service Alfa Romeo MiTo 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2017, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2017Pages: 220, PDF Size: 4.37 MB
Page 123 of 220

Zekeringenkast in de bagageruimtefig. 92
STROOMVERBRUIKERZEKERING AMPÈRE
Openingssysteem elektrisch schuifdak F1 20
Stopcontact
bagageruimteF3 15
Stoelverwarming voorF6 15
BELANGRIJK
28)Vervang een doorgebrande zekering nooit door metalen draden of ander materiaal.
29)Als de motorruimte moet worden gewassen, zorg er dan voor dat de waterstraal niet rechtstreeks op de zekeringenkast en de motortjes van
de ruitenwissers terechtkomt.
BELANGRIJK
112)Als de zekering opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
113)Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een grotere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
114)Als een hoofdzekering (MAXI-FUSE, MEGA-FUSE, MIDI-FUSE) doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
115)Voordat u een zekering vervangt, zorg ervoor dat de startinrichting op STOP staat, dat de sleutel, indien mechanisch, verwijderd is en dat alle
apparatuur uit is geschakeld en/of afgesloten is.
116)Als een hoofdzekering van een veiligheidssysteem (airbags, remmen), transmissiesysteem (motor, versnellingsbak) of stuurinrichting
doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
121
Page 128 of 220

122)De krik is een gereedschap dat
ontwikkeld en ontworpen is voor het
vervangen van een wiel, als een band lek of
beschadigd raakt, op het voertuig waarbij de
krik is geleverd of bij voertuigen van
hetzelfde model. Elk ander gebruik, bijv. om
andere modellen voertuigen of andere
dingen op te krikken, is ten strengste
verboden. Nooit gebruiken voor onderhoud
of reparatie-activiteiten onder de auto of
om de zomer-/winterbanden te verwisselen
en andersom. Zorg dat u zich nooit bevindt
onder het opgekrikte voertuig. Mocht het
nodig zijn om werkzaamheden te verrichten
onder het voertuig, contact opnemen met
het Alfa Romeo Servicenetwerk. Onjuiste
plaatsing van de krik kan er toe leiden dat
het opgekrikte voertuig eraf valt: gebruik
hem alleen op de aangegeven plaatsen.
Gebruik de krik niet voor zwaardere lasten
dan is aangegeven op het plaatje op de krik.
Start de motor nooit wanneer het voertuig
opgekrikt is. Als het voertuig meer dan
noodzakelijk is opgekrikt, kan alles
onstabieler worden, met het risico dat het
voertuig met een harde klap omlaag komt.
Krik daarom het voertuig alleen op zover als
nodig is, om toegang te krijgen tot het
reservewiel.BELANGRIJK
30)Zorg voor voldoende werkruimte bij het
draaien van de slinger om schaafwonden aan
uw hand door contact met de grond te
voorkomen. Ook de bewegende delen van de
krik ("wormschroef" en gewrichten) kunnen
verwondingen veroorzaken: raak deze delen
niet aan. In geval van accidenteel contact
met smeervet, het betreffende deel
zorgvuldig schoonmaken.
31)Neem zo snel mogelijk contact op met
het Alfa Romeo Servicenetwerk om het
correcte aanhaalkoppel van de wielbouten te
laten controleren.
"Fix&Go Automatic" KIT
123)
32) 33)
Deze bevindt zich in de bagageruimte. De
kit bevat tevens een schroevendraaier en
een trekoog.
De kit bevat tevens:
een busje 4 fig. 104 met
afdichtmiddel, voorzien van: een
vulleiding 1 en een sticker 3 met daarop
het opschrift “Max. 80 km/h” die na
reparatie van de band op een goed
zichtbare plaats moet worden
aangebracht (bijv. op het dashboard);
compressor 2 compleet met
drukmeter en aansluitstukken;
een informatiefolder met de
aanwijzingen voor een correct gebruik
van de bandenreparatiekit. Deze
informatiefolder moet worden
overhandigd aan het personeel dat de
band behandeld met deze kit moet
repareren;
een paar handschoenen in het zijvak
van de compressor;
adapters voor het oppompen van
verschillende elementen.
126
NOODGEVALLEN
Page 129 of 220

Versies met LPG-systeem
De auto heeft geen reservewiel maar een
gereedschapstas fig. 105 met daarin de
kit "Fix&Go Automatic", het sleepoog en
een schroevendraaier.
REPARATIE VAN BANDEN EN
DRUKHERSTELPROCEDURE
Ga als volgt te werk:
plaats het voertuig in een veilige en
geschikte zone en trek aan de handrem.
Neem de kit uit de specifieke ruimte;
verwijder de snelheidssticker 3 (zie
vorige paragraaf) en plak deze op een
zichtbare plaats. Draag de geleverde
beschermende handschoenen;
verwijder het deksel van het ventiel
van de lekke band en sluit deze aan, en
maak zeer goed vast, op de transparante
buis van de afdichtingsvloeistof 1
fig. 106 en bevestig de moer 2 op de
bandventiel;
zorg ervoor dat de schakelaar voor de
compressor in stand0(uit) staat, start de
motor, open de achterklep en breng de
stekker in het stopcontact van de
bagageruimte of op de tunnelconsole en
start de motor. Schakel de compressor in
door de schakelaar in standI(aan) te
zetten;
pomp de band op tot de juiste
bandenspanning, vermeld in de paragraaf
"Wielen" in het hoofdstuk "Technische
gegevens";
als na vijf minuten de druk niet ten
minste 1,8 bar/26 psi is, de compressor
uitschakelen en deze afsluiten van het
ventiel en het stopcontact, het deksel
vervangen, dan het voertuig circa tien
meter vooruit bewegen om de
afdichtingsvloeistof in de band gelijk te
verdelen. Zet het voertuig op een veilige
plaats stil en herhaal de bovenstaande
handeling tot de vereiste spanning is
behaald;
als na deze handeling nog steeds geen
minstens 1,8 bar (26 psi) wordt
verkregen binnen 5 minuten na
inschakeling van de compressor, DAN IS
DE BAND TE BESCHADIGD OM TE
WORDEN GEREPAREERD. Verwijder en
vervang de kit in het specifieke gedeelte
en neem contact op met een Alfa Romeo
Servicenetwerk;
als de vereiste druk is bereikt, ga dan
weer rijden. Overschrijd de snelheid van
80 km/h niet. Vermijd abrupt accelereren
of remmen. Na ongeveer 8 km / 5 mijl
gereden te hebben, het voertuig op een
veilige en geschikte plaats zetten, met de
handrem aangetrokken. De kit oppakken
en ervoor zorgen dat de aan-uit knop in
de0stand staat, de elektrische
aansluiting in het 12V contact van het
104A0K0516C
105A0J0359C106A0K0518C
127
Page 130 of 220

voertuig steken. Verwijder het deksel van
het ventiel van de gerepareerde band,
sluit af en trek de zwarte pomp eruit, sluit
deze aan op het ventiel en vergrendel
met de hendel. Controleer de
bandenspanning op de drukmeter.
als de druk lager is dan 1,8 bar / 26 psi,
IS DE BAND TE ZWAAR BESCHADIGD
EN KAN NIET GEREPAREERD WORDEN.
Verwijder en vervang de kit in het
specifieke gedeelte en neem contact op
met een Alfa Romeo Servicenetwerk;
als de aangeduide druk gelijk of hoger
is dan 1,8 bar/26 psi, schakel dan de
compressor in en pomp tot de vereiste
druk. Koppel de kit los en zet hem terug in
de speciale tas. Rijd zeer voorzichtig en
zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde
Alfa Romeo Servicenetwerk.
BANDENSPANNING CONTROLEREN EN
HERSTELLEN
De compressor kan ook gebruikt worden
voor het controleren en eventueel
herstellen van de bandenspanning.
Sluit het zwarte opblaasslangetje 1
fig. 107 af en haal deze weg, sluit aan op
het ventiel van de band en vergrendel in
positie met de hendel.
Met deze zelfde procedure kunnen
fietsbanden en ballonnen worden
opgepompt. De kit dient gebruikt te
worden door volwassenen en mag niet
gebruikt worden door kinderen.
VERVANGING FILTERELEMENT
Gebruik alleen Fix&Go originele
filterelementen die kunnen worden
aangeschaft bij een Alfa Romeo
Dealership.
Om het filterelement te verwijderen,
moet u de koppeling van de zwarte pomp
loskoppelen, het filterelement naar links
draaien en dan optillen. Breng het nieuwe
filterelement aan, draai deze rechtsom
tot het einde van de slag, breng de
koppeling van de zwarte pomp aan en
blokkeer deze met de stang en laat dan
de doorzichtige buis weer naar zijn plaats
op de compressor draaien.
BELANGRIJK
32)Toon de verpakking en het etiket aan het
personeel dat de met de snelle
bandenreparatiekit behandelde band moet
repareren.
33)Fix&Go voorziet in een tijdelijke
reparatie, daarom moet de band zo snel
mogelijk onderzocht en gerepareerd worden
een specialist. De afdichtingsvloeistof is
effectief bij temperaturen tussen de -40°C
en +50°C. Het is mogelijk banden te
repareren die beschadigd zijn op het
loopvlak tot een diameter van 4mm; hoe dan
ook kunnen banden beschadigd op hun zijde
niet gerepareerd worden. Voor het gebruiken
van Fix&Go kit, ervoor zorgen dat de band
niet buitensporig beschadigd is en dat de
rand in goede conditie is, gebruik hem anders
niet en neem contact op met een Alfa Romeo
Servicenetwerk. Verwijder vreemde
voorwerpen niet uit de band. Laat de
compressor niet langer dan 20 minuten
achtereen aan staan -
oververhittingsgevaar.
107A0K0521C
128
NOODGEVALLEN
Page 131 of 220

BELANGRIJK
123)De informatie die vereist is door het
voorschrift dat van toepassing is, staat
vermeld op het etiket van de verpakking van
de Fix&Go kit. In achtneming van de
aanwijzingen op het etiket is een essentiële
voorwaarde om de veiligheid en de
doeltreffendheid van de Fix&Go kit te
garanderen. Lees het etiket vóór gebruik,
vermijd oneigenlijk gebruik. Fix&Go is
onderhevig aan een vervaldatum en moet
periodiek vervangen worden. De kit dient
gebruikt te worden door volwassenen en
mag niet gebruikt worden door kinderen.
STARTEN MET HULPACCU
DE MOTOR STARTEN
Als het pictogramconstant aan blijft
op het display van het
instrumentenpaneel, neem dan
onmiddellijk contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
STARTEN MET HULPACCU
124)
34) 35)
Als de accu leeg is, kan de motor gestart
worden met een hulpaccu met dezelfde
of een iets hogere capaciteit dan de lege
accu.
Ga als volgt te werk om de auto te
starten fig. 108:
verbind de plusklemmen (+ teken bij
de klem) van de beide accu's met een
geschikte startkabel;
sluit met een tweede startkabel de
minklem (-) van de hulpaccu aan op een
massapunt
op de motor of de
versnellingsbak van de auto die gestart
moet worden;
start de motor, maak als de motor
gestart is, de kabels in omgekeerde
volgorde los.
Als de motor na enkele pogingen niet
start, contact opnemen met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
STARTEN MET HULPACCU(versies met Start&Stop-systeem)
125)
Wanneer men met een hulpaccu moet
starten, mag de minkabel (–) vanaf de
hulpaccu nooit in verbinding worden
gebracht met de minpool 1 fig. 108 van
de accu in de auto. Sluit de minkabel aan
op een massapunt op de motor of op de
versnellingsbak.
ROLLEND STARTEN
Probeer, onder geen enkele
omstandigheid, de motor te starten door
de auto te duwen, te slepen of van een
helling af te laten rijden.
108A0J0392C
129
Page 134 of 220

BELANGRIJK
36)Het wordt geadviseerd contact op te
nemen met het Alfa Romeo Servicenetwerk
om deze hermontageprocedure te laten
uitvoeren. Indien u zelfstandig te werk wilt
gaan, dient u vooral op te letten op de juiste
bevestiging van de borgklemmen. Anders
kan een verkeerde bevestiging van de
onderste en bovenste afdekking lawaai
veroorzaken.
MONTAGE VAN HET SLEEPOOG
127) 128) 129)
Slepen vanaf de voorkant
Verwijder dop 1 fig. 114 uit zijn zitting
met een schroevendraaier of soortgelijk
gereedschap in de onderste sleuf. Zorg
ervoor de verf niet te beschadigen. Neem
het sleepoog 2 uit zijn zitting in de
gereedschapshouder en draai het stevig
op de schroefdraadpen.
Slepen vanaf de achterkant
Verwijder dop 1 fig. 115 uit zijn zitting
met een schroevendraaier of soortgelijk
gereedschap in de bovenste sleuf. Zorg
ervoor de verf niet te beschadigen. Neem
het sleepoog 2 uit zijn zitting in degereedschapshouder en draai het stevig
op de schroefdraadpen.
"VELOCE"-versies: verwijder dop 1 door
op de bovenkant te drukken, neem
sleepoog 2 uit zijn behuizing in de
gereedschapshouder en schroef deze
volledig op de schroefdraadpen.
113A0J0574C
114A0J0038C
115A0J0039C
132
NOODGEVALLEN
SLEPEN VAN HET VOERTUIG
Het bij de auto geleverde sleepoog
bevindt zich in de gereedschapshouder in
de bagageruimte.
Page 138 of 220

GEPROGRAMMEERD
ONDERHOUD
Juist onderhoud is essentieel voor een
lange levensduur van het voertuig onder
optimale omstandigheden.
Daarom heeft Alfa Romeo een reeks
controles en onderhoudsbeurten
opgesteld die op vaste
afstandsintervallen uitgevoerd moeten
worden, en, waar aanwezig, op vaste
tijdsintervallen, zoals beschreven in het
Geprogrammeerd Onderhoudsschema.
Ongeacht het bovenstaande, is het altijd
noodzakelijk de aanwijzingen in het
Geprogrammeerd Onderhoudsschema
zorgvuldig op te volgen (bijv. regelmatige
controle van de vloeistofniveaus,
bandenspanning, enz.).
Geprogrammeerde Onderhoudsbeurten
worden door alle werkplaatsen van het
Alfa Romeo Servicenetwerk uitgevoerd
op basis van de vaste intervallen in tijd of
kilometers/mijlen. Eventuele reparaties
die nodig blijken tijdens het uitvoeren van
de diverse inspecties en controles van
het geprogrammeerd onderhoud, mogen
uitsluitend worden uitgevoerd na
uitdrukkelijke toestemming van de
eigenaar. Als het voertuig dikwijls
gebruikt wordt voor het trekken van
aanhangers, dan moet een korter interval
tussen de onderhoudsbeurten worden
aangehouden.BELANGRIJKE OPMERKINGEN
De onderhoudsbeurten van het
Geprogrammeerde Onderhoud zijn door
de fabrikant voorgeschreven. Het niet
uitvoeren ervan kan het vervallen van de
garantie tot gevolg hebben.
Het is raadzaam het Alfa Romeo
Servicenetwerk onmiddellijk te
informeren over eventuele kleine
defecten en niet te wachten tot de
volgende servicebeurt.
136
ONDERHOUD EN ZORG
Page 141 of 220

km x 100015 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren12345678910
Visueel de conditie controleren van de
getande distributieriem (behalve
Turbo TwinAir-versies)
Conditie van aandrijfriem(en)
hulporganen visueel controleren
Oliepeil Alfa TCT controleren en zo
nodig bijvullen (waar aanwezig)(2)
Motorolie verversen en oliefilter
vervangen(3)
Bougie vervangen(4)
Aandrijfriem(en) hulporganen
vervangen(5)
Getande distributieriem vervangen
(met uitzondering van TwinAir Turbo
versies)(5)
(2) Jaarlijks uit te voeren controle voor auto's in landen met zeer strenge klimaten (koude landen).
(3) Als het voertuig jaarlijks minder dan 10.000 km rijdt, moeten de motorolie en het filter elk jaar vervangen worden.
(4) Voor 1.4 Turbo MultiAir versies zijn de volgende zaken van vitaal belang om een correcte werking te verzekeren en om ernstige schade aan de
motor te voorkomen: gebruik uitsluitend bougies die speciaal gecertificeerd zijn voor deze motoren; alle bougies moeten van hetzelfde type en
merk zijn (zie de paragraaf "Motor" in het hoofdstuk "Technische gegevens"); houd u strikt aan de vervangingsintervallen van de bougies die
vermeld zijn in het Geprogrammeerde Onderhoudsschema. Het wordt aanbevolen contact op te nemen met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de
bougies te laten vervangen.
(5) Niet-stoffige gebieden: aanbevolen maximum aantal kilometers 120.000 km. De riem moet elke 6 jaar worden vervangen, ongeacht de afgelegde
afstand. Stoffige omgevingen en/of veeleisend gebruik (koude klimaten, veel stadsritten, langdurig stationair lopen van de motor): aanbevolen
maximum aantal kilometers is 60.000 km. De riem moet elke 4 jaar worden vervangen, ongeacht de afgelegde afstand.
139
Page 152 of 220

MOTOROLIE
132)
38) 39)
2)
Controleer of het oliepeil tussen de
referentietekens MIN en MAX op de
peilstok 1 staat. Als het oliepeil vlakbij of
onder het MIN-teken staat, olie
toevoegen via de vulopening 2 totdat het
MAX-teken wordt bereikt.
1.4 Benzine / 1.4 Turbo Benzine/LPG /
1.4 Turbo Multi Air / 1.3 JTD
M-2versies: haal de oliepeilstok eruit 1,
maak hem schoon met een pluisvrije
doek en steek de oliepeilstok er weer in.
Neem de peilstok weer uit en controleer
of het peil zich tussen het MIN- en
MAX-teken op de peilstok bevindt.
Turbo TwinAir-versies: oliepeilstok 1 is
integraal met dop 2. Draai de dop los,
maak de peilstok schoon met een niet
pluizende doek, breng de peilstok weer in
en draai de dop weer vast. Draai de dop
weer los en controleer of het
motoroliepeil zich tussen het MIN- en
MAX-teken op de peilstok bevindt.
Motorolieverbruik
Gewoonlijk ligt het maximale
motorolieverbruik op 400 gram per
1000 km. Tijdens de eerste
gebruiksperiode van de auto, moet demotor worden ingereden. Daarom is het
motorolieverbruik pas stabiel na de
eerste 5000 - 6000 km.
MOTORKOELVLOEISTOF
132)
40)
Draai, als het niveau te laag is, de
reservoirdop 3 los en vul de vloeistof bij
zoals vermeld in het hoofdstuk
"Technische gegevens".
VLOEISTOF VOOR RUITENSPROEIERS /
ACHTERRUITSPROEIER
134) 135)
Verwijder, als het niveau te laag is, de
reservoirdop 4 en vul de vloeistof bij
zoals vermeld in het hoofdstuk
"Technische gegevens".
REMVLOEISTOF
136) 137)
41)
Controleer of de vloeistof op het
maximumniveau staat. Draai, als het
vloeistofniveau te laag is, de
reservoirdop 5 los en vul de vloeistof bij
zoals vermeld in het hoofdstuk
"Technische gegevens".
OLIE BEDIENINGSSYSTEEM ALFA TCT
VERSNELLINGBAK
(indien aanwezig)
3)
Wend u voor de controle van het
transmissieolieniveau uitsluitend tot het
Alfa Romeo Servicenetwerk.
BELANGRIJK
37)Let erop dat de verschillende types
vloeistoffen tijdens het bijvullen niet
verwisseld worden: ze mogen absoluut niet
onderling gemengd worden! Bijvullen met een
ongeschikte vloeistof kan leiden tot ernstige
schade aan het voertuig.
38)Het olieniveau mag nooit boven het
MAX-teken komen.
39)Vul geen olie bij met andere kenmerken
dan de olie waarmee de motor is gevuld.
40)Gebruik voor het bijvullen hetzelfde type
vloeistof als het type dat al in het reservoir
van het motorkoelsysteem zit. De vloeistof
mag niet gemengd worden met andere types
antivriesvloeistoffen. Als er toch bijgevuld is
met een ongeschikt product, start dan in
geen geval de motor en neem contact op met
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
41)Vermijd elk contact tussen de uiterst
corrosieve remvloeistof en de gelakte delen.
Spoel bij contact onmiddellijk uit met rijkelijk
water.
150
ONDERHOUD EN ZORG
Page 153 of 220

BELANGRIJK
130)Rook nooit tijdens het uitvoeren van
werkzaamheden in de motorruimte: er
kunnen ontvlambare gassen en dampen
vrijkomen die brand kunnen veroorzaken.
131)Wees erg voorzichtig bij het uitvoeren
van werkzaamheden in de motorruimte
wanneer de motor nog warm is: gevaar voor
brandwonden. Kom niet te dicht bij de
koelventilator van de radiateur: de
elektrische ventilator kan inschakelen;
gevaar voor verwondingen. Sjaals, dassen of
andere loszittende kleding kunnen door de
bewegende onderdelen worden
meegetrokken.
132)Wacht voor het bijvullen van de
motorolie tot de motor is afgekoeld alvorens
de vuldop los te maken. Dit geldt in het
bijzonder voor voertuigen met een
aluminium vuldop (waar aanwezig).
WAARSCHUWING: gevaar voor
brandwonden!
133)Het koelsysteem staat onder druk.
Vervang, indien nodig, de dop alleen door een
origineel exemplaar om de werking van het
systeem niet negatief te beïnvloeden. Draai
bij warme motor de dop van het reservoir
niet los: gevaar voor brandwonden.
134)Rijd nooit met een leeg
ruitensproeiervloeistofreservoir:
ruitensproeiers zijn van fundamenteel
belang voor een goed zicht. Herhaaldelijke
werking van het systeem zonder vloeistof
kan leiden tot schade aan of snelle
verslechtering van sommige
systeemcomponenten.135)Sommige in de handel verkrijgbare
ruitensproeiervloeistoffen zijn ontvlambaar.
De motorruimte omvat warme onderdelen
die bij contact met de vloeistof brand kunnen
veroorzaken.
136)Remvloeistof is giftig en uiterst
corrosief. Als er per ongeluk remvloeistof
gemorst wordt, moeten de betrokken delen
onmiddellijk worden gewassen met water en
neutrale zeep. Vervolgens met veel water
afspoelen. In geval van inslikken onmiddellijk
een arts raadplegen.
137)Het symbool
, op het reservoir van
de remvloeistof geeft aan dat een
remvloeistof een synthetische of op
mineralen gebaseerde vloeistof is. Het
gebruik van minerale vloeistoffen kan de
speciale rubberen pakkingen in het
remsysteem onherstelbaar beschadigen.
BELANGRIJK
2)De gebruikte motorolie en oliefilters
bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het
milieu. Het verdient aanbeveling de olie en de
filters te laten vervangen door het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
3)Gebruikte versnellingsbakolie bevat
stoffen die schadelijk zijn voor het milieu.
Men adviseert om voor het vervangen van de
olie contact op te nemen met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
ACCU OPLADEN
BELANGRIJK De procedure voor het
opladen van de accu is uitsluitend
bedoeld ter informatie. Neem contact op
met het Alfa Romeo Servicenetwerk om
deze handeling te laten uitvoeren.
BELANGRIJK Wacht, nadat de
contactsleutel naar STOP is gedraaid en
het bestuurdersportier is gesloten,
minstens een minuut voordat u de
elektrische voeding van de accu
loskoppelt en vervolgens weer aansluit.
Het verdient aanbeveling de accu
langzaam en met een laag amperage
gedurende ongeveer 24 uur op te laden.
De accu langer opladen, kan de accu
beschadigen.
BELANGRIJK De kabels van het
elektrische systeem moeten weer
correct worden aangesloten op de accu,
d.w.z. de pluskabel (+) op de plusklem en
de minkabel (–) op de minklem. De
accuklemmen zijn gemarkeerd met de
symbolen plus (+) en min (–), en zijn
weergegeven op het deksel van de accu.
De kabelklemmen moeten ook
corrosievrij zijn en stevig aan de
klemmen bevestigd worden. Als een
acculader van het "snelle" type wordt
gebruikt terwijl de accu in het is voertuig
gemonteerd, moeten eerst beide kabels
van de accu losgemaakt worden alvorens
151