ESP CITROEN C4 AIRCROSS 2016 Instructieboekjes (in Dutch)

Page 16 of 446

14
Waarschuwingslampjes
Als een van de volgende lampjes bij een draaiende motor of onder
het rijden gaat branden, wijst dit op een storing in het desbetreffende
systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.
Het lampje brandt op het instrumentenpaneel of op het display van het
instrumentenpaneel.Controlelampje brandtOorzaak Acties / Opmerkingen
Handrem/
Remvloeistofniveau/
Elektronische
remdrukregelaarpermanent.Het lampje gaat enkele seconden
branden en gaat vervolgens uit wanneer
u het contact in de stand "
o

n
" z
et.
De handrem is aangetrokken of niet
goed vrijgezet. In combinatie met een melding. Zet de handrem vrij; het
lampje dooft.
te

laag remvloeistofniveau. In combinatie met een melding. Vul remvloeistof bij en
raadpleeg het CI
t

ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
st

oring van de elektronische
remdrukregelaar (
r

e
F
).Zet de auto op een veilige plaats stil.
Laat het systeem controleren door het CI
t

ro
Ën-
netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
Zelfdiagnose
motor knippert.
er i

s een storing in het
motormanagementsysteem.
kan

s op beschadiging van de katalysator.
Laat dit controleren door het CI
t

ro
Ën-
netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
permanent.
er i

s een storing in de
emissieregeling. Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.
ra

adpleeg het CI
t
ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats als dit niet het geval is.
Laadstroom
accu * permanent.
er i

s een storing in het
laadstroomcircuit van de accu
(vervuilde of losgeraakte
accuklemmen, aandrijfriem dynamo
niet correct gespannen of gebroken...). Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.
ra

adpleeg het CI
t
ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats als dit niet het geval is.
ee
n waarschuwingslampje kan branden in combinatie met een
aanvullende melding om u te helpen bij het opsporen van de storing.
ra
adpleeg indien nodig het CI
t
ro
Ën-
netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
* Volgens land van bestemming.
Controle tijdens het rijden

Page 17 of 446

15
C4-Aircross_nl_Chap01_controle-de-marche_ed01-2014
ControlelampjebrandtOorzaak Acties / Opmerkingen
Antiblokkeersysteem
(ABS)permanent.er is een storing in het
antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.ri
jd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel
mogelijk het CI
t

ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Veiligheidsgordel
vóór losgemaakt/
niet vastgemaakt
Permanent, en
knippert vervolgens
in combinatie met
een geluidssignaal.De bestuurder heeft zijn
veiligheidsgordel losgemaakt of niet
vastgemaakt.
Doe de gordel om en steek de gesp in de gordelsluiting.
Airbags en
gordelspanners tijdelijk.
Als u het contact aanzet, gaat dit
lampje een paar seconden branden
en gaat vervolgens uit.
ra

adpleeg het CI
t
ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats als het lampje blijft branden.
permanent.
er i

s een storing in een van de
airbags of de pyrotechnische
gordelspanners. Laat dit controleren door het CI
t

ro
Ën-
netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Te lage
bandenspanning permanent, in
combinatie met
een melding.De spanning van één of meer banden
is te laag.
Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.
Doe dit bij voorkeur bij koude banden.
u

moet het systeem resetten nadat u de spanning van één
of meer banden hebt aangepast en wanneer één of meer
wielen zijn gewisseld.
Zie voor meer informatie de rubriek
"
ban

denspanningscontrolesysteem".
knipperend
en vervolgens
permanent, in
combinatie met
een melding.een storing in het systeem en/of ten
minste één sensor van een wiel wordt
niet gedetecteerd.De bandenspanning wordt niet meer gecontroleerd.
Laat het systeem controleren door het Citroën-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
1
Controle tijdens het rijden

Page 50 of 446

48
scherm van het Audio-/telematicasysteem met touchscreen
Algemene werkingGebruik de toetsen links en rechts van het
scherm of raak met uw vingers de op het
scherm weergegeven knoppen aan om het
systeem te bedienen.1.
P

WR / VOL: inschakelen/uitschakelen
van het audiosysteem, instellen van het
geluidsvolume.
2.
AU

DIO: weergeven van de laatst gebruikte
audiobron.
3.
S

EEK TR ACK: veranderen van
geluidsbron, snel vooruit of achteruit
spoelen, automatisch zoeken van
radiofrequenties.
4.
M

ODE: selecteren van een audiobron.
5.
O

PEN: toegang tot de CD-/DVD-speler.
6.
S

ETTINGS: toegang tot de
systeeminstellingen.
7.
I

NFO: toegang tot de informatie (kalender,
gesproken commando's enz.). 8.
N

AV I M E NU: toegang tot de instellingen
van het navigatiesysteem.
9.
F

OLDER / TUNE SOUND: selecteren van
een map of zoeken van een radiozender.
10.
M

AP: op de kaart weergeven van de
huidige locatie van de auto.
11.
Z

OOM: in- of uitzoomen op de kaart.
12 .


t
o
egang tot de navigatieparameters en de
keuze voor de bestemming.
13.


Dag-/nachtstand.
Dit scherm is verbonden met het Audio-/
telematicasysteem met touchscreen en kan de
volgende informatie weergeven:
-

d
e tijd,
-
d
e informatie met betrekking tot de
autoradio en het navigatiesysteem.
(
Zie de rubriek "Audio en
datacommunicatie").
Controle tijdens het rijden

Page 116 of 446

114
C4-Aircross_nl_Chap04_conduite_ed01-2014
Het bandenspanningscontrolesysteem
is een hulpsysteem; de bestuurder moet
altijd waakzaam blijven.
bandenspanningscontrolesysteem
Dit systeem controleert automatisch en permanent de spanning van de vier banden zodra het contact is aangezet.
In het ventiel van elke band (met uitzondering van het reservewiel) is een druksensor gemonteerd.
Het systeem waarschuwt de bestuurder zodra het een daling van de spanning van een of meer banden ten opzichte van de in het systeem opgeslagen
referentiespanning detecteert. Deze referentiespanning moet worden gereset als de spanning van een band is aangepast of een wiel is verwisseld.
Het systeem functioneert als de identificatiecodes van de sensoren door het CI
t
ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats in het systeem zijn
opgeslagen.
u k

unt twee sets banden in het geheugen van het systeem laten opslaan (bijvoorbeeld: wielen met zomerbanden en wielen met winterbanden).
ee

n te lage bandenspanning leidt ook
tot een hoger brandstofverbruik.
on

danks de aanwezigheid van dit
systeem dient u maandelijks en voor
elke lange reis de bandenspanning (ook
die van het reservewiel) handmatig te
controleren.
ee

n te lage bandenspanning heeft
een negatief effect op de wegligging,
verlengt de remweg en versnelt de
bandenslijtage, met name onder zware
omstandigheden (zware belading, hoge
snelheid, lange rit). De door de fabrikant voor uw auto
aanbevolen bandenspanning staat
vermeld op de bandenspanningssticker
(zie de rubriek "Identificatie").
De bandenspanning moet bij "koude"
banden worden gecontroleerd (auto
die langer dan 1
uur heeft stilgestaan
of na een traject van maximaal 10
km
met gematigde snelheid). Is dit niet het
geval, verhoog dan de op de sticker
vermelde waarden met 0,3
bar.
rijden

Page 117 of 446

115
C4-Aircross_nl_Chap04_conduite_ed01-2014
Waarschuwing te lage
bandenspanning
bij een te lage bandenspanning
brandt dit verklikkerlampje
permanent in combinatie met de
weergave van een melding.
F

V

erlaag onmiddellijk de snelheid, maak
geen bruuske stuurbewegingen en rem niet
plotseling hard af.
F

Z

et uw auto stil zodra de verkeerssituatie
dit toelaat.
ee

n lagere bandenspanning is niet altijd
zichtbaar aan een vervorming van de
band.
b
e
perk u daarom niet alleen tot
een visuele controle. De waarschuwing wordt weergegeven
totdat de referentiespanning, na het
op spanning brengen, repareren of
vervangen van de band(en), is gereset.
Als een band of meerdere banden
is/zijn gerepareerd of vervangen,
moeten de identificatiecodes van de
sensoren door het CI
t

ro
Ën
of een
gekwalificeerde werkplaats worden
opgeslagen.
Het reservewiel is niet voorzien van een
sensor. Daarom heeft het geen zin om
het systeem te resetten na de montage
van het reservewiel.
F
C ontroleer de spanning van de vier
banden (bij koude banden) als u over een
compressor beschikt, bijvoorbeeld die van
de bandenreparatieset.


r
i
jd voorzichtig met lage snelheid verder
als u niet direct de bandenspanning kunt
controleren.


of
F

G
ebruik in geval van een lekke band
de noodreparatieset of het reservewiel
(volgens uitrusting).
Resetten van de
referentiespanning
Controleer voordat u het systeem
reset of de spanning van de vier
banden is aangepast aan de
gebruiksomstandigheden van de auto
en overeenkomt met de voorgeschreven
waarden die zijn vermeld op de
bandenspanningssticker.
Het bandenspanningscontrolesysteem
waarschuwt niet als de spanning op het
moment van resetten onjuist is.
el

ke keer dat de spanning van een of meer
banden is aangepast of een of meer wielen zijn
gewisseld, moet het systeem worden gereset.
4
rijden

Page 119 of 446

117
C4-Aircross_nl_Chap04_conduite_ed01-2014
Selecteren van de set
banden
Als u een tweede set banden in het systeem
hebt laten opslaan door het CItroËn- netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats, moet u
elke keer dat een set banden (winterbanden
bijvoorbeeld) is gewisseld, de set die zojuist
is gemonteerd in het configuratiemenu
selecteren.
Controleer na de montage van de
nieuwe set banden of de banden
de juiste spanning hebben (vermeld
op de bandenspanningssticker (zie
het hoofdstuk "Identificatie")).
b
r
eng
de banden indien nodig op de juiste
spanning. Via het menuscherm kunt u, bij aangezet
contact en stilstaande auto, de desbetreffende
set banden selecteren.
F

D
ruk meerdere keren op de knop INFO om
het menu voor het selecteren van de set
banden te selecteren (in het menu 3/3) .
F Houd vervolgens de knop INFO minimaal
3 seconden ingedrukt om in plaats van
de set banden nummer 1
de set banden
nummer 2
te selecteren, of omgekeerd. De spanning van de banden van de
nieuwe set wordt door het systeem
automatisch als referentiespanning
opgeslagen (het verklikkerlampje te
lage bandenspanning knippert tijdens
deze bewerking).
4
rijden

Page 148 of 446

146
C4-Aircross_nl_Chap06_securite_ed01-2014
Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels vóór
De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van
een pyrotechnische gordelspanner en een
spankrachtbegrenzer.
Deze systemen zorgen voor extra
bescherming van de bestuurder en passagier
bij frontale en zijdelingse aanrijdingen.
bi
j een krachtige aanrijding zorgen de
pyrotechnische gordelspanners ervoor dat de
veiligheidsgordels stevig tegen de lichamen
van de inzittenden worden getrokken.
De pyrotechnische gordelspanners zijn actief
zodra het contact wordt aangezet.
De spankrachtbegrenzer beperkt de kracht
waarmee de gordel tegen het lichaam van
de inzittenden getrokken wordt en bevordert
daarmee de veiligheid.
Omdoen
F trek aan de gordel en steek de gesp in de gordelsluiting A .
F

C
ontroleer of de gordel goed is
vastgemaakt door even aan de riem te
trekken.
Losmaken
F Druk op de rode knop van de gordelsluiting A .
Hoogteverstelling
F Druk op de knop B en schuif de
gordelbevestiging C naar beneden om het
bevestigingspunt lager te plaatsen.
F

D
ruk op de knop B en schuif de
gordelbevestiging C naar boven om het
bevestigingspunt hoger te plaatsen.
Veiligheid

Page 150 of 446

148
C4-Aircross_nl_Chap06_securite_ed01-2014
Veiligheidsgordel middelste
zitplaats achter
De veiligheidsgordel van de middelste zitplaats
achter is in de hemelbekleding geïntegreerd.
Het is een driepuntsgordel met oprolautomaat.
Vast maken
F trek de gordel naar buiten en voer hem door de gordelgeleider A .
F
t
r
ek aan de gordel en steek de gesp B in
de gordelsluiting.
F
s
t
eek de gesp C in de rechter
gordelsluiting.
F

C
ontroleer of elke gesp correct is
vergrendeld door aan de riem te trekken.
Losmaken en opbergen
F Druk op de rode knop van de gordelsluiting C en vervolgens op die van gordelsluiting B .
F
H

oud de gordel vast ter wijl deze zich oprolt
en voer de gordel door de gordelgeleider A .
F
b
e
rg de gesp C op in de bovenste opening
D en de gesp B in de onderste opening E .
Veiligheidsgordels links- en
rechtsachter
De buitenste zitplaatsen achter zijn voorzien
van driepuntsgordels met oprolautomaat.
Gordel vastmaken
F trek aan de gordel en steek vervolgens de
gesp in de gordelsluiting.
F

C
ontroleer of de gesp goed vergrendeld is
door even aan de riem te trekken.
Gordel losmaken
F Druk op de rode knop van de gordelsluiting.
Veiligheid

Page 151 of 446

149
C4-Aircross_nl_Chap06_securite_ed01-2014
Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder
te controleren of alle passagiers hun
veiligheidsgordel goed hebben omgedaan
en vastgemaakt.
Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens het
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook al
betreft het een korte rit.
Draai de gespen van de veiligheidsgordels
niet om; de gordels zijn dan niet voldoende
effectief.
De veiligheidsgordels zijn voorzien van een
oprolautomaat die ervoor zorgt dat de lengte
van de gordel automatisch wordt aangepast
aan de lichaamsbouw van de gebruiker. De
gordel wordt automatisch opgerold als deze
niet wordt gebruikt.
Controleer zowel voor en na het gebruik van
de gordel of deze goed is opgerold.
De heupgordel moet zo laag mogelijk op het
bekken worden geplaatst.
De schoudergordel moet langs het holle
gedeelte van de schouder worden geplaatst.
De oprolautomaten zijn voorzien van
een automatische blokkeerinrichting die
in werking treedt bij een aanrijding, een
noodstop of het over de kop slaan van
de auto. u kunt de blokkeerinrichting
deblokkeren door stevig aan de riem te
trekken en deze weer los te laten, zodat de
riem weer een stukje wordt opgerold.Voorschriften voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12 jaar of kleiner dan
1 ,50 m gebruik van een geschikt kinderzitje.
De veiligheidsgordel mag door niet meer dan
één persoon gedragen worden.
Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens
het rijden.
ra

adpleeg voor meer informatie de rubriek
"
kin

derzitjes".
Voor een effectieve werking van de
veiligheidsgordel:
-
d
ient deze strak om het lichaam te
worden gedragen,
-

m

oet deze in een vloeiende beweging
naar voren worden getrokken, zonder
dat de gordel gedraaid raakt,
-

m

ag deze door niet meer dan één
persoon worden gedragen,
-

m

ag deze geen beschadigingen of rafels
vertonen,
-

m

ag er om te voorkomen dat de gordel
niet goed werkt, niets aan worden
gewijzigd.
Bij aanrijdingen
De gordelspanners kunnen, afhankelijk van
de aard en de kracht van de aanrijding ,
vóór en onafhankelijk van de airbags afgaan.
Het activeren van de gordelspanners gaat
gepaard met wat onschadelijke rook en een
knal, als gevolg van de activering van de
pyrotechnische lading die in het systeem is
geïntegreerd.
In alle gevallen gaat het verklikkerlampje van
de airbag branden.
Laat het systeem na een aanrijding
controleren en eventueel vervangen door het
CI
t

ro
Ën-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Vanwege de wettelijke
veiligheidsvoorschriften moeten
werkzaamheden en controles aan de
veiligheidsgordels worden uitgevoerd
door het CI
t

ro
Ën-

netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats, die tevens voor
de garantie zorgt en de werkzaamheden
volgens de voorschriften uitvoert.
Laat de veiligheidsgordels van uw auto
regelmatig controleren door het CIt roËn-
n
etwerk of een gekwalificeerde werkplaats,
vooral als de gordels beschadigingen vertonen.
reinig de veiligheidsgordels met zeepsop
of een reinigingsmiddel voor textiel,
verkrijgbaar bij het CI
t

ro
Ën-
netwerk.
Controleer na het neerklappen of verstellen van
een stoel of de achterbank of de gordel zich op
de juiste plaats bevindt en goed is opgerold.
6
Veiligheid

Page 160 of 446

158
Ar
b G
НИКОГА НЕ инсталирайте детско столче на седалка с АКТИВИРАНА предна ВЪЗДУШНА ВЪЗГЛАВНИЦ А. Това може да причини С МЪРТ или СЕРИОЗНО НАРАНЯВАНЕ на детето.
CsNIKDY neumisťujte dětské zádržné zařízení orientované směrem dozadu na sedadlo chráněné AKTIVOVANÝM čelním AIRBAGEM. Hrozí nebezpečí SMRTI DÍTĚTE nebo VÁ ŽNÉHO ZR ANĚNÍ.
DAbrug ALDrIG en bagudvendt barnestol på et sæde, der er beskyttet af en Ak tI V AIr bA G. bAr net risikerer at blive ALVo rL IGt kV
Æs tet eller DrÆb t.
DeMontieren sie auf einem si tz mit Ak tI VIe rteM F ront-Airbag nIeM ALs einen ki ndersitz oder eine ba byschale entgegen der Fahr trichtung,
das ki nd könnte schwere oder sogar tödliche Verletzungen erleiden.
eLΜη χρησιμοποιείτε ΠΟΤΕ παιδικό κάθισμα με την πλάτη του προς το εμπρός μέρος του αυτοκινήτου, σε μια θέση που προστατεύεται από ΜΕΤΩΠΙΚΟ αερόσακο που είναι ΕΝΕΡΓΟΣ. Αυτό μπορεί να έχει σαν συνέπεια το ΘΑΝΑΤΟ ή το ΣΟΒΑΡΟ ΤΡΑΥΜΑΤΙΣΜΟ του ΠΑΙΔΙΟΥ
enneVer use a rear ward facing child restraint on a seat protected by an ACtI Ve AIr bA G in front of it, DeAtH o r serIo us In jurY t o the
CHILD can occur
esno InstALAr nunC A un sistema de retención para niños de espaldas al sentido de la marcha en un asiento protegido mediante un
AIRBAG frontal ACTIVADO, ya que podría causar lesiones GR AVES o incluso la MUERTE del niño.
etÄrge MItte kunA GI paigaldage "seljaga sõidusuunas" lapseistet juhi kõrvalistmele, mille esI turV APADI on Ak t IVe erI tuD . tu rvapadja
avanemine võib last tÕsIs eLt või eLu oHtL Ik uLt vigastada.
FIÄLÄ koskAAn aseta lapsen tur vaistuinta selkä ajosuuntaan istuimelle, jonka edessä suojana on käyttöön aktivoitu turV AtY YnY . se n
laukeaminen voi aiheuttaa LAPs en kuoLeM An tai VAkA VAn Lo ukkA An tuM Is en.
Frne jAMAIs installer de système de retenue pour enfants faisant face vers l’arrière sur un siège protégé par un Co ussIn Go nF LAbLe
frontal ACTIVÉ.
Cela peut provoquer la M
o

rt de l’
e
n
F
A
n
t ou le b
Le
sser G
rA
V
eMe
nt
HrNIK ADA ne postavljati dječju sjedalicu leđima u smjeru vožnje na sjedalo zaštićeno UKLJUČENIM prednjim ZR AČNIM JASTUKOM. To bi moglo uzrokovati sMr t ili teŠk u o ZLj eDu djeteta.
HuSOHA ne használjon menetiránynak háttal beszerelt gyermekülést AKTIVÁLT (BEK APCSOLT) FRONTLÉGZSÁKK AL védett ülésen. Ez a gyermek HALÁLÁT vagy SÚLYOS SÉRÜLÉSÉT okozhatja.
Itnon installare MAI seggiolini per bambini posizionati in senso contrario a quello di marcia su un sedile protetto da un AIr bA G frontale
At tI VAt o. C iò potrebbe provocare la Mo rte o Fe rIt e GrA VI al bambino.
C4-Aircross_nl_Chap06_securite_ed01-2014
Veiligheid

Page:   1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 ... 50 next >