sport mode MAZDA MODEL 2 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 81 of 735

▼=HQGHU
Bedieningstoetsen Werkingsindicatielampje
OPMERKING
•(Europees model)
De koplampen worden in-/uitgeschakeld
door bediening van de zender. Zie
Vertrekverlichting op pagina 4-69.
•(Met anti-diefstal beveiligingssysteem)
De waarschuwingsknipperlichten
knipperen wanneer het anti-diefstal
beveiligingssysteem in staat van
paraatheid is gebracht of uitgeschakeld
wordt.
Zie Anti-diefstal beveiligingssysteem op
pagina 3-46.
•(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Europese
modellen))
De instelling kan zodanig veranderd
worden dat een pieptoon hoorbaar
wordt voor bevestiging wanneer de
portieren en de achterklep/het
kofferdeksel met behulp van de sleutel
vergrendeld/ontgrendeld worden.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Behalve
Europese modellen))
Er kan een pieptoon klinken voor
bevestiging wanneer de portieren en de
achterklep/het kofferdeksel vergrendeld/
ontgrendeld worden met behulp van de
sleutel. Indien gewenst, kan de zoemtoon
worden uitgeschakeld.
Het volume van de zoemtoon kan
eveneens veranderd worden.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-13.
Verander de instelling aan de hand van de
volgende procedure.
1. Schakel het contact uit en sluit alle
portieren en de achterklep/het
kofferdeksel.
2. Open het bestuurdersportier.
3. Houd binnen 30 seconden na het
openen van het bestuurdersportier de
LOCK toets op de sleutel gedurende
tenminste 5 seconden ingedrukt.
De zoemtoon klinkt op het momenteel
ingestelde volume. De instelling
verandert telkens wanneer de LOCK
toets op de sleutel wordt ingedrukt en
de pieptoon klinkt met het ingestelde
volume. (Als pieptoon-uit de actieve
instelling is, zal de pieptoon niet
klinken.)
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 82 of 735

4. Voer een van onderstaande
handelingen uit om de verandering van
de instelling te voltooien:
•Wanneer het contact op ACC of ON
wordt gezet.
•Sluiten van het bestuurdersportier.
•Openen van de achterklep/het
kofferdeksel.
•Wanneer de sleutel gedurende tien
seconden niet wordt gebruikt.
•Indrukken van een willekeurige toets
behalve de LOCK toets op de sleutel.
•Indrukken van een
verzoekschakelaar.
:DQQHHUGHWRHWVHQZRUGHQLQJHGUXNW
JDDWKHWEHGULMIVLQGLFDWLHODPSMHNQLSSHUHQ
9HUJUHQGHOWRHWV
'UXNYRRUKHWYHUJUHQGHOHQYDQGH
SRUWLHUHQHQGHDFKWHUNOHSKHWNRIIHUGHNVHO
RSGHYHUJUHQGHOWRHWVHQGH
ZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
HHQPDDONQLSSHUHQ
0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH %HKDOYH
(XURSHVHPRGHOOHQ
(UZRUGWHHQPDDOHHQSLHSWRRQJHJHYHQ
OPMERKING
•(Europees model)
De portieren en de achterklep/het
kofferdeksel kunnen niet vergrendeld
worden door het indrukken van de
vergrendeltoets terwijl een ander portier
open staat. De
waarschuwingsknipperlichten zullen
eveneens niet knipperen.
(Behalve Europese modellen)
De portieren en de achterklep/het
kofferdeksel kunnen niet vergrendeld
worden door het indrukken van de
vergrendeltoets wanneer een van de
andere portieren of de achterklep
geopend is. De
waarschuwingsknipperlichten zullen
eveneens niet knipperen.
•(Met i-stop functie (Europese
modellen))
Wanneer de sleutel uit de auto wordt
verwijderd, alle portieren gesloten
worden en de LOCK toets op de sleutel
wordt ingedrukt terwijl de i-stop functie
in werking is (motor is stopgezet), zal
het contact uitgeschakeld worden en
zullen alle portieren vergrendeld worden
(stuurwiel wordt eveneens vergrendeld).
Zie i-stop op pagina 4-14.
•Controleer of na het indrukken van de
toets alle portieren en de achterklep/het
kofferdeksel vergrendeld zijn.
•(Met dubbel
portiervergrendelingssysteem)
Door de vergrendeltoets binnen drie
seconden tweemaal in te drukken wordt
het dubbel portiervergrendelingssysteem
geactiveerd.
Zie Dubbel
portiervergrendelingssysteem op pagina
3-13.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 92 of 735

(Behalve Europese modellen)
Alle portieren en de achterklep/het
kofferdeksel kunnen niet vergrendeld
worden wanneer een van de portieren of
de achterklep geopend is.
•Na het indrukken van de
verzoekschakelaar kan het enkele
seconden duren voordat de portieren
ontgrendeld worden.
•(Europees model)
De instelling kan zodanig veranderd
worden dat een pieptoon hoorbaar
wordt voor bevestiging wanneer de
portieren en de achterklep/het
kofferdeksel met behulp van een
verzoekschakelaar vergrendeld/
ontgrendeld worden.
(Behalve Europese modellen)
Er wordt een zoemtoon gegeven voor
bevestiging wanneer de portieren en de
achterklep/het kofferdeksel vergrendeld/
ontgrendeld worden met behulp van de
verzoekschakelaar. Indien gewenst, kan
de zoemtoon worden uitgeschakeld.
Het volume van de zoemtoon kan
eveneens veranderd worden. Zie
Gebruikersinstellingen op pagina 9-13.
Verander de instelling aan de hand van
de volgende procedure.
1. Schakel het contact uit en sluit alle
portieren en de achterklep/het
kofferdeksel.
2. Open het bestuurdersportier.
3. Houd binnen 30 seconden na het
openen van het bestuurdersportier
de LOCK toets op de sleutel
gedurende tenminste 5 seconden
ingedrukt.
De zoemtoon klinkt op het
momenteel ingestelde volume. De
instelling verandert telkens wanneer
de LOCK toets op de sleutel wordt
ingedrukt en de pieptoon klinkt met
het ingestelde volume. (Als
pieptoon-uit de actieve instelling is,
zal de pieptoon niet klinken.)
4. Voer een van onderstaande
handelingen uit om de verandering
van de instelling te voltooien:
•Wanneer het contact op ACC of
ON wordt gezet.
•Sluiten van het bestuurdersportier.
•Openen van de achterklep/het
kofferdeksel.
•Wanneer de sleutel gedurende tien
seconden niet wordt gebruikt.
•Indrukken van een willekeurige
toets behalve de LOCK toets op de
sleutel.
•Indrukken van een
verzoekschakelaar.
•(Met anti-diefstal beveiligingssysteem)
De waarschuwingsknipperlichten
knipperen wanneer het anti-diefstal
beveiligingssysteem in staat van
paraatheid is gebracht of uitgeschakeld
wordt.
Zie Anti-diefstal beveiligingssysteem op
pagina 3-46.
•(Met dubbel
portiervergrendelingssysteem)
Het dubbel
portiervergrendelingssysteem kan
geactiveerd/gedeactiveerd worden met
behulp van de verzoekschakelaar.
Zie Dubbel
portiervergrendelingssysteem op pagina
3-13.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
3RUWLHUHQHQVORWHQ


Page 117 of 735

▼5XLWHQRSHQHQVOXLWHQ
'HUXLWRSHQWZDQQHHUGHVFKDNHODDUZRUGWLQJHGUXNWHQVOXLWZDQQHHUGHVFKDNHODDU
RPKRRJZRUGWJHWURNNHQWHUZLMOKHWFRQWDFWRS21VWDDW2SHQRIVOXLWQLHWGULHRIPHHU
UXLWHQWHJHOLMN
'HUXLWDDQGHYRRUSDVVDJLHUV]LMGHHQGHDFKWHUUXLWHQNXQQHQZRUGHQJHRSHQGJHVORWHQ
ZDQQHHUGHYHUJUHQGHOVFKDNHODDUYDQHOHNWULVFKHUXLWEHGLHQLQJRSKHWEHVWXXUGHUVSRUWLHULQ
GHRQWJUHQGHOVWDQGVWDDW+RXGGH]HVFKDNHODDULQGHYHUJUHQGHOVWDQGZDQQHHUHU]LFK
NLQGHUHQLQGHDXWREHYLQGHQ

Sluiten
Openen
VergrendelstandOntgrendelstand Vergrendelstand
Ontgrendelstand
Type A
Ruit
linksachter
Ruit rechtsachter
Voorpassagiersruit
BestuurdersruitSluiten
Openen
Type B
Bepaalde modellen.
Schakelaar van ruit aan
voorpassagierszijde
Schakelaars van
achterruit Hoofdbedieningsschakelaars
OPMERKING
•Het is mogelijk dat een elektrisch bediende ruit niet meer opent/sluit als u de schakelaar
ingedrukt blijft houden nadat de elektrisch bediende ruit volledig geopend/gesloten is. Als
de elektrisch bediende ruit niet opent/sluit, een ogenblik wachten en vervolgens de
schakelaar nogmaals bedienen.
•De ruiten van de passagiersportieren kunnen geopend of gesloten worden via het gebruik
van de hoofdschakelaars van de elektrische ruitbediening op het bestuurdersportier.
•De elektrische ruitbediening kan gebruikt worden gedurende ongeveer 40 seconden nadat
het contact vanuit ON op ACC of uit is gezet en alle portieren gesloten zijn. Als een
portier wordt geopend, wordt de elektrische ruitbediening stopgezet.
Bij gebruik van de elektrische ruitbediening bij stopgezette motor dient de schakelaar
tijdens het sluiten van de ruit constant en stevig omhoog gedrukt gehouden te worden,
aangezien de automatische sluitfunctie niet beschikbaar is.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
5XLWHQ


Page 161 of 735

OPMERKING
Onder de volgende omstandigheden duurt het enige tijd voordat de motor wordt stopgezet
•De accu is om een of andere reden uitgeput geraakt, zoals wanneer er langere tijd niet
met de auto is gereden.
•De omgevingstemperatuur is hoog of laag.
•Nadat de accupolen om een of andere reden zijn losgekoppeld, zoals voor het vervangen
van de accu.
•(SKYACTIV-D 1.5)
Nadat roetdeeltjes (PM) door het roetfilter (DPF) zijn verwijderd.
Motor herstart niet
Als na het stoppen van de motor de volgende handelingen worden uitgevoerd, zal om
veiligheidsredenen de motor niet herstarten. Start in dergelijke gevallen de motor met
behulp van de normale methode.
•De motorkap geopend wordt.
•(Europees model)
De veiligheidsgordel van de bestuurder is losgemaakt en het bestuurdersportier wordt
geopend.
•(Behalve Europees model)
•(Handgeschakelde versnellingsbak)
Wanneer de versnellingshendel in een andere stand dan neutraal staat, de
veiligheidsgordel van de bestuurder wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt
geopend.
•(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de stand D of M (niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) staat, de veiligheidsgordel van de bestuurder wordt losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend.
De tijd dat de motor stop staat is kort of het duurt lang voordat de motor de volgende keer
wordt gestopt
•De omgevingstemperatuur is hoog of laag.
•De accu is uitgeput.
•Het stroomverbruik van de elektrische onderdelen van de auto is hoog.
Wanneer de motor is gestopt, herstart de motor automatisch
Onder de volgende omstandigheden herstart de motor automatisch.
•De i-stop OFF schakelaar wordt ingedrukt totdat de zoemer klinkt.
•De airconditioning wordt gebruikt met de regelknop voor de luchtstroomfunctie in de
stand
.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 162 of 735

•(Automatische airconditioning)
•De temperatuurinstelknop voor de airconditioning is ingesteld op de maximale
verwarming/maximale koeling (A/C ON).
•De interieurtemperatuur verschilt in hoge mate van de ingestelde temperatuur van de
airconditioning.
•Het rempedaal wordt op een helling een weinig losgelaten en de auto begint in beweging
te komen.
•Sinds het stoppen van de motor zijn er twee minuten verstreken.
•De accu is uitgeput.
•(Automatische transmissie)
•Het gaspedaal wordt ingetrapt terwijl de keuzehendel in de stand D of M (niet in
blokkeermodus voor tweede versnelling) staat.
•De keuzehendel wordt verplaatst naar de stand R.
•De keuzehendel wordt vanuit de stand N of P naar de stand D of M (niet in
blokkeermodus voor tweede versnelling) verplaatst.
•Het stuurwiel wordt gedraaid terwijl de keuzehendel in de stand D of M (niet in
blokkeermodus voor tweede versnelling) staat.
•De keuzehendel staat in de stand M en de blokkeermodus voor de tweede versnelling is
gekozen.
•(Behalve Europees model)
•(Handgeschakelde versnellingsbak)
Wanneer de keuzehendel in de neutraalstand staat, de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend.
•(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de stand N of P staat, de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend.
De keuzehendel wordt bediend terwijl de motor is gestopt (automatische transmissie)
Als de motor gestopt is en de keuzehendel vanuit de stand D of M (niet in blokkeermodus
voor tweede versnelling) verplaatst wordt naar de stand N of P, herstart de motor niet
wanneer het rempedaal wordt losgelaten. De motor herstart als het rempedaal nogmaals
wordt ingetrapt of de keuzehendel naar de stand D, M (niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) of R wordt verplaatst. (Houd met het oog op de veiligheid wanneer de motor
gestopt is tijdens het verplaatsen van de keuzehendel altijd het rempedaal ingetrapt.)
•(Europees model)
Als de keuzehendel vanuit de stand D of M (niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) naar de stand N of P wordt verplaatst en de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend, herstart de motor
niet. Start de motor met behulp van de normale methode.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 163 of 735

•(Behalve Europees model)
Als de keuzehendel vanuit de stand D of M (niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) naar de stand N of P wordt verplaatst en de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend, herstart de motor.
De accupolen zijn losgekoppeld
Het is mogelijk dat vlak na het loskoppelen van de accupolen de motor niet meteen wordt
gestopt. Ook als de accu wordt vernieuwd moeten de i-stop functies gecontroleerd worden.
Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur.
▼LVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH 2UDQMH LVWRSLQGLFDWLHODPSMH *URHQ
9RRUHHQYHLOLJHQFRPIRUWDEHOJHEUXLNYDQGHDXWRFRQWUROHHUWKHWLVWRSV\VWHHPFRQVWDQW
GHKDQGHOLQJHQYDQGHEHVWXXUGHUGHRPJHYLQJELQQHQHQEXLWHQGHDXWRDOVPHGHGH
EHGULMIVWRHVWDQGYDQGHDXWRHQLQIRUPHHUWPHWEHKXOSYDQKHWLVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH
RUDQMH HQKHWLVWRSLQGLFDWLHODPSMH JURHQ GHEHVWXXUGHURYHUGLYHUVH
YRRU]RUJVPDDWUHJHOHQHQZDDUVFKXZLQJHQ
OPMERKING
Bij voertuigen uitgerust met de middendisplay, wordt de bedrijfstoestand van het i-stop
systeem getoond in de brandstofverbruikscontroledisplay.
Zie Bedrijfstoestanddisplay op pagina 4-97.
LVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH RUDQMH
:DQQHHUKHWODPSMHEUDQGW
•+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS21ZRUGWJH]HWHQJDDWXLWZDQQHHUGH
PRWRUJHVWDUWZRUGW
•+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUGHLVWRS2))VFKDNHODDUZRUGWLQJHGUXNWHQKHW
V\VWHHPZRUGWXLWJHVFKDNHOG
•+HWODPSMHJDDWEUDQGHQDOVGHPRWRUJHVWRSWLVHQGHYROJHQGHKDQGHOLQJHQZRUGHQ
XLWJHYRHUG,QGHUJHOLMNHJHYDOOHQKHUVWDUWGHPRWRURPYHLOLJKHLGVUHGHQHQQLHW
DXWRPDWLVFK6WDUWGHPRWRUPHWEHKXOSYDQGHQRUPDOHPHWKRGH
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS