lock Hyundai Santa Fe 2011 Handleiding (in Dutch)
Page 375 of 410
763
Onderhoud
OmschrijvingStroomsterkte
zekering Beveiligd onderdeel
ALT 175A Draadzekering - BLR, B+ 2, P/WDW, ABS 1, ABS 2 Zekering - DEICER, RR HTD, A/CON, FR FOG, H/LP LO LH H/LP LO RH
IGN 1 40A Contactslot (ACC, IG 1), Relaiskast PDM (relais IGN 1)
ABS 1 40A Multifunctionele servicestekker, ABS-module ESP-module
CON FAN 2 50A Relais condensorventilator (High)
ABS 2 20A ABS-module, ESP-moduleBLR 40A Zekering - BLR
P/WDW 40A Relais elektrisch bedienbare ruiten, zekering - klembeveiliging
B+2 50A Zekering - B/ALARM HORN, P/SEAT, TPMS, RR A/CON S/WARMER, S/ROOF, RR FOG, PDM #2,
P/AMP H/LP WASHER
IGN 2 40A Contactslot (START, IG 2), startrelais Relaiskast PDM (relais IGN 1)
B+ 1 50A FUSE - DR/LOCK, HAZARD, ATM, PDM #1, FUEL LID STOP,
POWER CONNECTOR (BCM #3, CLOCK ROOM LP, AUDIO #1)
CON FAN 1 40A Relais condensorventilator (LOW) ECU MAIN 40A Motorrelais
1 DEICER 15A Relais ruitenwisserontdooier voor
2 RR HTD 30A Relais achterruitverwarming
3- - -
4 H/LP LO RH 15A Relais dimlicht rechts
5 HORN 15A Claxonrelais
6 H/LP LO LH 15A Relais dimlicht links
7 H/LP HI IND 10A Instrumentenpaneel (grootlicht IND.)
8 ALT DSL 10A -
9 A/CON 10A Aircorelais
10 ATM 15A Motor-ECU 4WD (G4KE/G6DC/D4HB handgeschakeld), relais achteruitrijlicht
Motorruimte
Page 378 of 410
Onderhoud
66
7
GLOEILAMPEN
G220000AFD
Gebruik alleen lampen met de voorgeschreven wattage.
✽✽ AANWIJZING
Na zware regenval of het wassen van de
auto kan het lijken alsof er vocht in dekoplampen en achterlichten zit. Dit
wordt veroorzaakt door hettemperatuurverschil tussen debinnenzijde en de buitenzijde van het
lampglas. Dit is vergelijkbaar met hetbeslaan van de ruiten bij het rijden
onder regenachtige omstandigheden en
duidt niet op een probleem met uw auto.
Laat in het geval er vocht in het circuitvan de verlichting is gekomen de auto
controleren door een officiële
HYUNDAI Erkend Reparateur.
WAARSCHUWING -
Vervangen van gloeilampen
Zet, voordat u lampen gaat
vervangen, de parkeerrem stevig
vast en controleer of het contact in
stand LOCK staat om te voorkomen
dat de auto plotseling in beweging
komt, dat u zich brandt of dat u een
schok krijgt.
OPMERKING
Zorg ervoor dat de doorgebrande lamp vervangen wordt door een metdezelfde wattage. Anders kan dezekering of het elektrische
bedradingssyteem beschadigdraken.
OPMERKING
Raadpleeg een officiële HYUNDAIErkend Reparateur wanneer u niet
over het juiste gereedschap, dejuiste lampen en/of ervaringbeschikt. In veel gevallen kan het zelf vervangen van lampen
problemen opleveren vanwege hetfeit dat om bij de lamp te kunnenkomen, eerst andere onderdelen
verwijderd dienen te worden. Dat isin het bijzonder het geval als u dekoplampunit moet verwijderen ombij de gloeilamp(en) te kunnen
komen. Het verwijderen en plaatsenvan de koplampunit kan leiden totbeschadigingen aan de auto.
Page 397 of 410
785
Onderhoud
Laat de motor in een afgesloten ruimte(bijvoorbeeld een garage) niet langer
draaien dan nodig is om de auto naar
binnen of naar buiten te rijden.
Stel het ventilatiesysteem zo af dat er verse buitenlucht naar het interieur
gevoerd wordt als de auto in een open
ruimte stilstaat terwijl de motor wat
langer moet blijven draaien.
Blijf nooit met draaiende motor gedurende langere tijd in eenstilstaande auto zitten.
Als de motor afslaat of niet wil aanslaan en er teveel startpogingen
ondernomen worden, kan hetemissieregelsysteem beschadigd
raken. G270303AFDVoorzorgsmaatregelen katalysator
(indien van toepassing)
Uw auto is uitgerust met een katalysator
ten behoeve van de emissieregeling.
Daarom moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht wordengenomen:
Gebruik bij een benzinemotor uitsluitend LOODVRIJE BENZINE.
Gebruik de auto niet als de motor duidelijk storingen vertoont, zoals
overslaan of vermogensverlies. Doe geen dingen die slecht zijn voor
de motor. Voorbeelden hiervan zijn: de
auto in de versnelling laten uitrollenterwijl het contact in stand LOCK staat
en een helling af rijden met het contactin stand LOCK.
Laat de motor niet langdurig (5 minuten of langer) met een hoog
stationair toerental draaien.
Voer zelf geen aanpassingen of wijzigingen uit aan de motor of het
emissieregelsysteem. Alle controles en
afstellingen moeten door een erkende
HYUNDAI Erkend Reparateur
uitgevoerd worden.
Voorkom rijden met een extreem laag brandstofniveau. Het leegrijden van de
tank kan leiden tot overslaan van de
motor en overbelasting van de
katalysator.
Wanneer bovenstaande
voorzorgsmaatregelen niet in acht
worden genomen, kan schade aan dekatalysator en aan uw auto ontstaan.
Bovendien kan hierdoor de garantie
vervallen.
WAARSCHUWING - Brand
Een heet uitlaatsysteem kan brandbare materialen in brand
doen vliegen.
Vermijd contact tussen de auto en brandbare materialen zoals gras,
planten, papier, bladeren, enz. door
niet in de nabijheid daarvan te
parkeren of te rijden, of de motorstationair te laten draaien.