBAND..................................................................... 284
VOORKEUZETOETSEN ............................................................... 284
OPSLAG VAN LAATST BELUISTERDE STATION .............................. 284
AUTOMATISCHE AFSTEMMING .................................................. 285
HANDMATIGE AFSTEMMING ..................................................... 285
AUTOSTORE FUNCTIE ................................................................ 285
ONTVANGST VAN NOODBERICHTEN ........................................ 286
EON FUNCTIE (Enhanced Other Network) .................................... 286
STEREO-UITZENDINGEN ............................................................ 286
CD-SPELER.................................................................................... 286
INLEIDING ................................................................................. 286
KEUZE VAN DE CD-SPELER ......................................................... 286
INBRENGEN/UITWERPEN VAN DE CD........................................ 286
DISPLAY-INFORMATIE ................................................................. 287
KEUZE VAN NUMMER (vooruit/achteruit) .................................... 287
SNEL VOORUIT-/TERUGSPOELEN VAN NUMMERS...................... 287
PAUZE-FUNCTIE ......................................................................... 288
259AUTORADIO
OVERZICHT
Page 264 of 312

CD MP3-SPELER ............................................................................ 288
INLEIDING ................................................................................. 288
MP3 WERKING .......................................................................... 288
KEUZE VAN MP3-SESSIES OP HYBRIDE DISKS ............................. 289
DISPLAY-INFORMATIE ................................................................. 290
KEUZE VAN VOLGENDE/VORIGE MAP ....................................... 290
STRUCTUUR VAN DE MAPPEN .................................................... 290AUX (uitsluitend bij hetBlue&Me™ systeem) ................................. 291
INLEIDING ................................................................................. 291
AUX MODUS ............................................................................. 291
PROBLEEMOPLOSSING ................................................................. 291
ALGEMEEN ................................................................................ 291
CD-SPELER ................................................................................. 291
LEZEN VAN MP3-BESTAND ......................................................... 292
260
AUTORADIO
Page 274 of 312

ALGEMENE INFORMATIEDe autoradio biedt de volgende functies:
Radio
❒PLL-tuner met FM/AM/MW golfbanden;
❒RDS (Radio Data System) met TA-functie (verkeersinformatie) - TP
(verkeersprogramma's) - EON (Enhanced Other Network) - REG
(regionale programma's);
❒AF: zoeken naar alternatieve frequenties in RDS;
❒voorbereiding voor noodberichten;
❒automatisch/handmatig afstemmen op stations;
❒FM Multipath detector;
❒handmatige opslag van 30 stations: 18 op FM-golfband (6 op
FM1, 6 op FM2, 6 op FMT), 12 op MW-golfband (6 op MW1,
6 op MW2);
❒automatische opslag (AUTOSTORE-functie) van 6 stations op
betreffende FM-golfband;
❒SPEED VOLUME functie (behalve uitvoeringen met Bose HI-FI
systeem): automatische snelheidsafhankelijke volumeregeling;
❒automatische Stereo/Mono selectie.CD-speler
❒Directe keuze van de CD;
❒Keuze van nummer (vooruit/achteruit);
❒Nummers snel vooruit-/terugspoelen;
❒Functie CD-display: weergave van CD-naam en verstreken tijd
vanaf begin van het nummer;
❒Afspelen van audio CD, CD-R en CD-RW.
Multimedia CD's bevatten naast audiotracks ook
tracks met gegevens. Het afspelen van dit type
CD kan ruis met een zodanig volume
veroorzaken, dat niet alleen de verkeersveiligheid in
gevaar komt, maar ook de eindversterker en de
speakers beschadigd kunnen raken.
270
AUTORADIO
Page 275 of 312

MP3 CD-speler
❒Functie MP3-Info (ID3-TAG);
❒Keuze van map (vorige/volgende);
❒Keuze van nummer (vooruit/achteruit);
❒Nummers snel vooruit-/terugspoelen;
❒Functie MP3-Display: weergave van mapnaam, ID3-TAG
informatie, verstreken tijd vanaf het begin van het nummer,
bestandsnaam;
❒Afspelen van audio- of gegevens-CD, CD-R en CD-RW.
Audiogedeelte
❒Mute/Pause functie;
❒Soft-Mute functie;
❒Loudness functie (behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem);
❒Grafische 7-bands equalizer (behalve uitvoeringen met Bose
HI-FI systeem);
❒Gescheiden regeling hoge/lage tonen;
❒Balansregeling linker/rechter kanalen.Media Player gedeelte (alleen bij Blue&Me™)
Zie voor de functies van de Media Player hetBlue&Me™
supplement.
AUX (alleen met Blue&Me™)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar aanwezig)
❒Selectie AUX-bron;
❒AUX Offset functie: afstelling volume van draagbaar apparaat
op dat van een van de andere bronnen;
❒Draagbare speler afspelen.
271AUTORADIO
Page 277 of 312

VOLUMEREGELINGDraai aan de ON/OFF knop om het volume te regelen.
Als het volumeniveau wordt gewijzigd tijdens het uitzenden van
verkeersinformatie, dan blijft deze nieuwe instelling slechts
gehandhaafd tot het einde van deze verkeersinformatie.MUTE/PAUSE FUNCTIE
(volume op nul stellen)Druk kortstondig op de
toets op de Mute-functie te activeren. Het
volume zal geleidelijk afnemen en het opschrift “RADIO Mute” zal
getoond worden (bij radiogebruik) of “PAUSE” (bij gebruik van de
CD-speler).
Druk opnieuw op detoets om de Mute-functie uit te schakelen.
Het volume wordt geleidelijk verhoogd tot het eerder ingestelde
niveau.
Wanneer het volumeniveau wordt gewijzigd met de hiervoor
bestemde toetsen, dan wordt de Mute-functie uitgeschakeld en het
volume ingesteld op het nieuwe gekozen niveau.
Bij geactiveerde Mute-functie, wordt deze genegeerd wanneer
verkeersinformatie binnenkomt (als de TA-functie is geactiveerd) of
als een alarmbericht wordt ontvangen. De functie wordt weer
ingeschakeld wanneer het bericht beëindigd is.
GELUIDSINSTELLINGENDe functies van het audiomenu zijn afhankelijk van de
geactiveerde bron: AM/FM/CD/Media Player (alleen bij
Blue&Me™) /AUX (alleen bijBlue&Me™, voor bepaalde
versies/markten).
Druk kortstondig op de AUDIO toets om de audiofuncties te
veranderen.
Na de eerste druk op de AUDIO toets, toont de display de waarde
van het bass-niveau voor de op dat moment ingeschakelde bron
(bijv. bij gebruik van FM, toont de display het opschrift "FM Bass
+2").
Gebruik de
of
toets om door de menufuncties te lopen.
Gebruik voor het wijzigen van de instelling van de gekozen functie
de
of
toets. De huidige status van de gekozen functie
verschijnt op de display.
De functies waarin het menu voorziet zijn:
❒BASS (regeling van lage tonen);
❒TREBLE (regeling hoge tonen);
❒BALANCE (regeling balans rechts/links);
❒FADER (regeling balans voor/achter);
❒LOUDNESS (behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem)
(inschakelen/uitschakelen functie LOUDNESS);
❒EQUALIZER (behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem)
(inschakeling en selectie fabrieksinstellingen equalizer);
❒USER EQUALISER (behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem)
(gepersonaliseerde equalizerinstellingen).
273AUTORADIO
Page 279 of 312

LOUDNESSFUNCTIE(behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem)
De loudnessfunctie verbetert het geluidsvolume wanneer naar een
laag volume wordt geluisterd, door de bassen en de hoge tonen te
versterken.
Kies voor het inschakelen/uitschakelen van de functie, de instelling
Loudness in het AUDIO-menu m.b.v. de
of
toets.
De toestand van de functie (in- of uitgeschakeld) wordt enige
seconden op de display getoond door het opschrift “Loudness On”
of "Loudness Off”.
PRESET/USER/CLASSIC/ROCK/JAZZ
FUNCTIES(equalizer inschakelen/uitschakelen)
(behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem)
De ingebouwde equalizer kan in- of uitgeschakeld worden.
Wanneer de equalizerfunctie is uitgeschakeld, kunnen uitsluitend
de audio-instellingen "Bass" (lage tonen) en "Treble" (hoge tonen)
geregeld worden, terwijl als de functie is ingeschakeld tevens de
geluidscurven geregeld kunnen worden.
Kies voor het uitschakelen van de equalizer, de "EQ Preset" functie
met de
of
toets.
Gebruik voor het inschakelen van de equalizer de
of
toets
om een van de instellingen te kiezen:
❒"FM/AM/CD...EQ User" (instelling van 7 equalizerbanden die
door de gebruiker veranderd kunnen worden);
❒"Classic" (vooraf ingestelde equalizerinstelling voor optimaal
geluid van klassieke muziek);
❒"Rock" (vooraf ingestelde equalizerinstelling voor optimaal
geluid van rock- en popmuziek);
❒"Jazz" (vooraf ingestelde equalizerinstelling voor optimaal
geluid van jazzmuziek).
Wanneer een van de equalizerinstellingen ingeschakeld is, licht het
opschrift “EQ” op.
275AUTORADIO
Page 280 of 312

FUNCTIE USER EQ SETTINGS(equalizerinstellingen alleen als de USER-instelling
gekozen is)
(behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem)
Selecteer voor een persoonlijke equalizerinstelling met de
of
toets "User" en druk op de MENU-toets.
Op de display verschijnt een grafiek met 7 staafjes, waarbij elk
staafje een frequentie voorstelt.
Kies het te veranderen staafje met de
of
toets; het gekozen
staafje begint te knipperen en kan geregeld worden met de
of
toets.
Druk opnieuw op de AUDIO-toets om de instelling op te slaan. De
display toont de op dat moment ingeschakelde bron, gevolgd door
de tekst "USER". Als bijvoorbeeld “FM” wordt gebruikt, toont de
display de tekst “FM EQ User”.
MENUFuncties menutoetsen
Druk kortstondig op de MENU-toets voor het inschakelen van de
MENU-functie. De display toont het eerste instelbare menu-item
(AF) ("AF Switching On" op de display).
Gebruik de
of
toets om door de menufuncties te lopen.
Gebruik voor het wijzigen van de instelling van de gekozen functie
de
of
toets.
De huidige status van de gekozen functie verschijnt op de display.De functies waarin het menu voorziet zijn:
❒AF SWITCHING (ON/OFF);
❒TRAFFIC INFORMATION (ON/OFF);
❒REGIONAL MODE regionale programma's (ON/OFF);
❒MP3 DISPLAY (CD MP3 display-instellingen);
❒SPEED VOLUME (automatische snelheidsafhankelijke
volumeregeling) (behalve uitvoeringen met Bose HI-FI systeem);
❒RADIO ON VOLUME (in/-uitschakeling limiet radiovolume);
❒SPEECH VOLUME (instelling telefoonvolume) (behalve
uitvoeringen met Bose HI-FI systeem) (voor bepaalde
versies/markten);
❒AUX OFFSET (afstelling volume van draagbaar apparaat op dat
van een van de andere bronnen)(voor bepaalde
versies/markten);
❒RADIO OFF (uitschakelwijze);
❒SYSTEM RESET Druk opnieuw op de Menu-toets om de Menu-
functie te verlaten.
OpmerkingDe instellingen AF SWITCHING, TRAFFIC
INFORMATION en REGIONAL MODE zijn alleen bij FM mogelijk.
276
AUTORADIO
Page 281 of 312

AF SWITCHING functie(zoeken alternatieve frequenties)
De autoradio kan op twee verschillende manieren werken in het
RDS-systeem:
❒"AF Switching On": zoeken naar alternatieve frequenties
ingeschakeld (de letters "AF" verschijnen op de display);
❒"AF Switching Off": zoeken naar alternatieve frequenties niet
ingeschakeld.
Ga als volgt te werk om de functie in- en uit te schakelen:
❒druk op de MENU-toets en kies “AF Switching On”;
❒druk op de
of
toets om de functie in/uit te schakelen.
Bij ingeschakelde functie, stemt de radio automatisch af op het
station met het sterkste signaal dat hetzelfde programma uitzendt.
Tijdens het rijden kan men naar hetzelfde station blijven luisteren
zonder dat op een andere frequentie afgestemd hoeft te worden
als men in een ander gebied komt.
Vanzelfsprekend moet het beluisterde station ontvangen kunnen
worden in het gebied waardoor men rijdt.Als de AF-functie is ingeschakeld, verschijnt op de display het
opschrift "AF".
Als de AF-functie is ingeschakeld en de radio kan het afgestemde
station niet meer ontvangen, dan activeert de radio het
automatische zoeken en verschijnt het bericht "FM Search" op de
display (alleen bij autoradio's van hoog niveau).
Als de AF-functie is uitgeschakeld, blijven de resterende RDS-
functies, zoals de weergave van de naam van het station, altijd
actief.
De AF-functie kan alleen op FM-golfbanden geactiveerd worden.
277AUTORADIO