FIAT 500X 2019 Instructieboek (in Dutch)

Page 181 of 300

plaats sleutel A fig. 141 op het
hexagonale gedeelte van krik B om
deze uit te schuiven tot het bovenste
gedeelte met de groeven correct in de
dwarsbalk C van het voertuig terecht
komt, naast het symbool
op de
dwarsbalk zelf;
waarschuw alle omstanders dat de
auto wordt opgekrikt; zorg dat niemand
in de buurt van de auto komt tot dezeweer helemaal op grond staat;
gebruik de sleutel A om de krik te
bedienen (rechtsom) en hef de auto op
totdat het wiel enkele centimeters van
de grond is;
draai met de sleutel A de wielbouten
los en verwijder het wiel met de lekke
band;
zorg dat de contactvlakken van het
reservewiel en de naaf schoon zijn om
het losraken van de wielbouten te
voorkomen;
om de montage van het
noodreservewiel te vergemakkelijken,
moet de centreerstift in het bovenste
gat van de wielnaaf worden geschroefd
en monteer vervolgens het
noodreservewiel; draai daarbij de eerste
wielbout minstens twee slagen met de
hand vast;
verwijder de centreerstift en draai de
overige wielbouten met de hand vast;
schroef met de sleutel A alle
wielbouten vast.
draai de sleutel A (linksom) op het
hexagonale gedeelte van de krik om het
voertuig te laten zakken en verwijder
daarna de sleutel;
gebruik de sleutel A om alle
wielbouten kruiselings vast te draaien,
in de volgorde die is aangegeven in
fig. 142;
vervang de mat in de bagageruimte
en zet de herconfigureerbare laadvloer
in de horizontale stand (zie
"Bagageruimte" in het hoofdstuk
"Kennismaking met uw auto");
laat het normale wiel zo snel mogelijk
repareren, ook omdat het groter is dan
het noodreservewiel en daardoor na
plaatsing in de daarvoor bestemde
ruimte de vloer van de bagageruimte
iets oneffen wordt.
140F1B0223C
141F1B0224C
142F1B0225C
179
ˆ berg de lekke band veilig op in de
bagageruimte, herstel de correcte
bevestiging en plaats de krik en de
gebruikte gereedschappen correct
terug.

Page 182 of 300

EEN WIEL VERVANGEN
(uitvoeringen met
subwoofer)
Uitvoeringen met ruimtebesparend
wiel
Op deze uitvoeringen bevinden de
gereedschappen voor de vervanging
van het wiel zich in een daarvoor
bestemde tas in de bagageruimte.
Ga in geval van een lekke band als
volgt te werk:
open de achterklep en til de
vloerbedekking op;
draai de vergrendeling A fig. 143 los,
verwijder het ruimtebesparende wiel B
en monteer het in plaats van de lekke
band, volgens de eerder beschreven
procedures.Uitvoeringen met “Fix&Go
Automatic” kit
Open voor de "Fix&Go Automatic"-kit
de bagageruimte en til de
vloerbedekking omhoog: de kit A
fig. 144 bevindt zich aan de
rechterkant.
BELANGRIJK
147)Indien het wiel met de lege band en
de krik in het interieur worden
achtergelaten dan vormen ze een ernstig
risico voor de veiligheid van de inzittenden
in geval van ongevallen of bruusk remmen.
Daarom moeten de krik en het wiel met de
lege band altijd in de speciale behuizing in
de laadruimte geplaatst worden.148)Het is extreem gevaarlijk een wiel te
proberen te vervangen aan de zijkant van
het voertuig vlak naast een rijbaan: zorg
ervoor dat het voertuig op een voldoende
afstand van de weg staat, om te vermijden
overreden te worden.
149)Waarschuw de andere weggebruikers
voor de stilstaande auto conform de
plaatselijke wettelijke voorschriften:
alarmknipperlichten, gevarendriehoek enz.
Alle inzittenden moeten de auto verlaten,
vooral als de auto zwaar beladen is.
Passagiers moeten op een veilige afstand
van het verkeer wachten terwijl het wiel
wordt verwisseld. Om veiligheidsredenen
moeten de wielen altijd geblokkeerd
worden met de meegeleverde wiggen.
150)Een gemonteerd reservewiel wijzigt de
rijeigenschappen van de auto. Vermijd
bruusk optrekken en remmen, scherpe
stuurbewegingen en snelle bochten. De
totale levensduur van de thuiskomer is
ongeveer 3000 km. Hierna moet de band
vervangen worden door een nieuw
exemplaar van hetzelfde type. Monteer
nooit een standaard band op de velg van
een thuiskomer. Zorg ervoor dat het
verwisselde wiel zo snel mogelijk wordt
gerepareerd en gemonteerd. Het gebruik
van twee of meer thuiskomers is verboden.
Smeer de schroefdraad van de wielbouten
niet met vet alvorens het wiel te monteren:
de bouten zouden los kunnen raken tijdens
het rijden!
143F1B0453C
144F1B0452C
180
NOODGEVALLEN

Page 183 of 300

151)De thuiskomer (waar voorzien) is
specifiek voor het voertuig: monteer het
niet op andere modellen, en monteer ook
geen thuiskomers van andere modellen op
uw voertuig. Gebruik het ruimtebesparende
reservewiel alleen in noodgevallen. Gebruik
het nooit langer dan strikt noodzakelijk en
rijd nooit harder dan 80 km/h. "Belangrijk!
Alleen voor tijdelijk gebruik! max. 80 km/h!”.
Vervang het reservewiel zo snel mogelijk
door het standaardwiel. Verwijder deze
sticker op de thuiskomer nooit en dek hem
niet af. Monteer nooit een wieldeksel op de
thuiskomer. Een gemonteerd reservewiel
wijzigt de rijeigenschappen van de auto.
Vermijd bruusk optrekken en remmen,
scherpe stuurbewegingen en snelle
bochten.
152)Op de thuiskomer kunnen geen
sneeuwkettingen gemonteerd worden. In
geval van een lekke voorband (aandrijfwiel)
en als er sneeuwkettingen gebruikt moeten
worden, gebruik dan een standaardwiel en
monteer de thuiskomer op de achteras. Op
deze manier, met twee normale
aandrijfwielen op de vooras, kunnen
sneeuwkettingen gemonteerd worden
(deze aanwijzing is ook geldig voor
4x4 versies).
153)Voer nooit werkzaamheden aan het
ventiel uit. Steek nooit gereedschap, van
welk type ook, tussen de velg en de band.
Controleer regelmatig de spanning van
zowel de banden als de thuiskomer, in
overeenstemming met de
spanningswaarden die zijn aangegeven in
het hoofdstuk “Technische gegevens”.154)De krik is een gereedschap dat
ontwikkeld en ontworpen is voor het
vervangen van een wiel, als een band lek of
beschadigd raakt, op het voertuig waarbij
de krik is geleverd of bij voertuigen van
hetzelfde model. Elk ander gebruik, bijv. om
andere modellen voertuigen of andere
dingen op te krikken, is ten strengste
verboden. Gebruik hem nooit voor
onderhoud of reparaties onder het voertuig
of om winterbanden te verwisselen voor
zomerbanden of andersom: wij adviseren u
om contact op te nemen met een Fiat
Servicenetwerk. Zorg dat u zich nooit
onder een opgekrikt voertuig bevindt:
gebruik de krik alleen in de aangegeven
standen. Gebruik de krik niet voor
zwaardere lasten dan is aangegeven op
het plaatje op de krik. Start de motor nooit
wanneer de auto opgekrikt is. Als het
voertuig meer dan noodzakelijk is
opgekrikt, kan alles onstabieler worden,
met het risico dat het voertuig met een
harde klap omlaag komt. Krik de auto
daarom alleen zover op als nodig is om
toegang te krijgen tot het noodreservewiel.
155)Zorg voor voldoende werkruimte bij
het opkrikken om schaafwonden aan uw
hand door contact met de grond te
voorkomen. Ook de bewegende delen van
de krik ("wormschroef" en gewrichten)
kunnen verwondingen veroorzaken: raak
deze delen niet aan. In geval van
accidenteel contact met smeervet, het
betreffende deel zorgvuldig schoonmaken.FIX&GO-KIT
(indien aanwezig)
156) 157)
75)
BESCHRIJVING
DeFix&Gosnellebandenreparatiekit
fig.145bevindtzichinde
bagageruimte,ineenspecifiekedoos,
enomvat:
eenbusje1metafdichtmiddel,
voorzienvan:eentransparante
vulleidingvoorhetinspuitenvanhet
afdichtmiddel4eneensticker3met
daarophetopschrift“Max.80km/h”
dienareparatievandeband
opeen
goedzichtbareplaatsmoetworden
aangebracht(bijv.ophetdashboard);
eencompressor2;
eenpaarhandschoeneninhet
compartimentvandevulleidingvanhet
flesje4.
181

Page 184 of 300

REPARATIEPROCEDURE
Ga als volgt te werk:
stop de auto op een plek die niet
gevaarlijk is voor het verkeer en waar de
procedure op veilige wijze uitgevoerd
kan worden. De grond moet zo mogelijk
vlak en voldoende compact zijn;
zet de motor af, schakel de
noodknipperlichten en de parkeerrem
in;
trek het reflecterende veiligheidsvest
aan voordat u uit de auto stapt (houd u
in elk geval aan de wettelijke
voorschriften van het land waarin u
rijdt);
Plaats het busje 1 met afdichtmiddel
in de daarvoor bestemde ruimte in de
compressor 2 en druk het hard omlaag
fig. 145. Verwijder de sticker met de
indicatie van de snelheid 3 en plak deze
op een duidelijk zichtbare plaats
fig. 146;
doe de handschoenen aan;
verwijder de dop van het ventiel van
de lekke band en sluit de transparante
leiding voor de afdichtingsvloeistof
4 aan en maak deze goed vast fig. 145.
Indien een busje van 250 ml aanwezig
is, is de behuizing van de transparante
leiding voorzien van een verwijderbare
ring om het uitnemen te
vergemakkelijken. Zorg ervoor dat de
AAN-UIT-knop 5 fig. 147 in de uit-stand
staat (knop niet ingedrukt);
steek de stekker 3 fig. 148 in het
12 V-stopcontact van de auto;
schakel de compressor in door te
drukken op de AAN-UIT-knop 5
fig. 147. Zodra de in het Instructieboek
of het daarvoor bestemde label
vermelde spanning op de meter
7 verschijnt, schakel de compressor
dan weer uit met de AAN-UIT-knop 5;
145P2000158146P2000162147P2000160
148P2000159
182
NOODGEVALLEN

Page 185 of 300

verwijder het busje 1 van de
compressor door op knop 8 te drukken
en het busje 1 voorzichtig omhoog te
trekken fig. 149.
Als de meter 7 fig. 147 een spanning
van minder dan 1,8 bar / 26 psi
weergeeft 15 minuten nadat de
compressor ingeschakeld werd,
schakel dan de compressor uit,
ontkoppel de vulleiding 4 van het ventiel
van de band en verwijder het busje
1 van de compressor fig. 149.
Verplaats de auto circa 10 m om het
afdichtmiddel te verdelen; stop de auto
op een veilige wijze, schakel de
handrem in en herstel de spanning met
de zwarte vulleiding 9 fig. 150 tot de
vereiste waarde is bereikt. Als ook
15 minuten na het starten de druk
minder dan 1,8 bar / 26 psi is, rij dan
niet verder, maar neem contact op met
het Fiat Servicenetwerk.Na ongeveer 8 km /5 mijl gereden te
hebben, het voertuig op een veilige en
geschikte plaats zetten, met de
handrem aangetrokken. Neem de
compressor en herstel de spanning met
de zwarte vulleiding 9 fig. 150.
Als de weergegeven druk hoger is dan
1,8 bar / 26 psi, herstel dan de druk en
rij voorzichtig zo snel mogelijk naar een
dealer van het Fiat Servicenetwerk.
Indien de druk echter lager is dan
1,8 bar / 26 psi, rij dan niet verder, maar
neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
OPPOMPEN
Ga als volgt te werk:
stop de auto op een veilige manier,
zoals hierboven beschreven, en schakel
de handrem in;
neem de zwarte vulleiding 9
fig. 150 uit en schroef deze stevig ophet ventiel van de band. Volg de
aanwijzingen in fig. 148 en fig. 150.
Druk op de ontluchtingsknop 10
fig. 147 om eventuele overmatige
bandenspanning weg te nemen.
VERVANGING
FILTERELEMENT
Ga als volgt te werk:
gebruik alleen originele
Fix&Go-filterelementen die kunnen
worden aangeschaft bij het Fiat
Servicenetwerk.
om het busje 1 te verwijderen
fig. 145, druk op de knop 8 fig. 149 en
trek het omhoog.
BELANGRIJK
156)De informatie die vereist is door het
voorschrift dat van toepassing is, staat
vermeld op het etiket van de verpakking
van de Fix&Go kit. Lees het etiket op het
busje vóór gebruik, vermijd oneigenlijk
gebruik. De kit dient gebruikt te worden
door volwassenen en mag niet gebruikt
worden door kinderen.
149P2000161
150P2000163
183

Page 186 of 300

157)BELANGRIJK: Overschrijd de
snelheid van 80 km/h niet. Vermijd abrupt
accelereren of remmen. De Fix&Go-kit
voorziet in een tijdelijke reparatie, daarom
moet de band zo snel mogelijk onderzocht
en gerepareerd worden door een
specialist. Alvorens de kit te gebruiken,
controleren of de band niet buitensporig
beschadigd is en dat de velg in goede
conditie is, gebruik de kit anders niet en bel
pechverhelping. Verwijder vreemde
voorwerpen niet uit de band. Laat de
compressor niet langer dan 20 minuten
achter elkaar aan staan -
oververhittingsgevaar.
BELANGRIJK
75)Het afdichtmiddel werkt bij
buitentemperaturen tussen -40°C en
+55°C. Het afdichtmiddel heeft een
houdbaarheidsdatum. Banden met een
beschadiging van het bandoppervlak tot
een maximale diameter van 6 mm kunnen
hersteld worden. Toon het busje en het
etiket aan het personeel dat de band zal
behandelen die hersteld werd met de
bandenreparatiekit.
NOODSTART
76)
Als de accu leeg is, kan de motor
gestart worden met startkabels en de
accu van een ander voertuig, of met
een hulpaccu. In elk geval moet de
gebruikte accu een capaciteit hebben
die gelijk is aan of enigszins groter is
dan de lege accu.
BELANGRIJK
Gebruik geen hulpaccu of enige andere
externe voedingsbron met een
spanning hoger dan 12 V: de accu, de
startmotor, de dynamo en het
elektrische systeem van het voertuig
kunnen hierdoor worden beschadigd.
Probeer niet te starten met een
hulpaccu als de accu bevroren is. De
accu kan kapot gaan en ontploffen!
STARTEN MET
HULPACCU
De accu van de auto bevindt zich in de
motorruimte, achter de linkerlichtunit.
158) 159) 160) 161)
BELANGRIJK De plusklem (+) van de
accu is voorzien van een beschermkap.
Til dit omhoog om bij de klem te
kunnen komen.
Ga als volgt te werk:
schakel de parkeerrem in, zet de
versnellingspook in stand P (Parkeren),
voor versies met automatische
versnellingsbak, of in de vrijstand, voor
versies met handgeschakelde
versnellingsbak, en zet de startinrichting
in STOP;
schakel alle andere elektrische
apparaten in de auto uit;
bij gebruik van de accu van een
andere auto, de auto parkeren binnen
het bereik van de kabels die gebruikt
worden voor de verbinding, de
parkeerrem inschakelen en controleren
of de startinrichting is uitgeschakeld.
BELANGRIJK Het verkeerd uitvoeren
van onderstaande procedure kan leiden
tot ernstige letsel bij mensen of schade
aan het laadsysteem van één of beide
voertuigen. Volg de onderstaande
instructies nauwkeurig op.
Kabels aansluiten
77)
Ga als volgt te werk om de auto te
starten met een hulpaccu fig. 151:
sluit een uiteinde van de pluskabel (+)
aan op de plusklem (+) van de auto met
de lege accu;
sluit het andere uiteinde van de
pluskabel (+) aan op de plusklem (+)
van de hulpaccu;
184
NOODGEVALLEN

Page 187 of 300

sluit een uiteinde van de minkabel (–)
aan op de minklem (–) van de hulpaccu;
sluit het andere uiteinde van de
minkabel (–) aan op de massa op de
motor
(een zichtbaar metalen deel
van de motor of de versnellingsbak/
versnellingsbak van de auto met lege
accu) uit de buurt van de accu en het
inspuitsysteem;
start de motor van de auto met de
hulpaccu en laat de motor enkele
minuten stationair draaien. Start de
motor van het voertuig met lege accu.
Kabels loskoppelen
Maak de kabels in de omgekeerde
volgorde los als de motor is gestart.
Als de motor na enkele pogingen niet
start, blijf dan niet proberen maar neem
contact op met het Fiat Servicenetwerk.Als het vaak nodig is om een
noodstart uit te voeren, laat de accu
en het laadsysteem van de auto dan
controleren door het Fiat
Servicenetwerk.
BELANGRIJK Alle accessoires (bijv.
mobiele telefoons, enz.) aangesloten op
de stopcontacten van het voertuig
verbruiken stroom, ook als ze niet
worden gebruikt. Als deze apparaten te
lang bij afgezette motor aangesloten
blijven, kan de accu leeglopen met
vermindering van de levensduur van de
accu en/of startproblemen tot gevolg.
BELANGRIJK
158)Controleer alvorens de motorkap te
openen of de motor is afgezet en of de
contactsleutel in de stand STOP staat. Volg
de aanwijzingen op die op het plaatje
onder de motorkap staan. Wij adviseren
om de contactsleutel te verwijderen als er
zich nog inzittenden in het voertuig
bevinden. Alle inzittenden moeten uit het
voertuig stappen nadat de contactsleutel is
uitgenomen of naar de STOP-stand is
gedraaid. Controleer bij het tanken of de
motor is afgezet (en of de contactsleutel in
de stand STOP staat).159)Kom niet te dicht bij de koelventilator
van de radiateur: de elektrische ventilator
kan inschakelen; gevaar voor
verwondingen. Sjaals, dassen of andere
loszittende kleding kunnen door de
bewegende onderdelen worden
meegetrokken.
160)Verwijder alle metalen voorwerpen
(bijv. ringen, horloges, armbanden), die
zouden kunnen leiden tot een onbedoeld
elektrisch contact en daardoor ernstig
letsel.
161)De batterijen bevatten een zuur dat de
huid of de ogen kan verbranden. Accu's
produceren waterstof, dat uiterst
brandbaar en explosief is. Houd ze daarom
uit de buurt van vlammen of apparaten die
vonken kunnen afgeven.
BELANGRIJK
76)Gebruik nooit een accusnellader om de
motor te starten, aangezien deze de
elektronische systemen kan beschadigen,
met name de regeleenheden van de
ontsteking en de brandstoftoevoer.
77)Verbind de startkabel niet met de
minpool (–) van de lege accu. De
afgegeven vonk kan explosie van de accu
tot gevolg hebben en ernstige schade
veroorzaken. Gebruik alleen het specifieke
massapunt; gebruik geen andere
blootgestelde metalen onderdelen.
151F1B0737
185

Page 188 of 300

AFSLUITSYSTEEM
BRANDSTOF-
TOEVOER
BESCHRIJVING
Deze grijpt bij een botsing in en
veroorzaakt het volgende:
onderbreking van de
brandstoftoevoer met uitschakeling van
de motor als gevolg;
automatische ontgrendeling van de
portieren;
inschakeling van de
binnenverlichting;
uitschakeling van de ventilatie van de
klimaatregeling;
inschakeling van de
alarmknipperlichten (om de lichten uit te
schakelen op de knop op het
dashboard drukken).
Wanneer het systeem wordt
ingeschakeld, verschijnt er bij sommige
versies een bericht op het display. Op
dezelfde manier wordt de bestuurder
met een speciaal bericht op het display
gewaarschuwd als het systeem niet
correct werkt.
BELANGRIJK Controleer het voertuig
zorgvuldig op brandstoflekkage,
bijvoorbeeld in de motorruimte, onder
het voertuig of in de buurt van de tank.
Draai na een botsing de contactsleutelnaar STOP om te voorkomen dat de
accu leegloopt.
RESET AFSLUITER VAN
DE BRANDSTOFTOEVOER
162)
Om de correcte werking van het
voertuig te herstellen, moet de
volgende procedure worden uitgevoerd
(deze procedure moet binnen minder
dan 1 minuut gestart en voltooid
worden):
draai, met de hendel van de
richtingaanwijzer in neutrale stand, de
startinrichting naar STOP;
draai de startinrichting naar MAR;
activeer de rechterrichtingaanwijzer
en vervolgens de
linkerrichtingaanwijzer;
activeer nogmaals eerst de
rechterrichtingaanwijzer en vervolgens
de linkerrichtingaanwijzer;
deactiveer de linkerrichtingaanwijzer;
draai de startinrichting naar STOP en
dan naar MAR.
BELANGRIJK
162)Als na een botsing een brandstoflucht
wordt geroken of brandstoflekkage wordt
geconstateerd, dan mag het systeem niet
opnieuw ingeschakeld worden om brand te
voorkomen.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
-
VERSNELLINGSPOOK
ONTGRENDELEN
Ga in geval van storing als volgt te werk
om de versnellingspook uit P (Parkeren)
te zetten:
zet de motor af;
schakel de elektrische parkeerrem in;
ga voorzichtig te werk op het met de
pijl aangegeven punt, verwijder de
sierlijst A fig. 152 (compleet met
stofkap) door deze omhoog te tillen (zie
ook fig. 153 );
152F1B0741
186
NOODGEVALLEN

Page 189 of 300

trap het rempedaal volledig in en
houd het ingetrapt;
steek de bijgeleverde
schroevendraaier haaks in opening B
fig. 154 en beweeg de
ontgrendelingshendel;
zet de versnellingspook in N
(Vrijstand);
zet stofkap en paneel weer goed op
hun plaats;
start de motor.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
- CONTACTSLEUTEL
VERWIJDEREN
78)
De contactsleutel (voor versies met
sleutel zonder afstandsbediening) kan
alleen verwijderd worden als de pook in
stand P (parkeren) staat.
Als de accu van het voertuig leeg is en
de contactsleutel is ingebracht, is de
sleutel in het contactslot geblokkeerd.
Ga als volgt te werk om de sleutel
handmatig te verwijderen:
breng het voertuig in veilige
omstandigheden tot stilstand, schakel
een versnelling en de elektrische
parkeerrem in;
draai met de bijgeleverde sleutel A
fig. 155 (die zich in de houder met de
boorddocumenten bevindt), de
bevestigingsbouten B fig. 156 van het
onderste deksel C los;
verwijder de onderste afdekking C
fig. 156 van het stuurwiel door deze uit
de zitting te halen;
trek met één hand lipje D
fig. 157 omlaag en verwijder met de
andere hand de sleutel, door deze naar
buiten te trekken;
153F1B0742
154F1B0743
155F1B0022C
156F1B0143C
187

Page 190 of 300

als de sleutel eenmaal verwijderd is,
onderste afdekking C
fig. 156 terugzetten, controleren of deze
goed vastzit en de bevestigingsbouten
B stevig vastdraaien.
AVVERTENZA
78)Het wordt geadviseerd contact op te
nemen met het Fiat Servicenetwerk om
deze hermontageprocedure te laten
uitvoeren. Indien u zelfstandig te werk wilt
gaan, dient u vooral op te letten op de
juiste bevestiging van de borgklemmen.
Anders kan een verkeerde bevestiging van
de onderste en bovenste afdekking lawaai
veroorzaken.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
MET DUBBELE
KOPPELING -
VERSNELLINGSPOOK
ONTGRENDELEN
Ga in geval van storingen of een lege
accu als volgt te werk om de
keuzehendel te ontgrendelen:
zet de motor af;
schakel de elektrische parkeerrem in;
ga voorzichtig te werk op het met de
pijl aangegeven punt, verwijder de
sierlijst A fig. 158 (compleet met
stofkap) door deze omhoog te tillen (zie
ook fig. 159 );
157F1B0222C
158F1B0741
188
NOODGEVALLEN

Page:   < prev 1-10 ... 141-150 151-160 161-170 171-180 181-190 191-200 201-210 211-220 221-230 ... 300 next >