radio CITROEN DS5 HYBRID 2012 Instructieboekjes (in Dutch)

Page 15 of 358

13Eerste kennismaking
Interieur


Head-up display

Dit systeem projecteer t de informatie over de
wagensnelheid en de snelheidsbegrenzer/snelheidsregelaar op een getint scherm in het gezichtsveld van de bestuurder, zodat deze
de blik op de weg gericht kan houden.

Centraal opbergvak met uitrusting

Dit opbergvak, dat diverse compartimenten
bevat, is voorzien van verlichting en heeft een
koelfunctie. Het bevat verder ruimte voor eenflesje en is uitgerust met een USB-box.
Audio- en communicatiesystemen
Deze systemen zijn voorzien van de
nieuwste technologie: autoradio met MP3 -afspeelmogelijkheid, USB-aansluiting, Bluetooth-
handsfree kit, navigatiesysteem met kleurenscherm, AUX-aansluitingen, hifi-audiosysteem, ...eMyWay
134
106
309
255
Autoradi
o

Massagefunctie

Deze functie masseert uw lendenen gedurende circa 60 minuten. De massage
bestaat uit zes cyclussen van tien minuten.
98
Elektrisch bediende handrem
Deze handrem wordt automatisch aangetrokken wanneer de motor wordt afgezet,
en vrijgezet bij het wegrijden. Het blijft echter
mogelijk de handrem handmatig te bedienen.
120

Page 18 of 358

14 . Schakelaars ruiten / elektrisch bediendekindersloten / centrale vergrendeling.
15. Bedieningspaneel van eMyWay.
16.Selectiehendel.
17. Keuzeschakelaar Hybrid4-systeem.
18
. Bedieningspaneel ver warming/
airconditioning.
19.Autoradio.
20.Alarmknipperlichten.21. Display.
22.Middelste verstelbare en afsluitbareventilatieroosters.
23.Klokje.
24.Starten met START/STOP-knop.
25. Lezer van de elektronische sleutel.
26. Schakelaar ruitenwissers/ruitensproeiers/boordcomputer.

Cockpit
1.
Hendel motorkapontgrendeling.2.
Koplampverstelling. 3.
Verstelbare en afsluitbarezijventilatieroosters. 4.
Ontwaseming van de voorportierruiten.
5.
Ontwaseming voorste zijruiten.
6.Head-up display.7. Voorruitontwaseming.8.Airbag passagier.9.
Dashboardkastje / Uitschakeling passagiersairbag. 10.12V-aansluiting.11.
Bediening ruiten achter.12.Middenarmsteun met opbergvakken
USB/Jack-aansluiting. 13.Elektrisch bediende handrem.
27. Bediening van de autoradio vanaf hetstuurwiel.28.
Airbag bestuurder.
Claxon.
29. Schakelaars snelheidsregelaar/-begrenzer.
30.
Schakelaarpaneel (zie vorige pagina). 31.Afstellen buitenspiegels.32.
Schakelaar verlichting enrichtingaanwijzers. 33.
Instrumentenpaneel.34.Controlelampjes veiligheidsgordels enairbags.35.Plafonnier.36.Bediening head-up display.37.
Bediening zonnescherm cockpit roof. 38.Oproep naar Citroën Urgence met
lokalisering - Oproep naar Citroën Assistance met lokalisering.

Page 27 of 358

25
Eerste kennismaking
Onder het rijden


Snelheidsbegrenzer "LIMIT"
1.Selecteren van de snelheidsbegrenzer. 2.Ver lagen van de ingestelde snelheid. 3.Ver hogen van de ingestelde snelheid. 4.
Onderbreken/her vatten van de snelheidsbegrenzing (pause).
5. Weergave van de lijst met opgeslagensnelheden (via het menu van de autoradio).
Het instellen van de snelheid is alleen mogelijk
als het hybridesysteem is ingeschakeld.
137
139
Snelheidsregelaar "CRUISE"
1.Selecteren van de snelheidsregelaar.
2. Instellen van een snelheid / Verlagen vande ingestelde snelheid.3.
Instellen van een snelheid / Verhogen van de ingestelde snelheid.4.
Onderbreken/hervatten van desnelheidsregeling (pause).
5. Weergave van de lijst metgeprogrammeerde snelheden (via het menu van de autoradio)
.Het instellen van een snelheid en het activeren
van de snelheidsregelaar is alleen mogelijk bijeen wagensnelheid hoger dan 40 km/h, vanaf
de 2e versnelling.

Weergave op het instrumentenpaneel
Als de snelheidsregelaar of -begrenzer is
ingeschakeld, verschijnen de instellingen van
het systeem op het instrumentenpaneel.
Snelheidsre
gelaar
Snelheidsbe
grenzer

Page 71 of 358

69Controle tijdens het rijden
Met dit systeem kan de verlichting van bepaalde displays worden uitgeschakeld voor een rustiger beeld tijdens nachtelijke ritten (uitsluitend in combinatie met eMyWay).
Op het instrumentenpaneel blijft de rijsnelheid,
de weergave van de gekozen versnelling van
de EGS-versnellingsbak en de informatie
van de snelheidsregelaar/-begrenzer (indien
ingeschakeld) verlicht; dat geldt ook voor de
waarschuwing "minimumbrandstofniveau",indien van toepassing.
De black-panelfunctie wordt uitgeschakeld
als er een waarschuwingsmelding wordt
doorgegeven en bij het wijzigen van functies of
instellingen.
Black-panelfunctie (donker
scherm
) met eMyWay

Raadpleeg voor meer informatie hetgedeelte eMyWay van het hoofdstuk "Audio en datacommunicatie".
Klokje
Het analoge klokje is niet voorzien van een
instelknop.
Raadpleeg voor het op tijd zetten de paragraaf over het configuratiemenu van het display (autoradio).
Het klokje wordt gesynchroniseerd met de
tijd op het display; zodra de tijd op het display gewijzigd en opgeslagen wordt, verdraaien de
wijzers en worden ze telkens na het aanzetten
van het contact gesynchroniseerd met de door
u ingestelde tijd.

Page 72 of 358

Boordcomputer
)Druk zodra het gewenste traject wordt aangegeven de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar langer dan twee
seconden in.
Display van het instrumentenpaneel
Weergave van de informatie
)Druk op de toets op het uiteinde vande ruitenwisserschakelaarom rachtereenvolgens de verschillende functies
weer te geven.
- A
ctuele informatie:
●
actieradius,
●
actueel brandstofverbruik.


-
Traject "1":●
gemiddelde snelheid,
voor het eerste traject,
●

gemiddeld brandstofverbruik.
-
Traject "2":●
gemiddelde snelheid,
voor het tweede traject,
●
overzicht van het
brandstofverbruik (auto's met
kleurendisplay 16/9),
●
gemiddeld brandstofverbruik.


Tr aject resetten
- Radio of mediadrager.
- Navigatiesysteem.

Page 82 of 358

Elektronische sleutel verloren
Ga met het kentekenbewijs van de auto en uw legitimatiebewijs naar het CITROËN-netwerk.
Het CITROËN-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoeken en een nieuwe bestellen.
Elektronische sleutel
De radiografische elektronische sleutel is een systeem met een groot bereik. Het is raadzaam om niet met de knoppen van de sleutel te spelen
om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden.Druk nooit op de knoppen van uw elektronische sleutel buiten het bereik en het zicht van uw auto. De sleutel kan dan onbruikbaar worden en moet in dat geval opnieuw worden gesynchroniseerd. De elektronische sleutel kan niet als afstandsbediening functioneren als de sleutel in de lezer zit of als het contact is aangezet.
Vergrendelen van de auto
Het rijden met vergrendelde por tieren kan in geval van nood de toegang tot het interieur belemmeren. Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel van het keyless entry and star t-systeem mee als u de auto verlaat, zelfs al isdit voor korte duur.
Elektrische storingen
De sleutel van het keyless entry and star t-systeem werkt in sommige gevallen niet correct in de nabijheid van elektronische apparatuur: telefoon, laptop, sterke magnetische velden, ...
Diefstalbeveiliging
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische star tblokkering; dit kan tot storingen leiden. Vergeet niet aan het stuur wiel te draaien om het stuurslot te activeren.
Bij het aanschaffen van een gebruikte auto
Laat uw sleutels door het CITROËN-netwerk in het elektronische geheugen van de auto opslaan, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw
bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.

Page 108 of 358












USB-box

Deze aansluitmodule, die bestaat uit eenJACK-aansluiting en een USB-poort, bevindtzich in de armsteun vóór (onder het deksel).
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten,zoals een iPod®
of een USB-stick.®

Dankzij de aansluitmodule kunt u de
audiobestanden op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uwautoradio.
U kunt deze bestanden beheren met de toetsen
op het stuur wiel of het bedieningspaneel van
de autoradio en ze weergeven op het display
van het instrumentenpaneel.
Ti
jdens het gebruik van de USB-poor t kan de draagbare apparatuur automatisch worden
opgeladen.


Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze uitrusting het hoofdstuk "Audio en Telematicasysteem". Voor het com
fort en als opbergmogelijkheid
voor de bestuurder en voorpassagier.













Middenarmsteun
Opbergvakken
)To egang tot het grote opbergvak: druk op
de knop 1en til het deksel op.
)To egang tot het kleine opbergvak (onder
de klep van de armsteun
): druk op de knop2en til de klep op.In deze opbergvakken kunt u draagbareapparatuur (telefoon, MP3 -speler, ...) opbergen
die op de USB-/Jack-aansluiting kan worden aangesloten.
Het grote opbergvak is voorzien van een regelbare ventilatieopening zodat gekoelde
lucht het vak in kan stromen.

Page 138 of 358









Snelheden opslaan
)
Ga naar het hoofdmenu door op de toets"MENU"te drukken. U kunt vi
jf snelheden opslaan in het geheugen van het systeem. Standaard zijn er al enkele snelheden opgeslagen.

Voer deze handelingen omwille van deveiligheid alleen uit als de auto stilstaat, via het display van de autoradio.
)
Ga naar het hoofdmenudoor op de toets "SET UP"
te drukken.
Via de Autoradio Via de eMyWay
)Selecteer het menu "Persoonlijkeinstellingen - configuratie" en bevestig uwkeuze.)Selecteer het menu "Parameters auto" en bevestig uw keuze. )Selecteer "Hulp bij het rijden" en bevestiguw keuze.)Selecteer "Geprogrammeerde snelheden"
en bevestig uw keuze.)Wijzig de snelheid.)Selecteer " OK
" en bevestig dit om de
wijzigingen op te slaan.
) Selecteer het menu "Configuratie" en
bevestig uw keuze.) Selecteer het menu "Parameters auto" en
bevestig uw keuze.) Selecteer het item "Hulp bij het rijden" enbevestig uw keuze.)
Selecteer het item "Geprogrammeerdesnelheden" en bevestig uw keuze. )
Wijzig de snelheid.)
Selecteer "OK
" en bevestig uw keuze om
de wijzigingen op te slaan.


Toegang
)Druk op de toets "MEM"
op het stuur wiel
om de lijst met opgeslagen snelheden weer te geven.



Selecteren

Selecteren van een opgeslagen snelheid: )Druk op de toets "+" of "-" en houd deze ingedrukt; het systeem stopt bij deeerstvolgende opgeslagen snelheid.)Druk nogmaals op de toets "+" of "-" en
houd deze ingedrukt om een andere
opgeslagen snelheid te selecteren.
De ingestelde snelheid en de status van het systeem (aan/uit) worden weergegeven op het
instrumentenpaneel.

Page 182 of 358









Bandenspanningscontrolesysteem Dit systeem controleert automatisch de bandenspanning tijdens het rijden.
Elk ventiel is voorzien van een sensor, die
een waarschuwingssignaal uitzendt als de
bandenspanning te laag is (snelheid hoger dan
20 km/h).
Het reservewiel is niet voorzien van een sensor.

Alle reparaties aan een wiel dat met ditsysteem is uitgerust en het ver vangen van een band moeten worden
uitgevoerd door het CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats. Wanneer bij het ver wisselen een wiel is gemonteerd dat niet door uw auto wordtgedetecteerd (voorbeeld: montage van winterbanden), dient het systeem door het CITROËN-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats opnieuwgeïnitialiseerd te worden.
Deze melding wordt ook weergegevenals één van de wielen niet op de autoaanwezig is (bij reparatie) of als er één of meerdere wielen zonder sensor opde auto worden gemonteerd.


Het bandenspanningscontrolesysteem is nietmeer dan een hulpmiddel, hetgeen inhoudt dat de waakzaamheid en verantwoordelijkheid vande bestuurder niet door het systeem kunnen worden vervangen.


Ondanks dit systeem moet debandenspanning (zie de paragraaf "Identificatie") nog regelmatig worden gecontroleerd. De bandenspanningheeft een belangrijke invloed op hetweggedrag van de auto en de slijtage van de banden, vooral onder zware rijomstandigheden (zware lading, hoge rijsnelheden). De bandenspanning dient minimaal één keer per maand gecontroleerd te worden, bij koude banden. Denk eraan ook de bandenspanning van het
reservewiel te controleren.
Het bandenspanningscontrolesysteemkan tijdelijk worden verstoorddoor radiogolven in hetzelfde frequentiegebied. Er wordt een meldin
g op het display van het instrumentenpaneel weergegeven, incombinatie met een geluidssignaal, om aan tegeven welke band(en) het betreft.
Te l age bandenspanning
Dit verklikkerlampje en
het verklikkerlampje
STOP
gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en een meldingop het display van het instrumentenpaneel die
aangeeft welke band(en) het betreft. ) Stop onmiddellijk, maar vermijd abrupte
manoeuvres met het stuur en de remmen.) Ver vang de beschadigde band (lekke bandof veel te lage bandenspanning) en laat de
bandenspanning zo snel mogelijk controleren.

Lekke band

Er wordt een melding op het display vanhet instrumentenpaneel weergegeven, in combinatie met een geluidssignaal, om aan te
geven van welk(e) wiel(en) de bandenspanning
niet meer gecontroleerd wordt of om aan tegeven dat er een storing in het systeem zit.
Raadpleeg het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats om de defecte
sensor(en) te vervangen.

Sensor(en) niet gedetecteerd of defect
)Controleer zo snel mogelijk de
bandenspanning.
Dit dient te worden uitgevoerd bij koude banden.

Page 218 of 358

Zekeringen
dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
)Trek de klep los.
Zekering nr.Ampère(A)Functies
F6 A of
B15 Autoradio.
F8
3 Inbraakalarm.
F13
10 Aansteker vóór, 12V-aansluiting vóór.
F14
10 12V-aansluiting achter.
F1
63 Kaartleeslampen achter.
F173 Make-upspiegel.
F28 A of B
15 Autoradio.
F3
020
Ruitenwisser achter.
F32
10 Audioversterker.

Page:   1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 ... 60 next >