ESP Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch)

Page 133 of 377

Kenmerken van uw auto
58
4
D150323ABK-EE
Controlelampje ESP
(voertuigstabiliteitsregeling)
Het controlelampje EPS gaat branden op het moment dat het contact in stand
ON wordt gezet en moet na ongeveer 3
seconden weer doven. Als de
voertuigstabiliteitsregeling is
ingeschakeld, registreert dit systeem de
rijomstandigheden. Zolang deze normaal
zijn, blijft het controlelampje ESP uit.
Zodra het systeem registreert dat de
wielen door willen gaan slippen, wordt de
voertuigstabiliteitsregeling geactiveerden gaat het controlelampje ESP knipperen.
Maar als het ESP-systeem defect is, gaat
het controlelampje branden en blijft aan. Laat de auto controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer. D150324ABK-EE
Controlelampje ESP OFF
Het controlelampje EPS OFF gaat
branden op het moment dat het contact
in stand ON wordt gezet en moet na
ongeveer 3 seconden weer doven. Druk
op de schakelaar ESP OFF om de
voertuigstabiliteitsregeling uit te
schakelen. Het controlelampje ESP OFF
gaat branden om aan te geven dat het
systeem is uitgeschakeld.
Als u de parkeerrem gebruikt om de auto tot stilstand te brengen met het ESP-
systeem in de stand-bystand terwijl de
remmen niet goed werken, wordt het
ESP-systeem uitgeschakeld en gaat hetcontrolelampje ESP OFF mogelijk
gedurende ongeveer 5 minuten branden. D150325ABH
Controlelampje CRUISE
(indien van toepassing)
Controlelampje CRUISE
Het controlelampje gaat branden
wanneer het cruise control-systeem
wordt ingeschakeld.
Het controlelampje CRUISE in het
instrumentenpaneel gaat branden als de
cruise control-schakelaar op het
stuurwiel wordt ingedrukt. Het controlelampje gaat uit als de
schakelaar nogmaals wordt ingedrukt.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van de cruise control "Cruisecontrol-systeem" in hoofdstuk 5.
OPMERKING
Gebruik de parkeerrem niet om deauto tot stilstand te brengen. Doe dit alleen in een noodgeval.
CRUISE

Page 139 of 377

Kenmerken van uw auto
64
4
D180000AUN
De alarmknipperlichten moeten worden
gebruikt als u door omstandigheden
gedwongen bent de auto op een
gevaarlijke plaats tot stilstand te
brengen. Zet, als u de auto innoodsituaties tot stilstand moet brengen,
de auto zo ver mogelijk naast de rijbaan.
De alarmknipperlichten worden
ingeschakeld door de schakelaar voor de
alarmknipperlichten in te drukken.
Hierdoor gaan alle richtingaanwijzers
tegelijk knipperen. De
alarmknipperlichten werken ook als desleutel niet in het contactslot zit.
Druk nogmaals op de schakelaar voor de
alarmknipperlichten om ze uit te
schakelen. D190100ABH
Energiebesparingsfunctie
Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt of wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. Follow me home koplampen
(indien van toepassing)
Als u het contact in de stand ACC of OFF
zet met ingeschakelde koplampen,
blijven de koplampen gedurende
ongeveer 20 minuten branden. De
koplampen worden echter 30 seconden
nadat het bestuurdersportier is geopend
of gesloten uitgeschakeld.
De koplampen kunnen worden
uitgeschakeld door tweemaal op de
vergrendeltoets van de
afstandsbediening (of Smart Key) te
drukken of door de lichtschakelaar in de
stand UIT te zetten.
Neem voor het uit- of inschakelen van
deze functie contact op met een officiële
Hyundai-dealer.
ALARMKNIPPERLICHTEN
OBK049044
VERLICHTING
OPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan het bestuurdersportier verlaat, werkt deenergiebesparingsfunctie niet en doven de follow me home-
koplampen niet automatisch. Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval delampen uit voordat u het voertuig
verlaat.

Page 148 of 377

473
Kenmerken van uw auto
D200200ABK
Ruitensproeier voorruit
Trek de hendel naar voren om de
ruitensproeier in te schakelen. Als de
ruitenwisser in stand O staat, zal deze 1-
3 wisslagen maken.
Gebruik deze functie om de voorruit te reinigen.
De ruitensproeier en de ruitenwissers
blijven werken tot u de hendel loslaat.
Controleer het peil van de
ruitensproeiervloeistof als de
ruitensproeiers niet werken. Vul het
reservoir met een geschikte, niet
schurende ruitensproeiervloeistof
wanneer het peil te laag is.De vulpijp van het reservoir bevindt zich
vooraan in de motorruimte aan
passagierszijde.
OPMERKING
Gebruik de ruitensproeiers niet
wanneer het reservoir leeg is, ombeschadiging van de
ruitensproeierpomp te voorkomen.
WAARSCHUWING
Gebruik de ruitensproeiers niet bij temperaturen onder het vriespunt
zonder eerst de voorruit met behulp
van de voorruitontwaseming te
hebben verwarmd; de vloeistof kan
anders op de voorruit bevriezen en
uw uitzicht belemmeren.
OPMERKING
Zet de ruitenwisserschakelaar 's winters voor het starten van de
motor in stand O. Als deruitenwissers worden ingeschakeldterwijl de wisserbladen vastgevroren zijn, kunnen deze beschadigd raken.
Verwijder alle sneeuw en ijs van devoorruit voordat de ruit enwissers
worden ingeschakeld.
OPMERKING
Schakel de ruitenwissers niet in als de ruit droog is om
beschadiging van de wissers en de voorruit te voorkomen.
Gebruik geen benzine, petroleum, thinner of andere oplosmiddelen
in de buurt van deruitenwisserbladen om beschadiging te voorkomen.
Probeer de ruitenwissers nooit met de hand te bewegen om
beschadiging van deruitenwisserarmen en van andere onderdelen te voorkomen.

Page 183 of 377

Kenmerken van uw auto
108
4
D281400AFD
Aux-, USB- en iPod-aansluiting
(indien van toepassing)
Als uw auto is uitgerust met een AUX- aansluiting, een USB-aansluiting
(Universal Serial Bus) en/of een iPod-
aansluiting kunt u deze aansluitingen
gebruiken voor het aansluiten van
respectievelijk een extern audioapparaat,
een apparaat met een USB-kabel of een
USB-stick en een iPod.
✽✽
AANWIJZING
Als er een draagbaar audioapparaat op de elektrische aansluiting wordt aangesloten,
is er tijdens het afspelen mogelijk ruis
hoorbaar. Gebruik in dat geval de
voedingsbron van het draagbare apparaat.
✽✽
AANWIJZING
Als u achteraf een HID-koplamp
monteert, treden er mogelijk storingenop in het audiosysteem en de
elektronische onderdelen van uw auto.
D300102ABH Ruitantenne
(indien van toepassing)
Als de radio wordt ingeschakeld terwijl
het contact in stand ON of ACC staat,
worden AM- en FM-radiosignalen
ontvangen via de in de achterruit
geïntegreerde antenne.
AUDIOSYSTEEM
OBK049092OBK049090

Page 188 of 377

4113
Kenmerken van uw auto
Berg CD's na gebruik altijd op in hundoosje om ze te beschermen tegen
krassen en stof.
Sommige CD's kunnen wellicht niet worden afgespeeld. Dit is afhankelijk
van het CD-R/CDRW, deproductiemaatschappij en de
fabricage- en opnamemethode. Als u
deze CD's toch gebruikt, dan kan dat
wellicht storingen veroorzaken in het
audiosysteem van uw auto.
✽✽ AANWIJZING - Het afspelen
van niet-compatibele audio-
CD's met kopieerbeveiliging
CD's met kopieerbeveiliging die niet compatibel zijn met internationale
standaarden voor audio-CD's (RedBook) kunnen wellicht niet wordenafgespeeld op het audiosysteem van uw
auto. Als u deze toch probeert af te
spelen en uw CD-speler werkt niet naar
behoren, dan ligt dat waarschijnlijk aan
de desbetreffende CD en niet aan de
CD-speler.

Page 192 of 377

4117
Gebruik van de CD-speler
1. Toets RANDOM
Hiermee wordt het in willekeurige
volgorde afspelen van de muziekstukken
van de actuele CD in-/uitgeschakeld.
Druk nogmaals op de toets om de functie
uit te schakelen. Als de CD in de speler een bestandsmap
heeft, werkt de toets RANDOM PLAY als
volgt:
Druk korter dan 0,8 seconden op de
toets om de bestanden in de map in
willekeurige volgorde af te spelen.
Druk minstens 0,8 seconden op de toets om alle bestanden op de CD in
willekeurige volgorde af te spelen. 2. Toets REPEAT
Een bestand op een disc met MP3- of
WMA-bestanden herhalen.
Wanneer de toets korter dan 0,8
seconden wordt ingedrukt, wordt het
actuele muziekstuk herhaald.
Wanneer de toets gedurende ten
minste 0,8 seconden wordt ingedrukt,
worden alle muziekstukken in deactuele map herhaald.
Een bestand op een audiodisc herhalen.
Wanneer de toets korter dan 0,8
seconden wordt ingedrukt, wordt het
actuele muziekstuk herhaald.
Wanneer de toets gedurende ten
minste 0,8 seconden wordt ingedrukt,
wordt de hele disc herhaald. 3. CD-opening
Plaats de CD met het etiket naar boven
gericht en duw deze voorzichtig in de
opening. Wanneer het contact in stand
ACC of ON staat en het audiosysteem uit
staat, wordt het automatisch
ingeschakeld wanneer de CD wordt
geplaatst. Deze CD-speler kan
uitsluitend CD's van 12 cm afspelen.
Als VCD's of data-CD's worden
geplaatst, verschijnt er een foutmelding
("Reading Error") en wordt de CD
uitgeworpen.
4. Uitwerptoets
Druk op de toets [ ] om de CD tijdens
het afspelen uit te werpen. Deze toets
kan worden gebruikt wanneer het
contact uit is.
5. Toets TRACK
Druk op de toets [TRACK ] om het
volgende muziekstuk af te spelen.
Druk op de toets [TRACK ] om het actuele muziekstuk vanaf het begin af
te spelen en druk nogmaals op de
toets om het vorige muziekstuk af tespelen.
Kenmerken van uw auto

Page 193 of 377

118
4 6. Toets SEEK
Druk op de toets [SEEK ] om het
actuele muziekstuk versneld af te spelen.
Druk op de toets [SEEK ] om het actuele muziekstuk versneld terug tespoelen.
7. Toets CD
Wanneer een CD in de CD-speler is
geplaatst, wordt vanuit de vorige stand
overgeschakeld naar de CD-weergave
en wordt het muziekstuk afgespeeld. Als
er geen CD is geplaatst, wordt de
melding "No Media" weergegeven en
keert het systeem terug naar de vorigestand.
8. Toets AST (AUTO STORE)
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van elk muziekstuk op de CD
afgespeeld. Druk opnieuw op de toets
om de functie uit te schakelen.
9. Display Geeft de actuele tijd, de stand, het
nummer van het muziekstuk dat wordtafgespeeld, de afspeeltijd en de status
van RDM, RPT en AST weer. 10. Controlelampje CD
Wanneer het contact in stand ACC of ON
staat en er een CD wordt geplaatst, gaat
dit controlelampje branden. Wanneer de
CD wordt uitgeworpen, gaat hetcontrolelampje uit.
11. Toets FOLDER
Wanneer de geplaatste CD
bestandsmappen heeft, werken de
toetsen [FOLDER / ] als volgt:
Druk op de toets [FOLDER ] om
naar de submap van de actuele map te
gaan en het eerste muziekstuk in de
map weer te geven.
Druk op de toets [ENTER] om naar de
weergegeven map te gaan. Het eerste
muziekstuk in de map zal wordenafgespeeld.
Druk op de toets [FOLDER ] om naar de hoofdmap te gaan en het
eerste muziekstuk in de map weer te
geven. Druk op de toets [ENTER] om
naar de weergegeven map te gaan. 12. Toets TUNE/FILE
Wanneer de geplaatste CD MP3- of
WMA-bestanden heeft, werken de
toetsen [TUNE/FILE / ] als volgt:
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om
het volgende muziekstuk te selecteren
en druk op de toets [ENTER] om het afte spelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
13. Toets INFO
Hiermee wordt informatie weergegeven
over het huidige muziekstuk in de
volgorde DISC TITEL (titel disc) ➟DISC
ARTIST ß TRACK TITLE (artiest disc ß
titel muziekstuk) ➟TRACK ARTIST
(artiest muziekstuk) ➟TOTAL TRACK
(totaal aantal muziekstukken) ➟PLAY
SCREEN (afspeelscherm) ➟DISC
TITLE (titel disc)... (dit wordt niet
weergegeven als de informatie niet op de
disc beschikbaar is.)
Kenmerken van uw auto

Page 195 of 377

120
4 Gebruik van een USB-apparaat
1. Toets RANDOM
Druk korter dan 0,8 seconden op de
toets om het in willekeurige volgorde
afspelen van de muziekstukken in de
actuele map te starten of te beëindigen.
Druk gedurende minimaal 0,8 seconden
op de toets om alle muziekstukken op
het USB-apparaat in willekeurige
volgorde af te spelen. Druk nogmaals op
de toets om de functie uit te schakelen.
2. Toets REPEAT
Wanneer de toets korter dan 0,8
seconden wordt ingedrukt, wordt het
actuele muziekstuk herhaald.
Wanneer de toets gedurende ten minste
0,8 seconden wordt ingedrukt, worden
alle muziekstukken in de actuele mapherhaald.
3. Toets TRACK
Druk op de toets [TRACK ] om het
actuele muziekstuk vanaf het begin af
te spelen. Druk nogmaals op de toets
om het vorige muziekstuk af te spelen.
Druk op de toets [TRACK ] om naar het volgende muziekstuk te gaan. 4. Toets SEEK
Druk op de toets [SEEK ] om het
muziekstuk versneld terug te spoelen.
Druk op de toets [SEEK ] om het muziekstuk versneld vooruit te spoelen.
5. Toets AUX
Als er een USB-apparaat of een extern
apparaat is aangesloten, wordt hiermee
de USB- of AUX-stand ingeschakeld en
worden de muziekstukken afgespeeld.
Als er geen USB-apparaat of extern
apparaat is aangesloten, wordt de
melding "No Media" weergegeven en
keert het systeem terug naar de vorigestand.
6. Toets AST (AUTO STORE)
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van elk muziekstuk op het USB-apparaat
afgespeeld. Druk opnieuw op de toets
om de scanfunctie te annuleren.
7. Display Geeft de actuele tijd, de stand, het
nummer van het muziekstuk dat wordtafgespeeld, de afspeeltijd en de status
van RDM, RPT en AST weer. 8. Toets FOLDER
Druk op de toets [FOLDER ] om
naar de submap van de actuele map te
gaan en het eerste muziekstuk in de
map weer te geven. Druk op de toets
[ENTER] om naar de weergegeven
map te gaan. Het eerste muziekstuk in
de map zal worden afgespeeld.
Druk op de toets [FOLDER ] om naar de hoofdmap te gaan en het
eerste muziekstuk in de map weer te
geven. Druk op de toets [ENTER] om
naar de weergegeven map te gaan.
9. Toets TUNE/FILE
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het volgende muziekstuk te selecteren
en druk op de toets [ENTER] om het afte spelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
Kenmerken van uw auto

Page 196 of 377

4121
10. Toets INFO
Geeft de informatie van het huidige
afgespeelde bestand weer in de volgordeFILE NAME (bestandsnaam) ➟TITLE
(titel) ➟ARTIST (artiest) ➟ALBUM
(album) ➟FOLDER (map) ➟TOTAL
FILE (totaal aantal bestanden) ➟
NORMAL DISPLAY (normale weergave)➟ FILE NAME (bestandsnaam)... (Geeft
geen informatie weer als het bestand niet
over deze gegevens beschikt.)
Kenmerken van uw auto
OPMERKING BIJ
GEBRUIK USB-APPARAAT
Zorg, om een USB-apparaat te
gebruiken, dat het apparaat niet isaangesloten wanneer de motor
wordt gestart. Sluit het apparaataan nadat de motor is gestart.
Als u de motor start terwijl het USB-apparaat is aangesloten, kanhet apparaat beschadigd raken.
(USB-flashdrives zijn zeergevoelig voor statische
elektriciteit.)
Als de motor wordt gestart of afgezet terwijl het externe USB-apparaat is aangesloten, werkt
het apparaat mogelijk niet.
Niet-originele MP3- of WMA- bestanden worden mogelijk nietafgespeeld.
1) Er kunnen alleen MP3- bestanden met eencompressiesnelheid tussen 8
Kbps en 320 Kbps wordenafgespeeld.
2) Er kunnen alleen WMA- muziekbestanden met een
compressiesnelheid tussen 8Kbps en 320 Kbps worden
afgespeeld.
(Vervolg)
(Vervolg) Voorkom statische elektriciteit bij het aansluiten of losnemen vanhet externe USB-apparaat.
Een gecodeerde MP3-speler wordt niet herkend.
Afhankelijk van het type extern USB-apparaat, wordt het apparaatmogelijk niet herkend.
Wanneer de geformatteerde byte/sector-instelling van het
externe USB-apparaat niet 512byte of 2048 byte is, zal het apparaat niet worden herkend.
Het USB-apparaat mag uitsluitend geformatteerd zijn
volgens FAT 12/16/32.
USB-apparaten zonder USB I/F autorisatie worden mogelijk nietherkend.
Steek geen lichaamsdelen of externe voorwerpen in de USB-aansluiting.
Als u het USB-apparaat in korte tijd herhaaldelijk aansluit en weerlosneemt, kan het apparaat defect
raken.
U hoort mogelijk een vreemd geluid bij het aansluiten oflosnemen van het USB-apparaat.
(Vervolg)

Page 199 of 377

124
4 Gebruik van een iPod
Gebruik een iPod met het aparte kabeltje
dat wordt aangesloten op de multimedia-
aansluiting in de console rechts van debestuurdersstoel.
1. Toets RANDOM
Druk de toets maximaal 0,8 seconden in
om het afspelen in willekeurige volgorde
van de muziekstukken in de actuele
categorie in of uit te schakelen. Druk detoets ten minste 0,8 seconden in om alle
muziekstukken in een album op de iPod
in willekeurige volgorde af te spelen.
Druk opnieuw op de toets om de functie
uit te schakelen.
2. Toets REPEAT
Druk op de toets om het muziekstuk dat
op dat moment wordt afgespeeld teherhalen.
3. Toets TRACK
Druk op de toets [TRACK ] om het
actuele muziekstuk vanaf het begin af
te spelen. Druk nogmaals op de toets
om het vorige muziekstuk af te spelen.
Druk op de toets [TRACK ] om naar het volgende muziekstuk te gaan. 4. Toets SEEK
Druk op de toets [SEEK ] om het
muziekstuk versneld terug te spoelen.
Druk op de toets [SEEK ] om het muziekstuk versneld vooruit te spoelen.
5. Toets iPod
Als er een iPod is aangesloten, wordt
hiermee naar de weergave van de
muziekbestanden op de iPod
overgeschakeld.
Als er geen iPod is aangesloten, wordt
de melding "No Media" weergegeven en
keert het systeem terug naar de vorigestand.
6. Toets AST (AUTO STORE)
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van elk muziekstuk op het USB-apparaat
afgespeeld. Druk opnieuw op de toets
om de scanfunctie te annuleren.
7. Display Geeft de actuele tijd, de stand, het
nummer van het muziekstuk dat wordtafgespeeld, de afspeeltijd en de status
van RDM, RPT en AST weer. 8. Toets FOLDER
Druk op de toets [FOLDER ] om
naar de categorie te gaan en het
eerste muziekstuk in de categorie
weer te geven. Druk op de toets
[ENTER] om naar de weergegeven
categorie te gaan. Het eerste
muziekstuk in de map zal wordenafgespeeld.
Druk op de toets [FOLDER ] om naar de categorie te gaan en het
eerste muziekstuk in de categorie
weer te geven. Druk op de toets
[ENTER] om naar de weergegeven
categorie te gaan. (PLAYLISTS(afspeellijsten) ➟ARTISTS (artiesten)
➟ ALBUMS (albums) ➟GENRES
(genres) ➟SONGS (muziekstukken)
➟ COMPOSERS (auteurs) ➟
PLAYLIST (afspeellijst)...)
9. Toets TUNE/FILE
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het volgende muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
Kenmerken van uw auto

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 ... 60 next >