ESP Hyundai Santa Fe 2016 Handleiding (in Dutch)

Page 153 of 729

Kenmerken van uw auto
52
4
Het schuif-/kanteldak sluiten
Het schuif-/kanteldak sluiten
(of omlaag kantelen)
- Druk de bedieningshendel van het glaspaneel naar beneden (of naar
voren).
❈ Als u de hendel voor het glaspaneel
van het schuif-/kanteldak de toets naar
beneden drukt (of naar voren) terwijl
het zonnescherm is geopend, wordthet glaspaneel gesloten (of omlaaggekanteld).
Beweeg de hendel kort omhoog ofomlaag om het schuif-/kanteldak testoppen.
Automatisch omkeren van bewegingsrichting
Als tijdens het automatisch sluiten van het schuif-/kanteldak of het
zonnescherm een voorwerp of
lichaamsdeel gedetecteerd wordt, schuift
het dak automatisch een stukje terug enstopt het.
Het automatisch omkeren van de
bewegingsrichting vindt niet plaats als er
een klein obstakel tussen het glaspaneel
of het zonnescherm en de schuifdakrand
aanwezig is. Controleer voor het sluiten
of er geen voorwerpen of lichaamsdelen
door het schuif-/kanteldak naar buiten
zijn gestoken.
WAARSCHUWING
- Schuif-/kanteldak
Zorg ervoor dat er geen hoofden, handen of andere lichaamsdelen
tussen het schuif-/kanteldak en
de carrosserie bekneld kunnen
raken als het schuif-/kanteldak
gesloten wordt.
Steek tijdens het rijden de armen, het hoofd of andere
lichaamsdelen niet buiten deauto.
Zorg ervoor dat de handen en het hoofd zich op een veilige afstand
van het schuif-/kanteldak
bevinden, alvorens het schuif-/kanteldak te sluiten.
OPMERKING
Verwijder van tijd tot tijd het vuil
dat zich verzameld heeft op de
geleiderail.
Wanneer u het schuif-/kanteldak probeert te openen bij tempera-turen onder het vriespunt, of alshet dak bedekt is met sneeuw of
ijs, kan het glaspaneel of demotor beschadigd raken.
OYF049215

Page 164 of 729

463
Kenmerken van uw auto
Afstellen
Elektrisch
Met behulp van de schakelaar kunt u de
linker en rechter buitenspiegel elektrisch
verstellen. Zet de keuzeschakelaar (1) inde stand R (rechts) of L (links)
afhankelijk van de spiegel die u wilt
verstellen. Druk vervolgens op het
desbetreffende deel van de
bedieningsschakelaar om de spiegel
naar boven of naar beneden, naar links
of rechts te verstellen.
Zet de schakelaar na het verstellen terug
in het midden om te voorkomen dat de
spiegel onbedoeld wordt versteld.
OPMERKING
Gebruik geen krabber om despiegel ijsvrij te maken; hierdoor
kan het spiegelglas beschadigdraken. Forceer een bevroren spiegelniet tijdens het verstellen. Verwijder ijs met een ruitontdooier of met een
spons of zachte doek en heet water.
OPMERKING
Forceer de buitenspiegel niet alsdeze vastgevroren is. Spuit de
buitenspiegel indien nodig in metruitontdooier (gebruik geenkoelvloeistof) of zet de auto op een warme plaats om het ijs te laten
smelten.
WAARSCHUWING
Klap de buitenspiegels niet in en
verstel ze ook niet tijdens het
rijden. Hierdoor kunt u de controle
over de auto verliezen waardoor
een ongeluk met ernstig letsel of
schade het gevolg kan zijn.
ODM042052
OPMERKING
De spiegels stoppen hun beweging als de maximale
stelhoek bereikt is. De stelmotor blijft echter draaien zolang deschakelaar ingedrukt blijft. Houdde schakelaar niet langer
ingedrukt dan nodig om tevoorkomen dat de stelmotor beschadigd wordt.
Probeer de spiegels nooit met de hand te verstellen. Op die manierkan er schade ontstaan.

Page 165 of 729

Kenmerken van uw auto
64
4
Parkeerhulp bij achteruit inparkeren
(indien van toepassing)
Wanneer u de selectiehendel in de
achteruitversnelling (R) zet, bewegen de
buitenspiegels omlaag om het
inparkeren gemakkelijker te maken.
Afhankelijk van de stand van de
buitenspiegelschakelaar (1) bewegen de
buitenspiegels als volgt: Links of Rechts :
Als de schakelaar van
de spiegelbediening in destand L (links) of R (rechts)
staat, bewegen beide
buitenspiegels omlaag.
Neutraal : Als de schakelaar van despiegelbediening in de
neutrale (middelste) stand
staat, bewegen de
buitenspiegels niet.
✽✽
AANWIJZING
De buitenspiegels keren automatisch
terug naar hun oorspronkelijke positie
onder de volgende omstandigheden:
 Als het contact of de toets ENGINE START/STOP in stand ACC of OFF
wordt gezet.
 Als de selectiehendel in een andere stand dan stand R (achteruit) wordt
gezet.
Buitenspiegel inklappen
Handmatig
Pak de buitenspiegel bij de behuizing
vast en klap deze naar achteren.ODM042035
ONCEMC3214

Page 175 of 729

Kenmerken van uw auto
74
4
Schakelstandindicator
Schakelstandindicator automatische
transmissie (indien van toepassing)
Deze indicator geeft weer welke stand
van de selectiehendel is geselecteerd.
Parkeerstand : P
Achteruit : R
Neutraalstand : N
Rijstand : D
Sportstand : 1, 2, 3, 4, 5, 6
Schakelstandindicator automatischetransmissie (indien van toepassing, Europa)
Deze indicator geeft in de sportstand aan
in welke versnelling u het beste kunt
rijden om brandstof te besparen.
Opschakelen : ▲
2, ▲
3, ▲
4, ▲
5, ▲
6
Terugschakelen : ▼1,
▼2,
▼3,
▼4,
▼5 Bijvoorbeeld
: Geeft aan dat opschakelen naar de3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 2 e
of 1e
versnelling).
: Geeft aan dat terugschakelen naar de 3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 4 e
, 5 e
of
6 e
versnelling).
Als het systeem niet goed werkt, wordt
de indicator niet weergegeven.
ODM046615/ODM046614

Type A
■Type BODM046730

Page 176 of 729

475
Kenmerken van uw auto
Schakelstandindicatorhandgeschakelde transmissie (indien van toepassing)
Deze indicator geeft aan in welke
versnelling u het beste kunt rijden om
brandstof te besparen.
Opschakelen : ▲
2, ▲
3, ▲
4, ▲
5, ▲
6
Terugschakelen : ▼1,
▼2,
▼3,
▼4,
▼5 Bijvoorbeeld
: Geeft aan dat opschakelen naar de3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 2 e
of 1e
versnelling).
: Geeft aan dat terugschakelen naar de 3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 4 e
, 5 e
of
6 e
versnelling).
Als het systeem niet goed werkt, wordt
de indicator niet weergegeven.
ODM046730

Page 247 of 729

Kenmerken van uw auto
146
4
Energiebesparingsfunctie
• Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt en wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. Follow me home-koplampen
(indien van toepassing)
De koplampen (en/of achterlichten)
blijven ongeveer 5 minuten branden
nadat de contactsleutel is verwijderd of
het contact in stand ACC of LOCK is
gezet. De koplampen worden echter 15
seconden nadat het bestuurdersportier is
geopend of gesloten uitgeschakeld.
De koplampen kunnen worden
uitgeschakeld door tweemaal op de
vergrendeltoets van de
afstandsbediening of Smart Key te
drukken of door de stand AUTO of
dimlichten uit te schakelen.
VERLICHTINGOPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan het
bestuurdersportier verlaat, werkt deenergiebesparingsfunctie niet.
Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval de
lampen uit voordat u het voertuig verlaat.

Page 260 of 729

4159
Kenmerken van uw auto
Koplampsproeier (indien van toepassing)
Als uw auto is voorzien van een
koplampsproeier, zal deze gelijktijdig met
de ruitensproeier van de voorruit in
werking treden. De sproeier werkt als het
dimlicht is ingeschakeld en het
contact/de startknop in de stand ONstaat.
De sproeiervloeistof wordt op de
koplampen gesproeid.
✽✽ AANWIJZING
 Controleer regelmatig of de ruitensproeiervloeistof nog correct op
de koplampen wordt gesproeid.
 Nadat de koplampsproeiers zijn geactiveerd, duurt het 15 minuten tot
ze opnieuw kunnen worden
geactiveerd.
OPMERKING
Schakel de ruitenwissers niet in
als de ruit droog is om
beschadiging van de wissers ende voorruit te voorkomen.
Gebruik geen benzine, petroleum, thinner of andere oplosmiddelen
in de buurt van de ruitenwisser- bladen om beschadiging tevoorkomen.
Probeer de ruitenwissers nooit met de hand te bewegen om
beschadiging van de ruiten- wisserarmen en van andereonderdelen te voorkomen.
Gebruik om mogelijke schade aan het ruitenwisser- en
ruitensproeiersysteem tevoorkomen in de winter of bij lagebuitentemperaturen specialeruitensproeiervloeistof.
OPMERKING
Gebruik de ruitensproeiers niet wanneer het reservoir leeg is, om
beschadiging van de ruiten-sproeierpomp te voorkomen.
WAARSCHUWING
Gebruik de ruitensproeiers niet bij temperaturen onder het vriespunt
zonder eerst de voorruit met behulp
van de voorruitontwaseming te
hebben verwarmd; de vloeistof kan
anders op de voorruit bevriezen en
uw uitzicht belemmeren.

Page 320 of 729

4219
Kenmerken van uw auto
Omgaan met CD's
Als de temperatuur in de auto te hoogis opgelopen, open dan eerst de ruiten
voordat u het audiosysteem van uw
auto aanzet.
Het is verboden om MP3/WMA- bestanden zonder toestemming te
kopiëren en te gebruiken. Gebruik
uitsluitend legale CD's.
Breng geen vluchtige stoffen zoals alcohol, thinner, reguliereschoonmaakmiddelen en antistatische
spray aan op CD's.
Voorkom dat het oppervlak van de CD beschadigd raakt. Houd de CD daarom
alleen aan de rand of in het midden
vast.
Reinig het oppervlak van de CD vóór het afspelen met een zachte doek.
Beweeg de doek van binnen naar
buiten.
Zorg dat het oppervlak van de CD niet beschadigd raakt en plak er niets op. Steek geen andere voorwerpen dan
CD's in de CD-speler. (Steek niet meer
dan één CD tegelijk in de CD-speler.)
Berg CD's na gebruik altijd op in hun doosje om ze te beschermen tegen
krassen en stof.
Sommige CD's kunnen wellicht niet worden afgespeeld. Dit is afhankelijk
van het CD-R/CD-RW, deproductiemaatschappij en de
fabricage- en opnamemethode. Als
geprobeerd wordt dergelijke CD's af tespelen, kan er schade ontstaan aanuw audiosysteem.✽✽ AANWIJZING - Het afspelen
van niet-compatibele audio-CD's
met kopieerbeveiliging
CD's met kopieerbeveiliging die niet
compatibel zijn met internationale
standaarden voor audio-CD's (Red
Book) kunnen wellicht niet worden
afgespeeld op het audiosysteem van uw
auto. Als een CD met kopieerbeveiliging
niet op de juiste manier wordt
afgespeeld, duidt dat op een defect aan
de CD, niet aan de CD-speler.

Page 324 of 729

4223
Kenmerken van uw auto
✽✽AANWIJZING - GEBRUIK VAN
HET USB-APPARAAT
 Als u een extern USB-apparaat wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat
het apparaat niet is aangesloten
wanneer de motor wordt gestart. Sluit
het apparaat aan nadat de motor is
gestart.
 Als u de motor start terwijl het USB- apparaat is aangesloten, kan het
apparaat beschadigd raken. (USB-
flashstations zijn zeer gevoelig voor
statische elektriciteit.)
 Als de motor wordt gestart of afgezet
terwijl het externe USB-apparaat is
aangesloten, werkt het externe USB-
apparaat mogelijk niet.
 Niet-originele MP3- of WMA-
bestanden kunnen mogelijk niet
worden afgespeeld door het systeem.
1) Er kunnen alleen MP3-bestanden met een compressiesnelheid tussen
8 Kbps en 320 Kbps worden
afgespeeld.
2) Er kunnen alleen WMA- muziekbestanden met een
compressiesnelheid tussen 8 Kbps
en 320 Kbps worden afgespeeld.
 Voorkom statische elektriciteit bij het aansluiten of loskoppelen van het
externe USB-apparaat.
(Vervolg)(Vervolg)
 Een gecodeerde MP3-speler wordt
niet herkend.
 Afhankelijk van de instellingen van
het externe USB-apparaat, wordt het
apparaat mogelijk niet herkend.
 Wanneer de geformatteerde byte- /sectorinstelling van het externe USB-
apparaat niet 512 byte of 2048 byte is,
wordt het apparaat niet herkend.
 Het USB-apparaat mag uitsluitend geformatteerd zijn volgens FAT
12/16/32.
 USB-apparaten zonder USB I/F- verificatie worden mogelijk niet
herkend.
 Voorkom dat lichaamsdelen of
voorwerpen in aanraking komen met
de USB-aansluiting.
 Als u het USB-apparaat in korte tijd herhaaldelijk aansluit en weer
loskoppelt, kan het apparaat defect
raken.
 U hoort mogelijk een vreemd geluid bij het aansluiten of loskoppelen van
het USB-apparaat. (Vervolg)(Vervolg)
 Als u het externe USB-apparaat
tijdens het afspelen loskoppelt, kan
het apparaat beschadigd raken of
werkt het mogelijk niet goed meer.
Koppel daarom het externe USB-
apparaat pas los wanneer het
audiosysteem is uitgeschakeld of in
een andere modus (bijvoorbeeld
Radio of CD) staat.
 Afhankelijk van het type en de capaciteit van het externe USB-
apparaat of het bestandstype dat op
het apparaat is opgeslagen, kan de
benodigde tijd voor het herkennen
van het apparaat variëren.
 Gebruik het USB-apparaat niet voor andere doeleinden dan het afspelen
van muziekbestanden.
 Via de USB-aansluiting kunnen geen video's worden afgespeeld.
 Het gebruik van USB-accessoires, zoals laders of verwarming die
gebruikmaken van USB I/F, kan de
prestaties negatief beïnvloeden of
storingen veroorzaken. (Vervolg)

Page 326 of 729

4225
Kenmerken van uw auto
✽✽AANWIJZING - de iPod®
gebruiken
 Sommige iPod ®
-modellen
ondersteunen mogelijk het
communicatieprotocol niet en
bestanden worden mogelijk niet goed
afgespeeld.
Ondersteunde iPod ®
-modellen:
- iPod ®
Mini
- iPod ®
4e
(Photo) t/m 6 e
(Classic)
generatie
- iPod ®
Nano 1 e
t/m 4 e
generatie
- iPod ®
Touch 1 e
en 2 e
generatie
 De volgorde bij het zoeken of afspelen
van muziekstukken op de iPod ®
kan
verschillen van de volgorde op het
audiosysteem.
 Als de iPod ®
vanwege een interne
storing wordt uitgeschakeld, moet de
iPod ®
worden gereset. (Raadpleeg
voor het resetten de handleiding van
de iPod ®
)
 Bij een bijna lege batterij werkt de iPod ®
mogelijk niet goed.
(Vervolg)(Vervolg)
 Sommige iPod
®
-apparaten, zoals de
iPhone, kunnen via de Bluetooth®
Wireless Technology worden
verbonden. Het apparaat moet een
Bluetooth ®
Wireless Technology-
audiofunctie hebben (zoals voor een
Bluetooth ®
Wireless Technology-
stereokoptelefoon). De audio op het
apparaat kan worden afgespeeld,
maar het kan niet via het
audiosysteem worden bediend.
 Als u functies van de iPod ®
op het
audiosysteem wilt gebruiken, moet u
de bij uw iPod ®
geleverde kabel te
gebruiken.
 Afhankelijk van de eigenschappen
van uw iPod ®
/iPhone, kan er audio
worden overgeslagen of onjuist
worden afgespeeld.
 Wanneer uw iPhone zowel via de Bluetooth ®
Wireless Technology als
via USB is verbonden, is het mogelijk
dat de muziek niet goed wordt
afgespeeld. Selecteer op uw iPhone de
Dock-stekker of de Bluetooth®
Wireless Technology om de audio-
uitgang (bron) te wijzigen. (Vervolg)(Vervolg)
 Steek de stekker van de voedingskabel
van de iPod ®
bij het aansluiten van de
iPod ®
volledig in de multimedia-
aansluiting. Als de stekker niet goed is
aangesloten, wordt de communicatie
tussen de iPod ®
en het audiosysteem
mogelijk onderbroken.
 Wanneer u de geluidsinstellingen van de iPod ®
en het audiosysteem
aanpast, zullen de effecten van beide
apparaten elkaar overlappen en kan
de geluidskwaliteit afnemen of het
geluid vervormen.
 Schakel de equalizerfunctie van de
iPod ®
uit wanneer u de geluidssterkte
van het audiosysteem aanpast en zet
de equalizer van het audiosysteem uit
wanneer u die van de iPod ®
gebruikt.
 Haal de kabel van de iPod ®
los van de
iPod ®
wanneer u de iPod ®
niet met
het audiosysteem van de auto
gebruikt. Als u dit niet doet, blijft de
iPod ®
mogelijk in de accessoiremodus
en werkt de iPod ®
mogelijk niet goed.
 Behalve de 1M-kabel van uw iPod ®
/
iPhone worden geen andere kabels
herkend.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 ... 100 next >