ESP Hyundai Santa Fe 2017 Handleiding (in Dutch)
Page 116 of 735
415
Kenmerken van uw auto
Ontgrendelen van de achterklep
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij uheeft.
2. Druk de schakelaar op de handgreep van de achterklep in.
3. De achterklep zal worden ontgrendeld.
✽AANWIJZING
• Als de achterklep eenmaal geopend en gesloten wordt, zal hij automatisch
vergrendeld worden.
• De toets werkt alleen als de Smart Key zich binnen een afstand van 0,7 m van
de handgreep op de achterklep
bevindt.
Voorzorgsmaatregelen voor de
Smart Key
✽AANWIJZING
• Als u de Smart Key verliest, kunt u de motor niet starten. Voor het indien
nodig wegslepen van uw auto
adviseren we u contact op te nemen
met een officiële HYUNDAI-dealer.
• Er kunnen per auto maximaal 2 Smart Keys worden geregistreerd. Als
u een Smart Key verloren bent,
adviseren we u contact op te nemen
met een officiële HYUNDAI-dealer.
• Onder de volgende omstandigheden werkt de Smart Key niet:
- Als de Smart Key zich in de buurt
van een andere zender (bijvoorbeeld
van een radiostation of een
luchthaven) bevindt, waardoor de
normale werking van de Smart Key
verstoord wordt.
- De Smart Key bevindt zich in de buurt van een radio met zend- en
ontvangstinstallatie of een mobiele
telefoon.
- Dicht bij uw auto wordt de Smart Key van een andere auto gebruikt.
Vergrendel en ontgrendel de portieren
met de contactsleutel wanneer de
Smart Key niet correct werkt. (Vervolg)(Vervolg)
Als u een probleem hebt met de Smart
Key, adviseren we u contact op te
nemen met een officiële HYUNDAI-
dealer.
• Wanneer de Smart Key zich erg dicht bij uw mobiele telefoon of smartphone
bevindt, kan het signaal van de Smart
Key worden verstoord door het
gebruik van uw mobiele telefoon of
smartphone. Dit geldt met name
tijdens het voeren van een
telefoongesprek, het ontvangen van
een oproep, het versturen van sms-
berichten en/of het versturen en
ontvangen van e-mailberichten.
Bewaar de Smart Key daarom niet in
dezelfde broek- of jaszak als uw
mobiele telefoon of smartphone; zorg
dat er voldoende afstand is tussen
beide apparaten.
OPMERKING
Houd de Smart Key uit de buurt van
water en andere vloeistoffen en van
vuur. Als het binnenste van de Smart Key vochtig wordt (doorvloeistof of damp) of te heet wordt,
kan er een defect ontstaan in hetinterne circuit. Dit wordt niet gedekt
door de garantie op de auto.
Page 153 of 735
Kenmerken van uw auto
52
4
Het schuif-/kanteldak sluiten
Het schuif-/kanteldak sluiten
(of omlaag kantelen)
- Druk de bedieningshendel van het glaspaneel naar beneden (of naar
voren).
❈ Als u de hendel voor het glaspaneel
van het schuif-/kanteldak de toets naar
beneden drukt (of naar voren) terwijl
het zonnescherm is geopend, wordthet glaspaneel gesloten (of omlaaggekanteld).
Beweeg de hendel kort omhoog ofomlaag om het schuif-/kanteldak testoppen.
Automatisch omkeren van bewegingsrichting
Als tijdens het automatisch sluiten van het schuif-/kanteldak of het
zonnescherm een voorwerp of
lichaamsdeel gedetecteerd wordt, schuift
het dak automatisch een stukje terug enstopt het.
Het automatisch omkeren van de
bewegingsrichting vindt niet plaats als er
een klein obstakel tussen het glaspaneel
of het zonnescherm en de schuifdakrand
aanwezig is. Controleer voor het sluiten
of er geen voorwerpen of lichaamsdelen
door het schuif-/kanteldak naar buiten
zijn gestoken.
WAARSCHUWING
- Schuif-/kanteldak
• Zorg ervoor dat er geen hoofden, handen of andere lichaamsdelen
tussen het schuif-/kanteldak en
de carrosserie bekneld kunnen
raken als het schuif-/kanteldak
gesloten wordt.
• Steek tijdens het rijden de armen, het hoofd of andere
lichaamsdelen niet buiten deauto.
• Zorg ervoor dat de handen en het hoofd zich op een veilige afstand
van het schuif-/kanteldak
bevinden, alvorens het schuif-/kanteldak te sluiten.
OPMERKING
• Verwijder van tijd tot tijd het vuil
dat zich verzameld heeft op degeleiderail.
• Wanneer u het schuif-/kanteldak probeert te openen bij tempera-turen onder het vriespunt, of alshet dak bedekt is met sneeuw of
ijs, kan het glaspaneel of demotor beschadigd raken.
OYF049215
Page 164 of 735
463
Kenmerken van uw auto
Afstellen
Elektrisch
Met behulp van de schakelaar kunt u de
linker en rechter buitenspiegel elektrisch
verstellen. Zet de keuzeschakelaar (1) inde stand R (rechts) of L (links)
afhankelijk van de spiegel die u wilt
verstellen. Druk vervolgens op het
desbetreffende deel van de
bedieningsschakelaar om de spiegel
naar boven of naar beneden, naar links
of rechts te verstellen.
Zet de schakelaar na het verstellen terug
in het midden om te voorkomen dat de
spiegel onbedoeld wordt versteld.
OPMERKING
Gebruik geen krabber om despiegel ijsvrij te maken; hierdoorkan het spiegelglas beschadigdraken. Forceer een bevroren spiegel
niet tijdens het verstellen. Verwijder ijs met een ruitontdooier of met een
spons of zachte doek en heet water.
OPMERKING
Forceer de buitenspiegel niet als deze vastgevroren is. Spuit de
buitenspiegel indien nodig in metruitontdooier (gebruik geen
koelvloeistof) of zet de auto op een warme plaats om het ijs te laten
smelten.
WAARSCHUWING
Klap de buitenspiegels niet in en
verstel ze ook niet tijdens het
rijden. Hierdoor kunt u de controle
over de auto verliezen waardoor
een ongeluk met ernstig letsel of
schade het gevolg kan zijn.
ODM042052
OPMERKING
• De spiegels stoppen hun beweging als de maximalestelhoek bereikt is. De stelmotor blijft echter draaien zolang de
schakelaar ingedrukt blijft. Houd de schakelaar niet langer
ingedrukt dan nodig om te voorkomen dat de stelmotor
beschadigd wordt.
• Probeer de spiegels nooit met de hand te verstellen. Op die manier
kan er schade ontstaan.
Page 165 of 735
Kenmerken van uw auto
64
4
Parkeerhulp bij achteruit inparkeren
(indien van toepassing)
Wanneer u de selectiehendel in de
achteruitversnelling (R) zet, bewegen de
buitenspiegels omlaag om het
inparkeren gemakkelijker te maken.
Afhankelijk van de stand van de
buitenspiegelschakelaar (1) bewegen de
buitenspiegels als volgt: Links of Rechts :
Als de schakelaar van
de spiegelbediening in destand L (links) of R (rechts)
staat, bewegen beide
buitenspiegels omlaag.
Neutraal : Als de schakelaar van despiegelbediening in de
neutrale (middelste) stand
staat, bewegen de
buitenspiegels niet.
✽AANWIJZING
De buitenspiegels keren automatisch
terug naar hun oorspronkelijke positie
onder de volgende omstandigheden:
• Als het contact of de toets ENGINE START/STOP in stand ACC of OFF
wordt gezet.
• Als de selectiehendel in een andere
stand dan stand R (achteruit) wordt
gezet.
Buitenspiegel inklappen
Handmatig
Pak de buitenspiegel bij de behuizing
vast en klap deze naar achteren.ODM042035
ONCEMC3214
Page 175 of 735
Kenmerken van uw auto
74
4
Schakelstandindicator
Schakelstandindicator automatische
transmissie (indien van toepassing)
Deze indicator geeft weer welke stand
van de selectiehendel is geselecteerd.
• Parkeerstand : P
• Achteruit : R
• Neutraalstand : N
• Rijstand : D
• Sportstand : 1, 2, 3, 4, 5, 6
Schakelstandindicator automatischetransmissie (indien van toepassing, Europa)
Deze indicator geeft in de sportstand aan
in welke versnelling u het beste kunt
rijden om brandstof te besparen.
• Opschakelen : ▲
2, ▲
3, ▲
4, ▲
5, ▲
6
• Terugschakelen : ▼1,
▼2,
▼3,
▼4,
▼5 Bijvoorbeeld
: Geeft aan dat opschakelen naar de3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 2 e
of 1e
versnelling).
: Geeft aan dat terugschakelen naar de 3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 4 e
, 5 e
of
6 e
versnelling).
Als het systeem niet goed werkt, wordt
de indicator niet weergegeven.
ODM046615/ODM046614
■
Type A
■Type BODM046730
Page 176 of 735
475
Kenmerken van uw auto
Schakelstandindicatorhandgeschakelde transmissie (indien van toepassing)
Deze indicator geeft aan in welke
versnelling u het beste kunt rijden om
brandstof te besparen.
• Opschakelen : ▲
2, ▲
3, ▲
4, ▲
5, ▲
6
• Terugschakelen : ▼1,
▼2,
▼3,
▼4,
▼5 Bijvoorbeeld
: Geeft aan dat opschakelen naar de3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 2 e
of 1e
versnelling).
: Geeft aan dat terugschakelen naar de 3 e
versnelling wenselijk is (de
selectiehendel staat in de 4 e
, 5 e
of
6 e
versnelling).
Als het systeem niet goed werkt, wordt
de indicator niet weergegeven.
ODM046730
Page 247 of 735
Kenmerken van uw auto
146
4
Energiebesparingsfunctie
• Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt en wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
• De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. Follow me home-koplampen
(indien van toepassing)
De koplampen (en/of achterlichten)
blijven ongeveer 5 minuten branden
nadat de contactsleutel is verwijderd of
het contact in stand ACC of LOCK is
gezet. De koplampen worden echter 15
seconden nadat het bestuurdersportier is
geopend of gesloten uitgeschakeld.
De koplampen kunnen worden
uitgeschakeld door tweemaal op de
vergrendeltoets van de
afstandsbediening of Smart Key te
drukken of door de stand AUTO of
dimlichten uit te schakelen.
Intelligente bochtverlichting
(indien van toepassing)
Wanneer u door een bocht rijdt, wordt de
intelligente bochtverlichting ingeschakeld
als aan de onderstaande voorwaarden
wordt voldaan:
• Koplampen ingeschakeld.
• Rijsnelheid lager dan 40 km/h.
• Richtingaanwijzers ingeschakeld naar
de richting waarin u gaat afslaan.
VERLICHTING
OPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan hetbestuurdersportier verlaat, werkt de
energiebesparingsfunctie niet.
Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval de
lampen uit voordat u het voertuigverlaat.
Page 262 of 735
4 161
Kenmerken van uw auto
Koplampsproeier (indien van toepassing)
Als uw auto is voorzien van een
koplampsproeier, zal deze gelijktijdig met
de ruitensproeier van de voorruit in
werking treden. De sproeier werkt als het
dimlicht is ingeschakeld en het
contact/de startknop in de stand ONstaat.
De sproeiervloeistof wordt op de
koplampen gesproeid.
✽AANWIJZING
• Controleer regelmatig of de ruitensproeiervloeistof nog correct op
de koplampen wordt gesproeid.
• Nadat de koplampsproeiers zijn geactiveerd, duurt het 15 minuten tot
ze opnieuw kunnen worden
geactiveerd.
OPMERKING
• Schakel de ruitenwissers niet in
als de ruit droog is ombeschadiging van de wissers ende voorruit te voorkomen.
• Gebruik geen benzine, petroleum, thinner of andere oplosmiddelen
in de buurt van de ruitenwisser- bladen om beschadiging tevoorkomen.
• Probeer de ruitenwissers nooit met de hand te bewegen om
beschadiging van de ruiten-wisserarmen en van andereonderdelen te voorkomen.
• Gebruik om mogelijke schade aan het ruitenwisser- enruitensproeiersysteem te
voorkomen in de winter of bij lagebuitentemperaturen speciale
ruitensproeiervloeistof.
OPMERKING
Gebruik de ruitensproeiers niet wanneer het reservoir leeg is, ombeschadiging van de ruiten-sproeierpomp te voorkomen.
WAARSCHUWING
Gebruik de ruitensproeiers niet bij temperaturen onder het vriespunt
zonder eerst de voorruit met behulp
van de voorruitontwaseming te
hebben verwarmd; de vloeistof kan
anders op de voorruit bevriezen en
uw uitzicht belemmeren.
Page 322 of 735
4 221
Kenmerken van uw auto
Omgaan met CD's
• Als de temperatuur in de auto te hoogis opgelopen, open dan eerst de ruiten
voordat u het audiosysteem van uw
auto aanzet.
• Het is verboden om MP3/WMA- bestanden zonder toestemming te
kopiëren en te gebruiken. Gebruik
uitsluitend legale CD's.
• Breng geen vluchtige stoffen zoals alcohol, thinner, reguliereschoonmaakmiddelen en antistatische
spray aan op CD's.
• Voorkom dat het oppervlak van de CD beschadigd raakt. Houd de CD daarom
alleen aan de rand of in het midden
vast.
• Reinig het oppervlak van de CD vóór het afspelen met een zachte doek.
Beweeg de doek van binnen naar
buiten.
• Zorg dat het oppervlak van de CD niet beschadigd raakt en plak er niets op. • Steek geen andere voorwerpen dan
CD's in de CD-speler. (Steek niet meer
dan één CD tegelijk in de CD-speler.)
• Berg CD's na gebruik altijd op in hun doosje om ze te beschermen tegen
krassen en stof.
• Sommige CD's kunnen wellicht niet worden afgespeeld. Dit is afhankelijk
van het CD-R/CD-RW, deproductiemaatschappij en de
fabricage- en opnamemethode. Als
geprobeerd wordt dergelijke CD's af tespelen, kan er schade ontstaan aanuw audiosysteem.
✽AANWIJZING - Het afspelen
van niet-compatibele audio-
CD's met kopieerbeveiliging
CD's met kopieerbeveiliging die niet
compatibel zijn met internationale
standaarden voor audio-CD's (Red
Book) kunnen wellicht niet worden
afgespeeld op het audiosysteem van uw
auto. Als een CD met kopieerbeveiliging
niet op de juiste manier wordt
afgespeeld, duidt dat op een defect aan
de CD, niet aan de CD-speler.
✽AANWIJZING:
Volgorde van afspelen van bestanden
(mappen):
1. Volgorde van afspelen van muziekstukken : achtereenvolgens - .
2. Volgorde van afspelen van mappen:
❈Als er zich in een map geen muziekstukken bevinden, dan wordt
die map niet weergegeven.
RootMap AMap AA
Map BBMap BA
Map ABA
Map ABB
Page 325 of 735
Kenmerken van uw auto
224
4
✽AANWIJZING - GEBRUIK VAN
HET USB-APPARAAT
• Als u een extern USB-apparaat wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat
het apparaat niet is aangesloten
wanneer de motor wordt gestart. Sluit
het apparaat aan nadat de motor is
gestart.
• Als u de motor start terwijl het USB- apparaat is aangesloten, kan het
apparaat beschadigd raken. (USB-
flashstations zijn zeer gevoelig voor
statische elektriciteit.)
• Als de motor wordt gestart of afgezet terwijl het externe USB-apparaat is
aangesloten, werkt het externe USB-
apparaat mogelijk niet.
• Niet-originele MP3- of WMA- bestanden kunnen mogelijk niet
worden afgespeeld door het systeem.
1) Er kunnen alleen MP3-bestanden met een compressiesnelheid tussen
8 Kbps en 320 Kbps worden
afgespeeld.
2) Er kunnen alleen WMA- muziekbestanden met een
compressiesnelheid tussen 8 Kbps
en 320 Kbps worden afgespeeld.
• Voorkom statische elektriciteit bij het
aansluiten of loskoppelen van het
externe USB-apparaat. (Vervolg)(Vervolg)
• Een gecodeerde MP3-speler wordt
niet herkend.
• Afhankelijk van de instellingen van het externe USB-apparaat, wordt het
apparaat mogelijk niet herkend.
• Wanneer de geformatteerde byte- /sectorinstelling van het externe USB-
apparaat niet 512 byte of 2048 byte is,
wordt het apparaat niet herkend.
• Het USB-apparaat mag uitsluitend
geformatteerd zijn volgens FAT
12/16/32.
• USB-apparaten zonder USB I/F- verificatie worden mogelijk niet
herkend.
• Voorkom dat lichaamsdelen of voorwerpen in aanraking komen met
de USB-aansluiting.
• Als u het USB-apparaat in korte tijd herhaaldelijk aansluit en weer
loskoppelt, kan het apparaat defect
raken.
• U hoort mogelijk een vreemd geluid bij het aansluiten of loskoppelen van
het USB-apparaat. (Vervolg)(Vervolg)
• Als u het externe USB-apparaat
tijdens het afspelen loskoppelt, kan
het apparaat beschadigd raken of
werkt het mogelijk niet goed meer.
Koppel daarom het externe USB-
apparaat pas los wanneer het
audiosysteem is uitgeschakeld of in
een andere modus (bijvoorbeeld
Radio of CD) staat.
• Afhankelijk van het type en de capaciteit van het externe USB-
apparaat of het bestandstype dat op
het apparaat is opgeslagen, kan de
benodigde tijd voor het herkennen
van het apparaat variëren.
• Gebruik het USB-apparaat niet voor andere doeleinden dan het afspelen
van muziekbestanden.
• Via de USB-aansluiting kunnen geen
video's worden afgespeeld.
• Het gebruik van USB-accessoires, zoals laders of verwarming die
gebruikmaken van USB I/F, kan de
prestaties negatief beïnvloeden of
storingen veroorzaken. (Vervolg)